Het geheim der wettteloosheid

Terugkeer naar de thora

God gevonden

God gevonden. 

 

 

Wat ik van mijn ouders heb geleerd is dat je altijd je toevlucht tot God moet zoeken, in welke omstandigheden dan ook. Ze hebben mij geleerd dat God luistert en dat Hij altijd helpt. Dat we goed moeten zijn en als we zonden doen, God wil vergeven, als wij erom vragen. Dit is het belangrijkste wat iemand mij ooit in mijn leven geleerd heeft, want ik geloofde wat zij mij zeiden, handelde er naar en ontdekte dat God leeft   -   in elke zin van het woord.

 

Al van jongs af aan sprak ik tegen God, hoorde nooit wat terug, maar ik wist dat Hij luisterde. Hoe ik dat wist? Omdat Zijn antwoorden wel kwamen, maar op een andere manier dan wij gewend zijn. Elk gesprek dat ik met Hem had, bleef nooit onbeantwoord. Ik zal een voorbeeld geven: ik zocht vanaf mijn achtste, ongeveer, naar een zielsverwant, een mens natuurlijk en vroeg daar geregeld om. Nog steeds komen de antwoorden en het is al 29 jaar later, ze komen in de vorm van ervaringen, mensen, opmerkingen, gedachten. Zo gaat dat met alles, wat ik met Hem bespreek. Het is meer dan woorden, het is meer antwoord dan een mens ooit zou kunnen geven.

 

Bovendien merkte ik dat God op een bijzondere manier kan troosten, zoals geen mens dat kan en dat hij er altijd voor jou en mij is, altijd, mensen niet altijd, God altijd, dat is heel bijzonder. God heeft mij ook nooit teleurgesteld en daar bedoel ik niet mee dat alles altijd gaat hoe ik het wil en dat ik nooit meer verdrietig ben. Bij elk dieptepunt van mijzelf en in de wereld, merk ik juist dat God dit niet gewild heeft en laat hij mij in diep emotionele zin zien hoe Hij dat ziet.

 

Bidden helpt, als ik bid dan gaat alles beter, dan is de weg niet glad, er is dan gestrooid. Hoe diep van binnen ik dit weet, nog bid ik te weinig en geloof ik te weinig, ik denk vaak; God doet toch waarvan Hij denkt dat goed is. Maar vaak ontdek ik dat God waarde hecht aan wat ik zeg en doe, omdat juist soms dingen gebeuren die mijn zielewens zijn, die ik nooit mensen heb verteld. Soms bewaart Hij mij voor dingen die ik heel vervelend vind. God houdt rekening met onze gevoelens.

 

Van mijn jonge kinderleeftijd af gingen we nooit naar de kerk, wel spraken we veel over Hem. Toen ik een jaar of 13, 14 jaar was ging ik wel eens met een vriendin mee naar de kerk. Op een dag kwam in de Nederlands Hervormde kerk in onze woonplaats de predikant die mijn ouders had getrouwd en mijn moeder en ik gingen naar deze dienst. Die week daarop gingen we weer naar deze kerk en zo ging dat elke week. Zo werd ik langzaam maar zeker bekend met veel leerstellingen in deze kerk. Ik merkte dat ik daar meer over na dacht dan menig kerkganger, misschien omdat het niet met de paplepel was ingegoten?  Ik moet ook toegeven dat een hoop dingen voor zoete koek naar binnen gingen, omdat, ik weet het niet, je gewoon aannam dat ze gelijk hadden?

Ik had maar één jaar catechisatie gehad en de predikant ging akkoord dat ik belijdeniscatechisatie mocht doen (dat is een jaar), waarna ik ook openbare belijdenis heb gedaan, gedoopt was ik als baby al in de Hervormde kerk.

