Het geheim der wetteloosheid

Profetie

Profetie in stroomversnelling deel III

Profetie in stroomversnelling deel 3

Profetie in stroomversnelling deel 3

 

Als we worden opgenomen met degenen die opgestaan zijn, stijgen we op als een arend, zweven we op de wind, gedragen door Zijn Geest en de kracht van Zijn liefde (zo zingt Remco Hakkert).

 

Het allergrootste en allermachtigste leger.

Kenmerken van een cherub.

Gods aandacht is teruggekeerd naar Israël.

Het verzegelen van de 144.000 en het loslaten van de vier winden/"paarden"

Gebeurtenissen bij het zesde zegel en de eerste vijf bazuinen.

Satan en zijn volgelingen uit de hemel geworpen

De eerste wee

Sions kinderen verwekt tegen uw kinderen o Yavan (Turkije)

De kleine hoorn...de aanval op Egypte

Het beest-rijk, het achtste rijk wat komt uit het zevende

Zij rijden op paarden

De tweede wee

De valsheid zit in de staart

Zeven plagen

Kores/Cyrus

Babylon

Juda en Jeruzalem zal worden gered...tijdens Armageddon

De derde wee..druivenoogst..Armageddon

Hij komt uit het oosten..Armageddon

De nalezing op de vier hoeken van het oogstveld...

Het grootste bruiloftfeest ooit

Samenvatting

De samenvatting van de samenvatting

 

 

Het allergrootste en allermachtigste leger

 

Wij als machtige geesten, klaar voor de strijd in de hemel. Hier in Ezechiël worden de mensen die uit de dood opstaan beschreven als een groot leger.

Ezechiël 37:10 En ik profeteerde, gelijk als Hij mij bevolen had. Toen kwam de geest in hen, en zij werden levend en stonden op hun voeten, een gans zeer groot heir.

De opstanding.

Joël 2:16 Verzamelt het volk, heiligt de gemeente, vergadert de oudsten, verzamelt de kinderkens, en die de borsten zuigen; de bruidegom ga uit zijn binnenkamer, en de bruid uit haar slaapkamer.

God verzamelt op de dag van de opstanding/opname Zijn bruid. Zij uit haar slaapkamer (uit haar leven). Yeshua verlaat zijn binnenkamer, uit het huis van Zijn vader. Yeshua zegt: In het huis van mijn Vader zijn vele woningen (volgens mij een geestenlichaam). Een geesten-lichaam wordt ook een woning genoemd, de vaders van de Nephilim (reuzen) hadden hun woonstede/geestenlichaam verlaten, het waren gevallen engelen.

Wij, de bruid vertrekt als Yeshua (Bruidegom) ons halen en Hij verlaat het "huis" van Zijn Vader, wij (de bruid) laten ons leven achter om met Hem mee te gaan. Als je je leven verliezen zal om Zijn wil, zul je het winnen, maar als je het leven wil behouden zul je het verliezen en ga je niet mee en verlies je het op de Dag des Heeren.

 

Jesaja 13:2 Heft op een banier, op een hogen berg; verheft een stem tot hen; beweegt de hand omhoog, dat zij intrekken door de deuren der prinsen.

3 Ik heb aan Mijn geheiligden bevel gegeven; ook heb Ik tot Mijn toorn geroepen Mijn helden, de vrolijken Mijner hoogheid.

4 Er is een ruisende stem op de bergen, gelijk eens groten volks; een stem van gedruis der koninkrijken, der verzamelde heidenen; de HEERE der heirscharen monstert het krijgsheir.

 

Hij heeft tot Zijn toorn opgeroepen Zijn helden, waarom? Omdat zij mee zullen vechten in de hemel als Yeshua tegen satan en zijn engelen vecht en als Hij voor Israël vecht. We worden gemonsterd, verzameld om een leger te vormen voor Hem.

Johannes 18:36

Jezus antwoordde: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld. Indien Mijn Koninkrijk van deze wereld ware, zo zouden Mijn dienaren gestreden hebben, opdat Ik den Joden niet ware overgeleverd; maar nu is Mijn Koninkrijk niet van hier.

Zijn Koninkrijk is een combinatie van een hemels en aards koninkrijk. Dit Koninkrijk komt pas bij de opstanding/opname.

 

Zacharia 10:5 En het geruis van de vleugelen der cherubs werd gehoord tot het uiterste voorhof, als de stem des almachtigen Gods, wanneer Hij spreekt.

Joël 2:2 Een dag van duisternis en donkerheid, een dag van wolken en dikke duisterheid, als de dageraad uitgespreid over de bergen; een groot en machtig volk, desgelijks van ouds niet geweest is, en na hetzelve niet meer zal zijn tot in jaren van vele geslachten.

11 En de HEERE verheft Zijn stem voor Zijn heir henen; want Zijn leger is zeer groot, want Hij is machtig, doende Zijn woord; want de dag des HEEREN is groot en zeer vreselijk, en wie zal hem verdragen?

Zo'n groot leger is er nooit geweest en zal er ook nooit meer zijn. Hij, Yeshua verheft Zijn stem voor hen heen. Hij voert hen aan. Na de opstanding en opname, een verheerlijkt lichaam. Allen vormen een groot en machtig leger. Eerst oorlog in de hemel. Daarna, als de sterren (satan en zijn aanhang) uit de hemel vallen, wordt er geroepen: Wee degenen die de aarde en de zee bewonen, want de duivel is tot u afgekomen, heeft grote toorn wetende dat hij een kleinen tijd heeft.

 

 

 

Kenmerken cherub

 

Let op, dit is een cherub door de ogen van een mens, bv ziet hij vier aangezichten, deze cherub, dit is hij: hij is mens, geest, koning en priester, hij ziet er niet echt zo uit, maar hij is deze.

-iedere cherub heeft vier gezichten: os, leeuw, arend, mens (Ezech.1:6)..

-een cherub lijkt op een mens (Ezech.1:5).

-een cherub heeft handen (daden) aan iedere zijde (zijde van het gezicht?) (Ezech.1:8).

-De afdruk van hun voet is recht, als bij een kalf, hun voeten (1) glinsteren als glad koper (oordeel)(1, hoeven)(Ezech.1:7), (hebben ze schoenen aan? nee ze hebben hoeven als paarden, maar dan niet onrein maar rein).

 

1 Hoeven Jer.47:33 Vanwege het geluid van het geklater der hoeven zijner sterke paarden, vanwege het geraas zijner wagenen, en het bulderen zijner raderen; de vaders zien niet om naar de kinderen, vanwege de slappigheid der handen;

Ezech.26:11 Hij zal met de hoeven zijner paarden al uw straten vertreden; uw volk zal hij met het zwaard doden, en elk een van de kolommen uwer sterkten zal ter aarde nederstorten.

Jes.5:28 Welker pijlen scherp zullen zijn, en al hun bogen gespannen; hunner paarden hoeven zullen als een rots geacht zijn, en hun raderen als een wervelwind.

Op.19:11 En ik zag den hemel geopend; en ziet, een wit paard, en Die op hetzelve zat, was genaamd Getrouw en Waarachtig, en Hij oordeelt en voert krijg in gerechtigheid.

Op.19:14 En de heirlegers in den hemel volgden Hem op witte paarden, gekleed met wit en rein fijn lijnwaad.

 

-worden ook wel winden (2) genoemd, deze in Ezech.1 uit het noorden en uit een wolk met bliksem (3) en glans rondom de wolk (Ezech.1:4, 2Sam.22:11), zie paarden uit Op.6, de vier zegels.

 

2 Winden Jeremia 49:36 En Ik zal de vier winden uit de vier hoeken des hemels over Elam aanbrengen, en zal hen in al diezelve winden verstrooien; en er zal geen volk zijn, waarhenen Elams verdrevenen niet zullen komen.

Jeremia 49:36 En Ik zal de vier winden uit de vier hoeken des hemels over Elam aanbrengen, en zal hen in al diezelve winden verstrooien; en er zal geen volk zijn, waarhenen Elams verdrevenen niet zullen komen.

Daniël 7:2 Daniël antwoordde en zeide: Ik zag in mijn gezicht bij nacht, en ziet, de vier winden des hemels braken voort op de grote zee.

Mattheus 7:25

En er is slagregen nedergevallen, en de waterstromen zijn gekomen, en de winden hebben gewaaid, en zijn tegen hetzelve huis aangevallen, en het is niet gevallen, want het was op de steenrots gegrond.

Mattheus 8:27

En de mensen verwonderden zich, zeggende: Hoedanig een is Deze, dat ook de winden en de zee Hem gehoorzaam zijn!

Openbaring 7:1

En na dezen zag ik vier engelen staan op de vier hoeken der aarde, houdende de vier winden der aarde, opdat geen wind zou waaien op de aarde, noch op de zee, noch tegen enigen boom.

 

3 Bliksem Zacharia 9:14

En de HEERE zal over henlieden verschijnen, en Zijn pijlen zullen uitvaren als een bliksem; en de Heere HEERE zal met de bazuin blazen, en Hij zal voorttreden met stormen uit het zuiden.

Mattheus 24:27

Want gelijk de bliksem uitgaat van het oosten, en schijnt tot het westen, alzo zal ook de toekomst van den Zoon des mensen wezen.

Mattheus 28:3

En zijn gedaante was gelijk een bliksem, en zijn kleding wit gelijk sneeuw.

Lukas 10:18

En Hij zeide tot hen: Ik zag den satan, als een bliksem, uit den hemel vallen.

 

-worden ook wel bomen genoemd (Ezech.31).

-onder de cherub is een rad (4), een wiel in een wiel en die waren hoog en zaten vol ogen rondom (Ezech.1:16,18)

 

4 Rad Jer.47:33 Vanwege het geluid van het geklater der hoeven zijner sterke paarden, vanwege het geraas zijner wagenen, en het bulderen zijner raderen; de vaders zien niet om naar de kinderen, vanwege de slappigheid der handen;

Jes.5:28 Welker pijlen scherp zullen zijn, en al hun bogen gespannen; hunner paarden hoeven zullen als een rots geacht zijn, en hun raderen als een wervelwind.

 

-de kleur van zo'n rad was als de kleur van tukoois-steen, turquoise of geelachtig (Ezech.1:16).een cherub heeft vier vleugels, zij maken een geluid van vele

wateren (5)

 

5 Wateren Openbaring 1:15

En Zijn voeten waren blinkend koper gelijk, en gloeiden als in een oven; en Zijn stem als een stem van vele wateren.

Ezechiël 43:2

En ziet, de heerlijkheid des Gods van Israël kwam van den weg naar het oosten; en Zijn stem was als het geruis van vele wateren, en de aarde werd verlicht van Zijn heerlijkheid.

Ezechiël 1:24

En als zij gingen, hoorde ik een geruis hunner vleugelen, als het geruis van vele wateren, als de stem des Almachtigen, als de stem eens geroeps, als het gedreun eens heirlegers; als zij stonden, zo lieten zij hun vleugelen neder.

 

-als de stem van de Almachtige, geluid als van een leger. Als zij niet bewogen, (dat was als zij een stem hoorden van boven het uitspansel) waren hun vleugels naar beneden. Hun gedaante was als brandende kolen (6)van vuur, als een gedaante van fakkelen (6),

 

6 Kolen/fakkelen Op.8:5 En de engel nam het wierookvat, en vulde dat met het vuur des altaars, en wierp het op de aarde; en er geschiedden stemmen, en donderslagen, en bliksemen, en aardbeving.

Leviticus 16:12 Hij zal ook een wierookvat vol vurige kolen nemen van het altaar, van voor het aangezicht des HEEREN, en zijn handen vol reukwerk van welriekende specerijen, klein gestoten; en hij zal het binnen den voorhang dragen.

Daniël 10:6

En Zijn lichaam was gelijk een turkoois, en Zijn aangezicht gelijk de gedaante des bliksems, en Zijn ogen gelijk vurige fakkelen, en Zijn armen en Zijn voeten gelijk de verf van gepolijst koper; en de stem Zijner woorden was gelijk de stem ener menigte.

Nahum 2:3

De schilden zijner helden zijn rood gemaakt, de kloeke mannen zijn scharlakenvervig; de wagens zijn in het vuur der fakkelen, ten dage als hij zich bereidt; en de spiesen worden geschud.

4 De wagens razen door de wijken, zij lopen ginds en weder op de straten; hun gedaanten zijn als der fakkelen, zij lopen door elkander henen als de bliksemen.

 

-bliksems gingen van de één naar de ander, als zij bewogen zag je bliksem als ze heen en terug gingen (Ezech 1:13,14,24).

-Boven het uitspansel leek een troon te zijn, blauw en die daarop zat leek op een mens, vuur en glans was op hem, een regenboog boven de troon (Ezech.1:2627)

-Ze lijken in groepen van vier te komen, tussen hen zijn vurige kolen, net als bij een reukaltaar (Ezech.1:5).

-Twee vleugelen (7) van de vier raakten elkaar, twee vleugels bedekten hun lichaam en als ze gingen keerden ze zich niet om, maar gingen de kant op welke de geest wilde gaan,

 

7 Vleugelen Exodus 19:4

Gijlieden hebt gezien, wat Ik den Egyptenaren gedaan heb; hoe Ik u op vleugelen der arenden gedragen, en u tot Mij gebracht heb.

Deuteronomium 32:11

Gelijk een arend zijn nest opwekt, over zijn jongen zweeft, zijn vleugelen uitbreidt, ze neemt en ze draagt op zijn vlerken;

2 Samuël 22:11

En Hij voer op een cherub, en vloog, en werd gezien op de vleugelen des winds.

Psalmen 104:3

Die Zijn opperzalen zoldert in de wateren, Die van de wolken Zijn wagen maakt, Die op de vleugelen des winds wandelt.

Jesaja 40:31

Maar dien den HEERE verwachten, zullen de kracht vernieuwen; zij zullen opvaren met vleugelen, gelijk de arenden; zij zullen lopen, en niet moede worden; zij zullen wandelen, en niet mat worden.

Jeremia 49:22

Ziet, hij zal opkomen en snel vliegen, als een arend, en zijn vleugelen over Bozra uitbreiden; en het hart van Edoms helden zal te dien dage wezen, als het hart ener vrouw, die in nood is.

Openbaring 12:14

En der vrouwe zijn gegeven twee vleugelen eens groten arends, opdat zij zou vliegen in de woestijn, in haar plaats, alwaar zij gevoed wordt een tijd, en tijden, en een halven tijd, buiten het gezicht der slang.

 

-de geest welke in de wielen(8) (raderen) was, dus (Ezech.1:9), dus de leeuw komt uit het oosten (Juda), de os komt uit het westen (Efraim). De arend komt uit het noorden (Dan). De mens komt uit het zuiden (Ruben).

-Naast ieder schepsel was een wiel (8) op de aarde, dus de wielen lijken aan de buitenkant van de vier cherubs te zijn en er lijkt een wiel in een wiel te zijn. Als deze omhoog ging de cherub mee (Ezech.1:15,16,19).

 

8 wiel/wagen 2Kon.2:11 En het gebeurde, als zij voortgingen, gaande en sprekende, ziet, zo was er een vurige wagen met vurige paarden, die tussen hen beiden scheiding maakten. Alzo voer Elia met een onweder ten hemel.

 

-Boven hun hoofden, het uitspansel had de kleur van kristal (9) , onder dit waren hun vleugels uitgestrekt en raakten elkaar (Ezech.1:22).

9 kristal Op. 4:6 En voor den troon was een glazen zee, kristal gelijk. En in het midden des troons, en rondom den troon, vier dieren, zijnde vol ogen van voren en van achteren.

 

-de dieren/levende wezens in Openbaring rondom de troon hebben zes vleugels, Ezechiël beschrijft er vier bij de cherub.

-de vier om de troon in Openbaring hebben één gezicht er is er dus één met het gezicht en een arend (Elia?), os (Mozes?), mens (Jozef?) en leeuw (David), in Ezechiël heeft iedere cherub 4 gezichten.

Deze cherubs zijn denk ik serafs omdat ze zes vleugels hebben en ze roepen: heilig, heilig, heilig.

Jesaja 6:2 De serafs stonden boven Hem; een iegelijk had zes vleugelen; met twee bedekte ieder zijn aangezicht, en met twee bedekte hij zijn voeten, en met twee vloog hij.

3 En de een riep tot den ander, en zeide: Heilig, heilig, heilig is de HEERE der heirscharen! De ganse aarde is van Zijn heerlijkheid vol!

Op.5:6 En voor den troon was een glazen zee, kristal gelijk. En in het midden des troons, en rondom den troon, vier dieren, zijnde vol ogen van voren en van achteren.

7 En het eerste dier was een leeuw gelijk, en het tweede dier een kalf gelijk, en het derde dier had het aangezicht als een mens, en het vierde dier was een vliegenden arend gelijk.

8 En de vier dieren hadden elkeen voor zichzelven zes vleugelen rondom, en waren van binnen vol ogen; en hebben geen rust dag en nacht, zeggende: Heilig, heilig, heilig is de Heere God, de Almachtige, Die was, en Die is, en Die komen zal.

9 En wanneer de dieren heerlijkheid, en eer, en dankzegging gaven Hem, Die op den troon zat, Die in alle eeuwigheid leeft;

 

3 Oogsten: gersteoogst, tarweoogst, druiven(fruit)oogst.

Deze oogsten bestaan uit drie delen: eerstelingen, grote oogst en nalezingen.

 

Eerstelingen gersteoogst, Yeshua en die gelijk na Hem opstonden, die in Jeruzalem waren gezien.

 

Bij alle opnames/opstandingen komen er meer gemonsterden bij zijn leger. Dit gaat meestal gepaard met een aardbeving:

 

 

Opstanding en opname, de grote Gersteoogst

 

 

6:12 En ik zag, toen Het het zesde zegel geopend had, en ziet, er werd een grote aardbeving; en de zon werd zwart als een haren zak, en de maan werd als bloed.

13 En de sterren des hemels vielen op de aarde, gelijk een vijgeboom zijn onrijpe vijgen afwerpt, als hij van een groten wind geschud wordt.

8:5 En de engel nam het wierookvat, en vulde dat met het vuur des altaars, en wierp het op de aarde; en er geschiedden stemmen, en donderslagen, en bliksemen, en aardbeving.

 

 

Nalezingen van de Gersteoogst

 

Bewust genoemd, troost voor degenen die de opname gemist hebben.

7:14 En ik sprak tot hem: Heere, gij weet het. En hij zeide tot mij: Dezen zijn het, die uit de grote verdrukking komen; en zij hebben hun lange klederen gewassen, en hebben hun lange klederen wit gemaakt in het bloed des Lams.

15 Daarom zijn zij voor den troon van God, en dienen Hem dag en nacht in Zijn tempel; en Die op den troon zit, zal hen overschaduwen.

 

 

style='font-family:Tahoma'> style='font-family:Tahoma'>

Opstanding twee getuigen en een opname van de 144.000 Eerstelingen van de Tarweoogst

 

 

Twee getuigen staan op: 11:12 En zij hoorden een grote stem uit den hemel, die tot hen zeide: Komt herwaarts op. En zij voeren op naar den hemel in de wolk; en hun vijanden aanschouwden hen.

11:13 En in diezelfde ure geschiedde een grote aardbeving, en het tiende deel der stad is gevallen, en er zijn in de aardbeving gedood zeven duizend namen van mensen, en de overigen zijn zeer bevreesd geworden, en hebben den God des hemels heerlijkheid gegeven.

 

144.000 verzegelden 11:19 En de tempel Gods in de hemel is geopend geworden, en de ark Zijns verbonds is gezien in Zijn tempel; en er werden bliksemen, en stemmen, en donderslagen, en aardbeving, en grote hagel.

 

 

 

14:1 En ik zag, en ziet, het Lam stond op den berg Sion, en met Hem honderd vier en veertig duizend, hebbende den Naam Zijns Vaders geschreven aan hun voorhoofden.

 

2 En ik hoorde een stem uit den hemel, als een stem veler wateren, en als een stem van een groten donderslag. En ik hoorde een stem van citerspelers, spelende op hun citers;

3 En zij zongen als een nieuw gezang voor den troon, en voor de vier dieren, en de ouderlingen; en niemand kon dat gezang leren, dan de honderd vier en veertig duizend, die van de aarde gekocht waren.

 

Tarweoogst voornamelijk Israël

16:18 En er geschiedden stemmen, en donderslagen, en bliksemen; en er geschiedde een grote aardbeving, hoedanige niet is geschied van dat de mensen op de aarde geweest zijn, namelijk een zodanige aardbeving en zo groot.

 

Nalezing van de tarwe-oogst van de vier hoeken van het oogstveld: Zie Mattheus 24:31

 

 

 

 

Gods aandacht is teruggekeerd naar Israël.

 

Na de opstanding/opname keert God Zijn aandacht terug naar Israël. Israël wordt maar kort gekastijd. Nee, ik verwacht niet dat het zo zal zijn, zoals in het jaar 70. Natuurlijk wordt Israël gekastijd, maar voordat God hiermee begint, giet hij bij de opstanding/opname zijn Geest uit over Israël en de hele aarde. Velen zullen God zoeken en God zal hen verzegelen met Zijn Heilige Geest en zullen eeuwig leven in zichzelf hebben.

 

Efeziërs 1

13 In Welken ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte;

14 Die het onderpand is van onze erfenis, tot de verkregene verlossing, tot prijs Zijner heerlijkheid.

 

Efeziërs 4:30

En bedroeft den Heiligen Geest Gods niet, door Welken gij verzegeld zijt tot den dag der verlossing.

 

Efeziërs 2:21 Op Welken het gehele gebouw, bekwamelijk samengevoegd zijnde, opwast tot een heiligen tempel in den Heere; 22 Op Welken ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in den Geest.

 

Verzegeld met de Heilige Geest, het onderpand van onze erfenis.

 

God zal Israël niet helemaal onschuldig houden, Hij zal ze kastijden met mate, dus kort straffen, Hij zal met hen geen voleinding maken.

 

Ezechiël 7:8 Nu zal Ik in kort Mijn grimmigheid over u uitgieten, en Mijn toorn tegen u volbrengen, en u richten naar uw wegen, en zal op u brengen al uw gruwelen.

 

Jeremia 30:11 Want Ik ben met u, spreekt de HEERE, om u te verlossen; want Ik zal een voleinding maken met al de heidenen, waarhenen Ik u verstrooid heb; maar met u zal Ik geen voleinding maken; maar Ik zal u kastijden met mate, en u niet gans onschuldig houden.

 

Zacharia 1:16 Daarom zegt de HEERE alzo: Ik ben tot Jeruzalem wedergekeerd met ontfermingen; Mijn huis zal daarin gebouwd worden, spreekt de HEERE der heirscharen, en het richtsnoer zal over Jeruzalem uitgestrekt worden.

 

 

In deel 2 van profetie in stroomversnelling hadden we het over de vier straffen die zijn aangekondigd, de vier zegelen, de vier paarden, de vier winden. Maar voordat de paarden losgelaten worden in hoofdstuk 7 van Openbaring worden eerst de 12 stammen van Israël verzegeld.

 

 

 

Het verzegelen van de 144.000 en het loslaten van de vier winden/"paarden"

 

 

In Zacharia 1 wordt er over de vier winden gesproken, zij hebben het land doorwandeld en het is nog stil. God zegt dat Zijn ontfermingen naar Jeruzalem zijn wedergekeerd en dat Hij Zijn Jeruzalem zal opmeten, Zijn volk meten om te kijken wie er verzegeld moeten worden.

 

Zacharia 1

7 Op den vier en twintigsten dag, in de elfde maand (dat zou in 2021 op 6 februari vallen)(die de maand Schebat is), in het tweede jaar van Darius, geschiedde het woord des HEEREN tot Zacharia, den zoon van Berechja, den zoon van Iddo, den profeet, zeggende:

8 Ik zag des nachts, en ziet, een Man rijdende op een rood paard, en Hij stond tussen de mirten, die in de diepte waren; en achter Hem waren rode, bruine en witte paarden.