 

Als je kerkganger bent, als je twee keer per zondag gaat, je bidt voor en na het eten en bij het opstaan en bij het naar bed gaan, voel je jezelf al een hele pief en merkte ik dat ik een beetje wettisch werd, daar bedoel ik mee, dan ik mezelf goed vond, omdat ik goede dingen deed. Ik had het idee dat ik alles deed wat ik kon doen en als ik zonde deed dan vroeg ik toch vergeving en dan was alles goed. De predikanten stampten het er goed in dat wij niets uit onszelf konden (vruchten voortbrengen) en dat we alleen uit genade zalig kunnen worden en niet uit de werken der wet, …………als je maar geloofde.  Op één of andere manier was dat elke keer weer een geruststelling, dat als je toch zondigde, je vergeving kon vragen en je kon de wet toch niet houden en als je wel gehoorzaamde, dan was dat de Heilige Geest die het je ingaf.

 

Ik hoorde meestal de preken uit de Hervormde kerk, maar mijn aandacht werd ook getrokken door een dominee uit een Oud Gereformeerde gemeente, later ging hij geloof ik terug naar de Ned. Hervormde gemeente en later naar de Herstelde Hervormde Gemeente, Ds. K. Veldman is zijn naam.

Iets in de prediking van de predikanten van de Herv. kerk voelde niet goed. Ds. Veldman vulde bijna de lege plekken die ik voelde, maar toch ook weer niet. Wanneer is het nu wettisch, en wanneer is het nu uit het geloof?

Ds. Veldman bracht het zo: wat moet ik doen om zalig te worden? Alles! Maar je verdient er niet je zaligheid mee!

Dat voelde goed aan! Maar wat moest ik nu allemaal doen?

 

En nog bleef het hangen, nog had ik niet de antwoorden die ik zocht.

Wat zou God van mij willen?

In Handelingen kun je lezen dat de discipelen de heidenen die zich tot God bekeren het volgende aanschrijven (hand.15: 19-21):

* Zich van dingen moeten onthouden die door de afgoden besmet zijn.

* Onthouden van hoererij.

* Onthouden van het verstikte(eten van vlees van levende dieren of die een natuurlijke

   dood stierven.

* Onthouden van bloed.

Sommigen wilden hen (de heidenen) verplichten zich te laten besnijden.

 

Daar begon mijn zoektocht. Eigenlijk wilden de discipelen de heidenen geen juk opleggen, maar legde hun toch een paar grondregels op, het minimum dus.

 

Het verbond wat God met Zijn volk sloot was eigenlijk een soort huwelijk.

Als er een huwelijk gesloten wordt, wordt dit gedaan om een doel te bereiken: een eenheid vormen, samen zijn en dit alles tot de dood ze scheidt. Maar dit doel kan niet worden bereikt als de gehuwden zich niet aan bepaalde "regels" houden. Als één van hen bijvoorbeeld overspel pleegt is deze eenheid opgehouden te bestaan. De enige manier waarop deze eenheid hersteld kan worden is: berouw, vergeving. Maar de "regels" moeten voortaan wel gehouden worden, want zonder "regels" geen eenheid, zonder toewijding wordt geen doel bereikt.

Het offer dat Gods Zoon heeft gebracht zorgt voor hele sterke gevoelens van toewijding aan God, wat de mens de mogelijkheid geeft om vrij te zijn van de slavernij der zonde, God te gehoorzamen, door dit wonder van God is dit mogelijk.

 

Kolossensen 2 vers 14: Uitgewist hebbende het handschrift, dat tegen ons was, in inzettingen bestaande, hetwelk, zeg ik enigerwijze ons tegen was, en heeft datzelve uit het midden weggenomen, hetzelve aan het kruis genageld hebbende;

 

Hetgeen dat tegen ons was is de vloek der wet, niet de wet, maar de vloek der wet (de wet des doods). Als wij éénmaal zondigen komen we onder de vloek der wet, die ons naar de hel vervloekt. Yeshua heeft deze vloek der wet op Zich genomen en aan het kruis genageld. Nu hoeven wij nooit meer wanhopig te worden als wij proberen Gods wet te houden, er is immers vergeving bij Yeshua. Elke dag opnieuw weer streven wij er naar God te behagen. Dit gaat ons niet zo goed af, maar de liefde die Yeshua opwekt, deze eerste liefde, laat ons verlangen naar een zo heilig mogelijk leven.

 

Zie Romeinen 8 vers 2: Want de wet des Geestes des levens in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet der zonde en des doods.

We gaan eerder Geestelijk leven in plaats van naar het vlees te leven (zie vers 1). De Heilige Geest die wij ontvangen bij onze bekering en doop zorgt er voor dat wij uit dat geloof leven en niet meer naar het vlees leven (op onszelf gericht) maar dat wij op God gericht zijn en net zo op onze naaste gericht zijn als op onszelf. Als wij geloven, eigenlijk is dat vertrouwen. Vertrouwen dat Hij ons liefheeft en dat Hij onze zonden wil vergeven en vertrouwen dat bepaalde dingen een reden hebben, ook al begrijpen we dat niet. Uit dit vertrouwen/geloof dat God ons liefheeft hebben wij God lief en verlangen wij ernaar Hem te behagen en Hem geen verdriet te doen. God wilde door Zijn Zoon te sturen bewijzen en ons ervan overtuigen dat Hij ons liefheeft. Abraham vertrouwde op God, hij geloofde Hem en wilde zijn zoon gaan offeren. Dat geloof, vertrouwen had deze uitwerking (zijn zoon offeren). Dus geloof moet uitwerking hebben, anders is het geen geloof. Abraham werd om zijn geloof gerechtvaardigd. Jacobus 2 vers 26: Want gelijk het lichaam zonder geest dood is, alzo is ook het geloof zonder de werken dood.

 

De discipelen wilden dat de heidenen uit dit geloof zouden leven, dat ze zouden luisteren naar de Geest, in plaats van het wettisch opvolgen van regels. Dus ze wilden hen zo weinig mogelijk regels opleggen, want zeiden ze (zie Hand. 15 vers 21) : Want Mozes heeft er van oude tijden in elke stad, die hem prediken, en hij wordt op elken sabbat in de synagogen gelezen. Met andere woorden: ze kunnen Gods wet overal horen, als zij dan de Geest hebben, gaat alles "vanzelf".

 

Werken zonder geloof is wettisch, maar werken op basis van geloof is liefde en dat is wat de discipelen wilden.

 

Ook het niet erkennen dat we zondaar zijn is verkeerd. Kijk maar naar de Farizeeër, die dacht dat hij alles wel goed deed, want hij zei: dank U dat ik niet zo ben als die tollenaar. Blijkbaar dacht hij dat hij heilig leefde.

Je moet geloven dat je onvolmaakt bent, moet met kritiek naar jezelf kijken en bang zijn te zondigen. Jezelf voortdurend spiegelen aan de wet. In liefde naar God jezelf afvragen of je goed bezig bent. Als je jezelf spiegelt aan de wet zie je jouw zonden, dat is belangrijk.

Het is dus belangrijk de kennis aan te nemen dat wij uit ons zelf geneigd zijn te zondigen. Het is ook heel belangrijk om de kennis uit de Bijbel voor waarheid aan te nemen en alles daar buiten als twijfelachtig.

Als we deze kennis hebben kunnen we dus onmogelijk op een ander neerkijken.

 

 

 

Dwaling ontdekt

 

In 2003, toen mijn depressie begon, ben ik veel gaan lezen op het internet en kwam bij sites van zevende dag adventisten bepaalde dingen tegen die mij aan het denken hebben gezet. Er werden dingen over het boek Daniël genoemd o.a. zie onder:

Daniël 7

1 In het eerste jaar van Belsazar, den koning van Babel, zag Daniël een droom, en gezichten zijns hoofds, op zijn leger; toen schreef hij dien droom, en hij zeide de hoofdsom der zaken.

2 Daniël antwoordde en zeide: Ik zag in mijn gezicht bij nacht, en ziet, de vier winden des hemels braken voort op de grote zee.

Er worden in Daniël 2 vier rijken genoemd: het beeld met het gouden hoofd: Babylon, de borst en de armen van zilver: Medo-Perzië, buik en dijen van koper: Griekenland, en de schenkelen van ijzer: Rome.

In Daniël 7 worden de vier rijken met vier dieren vergeleken:

3 En er klommen vier grote dieren op uit de zee, het ene van het andere verscheiden.

4 Het eerste was als een leeuw, en het had arendsvleugelen; ik zag toe, totdat zijn vleugelen uitgeplukt waren, en het werd van de aarde opgeheven, en op de voeten gesteld, als een mens, en aan hetzelve werd eens mensen hart gegeven.