9 En Ik zeide: Mijn Heere! wat zijn deze? Toen zeide tot mij de Engel, Die met mij sprak: Ik zal u tonen, wat deze zijn.

10 Toen antwoordde de Man, Die tussen de mirten stond, en zeide: Deze zijn het, die de HEERE uitgezonden heeft, om het land te doorwandelen.

11 En zij antwoordden den Engel des HEEREN, Die tussen de mirten stond, en zeiden: Wij hebben het land doorwandeld, en ziet, het ganse land zit en het is stil.

12 Toen antwoordde de Engel des HEEREN, en zeide: HEERE der heirscharen! hoe lang zult Gij U niet ontfermen over Jeruzalem, en over de steden van Juda, op welke Gij gram geweest zijt, deze zeventig jaren?

13 En de HEERE antwoordde den Engel, Die met mij sprak, goede woorden, troostelijke woorden.

14 En de Engel, Die met mij sprak, zeide tot mij: Roep uit, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ik ijver over Jeruzalem en over Sion met een groten ijver.

15 En Ik ben met een zeer groten toorn vertoornd tegen die geruste heidenen; want Ik was een weinig toornig, maar zij hebben ten kwade geholpen.

16 Daarom zegt de HEERE alzo: Ik ben tot Jeruzalem wedergekeerd met ontfermingen; Mijn huis zal daarin gebouwd worden, spreekt de HEERE der heirscharen, en het richtsnoer zal over Jeruzalem uitgestrekt worden.

17 Roep nog, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Mijn steden zullen nog uitgespreid worden vanwege het goede; want de HEERE zal Sion nog troosten, en Hij zal Jeruzalem nog verkiezen.

 

In Openbaring 6 met het vijfde zegel (dat is na de vier paarden) worden de zielen onder het altaar getoond, zij roepen om gerechtigheid, zij krijgen witte klederen en er wordt verteld dat zij nog even moeten wachten.

Maar zodra de maat vol is begint de Dag des Heeren. Als de maat vol raakt wordt hier in Openbaring 8 beschreven:

 

8:1 En toen Het het zevende zegel geopend had, werd er een stilzwijgen in den hemel, omtrent van een half uur.

Een stilzwijgen van een half uur, als een jaar een dag is, dan is er ongeveer een week stilzwijgen. Noach moest een week voordat het ging regenen al de ark in. Het regende 40 dagen en het water bleef 150 dagen op de aarde. Bij de bazuinen komt er ook een 150 dagen periode.

8:2 En ik zag de zeven engelen, die voor God stonden; en hun werden zeven bazuinen gegeven.

8:3 En er kwam een andere engel, en stond aan het altaar, hebbende een gouden wierookvat; en hem werd veel reukwerks gegeven, opdat hij het met de gebeden aller heiligen zou leggen op het gouden altaar, dat voor den troon is.

8:4 En de rook des reukwerks, met de gebeden der heiligen, ging op van de hand des engels voor God.

8:5 En de engel nam het wierookvat, en vulde dat met het vuur des altaars, en wierp het op de aarde; en er geschiedden stemmen, en donderslagen, en bliksemen, en aardbeving.

Dit doet mij denken aan de zielen onder het altaar bij het vijfde zegel. Zoals ik al eerder zei, ik geloof dat Openbaring 8, met de eerste vijf bazuinen een soort van close up zijn van de van de vijfde en zesde zegel. Dus dit gedeelte over het reukwerk enz. is een close-up van het vijfde zegel, maar er wordt nog meer onthuld.

 

Het wierookvat werd gevuld met vuur uit het (denk het reukoffer-)altaar, waar de zielen onder zitten en werd op de aarde geworpen. Hun gebed, een uiting van vuur, vurige gebeden. God heeft de gebeden verhoord, de geur van het reukwerk geroken, de klaagzangen van de zielen onder het altaar. Zijn reactie op hen. Wat er gebeurt bij het zesde zegel wordt hierna duidelijker ingevuld bij de eerste vier bazuinen.

 

Maar voordat de Dag des Heeren begint worden eerst 144.000 mensen uit Israël verzegeld:

Openbaring 7:1 En na dezen zag ik vier engelen staan op de vier hoeken der aarde, houdende de vier winden der aarde, opdat geen wind zou waaien op de aarde, noch op de zee, noch tegen enigen boom.

In hoofdstuk 7, de vier engelen die de vier winden der aarde vasthouden uit hoofdstuk 6 zijn nog niet losgelaten. (de paarden, de witte, rode, zwarte, gevlekte). Dit zijn cherubs. Er zijn cherubs die gevallen zijn en cherubs die naar Gods stem horen.

7:2 En ik zag een anderen engel opkomen van den opgang der zon (deze komt uit het oosten, de leeuw?), hebbende het zegel des levenden Gods; en hij riep met een grote stem tot de vier engelen (paarden), welke macht gegeven was de aarde en de zee (mensenmassa) te beschadigen,

7:3 Zeggende: Beschadigt de aarde niet, noch de zee, noch de bomen, totdat wij de dienstknechten onzes Gods zullen verzegeld hebben aan hun voorhoofden.

Dus eerst de dienstknechten van God moeten verzegeld worden.

Zie ook:

Openbaring 9:4 En hun (de paarden, de vier winden) werd gezegd, dat zij het gras der aarde niet zouden beschadigen, noch enige groente, noch enigen boom, dan de mensen alleen, die het zegel Gods aan hun voorhoofden niet hebben.

Beschadigen is eigenlijk dodelijk verwonden, als je naar de originele betekenis kijkt.

Hier in Ezechiël worden ook mensen verzegeld, die ontzien moeten worden.

Ezechiel 9

1 Daarna riep Hij voor mijn oren met luider stem, zeggende: Doet de opzieners der stad naderen, en elkeen met zijn verdervend wapen in zijn hand.

2 En ziet, zes mannen kwamen van den weg der Hoge poort, die gekeerd is naar het noorden, en elkeen met zijn verpletterend wapen in zijn hand; en een man in het midden van hen was met linnen bekleed, en een schrijvers-inktkoker was aan zijn lenden; en zij kwamen in, en stonden bij het koperen altaar.

3 En de heerlijkheid des Gods van Israël hief zich op van den cherub, waarop Hij was, tot den dorpel van het huis; en Hij riep tot den man, die met linnen bekleed was, die de schrijvers-inktkoker aan zijn lenden had.

4 En de HEERE zeide tot hem: Ga door, door het midden der stad, door het midden van Jeruzalem, en teken een teken op de voorhoofden der lieden, die zuchten en uitroepen over al die gruwelen, die in het midden derzelve gedaan worden.

5 Maar tot die anderen zeide Hij voor mijn oren: Gaat door, door de stad achter hem, en slaat, ulieder oog verschone niet, en spaart niet!

6 Doodt ouden, jongelingen en maagden, en kinderkens en vrouwen, tot verdervens toe; maar genaakt aan niemand, op denwelken het teken is, en begint van Mijn heiligdom. En zij begonnen van de oude mannen, die voor het huis waren.

11 En ziet, de man, die met linnen bekleed was, aan wiens lenden de inktkoker was, bracht bescheid weder, zeggende: Ik heb gedaan, gelijk als Gij mij geboden hadt.

 

Openbaring 7:4 En ik hoorde het getal dergenen, die verzegeld waren: honderd vier en veertig duizend waren verzegeld uit alle geslachten der kinderen Israëls.

7:5 Uit het geslacht van Juda waren twaalf duizend verzegeld; uit het geslacht van Ruben waren twaalf duizend verzegeld; uit het geslacht van Gad waren twaalf duizend verzegeld;

7:6 Uit het geslacht van Aser waren twaalf duizend verzegeld; uit het geslacht van Nafthali waren twaalf duizend verzegeld; uit het geslacht van Manasse waren twaalf duizend verzegeld;

7:7 Uit het geslacht van Simeon waren twaalf duizend verzegeld; uit het geslacht van Levi waren twaalf duizend verzegeld; uit het geslacht van Issaschar waren twaalf duizend verzegeld;

7:8 Uit het geslacht van Zebulon waren twaalf duizend verzegeld; uit het geslacht van Jozef waren twaalf duizend verzegeld; uit het geslacht van Benjamin waren twaalf duizend verzegeld.

 

 

In hoofdstuk 11 van Openbaring beschreven hoe Zijn gemeente (Dat is iedereen die gelooft in Zijn Zoon, van alle tijden), die met de opname meegaan, zij die in het heilige en heilige der heilige zijn, Zijn Tempel/Jeruzalem opgemeten wordt.

 

Openbaring 11: 1 En mij werd een rietstok gegeven, een meetroede gelijk; en de engel stond en zeide: Sta op, en meet den tempel Gods en het altaar, en degenen, die daarin aanbidden.

Er wordt gekeken wie God kent en of God hen kent (niet zij die heilig zijn, want dat kan niet), maar zij die zonde vreselijk vinden, ook die van zichzelf), zij zijn al verzegeld met de Heilige Geest.

11:2 En laat het voorhof uit, dat van buiten den tempel is, en meet dat niet, want het is den heidenen gegeven; en zij zullen de heilige stad vertreden twee en veertig maanden.

Alleen zij die tot Zijn Tempel/gemeente gerekend worden, de rest hoeft niet gemeten/geteld te worden.

Zij die in de tempel van de Heere zijn (oftewel Zijn heilige Geest hebben) worden "gemeten" en zijn al verzegeld, de voorhof niet, zij kennen God niet echt en God kent hen niet echt, de rest van de mensen, worden vertreden door de heidenen, zij gaan de grote verdrukking/Dag des Heeren in. Na het verzegelen van de 144.000 en het opmeten van Zijn tempel worden de paarden/winden losgelaten.

 

Dan wordt er gesproken over de twee getuigen die de macht hebben de aarde te slaan met plagen (wateren in bloed te veranderen (Mozes) en de hemel te sluiten zodat het niet regent (Elia), dezen worden daarna gedood en na drie en een halve dag staan zij op uit de dood en varen zij naar de hemel.

Later als de 144.000 worden opgenomen in de hemel staan zij voor de troon (hfst 14).

 

Dan kondigen engelen gebeurtenissen aan:

       Het evangelie zal worden verkondigd.

       Dat Babylon zal vallen.

       Dat je de het beest niet moet volgen en zijn merkteken niet aan moet nemen.

 

Dan wordt er gesproken over de lijdzaamheid van de gelovigen (volhouden in de strijd en geduldig zijn) zij bewaren de geboden van God en het geloof in Yeshua.

In de grote verdrukking/Dag des Heeren zijn de doden die in de Heere sterven zalig. Ja de doden. Want net als de twee getuigen hoeven ze, denk ik, na hun sterven niet lang in het graf te liggen, maar zullen voor de troon staan en niet als een ziel onder het altaar te verblijven. Natuurlijk zullen er ook gelovigen uit alle naties behouden zijn. Dat is een belofte en een troost voor degenen die niet in de opname zijn meegegaan.

 

Openbaring 7:15 Daarom zijn zij voor den troon van God, en dienen Hem dag en nacht in Zijn tempel; en Die op den troon zit, zal hen overschaduwen.

7:16 Zij zullen niet meer hongeren, en zullen niet meer dorsten, en de zon zal op hen niet vallen, noch enige hitte.

7:17 Want het Lam, Dat in het midden des troons is, zal hen weiden, en zal hun een Leidsman zijn tot levende fonteinen der wateren; en God zal alle tranen van hun ogen afwissen.

 

Openbaring 14:12 Hier is de lijdzaamheid der heiligen; hier zijn zij, die de geboden Gods bewaren en het geloof van Jezus.

14:13 En ik hoorde een stem uit den hemel, die tot mij zeide: Schrijf, zalig zijn de doden, die in den Heere sterven, van nu aan. Ja, zegt de Geest, opdat zij rusten mogen van hun arbeid; en hun werken volgen met hen.

 

Lijdzaam zijn en de geboden Gods bewaren en het geloof in Yeshua dan zal:

Lukas 21

18 Doch niet een haar uit uw hoofd zal verloren gaan (tweede dood).

19 Bezit uw zielen in uw lijdzaamheid.

Het volgende tekst is weer een voorbeeld van een slechte vertaling:

Op.13:10 Indien iemand in de gevangenis leidt, die gaat zelf in de gevangenis; indien iemand met het zwaard zal doden, die moet zelf met het zwaard gedood worden. Hier is de lijdzaamheid en het geloof der heiligen.

Als je het hier in de statenvertaling leest, dan slaat de laatste zin nergens op. Maar bij de volgende vertaling:

Holman Christian Standard Bible

If anyone is destined for captivity, into captivity he goes. If anyone is to be killed with a sword, with a sword he will be killed. This demands the perseverance and faith of the saints.

Vertaling: Als het lot van iemand bepaalt dat hij in gevangenschap gaat, gaat hij in gevangenschap, als iemand door het zwaard zal worden gedood, met het zwaard zal hij worden gedood. Dit vraagt volharding/lijdzaamheid en geloof.

Nu slaat die zin ergens op.

 

Gebeurtenissen bij het zesde zegel en de eerste vijf bazuinen

Zesde zegel wordt uitvoerig besproken bij deel 2 van profetie in stroomversnelling.

 

Ik denk dat de eerste vijf bazuinen een soort close-up zijn van het zesde zegel, Johannes ziet ineens meer detail.

 

Openbaring 8:6 En de zeven engelen, die de zeven bazuinen hadden, bereidden zich om te bazuinen.

8:7 En de eerste engel heeft gebazuind, en er is geworden hagel en vuur, gemengd met bloed, en zij zijn op de aarde geworpen; en het derde deel der bomen is verbrand, en al het groene gras is verbrand.

 

Joël 1: 19 Tot U, o HEERE! roep ik; want een vuur heeft de weiden der woestijn verteerd, en een vlam heeft alle bomen des velds aangestoken.

20 Ook schreeuwt elk beest des velds tot U; want de waterstromen zijn uitgedroogd, en een vuur heeft de weiden der woestijn verteerd.

De vernietiging weer beschreven, een supervulkaan-event. Hagel en vuur wordt ook beschreven in Ezechiël 38:

Ezechiël 38 Gog en Magog

21 Het zwaard (niet een zwaard, maar het zwaard, Gods volk is Zijn zwaard) zal Ik tegen u in de strijd roepen, zegt de Oppermachtige HERE, en in een dodelijke strijd zult u elkaar bevechten!

22 Ik zal u bestrijden met het zwaard, ziekten, grote regenbuien, enorme hagelstenen, vuur en zwavel! 23 Op die manier zal Ik mijn grootheid en heiligheid tonen en mijn naam eer aandoen en alle volken ter wereld zullen horen wat Ik heb gedaan en weten dat Ik de HERE ben.

Op. 8:8 En de tweede engel heeft gebazuind, en er werd iets als een grote berg, van vuur brandende, in de zee geworpen; en het derde deel der zee is bloed geworden.

Als er iets, wat lijkt op een berg, in zee geworpen wordt, duidt het misschien op een deel van een vulkaan die in zee is afgegleden is en er een grote tsunami is ontstaan. Misschien stroomt er lava de zee in, welke het leven in de zee doodt. Of giftige gassen en as, een pyroclastische wolk. Of een meteoriet.

Maar een berg is ook een rijk, Egypte? Maar er staat: iets als een grote berg. Als datgene in de zee terecht komt wordt het derde deel van de zee bloed, er sterft een deel.

Wat ook zou kunnen dat een berg (rijk) zich op de zee (de naties) werpt in de zin van oorlog op een natie.

 

Jeremia 51:25 Ziet, Ik wil aan u, gij verdervende berg! spreekt de HEERE, gij, die de ganse aarde verderft, en Ik zal Mijn hand tegen u uitstrekken, en u van de steenrotsen afwentelen, en zal u stellen tot een berg des brands.

 

Openbaring 8:9 En het derde deel der schepselen in de zee, die leven hadden, is gestorven; en het derde deel der schepen is vergaan.

Zefanja 1

2 Ik zal ganselijk alles wegrapen uit dit land, spreekt de HEERE.

3 Ik zal wegrapen mensen en beesten; Ik zal wegrapen de vogelen des hemels, en de vissen der zee, en de ergernissen met de goddelozen; ja, Ik zal de mensen uit dit land uitroeien, spreekt de HEERE.

 

Bijvoorbeeld een de pyroclastische wolk die over zee raast (Een pyroclastische stroom of gloedwolk is een van de verwoestende effecten van een vulkaanuitbarsting. De golven bestaan uit vaste of half vloeibare lava, gas, rotsen en as, die over land of zee razen).

 

 

Satan en zijn engelen uit de hemel op aarde geworpen

 

Zacharia 3:13 Zwijg, alle vlees, voor het aangezicht des HEEREN! want Hij is ontwaakt uit Zijn heilige woning.

Mat.24:27 Want gelijk de bliksem uitgaat van het oosten, en schijnt tot het westen, alzo zal ook de toekomst van den Zoon des mensen wezen.

28 Want alwaar het dode lichaam zal zijn, daar zullen de arenden vergaderd worden.

Bliksem is zichtbaar als een geest/cherub beweegt, waar Yeshua (lichaam) is, daar zullen we als geesten (arenden) verzameld worden. En dan zullen we met Yeshua als machtige geesten de satan met zijn gevallen engelen uit de hemel werpen.

 

Openbaring 8:10 En de derde engel heeft gebazuind, en er is een grote ster, brandende als een fakkel, gevallen uit den hemel, en is gevallen op het derde deel der rivieren, en op de fonteinen der wateren.

 

Satan die uit de hemel geworpen wordt in de geestenwereld en tegelijkertijd misschien als een meteoriet in de materiële wereld, die op de aarde terecht komt. Hij krijgt invloed op de gedachten van mensen, op de dwalingen van religie, niet bepaald levend water.

 

Openbaring 6

12 En ik zag, toen Het het zesde zegel geopend had, en ziet, er werd een grote aardbeving; en de zon werd zwart als een haren zak, en de maan werd als bloed.

13 En de sterren des hemels vielen op de aarde, gelijk een vijgeboom zijn onrijpe vijgen afwerpt, als hij van een groten wind geschud wordt.

 

Op de dag van cataclysmische rampen wordt satan uit de hemel geworpen en heeft een sleutel van de afgrond waaruit gevallen engelen worden losgelaten.

 

Jesaja 24 Het Boek

1 Kijk! De HERE maakt de aarde weer leeg; Hij vernielt haar. Hij verandert haar aanzien en verstrooit wie daarop wonen.

3 De aarde zal verlaten en leeggeroofd zijn. De HERE heeft gesproken.

4-5 De aarde lijdt onder de zonden van haar inwoners. De grond verarmt, de gewassen verdorren en de wolken weigeren regen te geven. De wereld is ontwijd door misdaden; haar bewoners hebben Gods wetten verdraaid en Zijn eeuwige geboden niet gehoorzaamd.

6 Daarom rust Gods vloek op hen; zij worden aan de vertwijfeling overgelaten en de aanhoudende droogte vernietigt hen. Slechts enkelen zullen het overleven.

9 De blijdschap van wijn en zang zijn niet meer; de sterke drank geeft een bittere smaak in de mond.

10 De stad is een chaos; alle huizen en winkels zijn afgesloten om plunderaars buiten te houden.

11 In de straten vormen zich benden die om wijn roepen; de vreugde is vrijwel helemaal verdwenen en de blijdschap is uit het land verbannen.

18 Als u angstig vlucht, zult u in een kuil vallen en als u uit die kuil weet te vluchten, zult u in een val lopen, want de vernietiging valt vanuit de hemelen op u; de aarde schokt onder uw voeten.

19 De aarde wankelt gevaarlijk, alles is verloren en verward.

20 De aarde zwaait heen en weer als een dronkaard en schudt als een tent in een storm. Zij valt en zal niet meer opstaan, want de zonden drukken als een zware last op haar.

(Statenvertaling:19 De aarde zal ganselijk verbroken worden, de aarde zal ganselijk vaneen gescheurd worden, de aarde zal ganselijk bewogen worden.

20 De aarde zal ganselijk waggelen, gelijk een dronkaard, en zij zal heen en weder bewogen worden, gelijk een nachthut; en haar overtreding zal zwaar op haar zijn, en zij zal vallen, en niet weder opstaan).

21 Die dag zal de HERE de gevallen engelen in de hemel straffen, evenals de trotse heersers van de landen van de wereld.

Op die dag van cataclysmische rampen wordt de satan uit de hemel geworpen. Daarna worden ook de heersers van de wereld gestraft op de Dag des Heeren/bestemde tijd, waarschijnlijk een jaar.

22 Zij zullen worden opgesteld als gevangenen en in een kerker worden opgesloten tot zij zijn berecht en veroordeeld.

23 Dan zal de HERE van de hemelse legers Zijn troon op de berg Sion zetten en glorieus regeren in Jeruzalem. Voor de ogen van alle oudsten van Zijn volk zal daar zo'n glorie heersen dat de heldere lichten van zon en maan er bij in het niet vallen.

Op de Dag des Heeren zal de aarde getroffen worden door vreselijk seismische bevingen. De wolken zullen geen regen geven. In de steden zijn de huizen, winkels e.d. afgesloten om plunderaars tegen te houden (Jes.24 vers 10 en 11). Bendes vormen zich op de straten die om drank roepen. De vreugde is weg, Blijdschap is verbannen uit het land. Die dag zullen ook de gevallen engelen in de hemel gestraft worden, net als alle trotse heersers van de landen van de wereld. In Joël 1 worden deze gebeurtenissen ook beschreven.

 

Micha 1:4 En de bergen zullen onder Hem versmelten, en de dalen gekloofd worden, gelijk was voor het vuur, gelijk wateren, die uitgestort worden in de laagte.

 

Joël 1

1 Het woord des HEEREN, dat geschied is tot Joël, den zoon van Pethuël:

2 Hoort dit, gij oudsten! en neemt ter oren, alle inwoners des lands! Is dit geschied in uw dagen, of ook in de dagen uwer vaderen? 3 Vertelt uw kinderen daarvan, en laat het uw kinderen hun kinderen vertellen, en derzelver kinderen aan een ander geslacht. 4 Wat de rups heeft overgelaten, heeft de sprinkhaan afgegeten, en wat de sprinkhaan heeft overgelaten, heeft de kever afgegeten, en wat de kever heeft overgelaten, heeft de kruidworm afgegeten. 5 Waakt op, gij dronkenen! en weent, en huilt, alle gij wijnzuipers! om den nieuwen wijn, dewijl hij van uw mond is afgesneden. 6 Want een volk is opgekomen over mijn land, machtig en zonder getal; zijn tanden zijn leeuwentanden, en het heeft baktanden eens ouden leeuws. 7 Het heeft mijn wijnstok gesteld tot een verwoesting, en mijn vijgeboom tot schuim; het heeft hem ganselijk ontbloot en nedergeworpen, zijn ranken zijn wit geworden.8 Kermt, als een jonkvrouw, die met een zak omgord is vanwege den man van haar jeugd.9 Spijsoffer en drankoffer is van het huis des HEEREN afgesneden; de priesters, des HEEREN dienaars, treuren. 10 Het veld is verwoest, het land treurt; want het koren is verwoest, de most is verdroogd, de olie is flauw. 11 De akkerlieden zijn beschaamd, de wijngaardeniers huilen, om de tarwe en om de gerst, want de oogst des velds is vergaan. 12 De wijnstok is verdord, de vijgeboom is flauw; de granaatappelboom, ook de palmboom en appelboom; alle bomen des velds zijn verdord; ja de vrolijkheid is verdord van de mensenkinderen. 13 Omgordt u, en rouwklaagt, gij priesters! huilt, gij dienaars des altaars! gaat in, vernacht in zakken, gij dienaars mijns Gods! want spijsoffer en drankoffer is geweerd van het huis uws Gods. 14 Heiligt een vasten, roept een verbodsdag uit, verzamelt de oudsten, en alle inwoners dezes lands, ten huize des HEEREN, uws Gods, en roept tot den HEERE.15 Ach, die dag! want de dag des HEEREN is nabij, en zal als een verwoesting komen van den Almachtige.16 Is niet de spijze voor onze ogen afgesneden? Blijdschap en verheuging van het huis onzes Gods? 17 De granen zijn onder hun kluiten verrot, de schathuizen zijn verwoest, de schuren zijn afgebroken, want het koren is verdord. 18 O, hoe zucht het vee, de runderkudden zijn bedwelmd, want zij hebben geen weide, ook zijn de schaapskudden verwoest. 19 Tot U, o HEERE! roep ik; want een vuur heeft de weiden der woestijn verteerd, en een vlam heeft alle bomen des velds aangestoken. 20 Ook schreeuwt elk beest des velds tot U; want de waterstromen zijn uitgedroogd, en een vuur heeft de weiden der woestijn verteerd.

Joël legt vooral de nadruk op de hongersnood en de aanval van de strijdende afvallige engelen uit de afgrond, die worden beschreven als sprinkhanen. Volgens wetenschappelijke studies, zal er door de opwarming van de aarde meer regen gaan vallen in gebieden waar het veel regent, maar in gebieden waar het al droog is, zal het nog droger worden, dus het midden-oosten.

In 1995 barstte de vulkaan uit op het eiland van Montserrat. Volgens een wetenschappelijke artikel uit the new scientist: https://www.newscientist.com/article/dn2755-rainstorms-could-trigger-killer-eruptions/ was dat veroorzaakt door stormen met veel regen. Rond deze jaren waren er veel orkanen in het gebied, welke dus waarschijnlijk de vulkaan hebben gewekt en waardoor er een druk in de lava-kamer hebben veroorzaakt. De decennia jaren 70-80 en 2000 waren er weinig orkanen, maar in de jaren 2010-2012 weer veel orkanen, waarop Montserrat in 2012 weer uitbarstte.

 

Jesaja 14:29 Verheug u niet, gij gans Palestina! dat de roede (Assyrië) die u sloeg, gebroken is; want uit de wortel der slang zal een basilisk voortkomen, en haar vrucht zal een vurige vliegende draak zijn.

 

God zegt tegen Zijn volk; dat ze zich niet moeten verheugen, want hun vijand Assyrië is niet voorgoed verslagen. De roede die Palestina sloeg was Assur. (Palestina is eigenlijk Filistea, een spotnaam van Israël door de Romeinen gegeven, alsof het land van de Filistijnen was). Uit Assur, de wortel van de de slang zal een basilisk voortkomen een vurige vliegende draak, de antichrist/-natie. Een rijk geïnspireerd door satan.

het Turkse rijk/vernieuwde Ottomaanse rijk ligt in het oude Assyrië, "de Assyriër" wordt gelabeld in de Bijbel als de antichrist/-natie. Er leven zelfs nog Assyrièrs in Turkije. Ik zeg niet dat één van de huidige leiders van Turkije de antichrist is, maar ik denk wel dat het de antichrist-natie is, dat was het namelijk ook al in het vervolg van het Seltsjoekenrijk, nl het Ottomaanse rijk, zij kwamen bijna tot in Parijs en Wenen. Zie ook Profetie in stroomversnelling I

 

De afvallige engel/geest die gaat over het rijk van Assyrië, namelijk Gog, was een "boom" in het hof van Eden. Wat we precies daaronder moeten verstaan? Dat alle bomen in het hof geesten waren? Yeshua is de boom des Levens, de wet, het Woord, dat is niet zo moeilijk. Was de boom der kennis des goeds en des kwaads ook een geest?

 

Ezechiël 31

3-8 Zie, Assur was een ceder...........zijn stam hoger dan alle bomen des velds;.....................geen boom in Gods hof was hem gelijk in zijn schoonheid..............dat alle bomen van Eden, die in Gods hof waren, hem benijdden.

 

Ezechiël 31

3 Zie, Assur was een ceder op den Libanon, schoon van takken, schaduwachtig van loof, en hoog van stam, en zijn top was tussen dichte takken.

5a Daarom werd zijn stam hoger dan alle bomen des velds;

8 De cederen in Gods hof verduisterden hem niet, de dennebomen waren zijn takken niet gelijk, en de kastanjebomen waren niet gelijk zijn scheuten; geen boom in Gods hof was hem gelijk in zijn schoonheid.

9 Ik had hem zo schoon gemaakt door de veelheid zijner takken, dat alle bomen van Eden, die in Gods hof waren, hem benijdden.

11 Daarom gaf Ik hem in de hand van den machtigste der heidenen, dat die hem rechtschapen zou behandelen; Ik dreef hem uit om zijn goddeloosheid.

12a En vreemden, de tirannigste der heidenen, roeiden hem uit en verlieten hem;

Assur (Gog) was de mooiste "boom" in het hof. Hij had het Assyrische rijk aangedreven, maar de machtigste der heidenen, Babylon had Assur veroverd. Niet alleen was het een oorlog in de materiële wereld, maar ook een oorlog in de geestenwereld. En hij verloor.

 

Job 1

6 Er was nu een dag, als de kinderen Gods kwamen, om zich voor den HEERE te stellen, dat de satan ook in het midden van hen kwam.

7 Toen zeide de HEERE tot den satan: Van waar komt gij? En de satan antwoordde den HEERE, en zeide: Van om te trekken op de aarde, en van die te doorwandelen.

Engelen/geesten doorwandelen de aarde, to and fro, zeggen Zij in de engelse taal.

 

Zacharia 6:7 En die sterke paarden gingen uit, en zochten voort te gaan, om het land te doorwandelen; want Hij had gezegd: Gaat heen, doorwandelt het land. En zij doorwandelden het land.

 

Psalm 1:1 Welgelukzalig is de man, die niet wandelt in den raad der goddelozen, noch staat op den weg der zondaren, noch zit in het gestoelte der spotters;

3 Want hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, en welks blad niet afvalt; en al wat hij doet, zal wel gelukken.

Wij worden ook een boom, één die eeuwig leeft als een boom, oftewel een machtige geest.

Arend=geest, boom=eeuwig levend wezen

 

Ezechiël 17

22 Alzo zegt de Heere HEERE: Ik zal ook van den oppersten tak des hogen ceders nemen, dat Ik zetten zal; van het opperste zijner jonge takjes zal Ik een tederen afplukken, denwelken Ik op een hogen en verhevenen berg planten zal;

23 Op den berg der hoogte van Israël zal Ik hem planten; en hij zal takken voortbrengen, en vrucht dragen, en hij zal tot een heerlijken ceder worden, dat onder hem wonen zal alle gevogelte van allerlei vleugel; in de schaduw zijner takken zullen zij wonen. 24 Zo zullen alle bomen des velds weten, dat Ik, de HEERE, den hogen boom vernederd heb, den nederigen boom verheven heb, den groenen boom verdroogd, en den drogen boom bloeiende gemaakt heb; Ik, de HEERE, heb het gesproken, en zal het doen.

 

Het tedere takje is Yeshua die van de oppersten tak des hogen ceder genomen is de Vader zelf denk ik.

 

Openbaring 8:11 En de naam der ster wordt genoemd Alsem; en het derde deel der wateren werd tot alsem; en vele mensen zijn gestorven van de wateren, want zij waren bitter geworden.

Satan is bitter, vol haat. Wateren, zijn ook leerstellingen, net als levend water de wet is, de Thora, Gods wet.

Bitter water zijn valse leerstellingen, valse religie. De vloek komt over hen die Gods wet niet houden, zie Deut.28.

Er was een gewoonte bij de tempelpriesters dat als er onzekerheid was over een vrouw of zij gezondigd had, kreeg ze bitter water te drinken en als ze dan echt gezondigd had, werd ze ziek en stierf ze eraan.

 

Num.5:24 En hij zal die vrouw dat bitter water, hetwelk de vervloeking medebrengt, te drinken geven, dat het water, hetwelk de vervloeking medebrengt, in haar tot bitterheden inga.

 

Even verduidelijken:

Numeri 5: 11-12 De HERE zei tegen Mozes: "Zeg tegen het volk Israël dat als een getrouwde vrouw overspel pleegt, 13 maar er geen bewijs van dat overspel is, omdat er geen getuige van bestaat 14 en haar man jaloers en achterdochtig is, 15 hij haar bij de priester brengt met een offer voor haar van 2,2 liter gerstemeel, zonder olie of wierook erdoor, want het is een spijsoffer van jaloersheid. Dit offer dient om de waarheid aan het licht te brengen of zij wel of niet schuldig is. 16 De priester zal haar voor de HERE brengen, 17 heilig water in een stenen vat doen en dat vermengen met stof van de vloer van de tabernakel. 18 Hij zal haar haren losmaken en haar het spijsoffer van de jaloersheid in de handen geven om te bepalen of de vermoedens van haar man juist zijn. De priester zal voor haar gaan staan met het vat met bitter water, dat een vloek brengt. 19 Hij zal van haar eisen dat zij verklaart onschuldig te zijn en dan zal hij tegen haar zeggen: 'Als geen andere man met u heeft geslapen dan uw eigen man, blijf dan vrij van de gevolgen van dit bittere water, dat de vloek brengt. 20 Maar als u overspel hebt gepleegd, 21-22 zal de HERE u tot een vloek onder uw volksgenoten maken, want Hij zal uw heup laten wegrotten en uw buik laten opzwellen.' En de vrouw zal daarop antwoorden: 'Ja, laat het zo zijn.' 23 Dan zal de priester deze vervloekingen in een boek schrijven en ze afwassen in het bittere water. 24 Als hij de vrouw het water laat drinken, wordt het bitter in haar lichaam (als zij schuldig is). 25 Dan zal de priester haar het spijsoffer van de jaloersheid uit handen nemen, het voor de HERE op en neer bewegen en het naar het altaar dragen. 26 Hij zal er een handvol van nemen (een deel voor het geheel) dat op het altaar verbranden en daarna de vrouw van het water laten drinken. 27 Als zij is verontreinigd, doordat zij overspel heeft gepleegd, zal het water in haar lichaam bitter worden, haar buik zal opzwellen en haar heup zal wegrotten. Zij zal een vloek onder haar volk zijn.

 

Het bittere water, als een vloek, als er zonde in haar is. Dan is het niet raar als mensen sterven van het bittere water wat ontstaat bij de derde bazuin.

Maar bitter water, religieuze dwalingen met als gevolg zonde en dood. Daar tegenover staat het levende water, Christus die reinigt en levend maakt.

 

Op een bepaald moment moet Ezechiël, maar ook Johannes een boekrol vol profetie opeten die zoet smaakt in hun mond. Zoet, omdat ze alles in perspectief zien. Wat God van ons eist en als wij daar niet aan kunnen voldoen, komt er een vloek over ons. Yeshua redt ons van die vloek, daarom smaakt het hen zoet. Maar toch is het bitter in hun buik, omdat de gevolgen voor de wereld die niet in Yeshua gelooft, goed tot hen is doorgedrongen.

 

Zacharia 5 Boekrol

3 Toen zeide Hij tot mij: Dit is de vloek, die uitgaan zal over het ganse land; want een iegelijk, die steelt, zal van hier, volgens denzelven vloek, uitgeroeid worden; desgelijks een iegelijk, die valselijk zweert, zal van hier, volgens denzelven vloek, uitgeroeid worden.

4 Ik breng dezen vloek voort, spreekt de HEERE der heirscharen, dat hij kome in het huis van den dief, en in het huis desgenen, die bij Mijn Naam valselijk zweert; en hij zal in het midden zijns huizes overnachten, en hij zal het verteren, met zijn houten en zijn stenen.

 

Die vloek komt echt over de ongelovige wereld. Net als de verderfengel over de Egyptenaren.

 

Deuteronomium 28: 15 Daarentegen zal het geschieden, indien gij de stem des HEEREN, uws Gods, niet zult gehoorzaam zijn, om waar te nemen, dat gij doet al Zijn geboden en Zijn inzettingen, die ik u heden gebiede; zo zullen al deze vloeken over u komen, en u treffen.

Jeremia 2:19 Uw boosheid zal u kastijden, en uw afkeringen zullen u straffen; weet dan en ziet, dat het kwaad en bitter is, dat gij den HEERE, uw God, verlaat, en Mijn vreze niet bij u is, spreekt de Heere, de HEERE der heirscharen.

 

Openbaring 8:12 En de vierde engel heeft gebazuind, en het derde deel der zon werd geslagen, en het derde deel der maan, en het derde deel der sterren; opdat het derde deel derzelve zou verduisterd worden, en dat het derde deel van den dag niet zou lichten; en van den nacht desgelijks.

Door alle vulkanen die zijn gewekt, of misschien een meteoriet, komt er veel as/stof in de atmosfeer, waarbij het donkerder en kouder wordt op aarde, zeker 's nachts. Er komt een hopeloosheid over de mensen.

 

Amos 5

18 U zegt: "Kwam de dag van de HERE maar, want dan zou God ons van al onze tegenstanders bevrijden." Maar u hebt geen idee wat u vraagt. Want die dag zal geen licht en voorspoed, maar duisternis en vervloeking brengen! Wat zal die duisternis vreselijk voor u zijn; er zal geen straaltje vreugde of hoop te bespeuren zijn.

 

Openbaring 8:13 En ik zag, en ik hoorde een engel vliegen in het midden des hemels, zeggende met grote stem: Wee, wee, wee, dengenen, die op de aarde wonen, van de overige stemmen der bazuin der drie engelen, die nog bazuinen zullen.

Er zullen drie weeën over de aarde komen, wee, wee, wee. De bazuinen zijn een soort close-up van het vijfde en zesde zegel. Johannes ziet meer details. De aardbeving wordt ook genoemd bij het zevende zegel, die het gevolg is van de gebeden der heiligen, waardoor de engel het wierookvat met vuur van het altaar op de aarde werpt. Waarbij stemmen, donderslagen en bliksemen en aardbeving.

Dus de gebeden van de heiligen zorgen ervoor dat God Zijn Geest over de aarde uitstort, zodat de opstanding en opname en de uitstorting van Zijn Geest over Israël plaatsvindt. De zielen onder het altaar vragen er om, een oordeel over de aarde, ze roepen om gerechtigheid, vooral voor Israël.

 

In de eerste bazuin lijkt een catastrofe te beginnen van aardbevingen en vulkaanuitbarstingen, het eerst beschreven in het zesde zegel. Ook worden de satan en zijn engelen naar de aarde geworpen, beschreven in de derde bazuin.

 

Zodra de satan en zijn engelen op de aarde geworpen worden, krijgt satan een sleutel van de onderwereld, beschreven in het vijfde zegel:

 

Openbaring 9:1 En de vijfde engel heeft gebazuind, en ik zag een ster, gevallen uit den hemel op de aarde, en haar werd gegeven de sleutel van den put des afgronds.

De put des afgrond gaat open, net als letterlijk bij een krater van een vulkaan.

 

In Openbaring 20 zien we dat satan/de ster de sleutel niet meer in handen heeft. Openbaring 20:1 En ik zag een engel afkomen uit den hemel, hebbende den sleutel des afgronds, en een grote keten in zijn hand;

Openbaring 20:3 En wierp hem in den afgrond, en sloot hem daarin, en verzegelde dien boven hem, opdat hij de volken niet meer verleiden zou, totdat de duizend jaren zouden geëindigd zijn. En daarna moet hij een kleinen tijd ontbonden worden.

 

Dus bij de 5e bazuin wordt de sleutel hem gegeven. Het beest komt op uit de afgrond (het satanische geestenleger), dus na het openen van de afgrond komt hij echt in actie.

 

Openbaring 17:8 Het beest, dat gij gezien hebt, was en is niet; en het zal opkomen uit den afgrond, en ten verderve gaan; en die op de aarde wonen, zullen verwonderd zijn (welker namen niet zijn geschreven in het boek des levens van de grondlegging der wereld), ziende het beest, dat was en niet is, hoewel het is.

 

Het beest, het achtste rijk komt rechtstreeks uit de afgrond. Ze komen eruit, de gevallen engelen. Zij die de tent van hun woning verlaten hadden, hun geestelijk lichaam, om zich met aardse vrouwen voort te planten. Zij waren opgesloten in de afgrond.

 

De Nephilim o.a. zijn de nakomelingen en nadat zij gestorven waren werden zij demonen die de mensen op aarde treiteren in ons huidige bestaan, als zij daar toestemming voor krijgen (de Nephilim, waren ook de halfgoden die in de Griekse mythologie genoemd worden). Zij waren de geesten die Yeshua in de varkens liet gaan, die zich van de steilte af wierpen, demonen.

 

Maar de vaderen van de Nephilim, de gevallen engelen die uit de afgrond zullen komen, waren opgesloten en worden hier bevrijd. Ze kunnen een menselijke gedaante aannemen.

 

Openbaring 12:9 En de grote draak is geworpen, namelijk de oude slang, welke genaamd wordt duivel en satanas, die de gehele wereld verleidt, hij is, zeg ik, geworpen op de aarde; en zijn engelen zijn met hem geworpen. (Die in de hemel waren).

 

Openbaring 12:13 En toen de draak zag, dat hij op de aarde geworpen was, zo heeft hij de vrouw vervolgd, die het manneken gebaard had.

Het kwaad krijgt de overhand op aarde. De draak gaat achter Israël aan en achter haar kinderen (christenen).

Dit gebeurt pas zegt Paulus:

 

2Thess.2:6 En nu, wat hem wederhoudt, weet gij, opdat hij geopenbaard worde te zijner eigen tijd.

Weerhoudt is in de originele taal, vasthouden, tegengehouden. Hij wordt tegengehouden tot de Dag des Heeren, tot de opstanding/opname.

7 Want de verborgenheid der ongerechtigheid wordt alrede gewrocht; alleenlijk, Die hem nu wederhoudt, Die zal hem wederhouden, totdat hij uit het midden zal weggedaan worden.

Hij wordt weggedaan uit de hemel, hij wordt uit het midden weggedaan. Na de opname, werpt Yeshua met ons, de satan uit de hemel en is hij uit het midden weggedaan.

8 En alsdan zal de ongerechtige geopenbaard worden, denwelken de Heere verdoen zal door den Geest Zijns monds, en te niet maken door de verschijning Zijner toekomst;

 

Openbaring 12:12 Hierom bedrijft vreugde, gij hemelen, en gij, die daarin woont! Wee dengenen, die de aarde en de zee bewonen, want de duivel is tot u afgekomen, en heeft groten toorn, wetende, dat hij een kleinen tijd heeft.

Hij is de hemel uitgeworpen en op aarde geworpen. Hij heeft een kleine tijd. Een tijd is een jaar, maar zo lang krijgt hij niet eens, een kleine tijd.

 

Maar wat gebeurt er nu de afgrond geopend is?

Openbaring 9:2 En zij heeft den put des afgronds geopend; en er is rook opgegaan uit den put, als rook eens groten ovens; en de zon en de lucht is verduisterd geworden van den rook des puts.

 

Nadat satan uit de hemel is geworpen met zijn aanhangers, wordt de put van de afgrond geopend. Uit de put komen de vaderen van de nephilim, engelen die mensengedaante aan kunnen nemen.

Wordt er over hen gesproken hier in 2 Thes. 2. Er wordt in die tijd een grote leugen verteld, die geloofd zal worden door velen. Dat zal niets vergeleken zijn met de leugens van nu.

 

2Thes.2:

8 En alsdan zal de ongerechtige geopenbaard worden, denwelken de Heere verdoen zal door den Geest Zijns monds, en te niet maken door de verschijning Zijner toekomst; 9 Hem, zeg ik, wiens toekomst is naar de werking des satans, in alle kracht, en tekenen, en wonderen der leugen; 10 En in alle verleiding der onrechtvaardigheid in degenen, die verloren gaan; daarvoor dat zij de liefde der waarheid niet aangenomen hebben, om zalig te worden. 11 En daarom zal God hun zenden een kracht der dwaling, dat zij de leugen zouden geloven; 12 Opdat zij allen veroordeeld worden, die de waarheid niet geloofd hebben, maar een welbehagen hebben gehad in de ongerechtigheid.

Door bovennatuurlijke manifestatie van satan, met miraculeuze kracht en tekenen en leugenachtige wonderen. Daarom wordt hen een dwaling gestuurd, zodat ze de leugen geloven. Zouden gevallen engelen zich manifesteren als mensen of zelf als aliëns? Als verklaring voor de opname en opstanding?

Petrus Carnisius vertaling:

2thes.2:8 dan zal de Goddeloze verschijnen, dien de Heer Jesus zal vernietigen door de adem van zijn mond, en verlammen door de glans van zijn komst; 9 zijn verschijning zal geschieden als een werk van den Satan, met allerlei valse kracht, tekenen en wonderen, 10 en met allerlei misdadige misleiding voor hen, die ten verderve gaan, omdat ze de liefde voor de waarheid niet hebben aangekweekt tot hun redding. 11 En daarom zendt God hun een kracht ter misleiding, waardoor ze de leugen geloven; 12 opdat allen zouden veroordeeld worden, die de waarheid niet hebben geloofd, maar behagen hadden in de ongerechtigheid.

 

De eerste wee.

 

 

Openbaring 9:3 En uit den rook kwamen sprinkhanen op de aarde, en hun werd macht gegeven, gelijk de schorpioenen der aarde macht hebben.

Zie Joël 1.

Geestenlegers die als sprinkhanen over de aarde komen. Materiële legers aangestuurd door een demonisch geestenleger rechtstreeks uit de afgrond/hel, die de materiële legers voortstuwen om hun wil te doen.

 

Lukas 10

17 En de zeventigen zijn wedergekeerd met blijdschap, zeggende: Heere, ook de duivelen zijn ons onderworpen, in Uw Naam.

18 En Hij zeide tot hen: Ik zag den satan, als een bliksem, uit den hemel vallen.

19 Ziet, Ik geve u de macht, om op slangen en schorpioenen te treden, en over alle kracht des vijands; en geen ding zal u enigszins beschadigen.

20 Doch verblijdt u daarin niet, dat de geesten u onderworpen zijn; maar verblijdt u veel meer, dat uw namen geschreven zijn in de hemelen.

 

Als wij met Yeshua vechten tegen Israëls vijanden zal geen ding ons enigszins beschadigen, wij zullen dan niet meer kunnen sterven (Zie stukje in openbaring over steken van een schorpioen).

Schorpioenen worden beschreven in Openbaring 9 en de slang is Assur zegt Jesaja in Jesaja hoofdstuk 14.

In o.a. Lukas wordt daarvan een klein voorproefje gegeven, net als de wonderen van Yeshua een klein voorproefje zijn van het nieuwe Koninkrijk.

 

De gevallen engelen, de vaderen van de Nephilim, worden nu nog bewaard in de afgrond. Zij waren het die hun geestelijk lichaam/hun eigen woonstede hebben verlaten. Zij namen tot vrouwen de dochteren van de mensen en kregen daar kinderen mee. Dit zijn waarschijnlijk (de geweldigen) de halfgoden uit de Griekse mythologie, Perseus, Achilles enz.

 

Genesis 6:2 Dat Gods zonen de dochteren der mensen aanzagen, dat zij schoon waren, en zij namen zich vrouwen uit allen, die zij verkozen hadden.

4 In die dagen waren er reuzen (Nephilim) op de aarde, en ook daarna, als Gods zonen tot de dochteren der mensen ingegaan waren, en zich kinderen gewonnen hadden; deze zijn de geweldigen, die van ouds geweest zijn, mannen van name.

Judas 6 En de engelen, die hun beginsel niet bewaard hebben, maar hun eigen woonstede verlaten hebben, heeft Hij tot het oordeel des groten dags met eeuwige banden onder de duisternis bewaard.

 

Deze engelen die hun geestelijk huis verlaten hadden, zijn uit de afgrond bevrijd. Daarom zal God hen (de mensen op de aarde) overgeven in de handen van deze engelen dat zij de leugen geloven. Zullen ze een verklaring hebben voor de opname? Het is zelfs de vraag of er in deze chaos wel gemerkt wordt dat er mensen verdwenen zijn.