Babylonië (bij de ruines van oud Babylonië kom je nogal eens leeuwen tegen).

5 Daarna, ziet, het andere dier, het tweede, was gelijk een beer, en stelde zich aan de ene zijde, en het had drie ribben in zijn muil tussen zijn tanden; en men zeide aldus tot hetzelve: Sta op, eet veel vlees.

Medo-Perzië veroverde 3 (3 ribben) belangrijkste machten:

Babel, Egypte, Lydië.

6 Daarna zag ik, en ziet, er was een ander dier, gelijk een luipaard, en het had vier vleugels eens vogels op zijn rug; ook had hetzelve dier vier hoofden, en aan hetzelve werd de heerschappij gegeven.

Een luipaard, met de snelheid, waarmee hij Griekenland veroverde (Alexander de Grote) en vier hoofden, Griekenland brak na de dood van Alexander de Grote in 4 delen uiteen.

7 Daarna zag ik in de nachtgezichten, en ziet, het vierde dier was schrikkelijk en gruwelijk, en zeer sterk; en het had grote ijzeren tanden, het at, en verbrijzelde, en vertrad het overige met zijn voeten; en het was verscheiden van al de dieren, die voor hetzelve geweest waren; en het had tien hoornen.

Romeinse rijk, ijzeren tanden, ijzersterk, hoeveelheid en het soort wapens, waarmede zij vochten. Ze waren genadeloos. De Romeinse keizer Constantijn werd "christen", en langzamerhand ging de macht in dit gebied over in de handen van de Rooms katholieke kerk, met aan het hoofd, de bisschop van Rome: de paus. Het Romeinse Rijk begon daarna steeds verder af te brokkelen. De 10 belangrijkste stammen van Europa kregen meer macht.

8 Ik nam acht op de hoornen, en ziet, een andere kleine hoorn kwam op tussen dezelve, en drie uit de vorige hoornen werden uitgerukt voor denzelven; en ziet, in dienzelven hoorn waren ogen als mensenogen, en een mond, grote dingen sprekende.

De kleine hoorn, die klein begon had in 538 de laatste van de drie hoornen uitgerukt: de Oost-Goten, en kreeg hierna veel macht.

(zij waren Arianen, net als de Vandalen en de Herulen, en Rome wilde ze van hun macht ontdoen).

9 Dit zag ik, totdat er tronen gezet werden, en de Oude van dagen Zich zette, Wiens kleed wit was als de sneeuw, en het haar Zijns hoofds als zuivere wol; Zijn troon was vuurvonken, deszelfs raderen een brandend vuur.

10 Een vurige rivier vloeide, en ging van voor Hem uit, duizendmaal duizenden dienden Hem, en tien duizendmaal tien duizenden stonden voor Hem; het gericht zette zich, en de boeken werden geopend.

11 Toen zag ik toe vanwege de stem der grote woorden, welke die hoorn sprak; ik zag toe, totdat het dier gedood, en zijn lichaam verdaan werd, en overgegeven om van het vuur verbrand te worden.

Er waren pausen die zeiden: wij bekleden op deze aarde de plaats van de Almachtige God. Behoorlijke grote woorden dus.

Hij heeft een driedubbele tiara (kroon), niet alleen aardse heerschappij, maar ook over hemel en hel.

12 Aangaande ook de overige dieren, men nam hun heerschappij weg, want verlenging van het leven was hun gegeven tot tijd en stonde toe.

13 Verder zag ik in de nachtgezichten, en ziet, er kwam Een met de wolken des hemels, als eens mensen zoon, en Hij kwam tot den Oude van dagen, en zij deden Hem voor Denzelven naderen.

14 En Hem werd gegeven heerschappij, en eer, en het Koninkrijk, dat Hem alle volken, natiën en tongen eren zouden; Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die niet vergaan zal, en Zijn Koninkrijk zal niet verdorven worden.