 

 

Sions kinderen verwekt tegen uw kinderen o Yavan....... (Turkije)

 

Zacharia 9

13 Als Ik Mij Juda zal gespannen, en Ik Efraïm den boog zal gevuld hebben; (Zijn zwaard) en Ik uw kinderen, o Sion! zal verwekt hebben tegen uw kinderen, o Griekenland! (Yavan, West-Turkije) en u (Juda en Efraïm) gesteld zal hebben als het zwaard van een held.

Dus de nakomelingen van Sion komen tegen de nakomelingen van Yavan (ligt in west-Turkije). Byzantinum was een Griekse stad, later werd het Constantinopel in het Oost-Romeinse rijk en in het Ottomaanse rijk werd het Istanbul genoemd. Opvallend is dat Istanbul op de kaart op een hoorn lijkt, een klein hoorn?

14 En de HEERE zal over henlieden verschijnen, en Zijn pijlen zullen uitvaren als een bliksem; en de Heere HEERE zal met de bazuin blazen, en Hij zal voorttreden met stormen uit het zuiden.

Bliksem, een geestelijk leger, een storm uit het zuiden, een storm, Gods leger, Yeshua dus, wij (gemonsterd door Yeshua) en de engelen.

15 De HEERE der heirscharen zal hen beschutten, en zij zullen eten, nadat zij de slingerstenen zullen ten ondergebracht hebben; (in de originele taal staat er dat ze slingerstenen met slingerstenen uit de lucht zullen halen, dat klinkt onmogelijk, maar niet als raketten raketten uit de lucht schieten, Israël doet dat met hun Iron Dome, net of er een ijzeren schild om Israël heen ligt. Kruisraketten kunnen met Davids slingshot uit de lucht gehaald worden, slingerstenen? ) zij zullen ook drinken, en een gedruis maken als de wijn; en zij zullen vervuld worden, gelijk het bekken, gelijk de hoeken des altaars.

16 En de HEERE, hun God, zal ze te dien dage behouden, als zijnde de kudde Zijns volks; want gekroonde stenen zullen in Zijn land, als een banier, opgericht worden.

 

God vecht voor de kinderen (de generatie eeuwen later) van Zijn volk (profetie ligt in de toekomst) en verwekt hen tegen de kinderen (generaties verder) van Turkije die verwoestingen aanrichten in Israël terwijl ze net met Egypte oorlog gevoerd hebben. Yavan ligt in West-Turkije en hoorde eerst bij Griekenland, maar sinds het Ottomaanse rijk niet meer. Gods pijlen zullen uitvaren als een bliksem. Bliksem is zichtbaar als geesten bewegen.

Een soort van orkaan raasde aan de kust van Griekenland in september 2020, een geestelijke oorlog is er al bezig, was zichtbaar door de ruzie tussen Turkije en Griekenland. Ook een aardbeving vond plaats in Turkije, er vond ook een tsunami plaats op een Grieks eiland in de buurt.

 

Joël (het Boek)1:6 Een reusachtige zwerm sprinkhanen is neergestreken op het land. Het is een machtig, ontelbaar leger, met tanden zo scherp als die van een leeuw. 7 Het heeft mijn wijnstok vernield en de schors van mijn vijgeboom afgestroopt.

Joël(Statenvert) 1:6 Want een volk is opgekomen over mijn land, machtig en zonder getal; zijn tanden zijn leeuwentanden, en het heeft baktanden eens ouden leeuws.

De oude leeuw is het Seltsjoekse rijk, en nog ouder zijn de andere voorgaande rijken, de andere zes van de zeven hoofden. Het achtste rijk heeft dus net zulke tanden als oude leeuw.

Psalm 58: 7 O God! verbreek hun tanden in hun mond; breek af de baktanden der jonge leeuwen, o HEERE!

Jonge leeuw is het achtste rijk en is uit de zeven. Een leeuw staat symbool als een veroveraar.

Jeremia 4:7 De leeuw is opgekomen uit zijn haag, en de verderver der heidenen is opgetrokken, hij is uitgegaan uit zijn plaats, om uw land te stellen in verwoesting; uw steden zullen verstoord worden, dat er niemand in wone.

Het Boek Jer 4:7 Een leeuw (beschreef Babel, een vernietiger van volken) komt uit zijn schuilplaats tevoorschijn en loopt in de richting van uw land.

 

Openbaring 9:4 En hun werd gezegd, dat zij het gras der aarde niet zouden beschadigen, noch enige groente, noch enigen boom, dan de mensen alleen, die het zegel Gods aan hun voorhoofden niet hebben.

Dus alleen de mensen die niet het zegel van God hebben.

9:5 En hun werd macht gegeven, niet dat zij hen zouden doden (de ziel), maar dat zij zouden van hen gepijnigd worden vijf maanden; en hun pijniging was als de pijniging (βασανισμὸς (basanismos) is martelen en wel in de zin van basanzō toebrengen, helse pijniging) van een schorpioen, wanneer hij een mens gestoken heeft.

Apoktainé: doden, maar de ziel niet kunnen doden, de prikkel/steek der zonde is de dood, maar niet een eeuwige dood. Dood komt door zonde.

1Korinthe 5:55 Dood, waar is uw prikkel? Hel, waar is uw overwinning? Na de opstanding of opname heeft de dood geen macht meer over ons.

Openbaring 20:6a Zalig en heilig is hij, die deel heeft in de eerste opstanding; over deze heeft de tweede dood geen macht.

56 De prikkel nu des doods is de zonde; en de kracht der zonde is de wet.

De geesten die uit de onderwereld komen om te doden, maar kunnen de ziel niet doden. Een schorpioen heeft een staart met een prikkel (de zonde), die veroorzaakt de dood, het beeld van de vervloeking wat de zonde veroorzaakt. Wat een chaos zal het worden op aarde. Het kwaad zegeviert. Mensen zullen door het kwaad opgezweept worden.

De mensen die verzegeld zijn zullen niet beschadigd/gedood worden, alleen de mensen die niet verzegeld zijn. 150 Dagen, vijf maanden, het water toen Noach in de ark was, stond 150 dagen op de aarde.

Gen.7:24 En de wateren hadden de overhand boven de aarde, honderd en vijftig dagen.

De onverzegelden sterven door de vier straffen, overheersing, oorlog/geweld, plagen en honger.

 

 

Alleen zij die verzegeld zijn zullen daarvoor bewaard blijven:

 

Psalm 91

10 U zal geen kwaad wedervaren, en geen plage zal uw tent naderen.

11 Want Hij zal Zijn engelen van u bevelen, dat zij u bewaren in al uw wegen.

12 Zij zullen u op de handen dragen, opdat gij uw voet aan geen steen stoot.

13 Op den fellen leeuw (veroveraar)en de adder zult gij treden, gij zult den jongen leeuw en den draak (satan)vertreden.

 

Openbaring 9:6 En in die dagen zullen de mensen den dood zoeken, en zullen dien niet vinden; en zij zullen begeren te sterven, en de dood zal van hen vlieden.

Zij verlangen naar de dood, maar zijn te bang, te laf om hun eigen leven te nemen, daarom nemen ze grote risico's in de hoop daarbij te sterven. Daarom lijken ze erg moedig, maar eigenlijk zijn ze laf.

 

Job 3: 20 Waarom geeft Hij den ellendigen het licht, en het leven den bitterlijk bedroefden van gemoed?

21 Die verlangen naar den dood, maar hij is er niet; en graven daarnaar meer dan naar verborgene schatten;

22 Die blijde zijn tot opspringens toe, en zich verheugen, als zij het graf vinden;

 

Door de hopeloosheid van die Dag, zullen velen zwaar depressief worden en willen sterven.

 

 

De kleine hoorn...de aanval op Egypte...........

 

Daniël 8:9 En uit een van die kwam voort een kleine hoorn, welke uitnemend groot werd, tegen het zuiden, en tegen het oosten, en tegen het sierlijke land.

Tegen het zuiden (Egypte, Cyprus?) en tegen Israël, maar ook tegen het oosten, Armenië?

 

Ezechiël 30

3 Want de dag is nabij, ja, de dag des HEEREN is nabij, een wolkige dag, het zal der heidenen tijd zijn.

4 En het zwaard zal komen in Egypte, en er zal grote smart zijn in Morenland, als de verslagenen zullen vallen in Egypte; want zij zullen derzelver menigte wegnemen, en haar fondamenten zullen verbroken worden.

5 Morenland, en Put, en Lud, en al de gemengde hoop, en Cub, en de kinderen van het land des verbonds zullen met hen vallen door het zwaard.

6 Zo zegt de HEERE: Ja, zij zullen vallen, die Egypte ondersteunen, en de hovaardij harer sterkte zal nederdalen; van den toren van Syene af zullen zij daarin door het zwaard vallen, spreekt de Heere HEERE. 7 En zij zullen verwoest worden in het midden der verwoeste landen; en haar steden zullen zijn in het midden der verwoeste steden.

Sem was de oudste zoon van Noach. De zonen van Sem waren: Elam (Bij Iran), Assur (Assyriërs), Arpachsad (Chaldeeën), Lud (Lydië, Sardis, (ook Sardes) was de hoofdstad van het oude koninkrijk Lydië, de zetel van een conventus onder het Imperium Romanum, de metropool van de provincie Lydia in laat-antieke en Byzantijnse periode. En Aram (Arameeërs, Syrië).

Morenland: deel Soedan en Ethiopië, Put, of eigenlijk Phut is Hebreeuws voor Libië, Lud is het gebied van Lydië, met de hoofdstad Sardis, één van de zeven gemeenten van Openbaring, dus staat misschien voor Griekenland?

Dus zij die achter Egypte staan worden ook het slachtoffer van dit beest.

 

 

Nahum 1

4 Hij scheldt de zee, en maakt ze droog, en Hij verdroogt alle rivieren; Basan en Karmel kwelen, ook kweelt de bloem van Libanon.

De Nijl verandert in zeven stroompjes, waar je met je schoenen kunt doorgaan Jesaja 11:15 Ook zal de HEERE den inham der zee van Egypte verbannen, en Hij zal Zijn hand bewegen tegen de rivier, door de sterkte Zijns winds; en Hij zal dezelve slaan in de zeven stromen, en Hij zal maken, dat men met schoenen daardoor zal gaan.

In Ethiopië is dus een dam gebouwd en pas geleden (september 2020) was deze af, welke de Nijl droog kan leggen. Er was dus al ruzie, omdat Egypte en Soedan bang zijn dat ze te weinig water krijgen terwijl het meer van de dam zich vult. Zal deze dam in handen komen van het Turkse rijk/vernieuwde Ottomaanse rijk?

 

Jesaja 19: 2 Want Ik zal de Egyptenaren tegen de Egyptenaren verwarren, dat zij zullen strijden een iegelijk tegen zijn broeder, en een iegelijk tegen zijn naaste, stad tegen stad, koninkrijk tegen koninkrijk.

Er is al een revolutie geweest in Egypte (Arabische lente) geweest in 2011.

4 En Ik zal de Egyptenaars besluiten in de hand van harde heren, en een strenge koning zal over hen heersen, spreekt de Heere HEERE der heirscharen.

8 En de vissers zullen treuren, en allen, die den angel in de stromen werpen, zullen rouw maken; en die het werpnet uitbreiden op de wateren, zullen kwijnen.

9 En de werkers in het fijne vlas zullen beschaamd worden, ook de wevers van de witte stof.

 

Werkloosheid dus, er is nu al 50% werkloosheid in Egypte, als de Nijl opdroogt, misschien nog erger.

Maar Jesaja voorzegt, Egypte zal zich tot de Heere bekeren en ooit zal Egypte en Assyrië Zijn volk worden en er zal een weg komen tussen deze twee gebieden.

 

Jesaja 19:18 Te dien dage zullen er vijf steden in Egypteland zijn, sprekende de spraak van Kanaän, en zwerende den HEERE der heirscharen; een zal genoemd zijn een stad der verstoring. 19 Te dien dage zal de HEERE een altaar hebben in het midden van Egypteland, en een opgericht teken aan haar landpalen voor den HEERE.

20 En het zal zijn tot een teken, en tot een getuigenis den HEERE der heirscharen in Egypteland, want zij zullen tot den HEERE roepen vanwege de verdrukkers, en Hij zal hun een Heiland en Meester zenden, Die zal hen verlossen.

22 En de HEERE zal de Egyptenaars dapper slaan, en genezen; en zij zullen zich tot den HEERE bekeren, en Hij zal Zich van hen verbidden laten, en Hij zal hen genezen.

 

Egypte en Assyrië (het Turkse rijk/vernieuwde Ottomaanse rijk en het hele gebied waar het Assyrische rijk zich bevond) zullen Zijn volk worden, een zegen in het midden van het land en er zal een gebaande weg wezen van Egypte naar Assyrië (Jes.19:23-25)

 

Jesaja 19:23 Te dien dage zal er een gebaande weg wezen van Egypte in Assyrië, dat de Assyriërs in Egypte, en de Egyptenaars in Assyrië komen zullen; en de Egyptenaars zullen met de Assyriërs den Heere dienen.24 Te dien dage zal Israël de derde wezen met de Egyptenaren en met de Assyriërs, een zegen in het midden van het land.

25 Want de HEERE der heirscharen zal hen zegenen, zeggende: Gezegend zij Mijn volk, de Egyptenaars, en de Assyriërs, het werk Mijner handen, en Israël, Mijn erfdeel!

 

Doordat God laat zien Wie Hij is, dat Zijn volk Israël is, maar dat Hij ook hun God wil zijn, zullen ook veel mensen op aarde zich bekeren temidden van alle ellende.

 

Openbaring 9:7 En de gedaanten der sprinkhanen waren den paarden gelijk, die tot den oorlog bereid zijn; en op hun hoofden waren als kronen, het goud gelijk, en hun aangezichten als aangezichten van mensen.

Deze sprinkhanen komen uit het gebied rond de evenaar in afrika/azië:

Zwermgebied van de woestijnsprinkhaan, iets boven de evenaar.

 

9:8 En zij hadden haar als haar der vrouwen, en hun tanden waren als tanden van leeuwen.

De Seltsjoeken hadden vaak lang haar als een vrouw.

Joël 1: 6 Want een volk is opgekomen over mijn land, machtig en zonder getal; zijn tanden zijn leeuwentanden, en het heeft baktanden eens ouden leeuws.

Baktanden van een oude leeuw, het zevende rijk, de geest van de Seltsjoeken, het achtste, het Turkse rijk/vernieuwde Ottomaanse rijk is uit het zevende rijk, de Seltsjoeken, het zevende rijk; een oude leeuw, het achtste rijk een jonge leeuw.

 

Openbaring 9:9 En zij hadden borstwapenen als ijzeren borstwapenen; en het gedruis hunner vleugelen was als een gedruis der wagens, wanneer vele paarden naar den strijd lopen.

9:10 En zij hadden staarten den schorpioenen gelijk (zonde), en er waren angels in hun staarten; en hun macht was de mensen te beschadigen vijf maanden.

Gen.7:24 En de wateren hadden de overhand boven de aarde, honderd en vijftig dagen.

9:11 En zij hadden over zich tot een koning den engel des afgronds; zijn naam was in het Hebreeuws Abaddon (vernietiger), en in de Griekse taal had hij den naam Apollyon (De God van het dodenrijk).

 

Ezechiël beschrijft de oorlogen op de dag des Heeren:

Ezechiël 38

2 Mensenkind! zet uw aangezicht tegen Gog, het land van Magog, den hoofdvorst van Mesech en Tubal; en profeteer tegen hem,

Zonen van Jafet: Gomer, Magog, Madai, Javan, Tubal, Mesech en Tiras.

Zonen van Sem: Elam, Assur (Irak), Arpachsad, Lud en Aram. Deze zonen zijn uitgewaaierd over de regio. De meeste oude atlassen geven aan dat Magog, Mesech, Tubal en Togarma, zich in Turkije bevonden.

3 En zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o Gog, gij hoofdvorst van Mesech en Tubal!

Gog, zo heet de geest van het gebied van het oude Assyrië.

4 En Ik zal u omwenden, en haken in uw kaken leggen, en Ik zal u uitvoeren, mitsgaders uw ganse heir, paarden en ruiteren, die altemaal volkomen wel gekleed zijn, een grote vergadering, met rondas en schild, die altemaal zwaarden handelen;

5 Perzen, Moren en Puteers met hen, die altemaal schild en helm voeren;

6 Gomer en al zijn benden, en het huis van Togarma, aan de zijden van het noorden, en al zijn benden; vele volken met u.

7 Zijt bereid en maakt u gereed, gij en uw ganse vergadering, die tot u vergaderd zijn; en wees gij hun tot een wacht.

Hier zou je Soedan (het Islamitische gedeelte), Somalië, Libië (Leider van Libië welke Turkije nu steunt), Iran (de Perzen) onder kunnen verstaan.

Daniel 11:43 En hij zal heersen over de verborgen schatten des gouds en des zilvers, en over al de gewenste dingen van Egypte; en die van Libye, en de Moren zullen in zijn gangen wezen.

Ezechiël 38:8 Na vele dagen zult gij bezocht worden; in het laatste der jaren zult gij komen in het land, dat wedergebracht is van het zwaard, dat vergaderd is uit vele volken, op de bergen Israëls, die steeds tot verwoesting geweest zijn; als hetzelve land uit de volken zal uitgevoerd zijn, en zij allemaal zeker zullen wonen.

9 Dan zult gij optrekken, gij zult aankomen als een onstuimige verwoesting, gij zult zijn als een wolk, om het land te bedekken; gij en al uw benden, en vele volken

met u.

10 Alzo zegt de Heere HEERE: Te dien dage zal het ook geschieden, dat er raadslagen in uw hart zullen opkomen, en gij zult een kwade gedachte denken,

11 En zult zeggen: Ik zal optrekken naar dat dorpland, ik zal komen tot degenen, die in rust zijn, die zeker wonen, die altemaal wonen zonder muur, en grendel noch deuren hebben.

12 Om buit te buiten, en om roof te roven; om uw hand te wenden tegen de woeste plaatsen, die nu bewoond zijn, en tegen een volk, dat uit de heidenen verzameld is, dat vee en have verkregen heeft, wonende in het midden des lands.

13 Scheba, en Dedan, en de kooplieden van Tarsis, en alle hun jonge leeuwen zullen tot u zeggen: Komt gij, om buit te buiten? hebt gij uw vergadering vergaderd, om roof te roven? om zilver en goud weg te voeren, om vee en have weg te nemen, om een groten buit te buiten?

Saudi Arabië, Verenigde Arabische emiraten o.a., zullen het Turkse rijk/vernieuwde Ottomaanse rijk beschuldigen dat ze Israël aanvallen om oorlogsbuit.

14 Daarom profeteer, o mensenkind! en zeg tot Gog: Zo zegt de Heere HEERE: Zult gij het, te dien dage, als Mijn volk Israël zeker woont, niet gewaar worden?

15 Gij zult dan komen uit uw plaats, uit de zijden van het noorden, gij en vele volken met u; die altemaal op paarden zullen rijden, een grote vergadering, en een machtig heir;

 

Zacharia 10:5 En zij (Israël) zullen zijn als de helden, die in het slijk der straten treden in den strijd, en zij zullen strijden; want de HEERE zal met hen wezen; en zij zullen die beschamen, die op paarden rijden.

 

Ezechiël Hab.3:12 Met gramschap tradt Gij door het land, met toorn dorstet Gij de heidenen.

13 Gij toogt uit tot verlossing Uws volks, tot verlossing met Uw Gezalfde; Gij doorwonddet het hoofd van het huis des goddelozen, ontblotende den grond tot den hals toe. Sela. En gij zult optrekken tegen Mijn volk Israël, als een wolk, om het land te bedekken; in het laatste der dagen zal het geschieden; dan zal Ik u aanbrengen tegen Mijn land, opdat de heidenen Mij kennen, als Ik aan u, o Gog! voor hun ogen zal geheiligd worden.

Wij zullen een God zien, die strijdt voor Zijn volk, Hij en Zijn naam zal geheiligd worden. Wij zullen zien wie de echte God is.

 

17 Zo zegt de Heere HEERE: Zijt gij die, van welken Ik in verleden dagen gesproken heb, door den dienst Mijner knechten, de profeten Israëls, die in die dagen geprofeteerd hebben, jaren lang, dat Ik u tegen hen zou aanbrengen?

18 Maar het zal geschieden te dien dage, ten dage als Gog tegen het land Israëls zal aankomen, spreekt de Heere HEERE, dat Mijn grimmigheid in Mijn neus zal opkomen.

19 Want Ik heb gesproken in Mijn ijver, in het vuur Mijner verbolgenheid: Zo er niet, te dien dage, een groot beven zal zijn in het land Israëls!

Ezechiël noemt denk ik ook de aardbeving die bij het zesde zegel plaatsvindt en beschrijft dan de gebeurtenissen bij de eerst wee:

20 Zodat van Mijn aangezicht beven zullen de vissen der zee, en het gevogelte des hemels, en het gedierte des velds, en al het kruipend gedierte, dat op het aardrijk kruipt, en alle mensen, die op den aardbodem zijn; en de bergen zullen nedergeworpen worden, en de steile plaatsen zullen nedervallen, en alle muren zullen ter aarde nedervallen.

21 Want Ik zal het zwaard over hem roepen op al Mijn bergen, spreekt de Heere HEERE; het zwaard van een ieder zal tegen zijn broeder zijn.

22 En Ik zal met hem rechten, door pestilentie en door bloed; en Ik zal een overstelpenden plasregen, en grote hagelstenen, vuur en zwavel regenen op hem, en op zijn benden, en op de vele volken, die met hem zullen zijn.

23 Alzo zal Ik Mij groot maken, en Mij heiligen, en bekend worden voor de ogen van vele heidenen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.

 

Israël wordt totaal drie keer aangevallen, drie weeën zullen er plaatsvinden.

Dus als Gog richting het land van Israël dendert, zal er een grote aardbeving plaatsvinden, beschreven in het zesde en zevende zegel en in de bazuinen 1-5.

 

De eerste keer lezen we dat de antichrist in Israël verwoestingen aanricht.

Daniël 11: 28b Onderweg zal hij door Israël trekken en er verwoestingen aanrichten.

De eerste keer kan Israël ze wel de baas.

De tweede keer zal de antichrist Jeruzalem bezetten.

Daniël 11:30 Want er zullen schepen van Chittim (Cyprus) tegen hem komen, daarom zal hij met smart bevangen worden, en hij zal wederkeren, en gram worden tegen het heilig verbond (tegen Israël), en hij zal het doen; want wederkerende zal hij acht geven op de verlaters des heiligen verbonds.

31 En er zullen armen uit hem ontstaan, en zij zullen het heiligdom ontheiligen, en de sterkte, en zij zullen het gedurige offer wegnemen, en een verwoestenden gruwel stellen.

Het Boek vertaalt het zo, dat de gruwel der verwoesting een afgod in de tempel is, dat kan ook wel degelijk, maar hier in Lukas, wordt er beschreven, dat de verwoesting die in Jeruzalem wordt aangericht gruwelijk is, zeker in 70 na Chr.

Lukas 21:20 Maar wanneer gij zien zult, dat Jeruzalem van heirlegers omsingeld wordt, zo weet alsdan, dat haar verwoesting nabij gekomen is.

21 Alsdan die in Judea zijn, dat zij vlieden naar de bergen; en die in het midden van dezelve zijn, dat zij daaruit trekken; en die op de velden zijn, dat zij in dezelve niet komen.

Vergelijk dit stukje in Lukas met Mattheus, hetzelfde wordt beschreven, dus het hoeft niet persé een afgod in de tempel zijn, want als er een leger op Jeruzalem aankomt, Gods stad, is al een gruwel der verwoesting.

Mattheus 24:15 Wanneer gij dan zult zien den gruwel der verwoesting, waarvan gesproken is door Daniël, den profeet, staande in de heilige plaats; (die het leest, die merke daarop!)16 Dat alsdan, die in Judea zijn, vlieden op de bergen;

 

De derde keer, dus bij de derde wee, zullen alle heidenen tegen Jeruzalem aankomen.