15 Mij Daniël werd mijn geest doorstoken in het midden van het lichaam, en de gezichten mijns hoofds verschrikten mij.

16 Ik naderde tot een dergenen, die daar stonden, en verzocht van hem de zekerheid over dit alles; en hij zeide ze mij, en gaf mij de uitlegging dezer zaken te kennen.

17 Deze grote dieren, die vier zijn, zijn vier koningen, die uit de aarde opstaan zullen.

18 Maar de heiligen der hoge plaatsen zullen dat Koninkrijk ontvangen, en zij zullen het Rijk bezitten tot in der eeuwigheid, ja, tot in eeuwigheid der eeuwigheden.

19 Toen wenste ik naar de waarheid van het vierde dier, hetwelk verscheiden was van al de andere, zeer gruwelijk, welks tanden van ijzer waren, en zijn klauwen van koper; het at, het verbrijzelde, en vertrad het overige met zijn voeten.

Vierde dier, het Romeinse rijk bestond uit ijzer, zo hard als ijzer en wapens van ijzer, borstwapenen, helmen van ijzer.

20 En aangaande de tien hoornen die op zijn hoofd waren, en den anderen, die opkwam, en voor denwelken drie afgevallen waren, namelijk dien hoorn, die ogen had, en een mond, die grote dingen sprak, en wiens aanzien groter was, dan van zijn metgezellen.

Aanzien van de paus is "groter" in de wereld dan van bijvoorbeeld een president. Hij had ook een driedubbele kroon, niet alleen politieke macht, maar ook macht over hemel en hel.

21 Ik had gezien, dat diezelve hoorn krijg voerde tegen de heiligen, en dat hij die overmocht,

In de Inquisitie zijn behoorlijk wat mensen gemarteld en der dood gebracht, waar zeker heiligen bij waren, vooral ook mensen van Gods volk, de Joodse mensen.

22 Totdat de Oude van dagen kwam, en het gericht gegeven werd aan de heiligen der hoge plaatsen, en dat de bestemde tijd kwam, dat de heiligen het Rijk bezaten.

23 Hij zeide aldus: Het vierde dier zal het vierde rijk op aarde zijn, dat verscheiden zal zijn van al die rijken, en het zal de ganse aarde opeten, en het zal dezelve vertreden, en het zal ze verbrijzelen.

Dat deed het Romeinse rijk ook.

24 Belangende nu de tien hoornen: uit dat koninkrijk zullen tien koningen opstaan, en een ander zal na hen opstaan; en dat zal verscheiden zijn van de vorigen, en het zal drie koningen vernederen.

Weer die drie stammen.

25 En het zal woorden spreken tegen den Allerhoogsten, en het zal de heiligen der hoge plaatsen verstoren, en het zal menen de tijden en de wet te veranderen, en zij zullen in deszelfs hand overgegeven worden tot een tijd, en tijden, en een gedeelte eens tijds.

 

De tijden veranderen: eerst is door de Rooms katholieke kerk de bijbelse jaartelling veranderd in Juliaanse jaartelling. Daarna in de Gregoriaanse jaartelling.

Plus zijn alle Bijbelse feesttijden veranderd in andere feestentijden, zoals Kerst, Pinksteren, Pasen, Hemelvaart enz.

In de concilie van Trente: de sabbat,  is veranderd in de "dag des Heren", dus van zaterdag naar zondag. Ook is bij de Rooms katholieke kerk het tweede gebod geheel afgeschaft. Een tijd is 360 dagen, een tijd, tijden en een gedeelte des tijds is 1260 dagen, of dus jaren: Een dag is als duizend jaar: 2 Petr.3:8.

538 tot en met 1798 (macht afgepakt door Generaal Berthier van Napoleon). Is 1260 jaar, maar de wond was dodelijk, maar herleefde weer en in 1929, toen heeft Mussolini van het Vaticaan een staatje gemaakt met eigen regering, dus religieuze macht en politieke macht.

 

Daniël 7

26 Daarna zal het gericht zitten, en men zal zijn heerschappij wegnemen, hem verdelgende en verdoende, tot het einde toe.

27 Maar het rijk, en de heerschappij, en de grootheid der koninkrijken onder den gansen hemel, zal gegeven worden den volke der heiligen der hoge plaatsen, welks Rijk een eeuwig Rijk zijn zal; en alle heerschappijen zullen Hem eren en gehoorzamen.