Zacharia 12:3 En het zal te dien dage geschieden, dat Ik Jeruzalem stellen zal tot een lastigen steen allen volken; allen,die zich daarmede beladen, zullen gewisselijk doorsneden worden; en al de volken der aarde zullen zich tegen haar verzamelen.

 

Na de eerste aanval op Egypte zullen er een soort vredesbesprekingen komen tussen het Turkse rijk/vernieuwde Ottomaanse rijk en Egypte zijn en in Daniël 11:27 staat:

Daniël 11:27 En het hart van beide deze koningen zal wezen om kwaad te doen, en aan een tafel zullen zij leugen spreken; en het zal niet gelukken, want het zal nog een einde hebben ter bestemder tijd.

 

Er zijn natuurlijk vele vertalingen, de onderstaande vind ik de beste vertaling:

King James Bible

27 And both these kings' hearts [shall be] to do mischief, and they shall speak lies at one table; but it shall not prosper: for yet the end [shall be] at the time appointed.

Als je dat terug naar het Nederlands vertaald:

Omdat het einde zal zijn op de bestemde tijd, Gods bestemde tijd. We kunnen daaruit begrijpen; dat hun leugens niets zullen bereiken, omdat het einde toch plaatsvindt op het bestemde tijdstip.

Ze kunnen liegen wat ze willen, het einde staat toch vast.

 

Zo staat het in Daniël:

 

 

Daniel 11 vanaf vers 21 het Boek

21 Daarna zal een slecht mens aan de macht komen. Hij zou eigenlijk niet direct in aanmerking komen voor troonsopvolging, maar onverhoeds zal hij op het toneel verschijnen en zich door list en bedrog meester maken van het koningschap.

22 Alle tegenstand zal voor hem worden weggevaagd: ook een leider van de priesters zal verdwijnen.

 

 

 

23 Zijn beloften zijn slechts loze woorden, want vanaf het begin bestaat zijn werk alleen maar uit bedrog. Met een handjevol aanhangers zal hij opklimmen en machtig worden.

24 Zonder waarschuwing vooraf zal hij de rijkste gebieden van het land binnenvallen en doen wat nog nooit iemand voor hem heeft gedaan: Hij zal de rijken hun bezittingen afnemen en die kwistig uitdelen onder zijn mannen. Met groot succes zal hij machtige vestingen in zijn gebieden belegeren en innemen, maar dit zal niet lang duren.

 

Daniel 11 vanaf vers 21 Statenvertal.

21 Daarna zal er een verachte in zijn staat staan, denwelken men de koninklijke waardigheid niet zal geven; doch hij zal in stilheid komen, en het koninkrijk door vleierijen bemachtigen.

 

22 En de armen der overstroming zullen overstroomd worden van voor zijn aangezicht, en zij zullen gebroken worden, en ook de vorst des verbonds.

 

23 En na de vereniging met hem zal hij bedrog plegen, en hij zal optrekken, en hij zal met weinig volks gesterkt worden.

 

24 Met stilheid zal hij ook in de vette plaatsen des landschaps komen, en hij zal doen, dat zijn vaders, of de vaders zijner vaderen, niet gedaan hebben; roof, en buit, en goederen, zal hij onder hen uitstrooien, en hij zal tegen de vastigheden zijn gedachten denken, doch tot een zekeren tijd toe.

 

 

 

 

 

25 Daarna zal hij alle moed bijeenrapen en een groot leger tegen Egypte op de been brengen. En Egypte zal hetzelfde doen. Maar de pogingen van de koning van Egypte om zich te verdedigen, zijn tevergeefs, want men beraamt aanslagen tegen hem.

 

 

het Turkse rijk/vernieuwde Ottomaanse rijk zal tegen Egypte aankomen.

 

26 Zijn eigen huisgenoten zullen zijn ondergang bewerken. Zijn leger zal deserteren en velen zullen sneuvelen.

 

Binnen in Egypte is er verraad en in hun leger zullen er zijn die deserteren.

 

27 Deze beide koningen zullen daarna complotten tegen elkaar smeden aan de conferentietafel en proberen elkaar te misleiden. Toch zal dat alles nutteloos zijn, want geen van beiden zal in zijn opzet slagen voordat het door God vastgestelde moment is aangebroken.

 

Er zal geprobeerd worden om met diplomatieke besprekingen vrede te bereiken, er wordt misleid en gelogen, maar ze zullen toch niet bereiken wat ze willen, omdat Gods bestemde tijd aanbreekt.

 

28 Dan zal de Syrische koning met rijke buit teruggaan naar zijn land. Onderweg zal hij door Israël trekken en er verwoestingen aanrichten.

25 En hij zal zijn kracht en zijn hart verwekken tegen den koning van het Zuiden, met een grote heirkracht; en de koning van het Zuiden zal zich in den strijd mengen met een grote en zeer machtige heirkracht; doch hij zal niet bestaan, want zij zullen gedachten tegen hem denken.

 

 

 

26 En die de stukken zijner spijze zullen eten, zullen hem breken, en de heirkracht deszelven zal overstromen, en vele verslagenen zullen vallen.

 

 

 

27 En het hart van beide deze koningen zal wezen om kwaad te doen, en aan een tafel zullen zij leugen spreken; en het zal niet gelukken, want het zal nog een einde hebben ter bestemder tijd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

28 En hij zal in zijn land wederkeren met groot goed, en zijn hart zal zijn tegen het heilig verbond; en hij zal het doen, en wederkeren in zijn land.

 

 

De geschiedenis is een voorafschaduwing van deze profetie en deze leert dat twee regenten in Egypte de oorlog verklaarden aan Antiochus Epiphanes van het Seleucidenrijk. In 169 v Chr veroverde Antiochus Pelusium en realiseerde Egypte zich dat ze een fout hadden gemaakt en de twee regenten werden afgezet. Antiochus nam Ptolemaeus VI (die zijn neef was) onder zijn voogdij, waardoor hij wettelijk Egypte onder controle kreeg. Hij veroverde bijna Alexandrië, omdat Egypte daar een andere koning had aangesteld in antwoord op zijn actie. Omdat hij Alexandrië niet kon veroveren trok hij zijn leger terug.

 

Het beest-rijk, het achtste rijk wat komt uit het zevende.......

 

Het beest:

Openbaring 13:1 En ik zag uit de zee (uit de mensenmassa) een beest (een rijk) opkomen, hebbende zeven hoofden (zeven wereldrijken in 7 verschillende tijdperken)

 

1 Egypte

2 Assyrië

3 Babylon (leeuw

4 Medo-Perzië (beer)

5 Griekenland (luipaard/pardel)

6 Rome

7 Seltsjoeken (waren er maar kort: Op.17:10)

8 Turkse rijk (Ottomaanse rijk 2.0)

 

Openbaring 13:1b en tien hoornen (tien koningen die zich aansluiten bij het beest); en op zijn hoornen waren tien koninklijke hoeden, en op zijn hoofden was een naam van gods lastering.

 

Openbaring 13:2 En het beest (het beest komt uit hetzelfde gebied als deze rijken ook waren) dat ik zag, was een pardel gelijk,(Griekenland) en zijn voeten als eens beers (Medo-Perzië) voeten, en zijn mond als de mond eens leeuws (Babylon); en de draak gaf hem zijn kracht, en zijn troon, en grote macht.

 

Jesaja 14

25 Dat Ik Assur in Mijn land zal verbreken, en hem op Mijn bergen vertreden; opdat zijn juk van hen afwijke, en zijn last van hun schouder wijke.

29 Verheug u niet, gij gans Palestina! dat de roede die u sloeg, gebroken is; want uit de wortel der slang zal een basilisk voortkomen, en haar vrucht zal een

vurige vliegende draak zijn.

Hier wordt gesproken over Assur (de slang), Assyrië omvat het zelfde gebied als deze drie rijken. Assyrië was een slang zegt Jesaja, maar het rijk, het achtste rijk, het Assyrische antichrist-rijk zal meer als een vurige vliegende draak zijn.

 

Israël zal aangevallen worden door dit achtste rijk wat komt uit het zevende, Gog en Magog.

Amos 5

19 Als wanneer iemand vlood voor het aangezicht eens leeuws, en hem ontmoette een beer; of dat hij kwam in een huis, en leunde met zijn hand aan den wand, en hem beet een slang.

20 Zal dan niet des HEEREN dag duisternis zijn, en geen licht? En donkerheid, zodat er geen glans aan zij?

27 Daarom zal Ik ulieden gevankelijk wegvoeren, ver boven Damascus henen, zegt de HEERE, Wiens Naam is God der heirscharen.

 

Nu alle drie de rijken in één keer. Ramp op ramp overkomt hen. Natuurlijk wordt het voor iedereen een vreselijke "Dag", maar God zal hen er uit redden.

Leeuw; Babylon. Beer; Medo-Perzië. Griekenland; pardel/luipaard, slang/draak inspireert dat rijk.

 

Psalmen 91:13 Op den fellen leeuw en de adder zult gij treden, gij zult den jongen leeuw en den draak vertreden.

Ook een profetie.

 

Zie ook Profetie in stroomversnelling deel I, over het beeld van Daniël en de vier dieren.

 

Daniël 7

4 Het eerste was als een leeuw, en het had arendsvleugelen; ik zag toe, totdat zijn vleugelen uitgeplukt waren, en het werd van de aarde opgeheven, en op de voeten gesteld, als een mens, en aan hetzelve werd eens mensen hart gegeven. (Nebukadnezar die 7 jaar een beest was geweest)

5 Daarna, ziet, het andere dier, het tweede, was gelijk een beer, en stelde zich aan de ene zijde, en het had drie ribben (Medo-Perzië had Babylon, Lydië en Egypte veroverd) in zijn muil tussen zijn tanden; en men zeide aldus tot hetzelve: Sta op, eet veel vlees.

6 Daarna zag ik, en ziet, er was een ander dier, gelijk een luipaard, en het had vier vleugels eens vogels op zijn rug; ook had hetzelve dier vier hoofden, en aan hetzelve werd de heerschappij gegeven. (Het Griekse rijk van Alexander de Grote)

7 Daarna zag ik in de nachtgezichten, en ziet, het vierde dier was schrikkelijk en gruwelijk, en zeer sterk; en het had grote ijzeren tanden, het at, en verbrijzelde, en vertrad het overige met zijn voeten; en het was verscheiden van al de dieren, die voor hetzelve geweest waren; en het had tien hoornen.

8 Ik nam acht op de hoornen, en ziet, een andere kleine hoorn kwam op tussen dezelve, en drie uit de vorige hoornen werden uitgerukt voor denzelven; en ziet, in dienzelven hoorn waren ogen als mensenogen, en een mond, grote dingen sprekende.

Drie hoornen worden er uitgerukt: Egypte, Lydia (west Anatolië), Babylon. (In ieder geval: Lydia kwam tijdens het Ottomaanse rijk in hun handen en dat is nog zo)

Openbaring 13:3 En ik zag een van zijn hoofden (één van de zeven) als tot den dood gewond, en zijn dodelijke wonde werd genezen; en de gehele aarde verwonderde zich achter het beest.

Het Seltsjoekenrijk/Ottomaanse rijk, Zie profetie in stroomversnelling I, maar herrijst, waar de hele wereld verwonderd over is, het grote Turkse rijk dus.

 

Zij rijden op paarden....

 

Jeremia 6

22 Zo zegt de HEERE: Ziet, er komt een volk uit het land van het noorden, en een grote natie zal opgewekt worden uit de zijden der aarde.

23 Boog en spies zullen zij voeren, het is een wreed volk, en zij zullen niet barmhartig zijn; hun stem zal bruisen als de zee, en op paarden zullen zij rijden; het is toegerust, als een man ten oorlog tegen u, o dochter van Sion!

Jeremia 50:41 Ziet, daar komt een volk uit het noorden; en een grote natie, en geweldige koningen zullen van de zijden der aarde opgewekt worden.

42 Boog en spies zullen zij voeren; wreed zijn zij, en zullen niet barmhartig zijn; hun stem zal bruisen als de zee, en op paarden zullen zij rijden; het is toegerust als een man ten oorlog, tegen u, o dochter van Babel!

De Seltsjoeken waren uiterst goede ruiters, het zevende rijk. Het volk (uit de zeven) uit het noorden komt zelfs tegen Babel.

 

Ezechiël 38

15 Gij zult dan komen uit uw plaats, uit de zijden van het noorden, gij en vele volken met u; die altemaal op paarden zullen rijden, een grote vergadering, en een machtig heir;

16 En gij zult optrekken tegen Mijn volk Israël, als een wolk, om het land te bedekken; in het laatste der dagen zal het geschieden; dan zal Ik u aanbrengen tegen Mijn land, opdat de heidenen Mij kennen, als Ik aan u, o Gog! voor hun ogen zal geheiligd worden.

18 Maar het zal geschieden te dien dage, ten dage als Gog tegen het land Israëls zal aankomen, spreekt de Heere HEERE, dat Mijn grimmigheid in Mijn neus zal opkomen.

 

Zacharia 10

3 Tegen de herders was Mijn toorn ontstoken, en over de bokken heb Ik bezoeking gedaan; maar de HEERE der heirscharen zal Zijn kudde bezoeken, het huis van Juda, en Hij zal hen stellen, gelijk het paard Zijner majesteit in den strijd.

4 Van hetzelve zal de hoeksteen, van hetzelve zal de nagel, van hetzelve zal de strijdboog, te zamen zullen van hetzelve alle drijvers voortkomen.

5 En zij zullen zijn als de helden, die in het slijk der straten treden in den strijd, en zij zullen strijden; want de HEERE zal met hen wezen; en zij zullen die beschamen, die op paarden rijden.

 

God zal een prachtig oorlogspaard van Israël maken, Israël wordt Gods wapen en daar heeft Gods cherub-leger zeker wat mee te maken. Zij zullen hen die op paarden rijden beschamen.

 

 

Openbaring 13:4 En zij aanbaden den draak, die het beest macht gegeven had; en zij aanbaden het beest, zeggende: Wie is dit beest gelijk? wie kan krijg voeren tegen hetzelve?

Dat zeggen ze over dit beest, dat hij/het machtig is en scheppen daarover op.

13:5 En hetzelve werd een mond gegeven, om grote dingen en gods lasteringen te spreken; en hetzelve werd macht gegeven, om zulks te doen, twee en veertig maanden.

13:6 En het opende zijn mond tot lastering tegen God, om Zijn Naam te lasteren, en Zijn tabernakel, en die in den hemel wonen.

De kleine hoorn uit Daniël.

Daniël 11:36 En die koning zal doen naar zijn welgevallen, en hij zal zichzelven verheffen, en groot maken boven allen God, en hij zal tegen den God der goden wonderlijke dingen spreken; en hij zal voorspoedig zijn, totdat de gramschap voleind zij, want het is vastelijk besloten, het zal geschieden.

Openbaring 13:7 En hetzelve werd macht gegeven, om den heiligen krijg aan te doen, en om die te overwinnen; en hetzelve werd macht gegeven over alle geslacht, en taal, en volk.

 

Het rijk valt o.a. Israël aan en vele andere landen, Joden en Christenen, ja er zijn ook nog steeds christenen op de aarde, zij die niet klaar waren om mee te gaan in de opname of niet wilden. Valt wel op dat er staat dat hetzelve macht werd gegeven over alle geslacht en taal en volk.

 

Openbaring 6:8 En ik zag, en ziet, een vaal paard, en die daarop zat, zijn naam was de dood; en de hel volgde hem na. En hun werd macht gegeven om te doden tot het vierde deel der aarde, met zwaard, en met honger, en met den dood, en door de wilde beesten der aarde.

Hier in Openbaring staat een discrepantie, hier lijkt het of macht gegeven werd het vierde deel der aarde te doden. Maar het klopt niet. In de originele taal staat dat hun macht gegeven werd over een vierde deel van de aarde.

Hier in de King James versie in engels staat het wel goed:

King James Bible

Revelation 6:8 And I looked, and behold a pale horse: and his name that sat on him was Death, and Hell followed with him. And power was given unto them over the fourth part of the earth, to kill with sword, and with hunger, and with death, and with the beasts of the earth.

 

Dat veel, een vierde deel van de aarde. Grote kans dat ook Europa aangevallen wordt door het Turkse rijk/vernieuwde Ottomaanse rijk, en dan zou er ook een burgeroorlog uitbreken omdat er veel Turken in Europa en Nederland wonen.

 

Openbaring 13:8 En allen, die op de aarde wonen, zullen hetzelve (beest) aanbidden, welker namen niet zijn geschreven in het boek des levens, des Lams, Dat geslacht is, van de grondlegging der wereld.

13:9 Indien iemand oren heeft, die hore.

13:10 Indien iemand in de gevangenis leidt, die gaat zelf in de gevangenis; indien iemand met het zwaard zal doden, die moet zelf met het zwaard gedood worden. Hier is de lijdzaamheid en het geloof der heiligen.

13:11 En ik zag een ander beest uit de aarde opkomen, en het had twee hoornen, des Lams hoornen gelijk, en het sprak als de draak.

Het andere beest lijkt op Yeshua, een soort van messias, had twee horens als een Lam, maar zei slechte dingen, wordt ook wel de kleine hoorn genoemd. Waarschijnlijk de antichrist.

Daniël 7:8 Ik nam acht op de hoornen, en ziet, een andere kleine hoorn kwam op tussen dezelve, en drie uit de vorige hoornen werden uitgerukt voor denzelven; en ziet, in dienzelven hoorn waren ogen als mensenogen, en een mond, grote dingen sprekende.

11 Toen zag ik toe vanwege de stem der grote woorden, welke die hoorn sprak; ik zag toe, totdat het dier gedood, en zijn lichaam verdaan werd, en overgegeven om van het vuur verbrand te worden.

 

Openbaring 13:12 En het oefent al de macht van het eerste beest, in tegenwoordigheid van hetzelve, en het maakt, dat de aarde, en die daarin wonen het eerste beest aanbidden, wiens dodelijke wonde genezen was.

De antichrist (beest uit de aarde) krijgt autoriteit van het beest uit de zee en zorgt ervoor dat mensen het eerste beest, dus wat uit de zee kwam, te aanbidden.

13:13 En het doet grote tekenen, zodat het ook vuur uit den hemel doet afkomen op de aarde, voor de mensen.

Wapens, raketten?

13:14 En verleidt degenen, die op de aarde wonen, door de tekenen, die aan hetzelve toe doen gegeven zijn in de tegenwoordigheid van het beest; zeggende tot degenen, die op de aarde wonen, dat zij het beest, dat de wond des zwaards had, en weder leefde, een beeld zouden maken.

Een naam, faam.

13:15 En hetzelve werd macht gegeven om het beeld van het beest een geest te geven, opdat het beeld van het beest ook zou spreken, en maken, dat allen, die het beeld van het beest niet zouden aanbidden, gedood zouden worden.

Een soort van wetgeving, die uitmaakt of dat je bijvoorbeeld de doodstraf verdient.

13:16 En het maakt, dat het aan allen, kleinen en groten, en rijken en armen, en vrijen en dienstknechten, een merkteken geve aan hun rechterhand of aan hun voorhoofden;

Net bijvoorbeeld als de VN-soldaten een band om hun arm en een teken op hun helm, in het leger doen ze dat vaak. Ik verwacht eigenlijk niet een soort microchip, the new world order krijgt de kans niet om op te komen, omdat er een andere vijand eerder opduikt, het achtste rijk.

13:17 En dat niemand mag kopen of verkopen, dan die dat merkteken heeft, of den naam van het beest, of het getal zijns naams.

13:18 Hier is de wijsheid: die het verstand heeft, rekene het getal van het beest;

want het is een getal eens mensen, en zijn getal is zeshonderd zes en zestig.

Voor meer uitleg, verwijs ik naar het boek van Joël Richardson-the Mideast beast.

 

Openbaring 9:12 Het ene wee is weggegaan, ziet, er komen nog twee weeën na dezen.

 

Het Turkse rijk/vernieuwde Ottomaanse rijk richt op de terugweg in korte tijd verwoestingen aan in Israël.

De vier straffen.

Daniël 11:28 En hij zal in zijn land wederkeren met groot goed, en zijn hart zal zijn tegen het heilig verbond; en hij zal het doen, en wederkeren in zijn land.

Petrus Carn.vertal: Daniel 11:28b met boze plannen tegen het heilig Verbond; hij zal ze eerst ten uitvoer brengen, dan gaat hij terug naar zijn land.

27 En het hart van beide deze koningen zal wezen om kwaad te doen, en aan een tafel zullen zij leugen spreken; en het zal niet gelukken, want het zal nog een einde hebben ter bestemder tijd.

Vredesbesprekingen, complotten en misleiding.

 

 

 

De tweede wee

 

Als we het volgende lezen, weten we dat er altijd gezegd wordt dat de grote verdrukking hiermee begint, het is zeker het moment van bedreiging voor Israël. Bij de eerste wee, kon Israël de situatie nog aan, maar nu

Mattheus 24:15 Wanneer gij dan zult zien den gruwel der verwoesting, waarvan gesproken is door Daniël, den profeet, staande in de heilige plaats; (die het leest, die merke daarop!)

21 Want alsdan zal grote verdrukking wezen, hoedanige niet is geweest van het begin der wereld tot nu toe, en ook niet zijn zal.

22 En zo die dagen niet verkort werden, geen vlees zou behouden worden; maar om der uitverkorenen wil zullen die dagen verkort worden.

 

De gruwel der verwoesting, staande in de heilige plaats, denk je snel aan een afgodsbeeld in de tempel. Maar in Lukas staat:

Lukas 21:20 Maar wanneer gij zien zult, dat Jeruzalem van heirlegers omsingeld wordt, zo weet alsdan, dat haar verwoesting nabij gekomen is.

21 Alsdan die in Judea zijn, dat zij vlieden naar de bergen; en die in het midden van dezelve zijn, dat zij daaruit trekken; en die op de velden zijn, dat zij in dezelve niet komen.

Gruwel der verwoesting is dus niet alleen een afgod in de tempel maar kan ook alleen verwoesting in Israël/Jeruzalem inhouden, in de stad van God. Dat gebeurde in 70 AD ook en werd de tempel ook verwoest. In profetie zijn meerdere lagen. Ik geloof niet dat er persé een Tempel moet zijn. Dat was wel zo in 70 AD, en de keer daarvoor dat de tempel verwoest werd.

 

De tweede keer dat Antiochus Egypte binnenviel vroeg Egypte hulp uit Rome, waardoor Antiochus zich moest terugtrekken uit Egypte en Cyprus, op de terugweg Israël binnenviel en Jeruzalem belegerde.

 

Deze geschiedenis lijkt op de profetie in Daniël 11. In Daniël staat dat de koning van het Noorden de koning van het Zuiden aanvalt, maar de geschiedenis leert dat Egypte in 169 v C. de oorlog verklaarde aan Antiochus.

Daniël lijkt te zeggen dat Egypte het onderspit delft, maar Antiochus trok zich terug omdat hij Alexandrië niet kon veroveren.

 

Het klopt wel dat Rome hem dwong om zich terug te trekken, (er kwamen schepen uit de richting van Cyprus), na zijn terugtrekking viel hij Judea binnen, dat klopt. Wordt deze profetie in Daniël 11 in delen vervuld in het verleden en in de eindtijd in zijn geheel?

 

 

 

29 Op een zeker moment zal hij opnieuw Egypte binnenvallen. Maar dit keer zal het heel anders aflopen dan bij de eerste twee gelegenheden.

 

30-31 Want hij zal worden afgeschrikt door oorlogsschepen uit Cyprus. Hij zal zich terugtrekken en naar huis gaan.

 

 

Zullen er schepen bij Cyprus vandaan komen van de EU of de VS, om het Turkse rijk/vernieuwde Ottomaanse rijk te dwingen om hun aanval te staken? Net als Antiochus gedwongen werd door het Romeinse rijk.

 

Woedend, om zijn gedwongen terugreis, zal deze Syrische koning opnieuw in Jeruzalem verwoestingen aanrichten en zich verbinden met de afvalligen.

 

31 Er zal een eind worden gemaakt aan het brengen van het dagelijkse offer en men zal een afgod in de tempel zetten om te worden aanbeden. Bij zijn vertrek zal hij de macht overdragen aan hen, die het verbond met God vaarwel hebben gezegd. Deze goddeloze mannen zullen de macht in handen krijgen.

 

32 De koning zal de mensen die de dingen van God haten, met vleierijen voor zich weten te winnen. Maar zij die God kennen en Hem trouw zijn, zullen sterk worden en dappere daden verrichten.

 

33 Degenen, die geestelijk inzicht hebben, zullen in die dagen velen deelgenoot maken van hun kennis. Maar zij zullen voortdurend in gevaar verkeren. Velen van hen zullen sterven door het zwaard, verbrand worden, gevangen gezet of beroofd.

 

34 Maar terwijl zij vallen, zal hun hulp worden geboden. Doch enkele goddeloze mensen zullen op het toneel verschijnen. Zij zullen net doen alsof zij willen helpen, maar in feite zijn zij uit op eigen voordeel.

 

35 Sommigen met het meeste inzicht in de dingen van God, zullen in die tijd in de val lopen. Maar dit zal hen alleen louteren en reinigen en hen zuiver maken tot de eindtijd, die komt op Gods tijd.

 

36 De koning zal precies doen waar hij zin in heeft. Hij zal beweren dat hij groter is dan elke bestaande god en zelfs spotten met de God der goden. Het zal hem goed gaan tot Gods geduld op is. Want Gods plannen zijn onveranderlijk.

 

 

37 Hij zal geen respect hebben voor de afgod van zijn voorouders, ook niet voor de afgod, die bij de vrouwen geliefd is, of voor een andere afgod. Want hij zal er prat op gaan dat hij groter is dan al deze afgoden.

 

38 In plaats daarvan zal hij de vestinggod aanbidden, een afgod van wie zijn voorouders nog nooit hebben gehoord. Hij zal hem vereren met goud, zilver, edelstenen en andere kostbaarheden.

 

 

39 Met de 'hulp' van deze afgod zal hij onneembare vestingen veroveren. Wie deze afgod vereert, zal hij eren en hoge bestuursposten geven. Als beloning zal hij het land onder hen verdelen.

 

29 Ter bestemder tijd zal hij wederkeren, en tegen het Zuiden komen, doch het zal niet zijn gelijk de eerste, noch gelijk de laatste reize.

 

30 Want er zullen schepen van Chittim tegen hem komen, daarom zal hij met smart bevangen worden, en hij zal wederkeren,

 

 

 

 

 

 

 

en gram worden tegen het heilig verbond, en hij zal het doen; want wederkerende zal hij acht geven op de verlaters des heiligen verbonds.

 

31 En er zullen armen uit hem ontstaan, en zij zullen het heiligdom ontheiligen, en de sterkte, en zij zullen het gedurige offer wegnemen, en een verwoestenden gruwel stellen.

 

 

 

 

 

32 En die goddelooslijk handelen tegen het verbond, zal hij doen huichelen door vleierijen; maar het volk, die hun God kennen, zullen zij grijpen, en zullen het doen.

 

 

33 En de leraars des volks zullen er velen onderwijzen, en zij zullen vallen door het zwaard en door vlam, door gevangenis en door beroving, vele dagen.

 

 

 

 

34 Als zij nu zullen vallen, zullen zij met een kleine hulp geholpen worden; doch velen zullen zich door vleierijen tot hen vervoegen.

 

 

 

35 En van de leraars zullen er sommigen vallen, om hen te louteren en te reinigen, en wit te maken, tot den tijd van het einde toe; want het zal nog zijn voor een bestemden tijd.

 

 

36 En die koning zal doen naar zijn welgevallen, en hij zal zichzelven verheffen, en groot maken boven allen God, en hij zal tegen den God der goden wonderlijke dingen spreken; en hij zal voorspoedig zijn, totdat de gramschap voleind zij, want het is vastelijk besloten, het zal geschieden.

 

37 En op de goden zijner vaderen zal hij geen acht geven, noch op de begeerte der vrouwen; hij zal ook op geen God acht geven, maar hij zal zich boven alles groot maken.

 

 

38 En hij zal den god Mauzzim in zijn standplaats eren; namelijk den god, welken zijn vaders niet gekend hebben, zal hij eren met goud, en met zilver, en met kostelijk gesteente, en met gewenste dingen.

 

39 En hij zal de vastigheden der sterkten maken met den vreemden god; dengenen, die hij kennen zal, zal hij de eer vermenigvuldigen, en hij zal ze doen heersen over velen, en hij zal het land uitdelen om prijs.

 

 

 

Als het Turkse rijk/vernieuwde Ottomaanse rijk (koning van het Noorden) voor de tweede keer Egypte (koning van het zuiden) binnenvalt wordt hij daarbij afgeschrikt door schepen uit Cyprus. Zou het Turkse rijk/vernieuwde Ottomaanse rijk voordat ze Egypte aanvallen eerst Cyprus ingenomen hebben net als Antiochus? Omdat er oorlogschepen bij Cyprus vandaan komen zou het geloofwaardig zijn dat de E.U. of V.S. eist dat het Turkse rijk/vernieuwde Ottomaanse rijk zijn leger terugtrekt uit Egypte en Cyprus.

Dat doet hij, maar op de terugweg naar zijn eigen land, valt hij Israël aan. Ook wordt dit genoemd in Numeri.

 

Daniël 11

29 Ter bestemder tijd zal hij wederkeren, en tegen het Zuiden komen, doch het zal niet zijn gelijk de eerste, noch gelijk de laatste reize.

30 Want er zullen schepen van Chittim tegen hem komen, daarom zal hij met smart bevangen worden, en hij zal wederkeren, en gram worden tegen het heilig verbond, en hij zal het doen; want wederkerende zal hij acht geven op de verlaters des heiligen verbonds.

Numeri 24: 24 En de schepen van den oever der Chitteers, die zullen Assur plagen, zij zullen ook Heber plagen; en hij zal ook ten verderve zijn.

Chitteers wonen in Cyprus. Waarschijnlijk door schepen uit het westen (Dat gebeurde al een keer), E.U. of V.S, zij plagen Assur/het Turkse rijk/vernieuwde Ottomaanse rijk, maar zij plagen ook Heber, voorvader van Israël? Zou de VN en sommige landen weer vinden dat Israël disproportioneel geweld gebruikt of zo? Bv. toen het Turkse rijk/vernieuwde Ottomaanse rijk voor de eerste maal verwoestingen aanricht in Israël?

 

Antiochus (Griekenland) voerde van 170 tot 168 BC strijd tegen de rivaliserende Ptolemaeën in Egypte, die hij bijna wist te verslaan. Na ingrijpen van de Romeinen, die met hun vloot naar Alexandrië waren overgestoken, dwongen Antiochus (Seleuciden) Cyprus en Egypte te verlaten en onverrichter zake terug te keren naar Syrië, toen de Romeinse gezant Gaius Popillius Laenas in de naam van de senaat hem met oorlog bedreigde).

Misschien zal Turkije ook ooit eerst Cyprus bezetten net als Antiochus? Misschien zal de E.U. of de V.S. het Turkse rijk/vernieuwde Ottomaanse rijk bedreigen?

 

Openbaring 9:13 En de zesde engel heeft gebazuind, en ik hoorde een stem uit de vier hoornen des gouden altaars, dat voor God was,

9:14 Zeggende tot den zesden engel, die de bazuin had: Ontbind de vier engelen, die gebonden zijn bij de grote rivier, den Eufraat.

Zesde bazuin:

9:15 En de vier engelen zijn ontbonden geworden, welke bereid waren tegen de ure, en dag, en maand, en jaar, opdat zij het derde deel der mensen zouden doden.

In dit vers van Openbaring wordt duidelijk dat de vier engelen bij de Eufraat staan en ontbonden zullen worden. Overheersing, oorlog, honger en plaag/dood.

De Eufraat ontspringt in Turkije, toeval? De tweede wee, oorlog.

Hij zal voorspoedig zijn totdat de gramschap van God tegen Gods volk voleind zij. Of met andere woorden, als de kastijding van Israël voldoende is, dan zal God zich tegen Israëls vijanden keren. God zal Israël maar heel kort kastijden.

 

Daniel 11:36 En die koning zal doen naar zijn welgevallen, en hij zal zichzelven verheffen, en groot maken boven allen God, en hij zal tegen den God der goden wonderlijke dingen spreken; en hij zal voorspoedig zijn, totdat de gramschap voleind zij, want het is vastelijk besloten, het zal geschieden.

 

Het boek: Jeremia 4: 6 Geef het signaal om naar Jeruzalem te gaan. Aarzel niet, vlucht nu! Want Ik, de HERE, breng vanuit het noorden een vreselijke verwoesting over u.

7 Een leeuw (een vernietiger van volken) komt uit zijn schuilplaats tevoorschijn en loopt in de richting van uw land. Uw steden zullen ruïnes worden, zonder één enkele inwoner.

Statenvertaling: Jeremia 4:7 De leeuw is opgekomen uit zijn haag, en de verderver der heidenen is opgetrokken, hij is uitgegaan uit zijn plaats, om uw land te stellen in verwoesting; uw steden zullen verstoord worden, dat er niemand in wone.

Bepaalde aspecten in de tekst, bv. zonder één enkele inwoner en dat er niemand in wone, zijn een laag uit de geschiedenis, waarbij het volk veel erger gedrukt werd. Toen de Babyloniërs kwamen was er meer dood en verwoesting dan er op de Dag des Heeren zal zijn, althans in Israël, denk ik, omdat de teksten dat duidelijk zeggen. De Heere zal Israël maar kort straffen. Alleen om ze te laten terugkeren naar Hem.

 

Ezechiël 4:3 Verder, neem gij u een ijzeren pan, en stel ze tot een ijzeren muur tussen u en tussen die stad; en richt uw aangezicht tegen haar, dat zij in belegering kome, en gij zult ze belegeren. Dit zij den huize Israëls een teken.

Een teken dat zij belegerd gaan worden. Israël heeft een soort Patriotsysteem (afweerraketsysteem, welke raketten uit de lucht schiet) en dat heet het Iron Dome, IJzeren koepel. Ze zullen er op dat moment niks aan hebben, het zal een teken zijn dat ze belegerd zullen worden.

 

Het Boek Ezechiël 11:11 Nee, deze stad zal geen ijzeren schild voor u zijn, waarachter u veilig bent. Ik zal u tot aan de grenzen van Israël achtervolgen en u zult weten dat Ik de HERE ben;

 

Ik geloof dat Israël gekastijd wordt, maar het zal niet zo gestraft worden als in het jaar 70, toen de Romeinen Jeruzalem veroverden en de tempel vernietigden. Zie hier in:

Zacharia 13

8 En het zal geschieden in het ganse land, spreekt de HEERE, de twee delen daarin zullen uitgeroeid worden, en den geest geven; maar het derde deel zal daarin overblijven.

9 En Ik zal dat derde deel in het vuur brengen, en Ik zal het louteren, gelijk men zilver loutert, en Ik zal het beproeven, gelijk men goud beproeft; het zal Mijn Naam aanroepen, en Ik zal het verhoren; Ik zal zeggen: Het is Mijn volk; en het zal zeggen: De HEERE is mijn God.

Maar ik geloof dat toen de staat Israël in wording kwam, dat er 2 volken tot één hout werden. God heeft gezegd tegen lo ammi (niet Zijn volk) gij zijt Mijn volk en zij zullen zeggen: u bent Mijn God.

Ezechiël 37

6 Gij nu, mensenkind! neem u een hout, en schrijf daarop: Voor Juda, en voor de kinderen Israëls, zijn metgezellen; en neem een ander hout, en schrijf daarop: Voor Jozef, het hout van Efraïm, en van het ganse huis Israëls, zijn metgezellen.

17 Doe gij ze dan naderen, het een tot het ander tot een enig hout; en zij zullen tot een worden in uw hand.

22 En Ik zal ze maken tot een enig volk in het land, op de bergen Israëls; en zij zullen allen te zamen een enigen Koning tot koning hebben; en zij zullen niet meer tot twee volken zijn, noch voortaan meer in twee koninkrijken verdeeld zijn.

Hosea 2:22b

En Ik zal ze Mij op de aarde zaaien, en zal Mij ontfermen over Lo-ruchama; en Ik zal zeggen tot Lo-ammi: Gij zijt Mijn volk; en dat zal zeggen: O, mijn God!

 

Jesaja 29

1 Wee Ariël, Ariël! (Jeruzalem) de stad, waarin David gelegerd heeft; doet jaar tot jaar; laat ze feestofferen slachten.

2 Evenwel zal Ik Ariël beangstigen, en er zal treuring en droefheid wezen, en die stad zal Mij gelijk Ariël zijn.

3 Want Ik zal een leger in het rond om u slaan, en Ik zal u belegeren met bolwerken, en Ik zal vestingen tegen u opwerpen.

4 Dan zult gij vernederd worden, gij zult uit de aarde spreken, en uw spraak zal uit het stof zachtjes voortkomen; en uw stem zal zijn uit de aarde als van een tovenaar, en uw spraak zal uit het stof piepen.

5 En de menigte uwer vreemde soldaten zal zijn gelijk dun stof, en de menigte der tirannen als voorbijvliegend kaf; en het zal in een ogenblik haastelijk geschieden.

6 Gij zult van den HEERE der heirscharen bezocht worden met donder, en met aardbeving, en groot geluid, met wervelwind, en onweder, en de vlam eens verterenden vuurs.

7 En gelijk de droom van een nachtgezicht is, alzo zal de veelheid aller heidenen zijn, die tegen Ariël strijden zullen; zelfs allen, die tegen haar en haar vestingen strijden, en haar beangstigen zullen.

 

Al hun vijanden zullen uiteindelijk wegwaaien als stof.

 

Na de uitstorting van de Heilige Geest, waarbij ook de doden opstonden en de opname plaatsvond, zullen de twee getuigen gaan evangeliseren.

 

Openbaring 11

7 En als zij hun getuigenis zullen geëindigd hebben, zal het beest, dat uit den afgrond opkomt, hun krijg aandoen, en het zal hen overwinnen, en zal hen doden.

De twee getuigen.

8 En hun dode lichamen zullen liggen op de straat der grote stad, die geestelijk genoemd wordt Sodoma en Egypte, alwaar ook onze Heere gekruist is.

9 En de mensen uit de volken, en geslachten, en talen, en natin, zullen hun dode lichamen zien drie dagen en een halven, en zullen niet toelaten, dat hun dode lichamen in graven gelegd worden.

10 En die op de aarde wonen, die zullen verblijd zijn over hen, en zullen vreugde bedrijven, en zullen elkander geschenken zenden; omdat deze twee profeten degenen, die op de aarde wonen, gepijnigd hadden.

11 En na die drie dagen en een halven, is een geest des levens uit God in hen gegaan; en zij stonden op hun voeten; en er is grote vrees gevallen op degenen, die hen aanschouwden.

12 En zij hoorden een grote stem uit den hemel, die tot hen zeide: Komt herwaarts op. En zij voeren op naar den hemel in de wolk; en hun vijanden aanschouwden hen.

13 En in diezelfde ure geschiedde een grote aardbeving, en het tiende deel der stad is gevallen, en er zijn in de aardbeving gedood zeven duizend namen van mensen, en de overigen zijn zeer bevreesd geworden, en hebben den God des hemels heerlijkheid gegeven.

Bij de belegering van Jeruzalem zullen ze gedood worden en zullen hun vijanden feest vieren, na drie en een halve dag kwam er een aardbeving, een stem, een opstanding en een opname.

Openbaring 11:13

En in diezelfde ure geschiedde een grote aardbeving, en het tiende deel der stad is gevallen, en er zijn in de aardbeving gedood zeven duizend namen van mensen, en de overigen zijn zeer bevreesd geworden, en hebben den God des hemels heerlijkheid gegeven.

 

Daarna kwam er weer een aardbeving, waardoor de Olijfberg in tweeën gespleten wordt, waardoor er heel veel mensen uit Jeruzalem kunnen vluchten:

Ook vindt er weer een opname plaatst:

 

Openbaring 11:19 Eerstelingen, 144000 worden opgenomen

En de tempel Gods in de hemel is geopend geworden, en de ark Zijns verbonds is gezien in Zijn tempel; en er werden bliksemen, en stemmen, en donderslagen, en aardbeving, en grote hagel.

 

Zacharia 14

4 En Zijn voeten zullen te dien dage staan op den Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt, tegen het oosten; en de Olijfberg zal in tweeën gespleten worden naar het oosten, en naar het westen, zodat er een zeer grote vallei zal zijn; en de ene helft des bergs zal wijken naar het noorden, en de helft deszelven naar het zuiden.

5 Dan zult gijlieden vlieden door de vallei Mijner bergen (want deze vallei der bergen zal reiken tot Azal), en gij zult vlieden, gelijk als gij vloodt voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, den koning van Juda; dan zal de HEERE, mijn God, komen, en al de heiligen met U, o HEERE!

 

Eerst staat Yeshua met de 144.000 verzegelden op de berg Sion, Hij komt hen halen, na een stem en een donderslag staan ze voor de troon te zingen. Zij zijn de eerstelingen van de tarweoogst.

Yeshua was de eersteling die van de gersteoogst opstond met daarna een aantal anderen die in Jeruzalem waren gezien. Bij de opstanding en opname was de grote gersteoogst. Daarna zijn er nog wat nalezingen van de gersteoogst geweest. Dus de volgende oogst zal de grote tarweoogst zijn.

 

Openbaring 14:1 En ik zag, en ziet, het Lam stond op den berg Sion, en met Hem honderd vier en veertig duizend, hebbende den Naam Zijns Vaders geschreven aan hun voorhoofden.

14:2 En ik hoorde een stem uit den hemel, als een stem veler wateren, en als een stem van een groten donderslag. En ik hoorde een stem van citerspelers, spelende op hun citers;

14:3 En zij zongen als een nieuw gezang voor den troon, en voor de vier dieren, en de ouderlingen; en niemand kon dat gezang leren, dan de honderd vier en veertig duizend, die van de aarde gekocht waren.

 

Ezechiël 38:8 Na vele dagen zult gij bezocht worden; in het laatste der jaren zult gij (Gog) komen in het land, dat wedergebracht is van het zwaard, dat vergaderd is uit vele volken, op de bergen Israëls, die steeds tot verwoesting geweest zijn; als hetzelve land uit de volken zal uitgevoerd zijn, en zij allemaal zeker zullen wonen.

Alle verbannelingen keerden terug naar hun land, daarna hebben zij redelijk rustig kunnen wonen.

 

Ezechiël 36

8 Maar gij, o bergen Israëls! gij zult weder uw takken geven, en uw vrucht voor Mijn volk Israël dragen, want zij naderen te komen.

9 Want ziet, Ik ben bij u, en Ik zal u aanzien, en gij zult gebouwd en bezaaid worden.

10 En Ik zal mensen op u vermenigvuldigen, het ganse huis Israëls, ja, dat geheel; en de steden zullen bewoond, en de eenzame plaatsen bebouwd worden.

11 Ja, Ik zal mensen en beesten op u vermenigvuldigen, en zij zullen vermenigvuldigd worden en vruchtbaar zijn; en Ik zal u doen bewonen, als in uw vorige tijden, ja, Ik zal het beter maken dan in uw beginselen; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.

God zal hun aanwezigheid in Israël beter maken dan in hun beginselen.

En dat is zo, Israël is rijk, rijker dan ze ooit geweest zijn.

 

12 En Ik zal mensen op u doen wandelen, namelijk Mijn volk Israël, die zullen u erfelijk bezitten, en gij zult hun ter erfenis zijn, en gij zult ze voortaan niet meer beroven.

21 Maar Ik verschoonde (vergaf) hen om Mijn heiligen Naam, dien het huis Israëls ontheiligde onder de heidenen, waarhenen zij gekomen waren.

22 Daarom zeg tot het huis Israëls: Zo zegt de Heere HEERE: Ik doe het niet om uwentwil, gij huis Israëls! maar om Mijn heiligen Naam, dien gijlieden ontheiligd hebt onder de heidenen, waarhenen gij gekomen zijt.

23 Want Ik zal Mijn groten Naam heiligen, die onder de heidenen ontheiligd is, dien gij in het midden van hen ontheiligd hebt; en de heidenen zullen weten, dat Ik de HEERE ben, spreekt de Heere HEERE, als Ik aan u voor hun ogen zal geheiligd zijn.

24 Want Ik zal u uit de heidenen halen, en zal u uit al de landen vergaderen; en Ik zal u in uw land brengen.

25 Dan zal Ik rein water op u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinigheden en van al uw drekgoden zal Ik u reinigen.

God heeft hen teruggeroepen uit de naties. Hij zal hen vergeven om Zijn Heilige Naam. God zal Zijn Heilige Geest op hen uitstorten met de grote aardbeving, zodra de grote verdrukking/Dag des Heeren begint.

 

Wat ik dus wil zeggen is dat het stukje in Zacharia 13 verleden tijd is en dat God Zijn volk maar kort zal kastijden:

Jeremia 30:11 Want Ik ben met u, spreekt de HEERE, om u te verlossen; want Ik zal een voleinding maken met al de heidenen, waarhenen Ik u verstrooid heb; maar met u zal Ik geen voleinding maken; maar Ik zal u kastijden met mate, en u niet gans onschuldig houden.

 

Ja, Jeruzalem zal veroverd worden, maar niet voor lang, eerst zal Juda bevrijd worden en dan Jeruzalem. En dan zullen al haar vijanden vernietigd worden en zal God Zijn Koninkrijk oprichten met als koning Zijn zoon Yeshua. Israël wilde een koning die mens was, God geeft ze wat ze willen, maar dan zal Hij koning zijn in Zijn Zoon Yeshua.

 

Openbaring 9:16 En het getal van de heirlegers der ruiterij was tweemaal tien duizenden der tien duizenden; en ik hoorde hun getal.

9:17 En ik zag alzo de paarden in dit gezicht, en die daarop zaten, hebbende vurige, en hemelsblauwe, en sulfervervige borstwapenen; en de hoofden der paarden waren als hoofden van leeuwen, en uit hun monden ging vuur, en rook, en sulfer,

9:18 Door deze drie werd het derde deel der mensen gedood, namelijk door het vuur, en door den rook, en door het sulfer, dat uit hun monden uitging.

De borstwapenen van deze vijanden zien er uit als het borstwapen van Alexander de Grote. Maar wie weet wordt er gewoon een geestenleger beschreven. Het achtste rijk komt uit hetzelfde gebied als Alexander de Grote, dezelfde geesten. Vuur, rook en sulfer klinken als de wapens van nu.

 

God zal Israëls vijanden allemaal straffen, want dat heeft hij beloofd.

Als het Turkse rijk/vernieuwde Ottomaanse rijk niet alleen Egypte binnenvalt, maar ook Ethiopië, dan kunnen ze de dam sluiten zodat de Nijl drooggelegd wordt.

Er staat ook echt dat zij dat zullen doen

Jes.19:5 En zij zullen de wateren uit de zee doen vergaan, en de rivier zal verzijpen en verdrogen.

6 Zij zullen ook de rivieren verre terugdrijven, zij zullen ze uithozen, en de gedamde stromen opdrogen; het riet en het schilf zullen verwelken.

7 Het papiergewas bij de stromen, aan de oevers der stromen, en al het gezaaide aan de stromen, zal verdrogen; het zal weggestoten worden, en niet meer zijn.

 

Krijgsgevangenen uit Egypte en Etiopië zullen halfnaakt weggevoerd worden (Jes 20:4).