28 Tot hiertoe is het einde dezer rede. Wat mij Daniël aangaat, mijn gedachten verschrikten mij zeer, en mijn glans veranderde aan mij; doch ik bewaarde dat woord in mijn hart.

 

Daniël 8 vers 8-14

8 En de Geitenbok maakte zich uitermate groot; maar toen hij sterk geworden was, brak die grote hoorn, en er kwamen op aan deszelfs plaats vier aanzienlijke, naar de vier winden des hemels.

Geitenbok =Alexander de Grote (zie vers 20)

9 En uit een van die kwam voort een kleine hoorn, welke uitnemend groot werd, tegen het zuiden, en tegen het oosten, en tegen het sierlijke land.

Kwam dus voort uit een van de vier windstreken, de kleine hoorn, en inderdaad Rome spreidde zich uit tegen het zuiden, tegen het oosten en tegen het sierlijke land (Israël).

10 En hij werd groot tot aan het heir des hemels; en hij wierp er sommigen van dat heir, namelijk van de sterren, ter aarde neder, en hij vertrad ze.

 

Heir des Hemels: gerechtvaardigden. Rome vervolgde: mensen die het niet eens waren met de doctrines van de kerk en ook vooral Joden en Protestanten. Zelfs normale burgers die zich niet wilden bekeren.

11 Ja, hij maakte zich groot tot aan den Vorst diens heirs, en van Denzelven werd weggenomen het gedurig offer, en de woning Zijns heiligdoms werd nedergeworpen.

Yeshua is onze hogepriester (gedurig offer). Alleen door Zijn bemiddeling kan zonde worden vergeven, maar dit nam de Rooms katholieke kerk Hem af, de tamid, door middel van de biecht en het aanbidden van beelden of het bidden tot heiligen en Maria.

Rome verwoeste de Tempel: Woning Zijns heiligdoms nedergeworpen: het lichaam van Yeshua, volk van God.

12 En het heir werd in den afval overgegeven tegen het gedurig offer; en hij wierp de waarheid ter aarde; en deed het, en het gelukte wel.

De zuiverheid van het geloof van Yeshua werd verduisterd en de waarheid ter aarde gegooid en het lukte zeker.

13 Daarna hoorde ik een heilige spreken; en de heilige zeide tot den onbenoemde, die daar sprak: Tot hoelang zal dat gezicht van het gedurig offer en van den verwoestenden afval zijn, dat zo het heiligdom als het heir ter vertreding zal overgegeven worden?

Ik denk dat daarmee het volk van God bedoeld wordt (het heiligdom als het heir). En ik denk dat het 2300 jaar heeft geduurd voordat, met de voorbereidingen meegerekend, het volk van God zou terugkeren naar het land wat God hen gegeven had.

14 En hij zeide tot mij: Tot twee duizend en driehonderd avonden en morgens; dan zal het heiligdom gerechtvaardigd worden.

2300 Jaar na de verwoesting van de eerste tempel is het heiligdom gerechtvaardigd, de oprichting van de staat Israël.

 

Na het lezen van deze dingen was ik toch wel overtuigd van het feit dat de kerk dingen van de Bijbel had veranderd en dat hetzelfde zelfs het geval was bij de Protestantse kerken.

 

 

Verzoeking

 

Terwijl ik dit boek las, raakte ik wat het geloof betrof in de war, ik twijfelde ineens aan alles wat met de kerk te maken had. Zou ik ongewild tegen God zwaar gezondigd hebben? Dat had tot gevolg dat ik met mensen ging discussiëren over deze onderwerpen, mensen verdedigden fel hun geloofsopvattingen, en ik?  Ik ging mezelf alleen maar ellendiger voelen. Ik zocht een soort bevestiging van wat ik ging geloven. Ik ging de sabbat "houden" en op de zondag deed ik of het zaterdag was, maar kreeg verschrikkelijk veel aanvechtingen en daardoor vroeg ik mezelf af of wat ik deed wel goed was. Tegelijkertijd was ik een depressie aan het ontwikkelen door persoonlijke en maatschappelijke problemen wat tot gevolg had dat ik dagelijks ziek was. Ik begon mij zo kwetsbaar te voelen dat de mijn onzekerheid toenam over mijzelf en mijn lichaam, omdat ik me echt ziek voelde. Ik begon te twijfelen aan mijn omgeving omdat zij niet begrepen wat ik door maakte. Ik heb mezelf heel mijn leven nog niet zo alleen gevoeld (wat mensen betrof). Ik had moeite, om nog de waarde van mijn leven te voelen.

 

Door al deze gevoelens ging ik mij steeds meer richten op het geestelijke en ik zocht God steeds meer op en voelde dat Hij mij begreep en dat Hij mij steunen wilde, zoals Hij altijd al had gedaan. Voor het eerst in mijn leven kon ik alleen God vertrouwen. Ik kreeg antwoorden op vragen die ik had en kreeg daarbij zoveel bevestiging van Hem (zo voelde ik dat) dat alles in Gods woord steeds vanzelfsprekender werd en ik steeds meer de fouten ging zien van mijn geloof. Doordat ik steeds meer mijn voorgeprogrammeerde religie ging loslaten werd het makkelijker om de bijbel te lezen met een open hart en had ik het gevoel dat ik God meer ging zien om wie Hij is en vielen alle puzzelstukjes op zijn plaats. Altijd al toen ik Nederlands Hervormd was klopte er iets niet, er waren altijd gapende gaten in de theorie. Dat gevoel heb ik nu niet meer. Maar ik moet ook zeggen dat ik wel steeds meer ga zien hoe erg de wetteloosheid in de wereld is. En hoe mensen het offer wat Yeshua gebruiken om de wet te omzeilen, ook ik deed/doe dat. 

Als ik de bijbel las sprak de schrift zichzelf tegen en nu ervaar ik dit niet meer.

Dat de meeste mensen een aversie hebben tegen wat ik geloof vind ik nog steeds heel erg, maar ik heb er mee leren omgaan.

 

Hoe meer ik te weten kwam over de waarheid van de Bijbel, hoe beter het met mij ging. Ik  voelde mij eigenlijk al jaren misselijk en gespannen. Toen ik de waarheid ging toepassen in mijn leven (op een vrije en ontspannen manier) begon de depressie die ik had af te nemen, mede door medicatie die ik had gekregen, waarbij na twee weken gebruik al mijn misselijkheidklachten afnamen. De rust die ik kreeg toen mijn depressie verdwenen was, heb ik nog nooit gekend in mijn leven. Ik ben na zeker 14 jaar meer ontspannen en gelukkiger dan ooit. God is de belangrijkste in mijn leven geworden en de Zijn Heilige Geest is sindsdien nooit meer geweken, zo voel ik dat. Terugkijkend op de laatste jaren (ben ongeveer 2 jaar zwaar depressief geweest) heeft de depressie een zegenende en reinigende werking gehad op mij. Ik ben gelouterd in het vuur en er sterker eruit gekomen.

 

Zoals ook mijn psychische toestand zich wreekt op mijn lichaam, hoe ziek je jezelf door een depressie kan voelen, totaal meer tot niets in staat. Ik geloof omdat we naar het beeld van God geschapen zijn we net als God een ziel (God de Vader), een geest (Heilige Geest) en een lichaam (Yeshua) hebben. Als God lijdt door onze zonden, komen die zonden op Yeshua. Gods Ziel lijdt enorm door alle zonden van de wereld, wat moet Yeshua er slecht aan toe zijn geweest. Ik kijk alleen al naar hoe mijn lichaam er aan toe was door het lijden van mijn ziel.

Dit feit heeft mij diep geraakt.

 

Ik vertrouw God en geloof dat alles wat de Bijbel zegt waar is. Nu is Gods Woord het enige  wat nog telt. Zoals de Rooms katholieke kerk verklaart: buiten de kerk is er geen zaligheid. Ik heb in de bijbel gevonden dat het niet waar is. Bij de Protestantse kerk geloven ze volgens mij niet veel anders, want mijn oma zei al tegen mij toen ik 15 was: als je niet naar de kerk gaat, dan ga je naar de hel.