Jesaja 20:4 Alzo zal de koning van Assyrië voortdrijven de gevangenen der Egyptenaren, en de Moren, die weggevoerd zullen worden, jongen en ouden, naakt en barrevoets, en met blote billen, den Egyptenaren tot schaamte.

Dit kan in het verleden vervuld zijn, maar kan ook nog een toekomstige gebeurtenis beschrijven.

 

Jesaja 9 Statenvertaling

1 Het volk, dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien; degenen, die wonen in het land van de schaduw des doods, over dezelve zal een licht schijnen.

2 Gij hebt dit volk vermenigvuldigd, maar Gij hebt de blijdschap niet groot gemaakt; zij zullen nochtans blijde wezen voor Uw aangezicht, gelijk men zich verblijdt in den oogst, gelijk men verheugd is, wanneer men de buit uitdeelt.

Zij herkenden Yeshua niet en ze waren niet blij, maar nochtans zullen ze wel blij zijn en zullen zij zeggen:

Jesaja 9:5 Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst;

6 Der grootheid dezer heerschappij en des vredes zal geen einde zijn op den troon van David en in zijn koninkrijk, om dat te bevestigen, en dat te sterken met gericht en met gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid toe. De ijver des HEEREN der heirscharen zal zulks doen.

 

 

De valsheid zit in de staart...........

 

 

Openbaring 9:19 Want hun macht is in hun mond, en in hun staarten; want hun staarten zijn aan de slangen gelijk, en hebben hoofden, en beschadigen met dezelve.

Jesaja 9

13 Daarom zal de HEERE afhouwen uit Israël den kop en den staart, den tak en de bieze, op een dag.

14 (De oude en aanzienlijke, die is de kop; maar de profeet, die valsheid leert, die is de staart.)

Jesaja 9: 13-14 Daarom zal de HERE in één dag de leiders van Israël en de leugenprofeten vernietigen. 15 Want de leiders hebben het volk langs de paden van verwoesting steeds verder naar de ondergang gevoerd.

Dit vers geeft aan dat de kop de leiders zijn en de staart de valse profeten. Met de Assyrische/Turkse overheersing is God niet blij met de leiders van Israël. Misschien zal Hij ook een leider/leiders afzetten, na de eerst wee.

Openbaring 9:20 En de overige mensen, die niet gedood zijn door deze plagen, hebben zich niet bekeerd van de werken hunner handen, dat zij niet zouden aanbidden de duivelen; en de gouden, en zilveren, en koperen, en stenen, en houten afgoden, die noch zien kunnen, noch horen, noch wandelen;

Valse religie en alles wat ons afleid van de enige ware God. Israël aanbidt natuurlijk een stenen goden meer. Natuurlijk aanbidden we niet letterlijk beelden tegenwoordig, maar velen stellen hun vertrouwen, in de wereld, in de mens, in de maatschappij, regering, in zichzelf, in het geld (er wordt heel veel vertrouwen gesteld in geld) wat ze hebben, enz. Maar mensen doen ook heel veel voor de dingen die ze willen, mooi huis, mooie auto, mooi uiterlijk en daar werken ze zoveel voor, dat ze zichzelf en elkaar (maar vooral God) voorbij lopen, en dat is precies wat satan wil.

Openbaring 9:21 En hebben zich ook niet bekeerd van hun doodslagen, noch van hun venijngevingen, noch van hun hoererij, noch van hun dieverijen.

Mensen doen alles om te krijgen wat ze willen.

 

Ook in: Profetie in stroomversnelling deel I wordt gesproken over hoofdstuk 17.

 

In Op. 17 wordt ook over het beest gesproken:

Openbaring 17:7 En de engel zeide tot mij: Waarom verwondert gij u? Ik zal u zeggen de verborgenheid der vrouw en van het beest, dat haar draagt, hetwelk de zeven hoofden heeft en de tien hoornen.

Het beest draagt een valse religie, afgoderij. Hier wordt ook over de valse religie van het rijk van de antichrist gesproken, dezelfde religie als die van de 7 rijken door de geschiedenis heen, de afgoderij, een andere god dienen dan de God van de Bijbel.

17:8 Het beest, dat gij gezien hebt, was en is niet; en het zal opkomen uit den afgrond, en ten verderve gaan; en die op de aarde wonen, zullen verwonderd zijn (welker namen niet zijn geschreven in het boek des levens van de grondlegging der wereld), ziende het beest, dat was en niet is, hoewel het is.

17:9 Hier is het verstand, dat wijsheid heeft. De zeven hoofden zijn zeven bergen, op welke de vrouw zit.

De bergen zijn rijken, alle rijken in alle tijden deden aan afgoderij en valse religie.

17:10 En het zijn ook zeven koningen; de vijf zijn gevallen, en de een is, en de ander is nog niet gekomen, en wanneer hij zal gekomen zijn, moet hij een weinig tijds blijven.

Vijf gevallen, één is; Rome, Griekenland is het zesde rijk, zie vorige artikelen, het rijk van de Seltsjoeken, de zevende, blijft kort, maar uit zijn wortelen ontstaat het Ottomaanse rijk.

17:11 En het beest, dat was en niet is, die is ook de achtste koning, en is uit de zeven en gaat ten verderve.

De Seltsjoeken is de 7e, de achtste koning is uit de zeven, het achtste; het herleefde Turkse rijk gaat ook verloren.

17:12 En de tien hoornen, die gij gezien hebt, zijn tien koningen, die het koninkrijk nog niet hebben ontvangen, maar als koningen macht ontvangen op een ure met het beest.

Tien koningen zullen zich bij het Turkse rijk/vernieuwde Ottomaanse rijk aansluiten, maar drie horens worden uitgerukt, waar de kleine hoorn op hun plaats komt, zie Daniël 7:

8 Ik nam acht op de hoornen, en ziet, een andere kleine hoorn kwam op tussen dezelve, en drie uit de vorige hoornen werden uitgerukt voor denzelven; en ziet, in dienzelven hoorn waren ogen als mensenogen, en een mond, grote dingen sprekende.

Drie horens: Egypte, Lydia en Babylon (Saudi Arabië?), oftewel de 3 ribben van de beer.

17:13 Dezen hebben enerlei mening, en zullen hun kracht en macht het beest overgeven.

17:14 Dezen zullen tegen het Lam krijgen, en het Lam zal hen overwinnen (want Het is een Heere der heren, en een Koning der koningen), en die met Hem zijn, de geroepenen, en uitverkorenen en gelovigen.

 

Wij zullen met Yeshua hen overwinnen, samen met Hem.

 

Openbaring 19

11 En ik zag den hemel geopend; en ziet, een wit paard, en Die op hetzelve zat, was genaamd Getrouw en Waarachtig, en Hij oordeelt en voert krijg in gerechtigheid.

12 En Zijn ogen waren als een vlam vuurs, en op Zijn hoofd waren vele koninklijke hoeden; en Hij had een naam geschreven, die niemand wist, dan Hij Zelf.

13 En Hij was bekleed met een kleed, dat met bloed geverfd was; en Zijn naam wordt genoemd het Woord Gods.

14 En de heirlegers in den hemel volgden Hem op witte paarden, gekleed met wit en rein fijn lijnwaad.

15 En uit Zijn mond ging een scherp zwaard, opdat Hij daarmede de heidenen slaan zou. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren roede; en Hij treedt den wijnpersbak van den wijn des toorns en der gramschap des almachtigen Gods.

19 En ik zag het beest, en de koningen der aarde, en hun heirlegers vergaderd, om krijg te voeren tegen Hem, Die op het paard zat, en tegen Zijn heirlegers.

 

De gelovigen, de uitverkorenen voeren oorlog met Hem, tegen het beest, in hun verheerlijkte lichaam, dat machtige geesten-lichaam, het huis/woning die Hij ons beloofd heeft. (De opgestane en opgenomen gelovigen).

Het lijkt als je zo in Openbaring leest dat het gebeurt na "de wederkomst" in heerlijkheid, maar ik denk het niet, het is sinds de opname/opstanding een doorgaande gebeurtenis (daarom komt Yeshua maar één keer, en daarom wordt gesproken over de dag van Zijn verschijning.

 

2 Thessalonicensen 2:8

En alsdan zal de ongerechtige geopenbaard worden, denwelken de Heere verdoen zal door den Geest Zijns monds, en te niet maken door de verschijning Zijner toekomst;

1 Timotheus 6:14

Dat gij dit gebod houdt, onbevlekt en onberispelijk, tot op de verschijning van onzen Heere Jezus Christus;

2 Timotheus 4:1

Ik betuig dan voor God en den Heere Jezus Christus, Die de levenden en doden oordelen zal in Zijn verschijning en in Zijn Koninkrijk:

Titus 2:13

Verwachtende de zalige hoop en verschijning der heerlijkheid van den groten God en onzen Zaligmaker Jezus Christus;

Filippensen 1:6

Vertrouwende ditzelve, dat Hij, Die in u een goed werk begonnen heeft, dat voleindigen zal tot op den dag van Jezus Christus;

1 Korinthiërs 1:8

Welke God u ook zal bevestigen tot het einde toe, om onstraffelijk te zijn in den dag van onzen Heere Jezus Christus.

2 Korinthiërs 1:14

Gelijkerwijs gij ook ten dele ons erkend hebt, dat wij uw roem zijn, gelijk gij ook de onze zijt, in den dag van den Heere Jezus.

Filippensen 1:10

Opdat gij beproeft de dingen, die daarvan verschillen, opdat gij oprecht zijt, en zonder aanstoot te geven, tot den dag van Christus;

Filippensen 2:16

Voorhoudende het woord des levens, mij tot een roem tegen den dag van Christus, dat ik niet tevergeefs heb gelopen, noch tevergeefs gearbeid.

2 Thessalonicensen 2:2

Dat gij niet haastelijk bewogen wordt van verstand, of verschrikt, noch door geest, noch door woord, noch door zendbrief, als van ons geschreven, alsof de dag van Christus aanstaande ware.

 

 

Zalig zijn de doden die sterven van nu aan....

 

Openbaring 14:13 En ik hoorde een stem uit den hemel, die tot mij zeide: Schrijf, zalig zijn de doden, die in den Heere sterven, van nu aan. Ja, zegt de Geest, opdat zij rusten mogen van hun arbeid; en hun werken volgen met hen.

 

7:9 Na dezen zag ik, en ziet, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle natie, en geslachten, en volken, en talen, staande voor den troon, en voor het Lam, bekleed zijnde met lange witte klederen, en palm takken waren in hun handen.

Wat opvallend is en dat schreef ik al eerder is dat deze mensen die gestorven zijn, al voor de troon staan en niet onder het altaar zijn (als soort van slachtoffers), wat ze daarvoor wel waren (onder het altaar), zou na de opname Christenen/Joden die in Yeshua sterven, gelijk opgenomen worden? Als je het stukje leest over de twee getuigen, die stonden op na 3,5 dag en werden opgenomen in een wolk, dan zou je zeggen dat ze dan een verheerlijkt lichaam moet hebben, toch? Dus zij die na de opname/opstanding sterven (en het geloof hebben in God en Zijn Zoon) zullen zij ook voor de troon staan? Hier wordt een hele grote schare beschreven, het is een verzameling van martelaren uit de grote verdrukking. Ik zie dit stukje als een vooruitblik op degenen die niet verzegeld zijn, maar toch zijn gaan geloven, als troost dat er nog hoop is na de opstanding en opname, voor de achterblijvers.

Drie grote oogsten, gersteoogst, tarweoogst en de druivenoogst. Een oogst bestaat uit drie delen, eerstelingen, grote oogst en de nalezingen (vier hoeken van het veld (vier hoeken der aarde).

 

Openbaring 7

7:9 Na dezen zag ik, en ziet, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle natie, en geslachten, en volken, en talen, staande voor den troon, en voor het Lam, bekleed zijnde met lange witte klederen, en palm takken waren in hun handen.

7:10 En zij riepen met grote stem, zeggende: De zaligheid zij onzen God, Die op den troon zit, en het Lam.

7:11 En al de engelen stonden rondom den troon, en rondom de ouderlingen en de vier dieren; en vielen voor den troon neder op hun aangezicht, en aanbaden God,

7:12 Zeggende: Amen. De lof, en de heerlijkheid, en de wijsheid, en de dankzegging, en de eer, en de kracht, en de sterkte zij onzen God in alle eeuwigheid. Amen.

7:13 En een uit de ouderlingen antwoordde, zeggende tot mij: Deze, die bekleed zijn met de lange witte klederen, wie zijn zij, en vanwaar zijn zij gekomen?

7:14 En ik sprak tot hem: Heere, gij weet het. En hij zeide tot mij: Dezen zijn het, die uit de grote verdrukking komen; en zij hebben hun lange klederen gewassen, en hebben hun lange klederen wit gemaakt in het bloed des Lams.

Dit is een algemeen stukje uit het begin van Openbaring, om direct de lezer te troosten dat er nog hoop is voor degenen die niet meegingen met de opname/opstanding.

 

 

 

 

Waar zal de antichrist het land binnenkomen.

 

Ze kunnen vanuit Egypte het land binnenkomen, maar ook via Syrië. Israël bombardeert bijna wekelijks in Syrië, vooral in en rondom Damascus, misschien wel dagelijks. Bij de Golan houden ze alles goed in de gaten. Iran die met de Hezbollah een voet tussen de deur willen krijgen. Israël wil haar grenzen veilig houden. Alle bedreigingen uitschakelen. Zullen zij ook wel eens naar die profetieën kijken?

 

De bergen van Israël zijn in het oosten van Israël.

Ezechiël 38

8 Na vele dagen zult gij bezocht worden; in het laatste der jaren zult gij komen in het land, dat wedergebracht is van het zwaard, dat vergaderd is uit vele volken, op de bergen Israëls, die steeds tot verwoesting geweest zijn; als hetzelve land uit de volken zal uitgevoerd zijn, en zij allemaal zeker zullen wonen.

Het lijkt er dus op dat ze in het oosten van het land binnen komen, bij de Golan is het meest waarschijnlijk, omdat ze dan via Syrië binnenkomen. Via Jordanië is onwaarschijnlijk, omdat Jordanië ontzien wordt door de antichrist. Een deel van het volk vlucht ook naar Jordanië.

Nahum 1

2 Een ijverig God en een wreker is de HEERE, een wreker is de HEERE, en zeer grimmig; een wreker is de HEERE aan Zijn wederpartijders, en Hij behoudt den toorn Zijn vijanden.

3 De HEERE is lankmoedig, doch van grote kracht, en Hij houdt den schuldige geenszins onschuldig. Des HEEREN weg is in wervelwind, en in storm, en de wolken zijn het stof Zijner voeten.

4 Hij scheldt de zee, en maakt ze droog, en Hij verdroogt alle rivieren; Basan (Golan en Karmel kwelen, ook kweelt de bloem van Libanon.

12 Alzo zegt de HEERE: Zijn zij voorspoedig, en alzo velen, alzo zullen zij ook geschoren worden, en hij zal doorgaan; Ik heb u wel gedrukt, maar Ik zal u niet meer drukken.

13 Maar nu zal Ik zijn juk van u breken, en zal uw banden verscheuren.

Basan en Karmel kwelen. Kwelen= treuren, pijn lijden, kwijnen.

Niet alleen zullen ze van het oosten aangevallen worden, maar ook van het westen (Gaza) en het noorden (Hezbollah).

Zefanja 2

4 Want Gaza zal verlaten wezen, en Askelon zal ter verwoesting wezen; Asdod zal men in den middag verdrijven, en Ekron zal uitgeworteld worden.

5 Wee den inwoneren van de landstreek der zee, den volken der Cheretim! Het woord des HEEREN zal tegen ulieden zijn, gij Kanaän, der Filistijnen land! en Ik zal u verdoen, dat er geen inwoner zal zijn.

Zacharia 9

3 En Tyrus zich sterkten gebouwd heeft, en zilver verzameld heeft als stof, en fijn goud als slijk der straten;

4 Ziet, de HEERE zal haar uit het bezit stoten, en Hij zal haar vesting in de zee verslaan; en zij zal met vuur verteerd worden.

5 Askelon zal het zien, en zal vrezen; desgelijks Gaza, en zal grote smart hebben, mitsgaders Ekron, dewijl hetgeen, waar zij op zagen, hen heeft te schande gemaakt; en de koning van Gaza zal vergaan, en Askelon zal niet bewoond worden.

God is heel genadig geweest, maar de maat is een keer vol.

 

Jesaja 17

1 De last van Damaskus. Ziet, Damaskus zal weggenomen worden, dat zij geen stad meer zij, maar zij zal een vervallen steenhoop zijn.2 De steden van Aroer zullen verlaten worden; voor de kudden zullen zij wezen, die zullen daar nederliggen, en niemand zal ze verschrikken.

3 En de vesting zal ophouden van Efraïm, en het koninkrijk van Damaskus, en het overblijfsel der Syriërs; zij zullen zijn gelijk de heerlijkheid der kinderen Israëls, spreekt de HEERE der heirscharen.

4 Ja, de glorie van Israël (Noord Israël)zal verbleken als de armoede het land binnenkomt.

Nogmaals de volgende verzen zullen op deze profetie-laag geen toepassing hebben, maar vond meer in het verleden plaats. Lees de profetieën in Ezechiël 38 en 39 maar.

5 Want hij zal zijn, gelijk wanneer een maaier het staande koren verzamelt, en zijn arm aren afmaait; ja, hij zal zijn, gelijk wanneer iemand aren leest in het dal Refraim.

6 Doch een nalezing zal daarin overig blijven, gelijk in de afschudding eens olijfbooms, twee of drie bezien in den top der opperste twijg, en vier of vijf aan zijn vruchtbare takken, spreekt de HEERE, de God Israëls.

7 Te dien dage zal de mens zien naar Dien, Die hem gemaakt heeft, en zijn ogen zullen op den Heilige Israëls zien.

Er staat niet Israël, maar de mens. Zal de vernietiging van Damascus een atoomexplosie zijn? Het is in ieder geval iets wat de mens, dus iedereen zal zien. Het zal zo schokkend zijn dat de mens naar God zal zien, de Heilige van Israëls zoals Jesaja God vaak noemt. Zal Israël dit doen? Damascus werd ook eens vernietigd door de Assyriërs. Misschien wordt het wel door de Assyriërs veroorzaakt dat Israël dit doet.

Jesaja 17:12 Wee der veelheid der grote volken, die daar bruisen, gelijk de zeeën bruisen; en wee het geruis der natiën, die daar ruisen, gelijk de geweldige wateren ruisen!

13 De natiën zullen wel ruisen, gelijk grote wateren ruisen; doch Hij zal hem schelden, zo zal hij verre wegvlieden, ja, hij zal gejaagd worden, als het kaf der bergen van den wind, en gelijk een kloot van den wervelwind.

14 Ten tijde des avonds, ziet, zo is er verschrikking, eer het morgen is, is hij er niet meer. Dit is het deel dergenen, die ons beroven, en het lot dergenen, die ons plunderen.

 

Statenvertaling: Openbaring 6:8 En ik zag, en ziet, een vaal paard, en die daarop zat, zijn naam was de dood; en de hel volgde hem na. En hun werd macht gegeven om te doden tot het vierde deel der aarde, met zwaard, en met honger, en met den dood, en door de wilde beesten der aarde.

King James Bible

And I looked, and behold a pale horse: and his name that sat on him was Death, and Hell followed with him. And power was given unto them over the fourth part of the earth, to kill with sword, and with hunger, and with death, and with the beasts of the earth.

In de statenvertaling lijkt er te staan dat er een vierde deel van de aarde gedood wordt. Maar de King James zegt het duidelijker, zoals het ook staat in de originele taal. Op een vierde deel van de aarde, krijgen zij de macht om te doden met het zwaard. Dus het beest krijgt een kwart van de aarde onder zijn macht.

Dat Europa en dus ook Nederland daar bij zal horen is heel aannemelijk.

 

Hoewel God Israël kastijdt/straft, zal dat maar heel kort zijn en zal ze nooit meer uit hun land laten gaan.

Amos 9:15

En Ik zal ze in hun land planten; en zij zullen niet meer worden uitgerukt uit hun land, dat Ik hunlieden gegeven heb, zegt de HEERE, uw God.

 

Zacharia 2:8 Want zo zegt de HEERE der heirscharen: Naar de heerlijkheid over u, heeft Hij mij gezonden tot die heidenen, die ulieden beroofd hebben; want die ulieden aanraakt, die raakt Zijn oogappel aan.

 

Israël had zijn messias niet aangenomen, het geld betaald voor het verraad van Yeshua had Judas teruggebracht naar de Hogepriester en zij hebben er een pottenbakkers-akker voor gekocht, toen verbrak God het verbond met hen, maar niet voor altijd.

 

Zacharia 11

4 Alzo zegt de HEERE, mijn God: Weidt deze slachtschapen. 6 Zekerlijk, Ik zal niet meer de inwoners dezes lands verschonen (vergeven), spreekt de HEERE en zij zullen dit land te morzel slaan, en Ik zal ze uit hun hand niet verlossen.7 Dies heb ik deze slachtschapen geweid, den een heb ik genoemd LIEFELIJKHEID, en den anderen heb ik genoemd SAMENBINDERS; en ik heb die schapen geweid. 8 En ik heb drie herders in een maand afgesneden; want mijn ziel was over hen verdrietig geworden, en ook had hun ziel een walg van mij. 9 En ik zeide: Ik zal ulieden niet meer weiden; wat sterft, dat sterve, en wat afgesneden is, dat zij afgesneden, en dat de overgeblevenen de een des anderen vlees verslinde.10 LIEFELIJKHEID, en ik verbrak denzelven, te niet doende mijn verbond, hetwelk ik met al deze volken gemaakt had. 12 Want ik had tot henlieden gezegd: Indien het goed is in uw ogen, brengt mijn loon, en zo niet, laat het na. En zij hebben mijn loon gewogen, dertig zilverlingen.

13 Doch de HEERE zeide tot mij: Werp ze henen voor den pottenbakker: een heerlijken prijs, dien ik waard geacht ben geweest van hen! En ik nam die dertig zilverlingen, en wierp ze in het huis des HEEREN, voor den pottenbakker.14 Toen verbrak ik mijn tweeden stok, SAMENBINDERS, te niet doende de broederschap tussen Juda en tussen Israël.

 

Israël wilde altijd al graag een koning, net als de andere volken. Maar God wil hu koning zijn, daarom heeft Hij Zijn zoon gestuurd, Yeshua zal hun vorst zijn en de Heere hun God.

 

Ezechiel 2:23 En Ik zal een enigen Herder over hen verwekken, en Hij zal hen weiden, namelijk Mijn knecht David; die zal ze weiden, en Die zal hun tot een Herder zijn.

24 En Ik, de HEERE, zal hun tot een God zijn; en Mijn knecht David zal Vorst zijn in het midden van hen, Ik, de HEERE, heb het gesproken.

 

Maar zij accepteerden Yeshua die in de naam van Zijn Vader kwam, niet als hun koning/messias, maar zij zullen er één aannemen die in zijn eigen naam komt.

 

Johannes 4:3 Ik ben gekomen in den Naam Mijns Vaders, en gij neemt Mij niet aan; zo een ander komt in zijn eigen naam, dien zult gij aannemen.

Dan zouden we niet ingewikkeld moeten gaan denken, hier kan gewoon een premier mee bedoeld worden, een leider in de regering, waar mensen democratisch op hebben gekozen en aangenomen hebben als hun leider. Met de nadruk op aannemen/gekozen.

 

Zacharia 11

15 Verder zeide de HEERE tot mij: Neem u nog eens dwazen herders gereedschap.

16 Want ziet, Ik zal een herder verwekken in dit land; dat gereed is om afgesneden te worden, zal hij niet bezoeken; het jonge zal hij niet zoeken, en het verbrokene zal hij niet helen, en het stilstaande zal hij niet dragen; maar het vlees van het vette zal hij eten, en derzelver klauwen zal hij verscheuren.

17 Wee den nietigen herder, den verlater der kudde! Het zwaard zal over zijn arm zijn, en over zijn rechteroog; zijn arm zal ten enenmale verdorren, en zijn rechteroog zal ten enenmale donker worden.

Israël zal iemand aannemen/kiezen die niet voor Zijn kudde zorgt, zal waarschijnlijk een premier/president zijn. Hij komt in zijn eigen naam.

 

Ezech.38:8 Na vele dagen zult gij bezocht worden; in het laatste der jaren zult gij komen in het land, dat wedergebracht is van het zwaard, dat vergaderd is uit vele volken, op de bergen Israëls, die steeds tot verwoesting geweest zijn; als hetzelve land uit de volken zal uitgevoerd zijn, en zij allemaal zeker zullen wonen.

9 Dan zult gij optrekken, gij zult aankomen als een onstuimige verwoesting, gij zult zijn als een wolk, om het land te bedekken; gij en al uw benden, en vele volken met u.

 

De bergen van Israël, ter hoogte van Syrië, het gebergte van de Golan, oftewel Basan, die Israël in de zesdaagse oorlog van Syrië heeft veroverd. Daar zal het Turkse rijk/vernieuwde Ottomaanse rijk waarschijnlijk Israël binnenkomen.

 

Zacharia 11

1 Doe uw deuren open, o Libanon! opdat het vuur uw cederen vertere.

2 Huilt, gij dennen! dewijl de cederen gevallen zijn, dewijl die heerlijke bomen verwoest zijn; huilt, gij eiken van Basan! (Golan) dewijl het sterke woud nedergevallen is.

3 Er is een stem des gehuils der herderen, dewijl hun heerlijkheid verwoest is; een stem des gebruls der jonge leeuwen, dewijl de hoogmoed van de Jordaan verwoest is.

Libanon zal dus ook niet ongeschonden uit de strijd komen. Het is de geboorteplaats van de Hezbollah.

 

Daniël 11:41 En hij zal komen in het land des sieraads, en vele landen zullen ter nedergeworpen worden; doch deze zullen zijn hand ontkomen, Edom en Moab, en de eerstelingen der kinderen Ammons.

Dat is Jordanië.

 

Openbaring 15:4 Wie zou U niet vrezen, Heere, en Uw Naam niet verheerlijken? Want Gij zijt alleen heilig; want alle volken zullen komen, en voor U aanbidden; want Uw oordelen zijn openbaar geworden.

15:5 En na dezen zag ik, en ziet, de tempel des tabernakels der getuigenis in den hemel werd geopend.

15:6 En de zeven engelen, die de zeven plagen hadden, kwamen uit den tempel, bekleed met rein en blinkend lijnwaad, en omgord om de borst met gouden gordels.

 

 

Zeven plagen.......

 

 

15:7 En een van de vier dieren gaf den zeven engelen zeven gouden fiolen, vol van den toorn Gods, Die in alle eeuwigheid leeft.

15:8 En de tempel werd vervuld met rook uit de heerlijkheid Gods, en uit Zijn kracht; en niemand kon in den tempel ingaan, totdat de zeven plagen der zeven engelen geëindigd waren.

16:1 En ik hoorde een grote stem uit den tempel, zeggende tot de zeven engelen: Gaat henen, en giet de zeven fiolen van den toorn Gods uit op de aarde.

16:2 En de eerste ging henen, en goot zijn fiool uit op de aarde; en er werd een kwaad en boos gezweer aan de mensen, die het merkteken van het beest hadden, en die zijn beeld aanbaden.

Het is aangetoond dat na vulkaanuitbarstingen er plagen zijn, de pest o.a. een bacterie die bij vlooien/luizen op dieren vandaan komen, maar ook bij de mens, en de overhand krijgt als er veel regen valt doordat er zonlicht wordt tegengehouden door as van een vulkaan. De pest veroorzaakt lymfklier-zwellingen die open gaan en gaan zweren.

 

Exodus 9

9 En zij zal tot klein stof (vulkaanas) worden over het ganse Egypteland; en zij zal aan de mensen, en aan het vee worden tot zweren, uitbrekende met blaren, in het ganse Egypteland.

10 En zij namen as uit den oven, en stonden voor Farao's aangezicht; en Mozes strooide die naar den hemel; toen werden er zweren, uitbrekende met blaren, aan de mensen en aan het vee;

11 Alzo dat de tovenaars voor Mozes niet staan konden, vanwege de zweren; want aan de tovenaars waren zweren, en aan al de Egyptenaren.

 

Na al die catastrofale natuurrampen komen er plagen, hier in de volgende artikelen beschreven:

 

 

Plague and Volcanoes - Plagen en vulkanen

April 2000

 

Plague! The word conjures up kaleidoscopic images of medieval pestilence and modern media hype. As a specific disease, however, its meaning is now confined to the infectious, and often fatal, illness caused by the bacterium Pasteurella pestis. Common carriers of true plague are rat and human fleas and the human louse.

Plagen! Het woord alleen al roept beelden op van Middeleeuwse plagen en moderne media hypes. Een specifieke ziekte, de infectieziekte, bijvoorbeeld die van de bacterie Yersina Pestis. Gewoonlijke dragers van de echte plaag waren ratten- en mensen-vlooien en de mensen-luizen.

Louis Pasteur in the 19th century suggested that the cyclical agent of plague, whatever it was, might lie very low until suddenly reactivated by a change in the climate. As early as the 16th century, the poet Thomas Nashe in the midst of a British plague lamented, "From winter, plague and pestilence, good Lord, deliver us!" In fact, it is now recognized that wet, chilly weather stimulates the reproduction of the deadly bacterium that causes bubonic and pneumonic plague. Yet, the origin of the historical cycles of plague has remained obscure.

Louis Pasteur bracht naar voren in de 19e eeuw, dat wat het ook was wat de plaag veroorzaakt, in slaaptoestand was tot aan een verandering in het klimaat. In de 16e eeuw schreef de dichter Thomas Nashe: "Red ons van winter, plaag en pestilentie o goede Heer". Het is nu voor waar aangenomen dat nat, kil weer de reproductie van een dodelijke bacterie veroorzaakt dat de pest en/of longpest teweeg brengt. Maar sommige cyclussen van de plaag en hun origine blijft onduidelijk.

By statistically examining the occurrences of widespread plague that have been recorded throughout Western history, a curious coincidence emerges. A large number of these pandemics occurred shortly after a volcano underwent a huge eruption, according to GISS scientist Richard Stothers.

Maar het statistisch onderzoeken van de gebeurtenissen van wijdverspreide plagen die zijn vastgelegd in de westerse geschiedenis, doet zich een merkwaardig toeval voor. Een groot aantal pandemieën gebeurde kort nadat er een ernorme vulkanische eruptie had plaatsgevonden, volgens wetenschapper Richard Stothers.

Volcanoes have been known to spew sulfurous gases into the stratosphere, where the sulfur combines with water vapor to form sulfuric acid aerosols. These aerosols screen out some of the radiation coming from the Sun and so cool off the Earth's surface.

Vulkanen staan bekend dat zij Sulfer-achtige gassen in de stratosfeer spuwen, waar het zwavel- met waterdamp, zwavelzuurdampen vormen. Deze dampen filteren straling van de zon, waardoor het oppervlakte van de aarde afkoelt.

They also change the circulation patterns of the atmosphere, such that the northern jet stream moves farther south, bringing cold polar air down into midlatitudes, where Europe and the Middle East lie. These areas are the main reporting regions throughout most of Western history.

Ze veranderen ook de circulatiepatronen in de atmosfeer, zodat de noordelijke jetstream verder naar het zuiden beweegt, zodat er koele poollucht naar beneden wordt geleid richting Europa en het Midden- Oosten.

Large volcanic eruptions that took place in early times beyond the Mediterranean basin have been detected, indirectly, by the heavy fallout of stratospheric aerosols onto the polar ice caps. There the aerosols are incorporated into the year's snow accumulation, which later becomes compacted into ice and, as such, remains preserved like a fossil.

Grote vulkanische erupties die plaatsvonden in vroegere tijden rond het Middellandse zeegebied zijn gedetecteerd, zijn in de bevroren sneeuwlagen teruggevonden als een fossiel.

After drilling an ice core, scientists count the annual layers downward to determine the ages of the layers with an exceptionally high sulfur content. By this means, or from direct visual reports of eruptions, we know that the seven largest volcanic eruptions of roughly the past two millennia occurred in 44 BC and in AD 536, 626, 934, 1258, 1783, and 1815.

Na het boren in ijslagen, konden wetenschappers de jaarlagen tellen welke veel zwavel bevatte. Zeven grote erupties in de laatste twee millenia vonden plaats in 44 BC en in AD 536, 626, 934, 1258, 1783 en 1815.

All of these eruptions were followed by stratospheric dry fogs that dimmed the Sun's light, chilled the atmosphere, and led to an increase in the amount of precipitation. In each case, many food crops failed and a fatal pandemic, originating from a focus in Asia or Africa, spread throughout the Mediterranean area within one to five years after the eruption. It is believed that in at least five instances the contagion responsible for the mass mortality was true plague.

Al deze erupties werden gevolgd door stratosferisch droge mist dat het zonlicht tegen hield en voor een toename in neerslag zorgde. In ieder geval mislukte er oogsten en ontstond er een fatale pandemie 1-5 jaar na de eruptie. Zeker vijf keren was deze situatie verantwoordelijk voor de pestplaag.

Not all plague pandemics, however, can be traced to large volcanic eruptions. This is not surprising, since prolonged wet, chilly weather can arise from other natural causes. Although the white Death of 1348 in Europe is a case in point, this major exception is practically unique. In any event, plague has still not been eradicated from the world, and we must bear in mind that volcanic eruptions have not been, either.

Niet alle plagen of epidemieën, pandemieën kunnen teruggeleid worden naar grote vulkanische erupties. Dit is niet verrassend, omdat nat, koud weer ook natuurlijke oorzaken kunnen hebben. De Zwarte dood in 1348 is er zo'n uniek geval. Ook al zijn plagen niet geheel verdwenen uit onze werkelijkheid, dat zijn vulkaanuitbarstingen ook niet.

 

Reference

nStothers, R.B., 1999. Volcanic dry fogs, climate cooling, and plague pandemics in Europe and the Middle East. Climatic Change 42, 713-723.

 

Nog een artikel:

 

Waarom het jaar 536 "het ergste jaar ooit" was

Wat was het ergste jaar ooit? Het jaar 1349, toen de Zwarte Dood de helft van de Europese bevolking uitroeide? Of 1918, waarin 50 tot 100 miljoen - vooral jonge - mensen aan de griep bezweken? Nee, zegt historicus Michael McCormick van de Harvard Universiteit: ,,Het was het jaar 536. Vanaf toen was de aarde een hele tijd dag en nacht in duisternis gehuld, wat McCormick en zijn team nu toeschrijven aan vulkaanuitbarstingen.

 

Het jaar 536 markeerde "het begin van een van de ergste periodes om te leven, misschien zelfs het ergste jaar", zegt Michael McCormick, middeleeuwen-specialist, archeoloog en hoofd van het Harvard University Initiative for the Science of the Human Past, in het tijdschrift Science Magazine.

 

Achttien maanden lang waren Europa, het Midden-Oosten en grote delen van Azië dag en nacht in duisternis gehuld. De Byzantijnse historicus Procopius die in die periode leefde schreef daarover: "De zon scheen het hele jaar licht zonder helderheid, net zoals de maan".

 

Dat had ook een effect op de temperaturen. In de zomer van 536 was het anderhalf tot tweeënhalve graad Celsius kouder. Het was het koudste decennium van de voorbije 2300 jaar. Er viel die periode veel sneeuw, de oogst mislukte en mensen stierven van honger. In Ierse kronieken staat dat er tussen 535 en 539 geen brood was.

 

Enkele jaren later, in 541, brak in de Oost-Romeinse haven Pelusium in Egypte de builenpest uit. De uitbraak werd ook wel de plaag van Justinianus genoemd, de Oost-Romeinse keizer op dat moment. De ziekte verspreidde zich snel en kostte aan een derde tot de helft van de bevolking van het Oost-Romeinse Rijk het leven, wat de ondergang van het Rijk heeft bespoedigd, aldus McCormick.

 

Grote vulkaanuitbarsting

Het is niet nieuw dat het midden van de zesde eeuw een donkere tijd was in deze Dark Ages maar over de oorzaak van de duisternis bestond veel onduidelijkheid. Nu schijnt een onderzoek van het ijs van een Zwitserse gletsjer onder leiding van McCormick en glacioloog Paul Mayewski van de Universiteit van Maine daar licht op: door een grootschalige vulkaanuitbarsting in IJsland begin 536 vertroebelde de lucht in het noordelijke halfrond door de aswolken.

 

Daarop volgden in 540 en 547 nog twee massieve uitbarstingen. Die vulkaanactiviteit in combinatie met de pest deden de Europese economie stagneren tot 640.

 

Uit het AD

https://www.ad.nl/wetenschap/waarom-het-jaar-536-het-ergste-jaar-ooit-was~acce5c1ea/

 

De zorg tijdens oorlog is ver te zoeken en medicijnen, vaccinaties en antibiotica zijn vaak niet beschikbaar.

Nu met deze Conona-pandemie kunnen we ons wel een voorstelling maken van zo'n wereldwijde plaag.

 

Openbaring 16:3 En de tweede engel goot zijn fiool uit in de zee, en zij werd bloed als van een dode; en alle levende ziel is gestorven in de zee.

16:4 En de derde engel goot zijn fiool uit in de rivieren en in de fonteinen der wateren; en de wateren werden bloed.

De zee is de mensenmassa, er worden veel mensen gedood in deze oorlog/natuurrampen/plagen.

Mensen krijgen geen levend water, maar misleiding, vervolging door een valse religie en de dood.

 

16:5 En ik hoorde den engel der wateren zeggen: Gij zijt rechtvaardig, Heere! Die is, en Die was, en Die zijn zal, dat Gij dit geoordeeld hebt;

Vulkaanas is zuur en verandert de ph van water, waardoor sommige bacteriën de overhand kunnen krijgen, waardoor er algen in het water kunnen groeien, die vaak rood zien. De goddeloze leer van de antichrist zorgt voor bloedvergieten.

 

Het Turkse rijk/vernieuwde Ottomaanse rijk en Iran zullen snel naar Jeruzalem oprukken, omdat het hen om Jeruzalem gaat.

 

Jesaja 22:1 De last van het dal des gezichts. Wat is u nu, dat gij altegader op de daken klimt?

2 Gij, die vol van groot gedruis waart, gij woelige stad, gij, vrolijk huppelende stad, Uw verslagenen zijn niet verslagen met het zwaard, noch gestorven in den strijd.

3 Al uw oversten zijn te zamen weggevlucht; zij zijn van de schutters gebonden, allen, die in u gevonden zijn, zijn samengebonden, zij zijn van verre gevloden.

4 Daarom zeg ik: Wendt het gezicht van mij af; laat mij bitterlijk wenen; dringt niet aan, om mij te troosten over de verstoring der dochteren mijns volks.

5 Want het is een dag van beroering, en van vertreding, en van verwarring van den Heere, den HEERE der heirscharen, in het dal des gezicht, een dag van ontmuring des muurs, en van geschreeuw naar het gebergte toe.

6 Want Elam heeft den pijlkoker genomen, de man is op den wagen, er zijn ruiters; en Kir ontbloot het schild.

Kir is een versterkte stad, een fort, zij ontbloten een schild, wat een vreemde uitspraak, een schild ontbloten als je naar de originele tekst kijkt:

Original Word: עָרָה

Transliteration: arah

a prim. root

Definition

to be naked or bare

NASB Translation

defenseless (1), emptied (1), empty (1), laid bare (2), lay him open (1), leave (1), made naked (1), make their bare (1), make yourself naked (1), poured (2), raze (2), spreading (1), uncovered (1).

A primitive root; to be (causatively, make) bare; hence, to empty, pour out, demolish -- leave destitute, discover, empty, make naked, pour (out), rase, spread self, uncover.

 

Zou een fort/militaire locatie van Iran op één of andere manier het schild (Iron Dome) van Israël defenseless, buiten werking stellen, demolish, empty, gesloopt, leeg gemaakt hebben?

Kir ligt of in Elam of in Irak, ze weten het niet precies, maar waarschijnlijk waar vroeger de Arameeërs vandaan kwamen. Kir heeft waarschijnlijk voor een naam gestaan en is een aanduiding zoals het fort van.

Dat het Iron Dome buiten werking is zou een reden kunnen zijn waarom ze kunnen oprukken naar Jeruzalem.

6 Want Elam heeft den pijlkoker genomen, de man is op den wagen, er zijn ruiters; en Kir ontbloot het schild.

En de pijlkoker, nou ja waar de pijlen uit komen, dus een raketsilo?

Jesaja 22:7 En het zal geschieden, dat uw uitgelezen dalen vol wagenen zullen zijn, en dat de ruiters zich gewisselijk zullen zetten ter poorten aan.

Zullen hier tanks mee bedoeld worden? Lijkt heel aannemelijk. Het is een "grappige" bijkomstigheid dat Israël zijn tanks strijdwagens noemt, cherubs worden ook door de Bijbel strijdwagens genoemd.

8 En hij zal het deksel van Juda ontdekken; en te dien dage zult gij zien naar de wapenen in het huis des wouds.

Deksel, bedekking, bescherming van Israël, misschien de Iron Dome en dan zal Israël omzien naar de wapens van het huis van het woud. Wordt hier soms bedoelt dat Israël zal hopen op de wapens van degenen die een woud vormen, die net als in Jeremia 17 en in Psalm 1?

Psalm 1

1 Welgelukzalig is de man, die niet wandelt in den raad der goddelozen, noch staat op den weg der zondaren, noch zit in het gestoelte der spotters;

2 Maar zijn lust is in des HEEREN wet, en hij overdenkt Zijn wet dag en nacht.

3 Want hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, en welks blad niet afvalt; en al wat hij doet, zal wel gelukken.

Jeremia 17

7 Gezegend daarentegen is de man, die op den HEERE vertrouwt, en wiens vertrouwen de HEERE is!

8 Want hij zal zijn als een boom, die aan het water geplant is, en zijn wortelen uitschiet aan een rivier, en gevoelt het niet, wanneer er een hitte komt, maar zijn loof blijft groen; en in een jaar van droogte zorgt hij niet, en houdt niet op van vrucht te dragen.

Een boom is een geest, heb ik eerder al behandeld. Israël zal hopen dat God hen beschermt met een engelenleger? Of zullen ze kijken naar wapens gemaakt van hout, zoals pijl en boog? In deze tijd is dat erg onwaarschijnlijk, dus misschien worden raketten bedoeld?

 

Als Iran zijn pijlkoker heeft genomen, zal Israël misschien de kernreactor en de eventuele raketsilo's vernietigen.

Jeremia 49:34 Het woord des HEEREN, dat tot den profeet Jeremia geschied is tegen Elam, in het begin des koninkrijks van Zedekia, den koning van Juda, zeggende:

35 Ziet, Ik zal verbreken Elams boog, het voornaamste van hunlieder geweld,

Een boog is een middel om een pijl af te schieten, de kerncentrale in Iran is de boog/middel voor kernwapens. Waarschijnlijk zal Israël deze kerncentrale nu vernietigen met alle bijkomende sites.

36 En Ik zal de vier winden uit de vier hoeken des hemels over Elam aanbrengen, en zal hen in al diezelve winden verstrooien; en er zal geen volk zijn, waarhenen Elams verdrevenen niet zullen komen.

37 En Ik zal Elam versaagd maken voor het aangezicht hunner vijanden, en voor het aangezicht dergenen, die hun ziel zoeken, en zal een kwaad over hen brengen, de hittigheid mijns toorns, spreekt de HEERE; en Ik zal het zwaard achter hen zenden, totdat Ik hen verteerd zal hebben.

38 En Ik zal Mijn troon in Elam stellen; en zal den koning en de vorsten van daar vernielen, spreekt de HEERE;

39 Maar het zal geschieden in het laatste der dagen, dat Ik Elams gevangenis wenden zal, spreekt de HEERE.

Slecht nieuws voor Iran, maar ook goed nieuws, want Hij (God) zal de overheid daar wegvagen en Hij zal Zijn troon daar zetten. Hij zal voortaan voor Iran zorgen.

 

Ezechiël 39

1 Voorts, gij mensenkind! profeteer tegen Gog, en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o Gog, hoofdvorst van Mesech en Tubal!

2 En Ik zal u omwenden, en een zeshaak in u slaan, en u optrekken uit de zijden van het noorden, en Ik zal u brengen op de bergen Israëls.

3 Maar Ik zal uw boog uit uw linkerhand slaan, en Ik zal uw pijlen uit uw rechterhand doen vallen.

Weer hun boog, die wordt uit hun handen geslagen en de pijlen zullen vallen.

4 Op de bergen Israëls zult gij vallen, gij en al uw benden, en de volken, die met u zijn; Ik heb u aan de roofvogelen, aan het gevogelte van allen vleugel, en aan het gedierte des velds ter spijze gegeven.

5 Op het open veld zult gij vallen; want Ik heb het gesproken, spreekt de Heere HEERE.

6 En Ik zal een vuur zenden in Magog, en onder degenen, die in de eilanden zeker wonen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.

Zou Israël een stad in Turkije vernietigen met een atoomwapen? Magog ligt volgens de meeste oude atlassen daar. En onder degene die iin de eilanden zeker wonen?

7 En Ik zal Mijn heiligen Naam in het midden van Mijn volk Israël bekend maken, en zal Mijn heiligen Naam niet meer laten ontheiligen; en de heidenen zullen weten, dat Ik de HEERE ben, de Heilige in Israël.

8 Ziet, het komt en zal geschieden, spreekt de Heere HEERE; dit is de dag, van welken Ik gesproken heb.

 

Jesaja 33:11 Gijlieden gaat met stro zwanger, gij zult stoppelen baren; uw geest zal u als vuur verslinden.

12 En de volken zullen zijn als de verbrandingen des kalks; als afgehouwen doornen zullen zij met het vuur verbrand worden.

Het Boek:

Het Boek Jes.33:11 U, Assyriërs, zult niets bereiken met al uw inspanningen. Uw adem zal veranderen in vuur en u zult zelf daardoor worden gedood. 12 Uw legers zullen tot kalk worden verbrand, als dorens die worden afgesneden en op het vuur gegooid.

Jesaja spreekt hier over Assyrië, zij zullen worden verbrand met zo'n hitte als de reactie van water met ongebluste kalk.

 

Jesaja 10

5 Wee den Assyriër, die de roede Mijns toorns is, en Mijn grimmigheid is een stok in hun hand!

17 Want het Licht van Israël zal tot een vuur zijn, en zijn Heilige tot een vlam, welke in brand steken en verteren zal zijn doornen en zijn distelen, op een dag.

Jesaja waarschuwt hier de Assyriër zelfs.

 

Zacharia 10:5 En zij zullen zijn als de helden, die in het slijk der straten treden in den strijd, en zij zullen strijden; want de HEERE zal met hen wezen; en zij zullen die beschamen, die op paarden rijden.

 

Jesaja 30:30 En de HEERE zal Zijn heerlijke stem doen horen, en de nederlating Zijns arms doen zien, met grimmigheid van toorn, en een vlam van verterend vuur, stralen, en een vloed, en hagelstenen.

De Heere zal een vlam van verterend vuur zijn. De Heere zal enkel een woord nodig hebben.

31 Want door de stem des HEEREN zal Assur te morzel geslagen worden, die met de roede sloeg.

Openbaring 19:15 En uit Zijn mond ging een scherp zwaard, opdat Hij daarmede de heidenen slaan zou.

Het Woord.

 

Jesaja 31:8 En Assur zal vallen door het zwaard, niet eens mans, en het zwaard, niet eens mensen, zal hem verteren; en hij zal voor het zwaard vlieden, en zijn jongelingen zullen versmelten.

Het zwaard van de Heere is Israël en Juda.

Jes 66

15 Want ziet, de HEERE zal met vuur komen, en Zijn wagenen als een wervelwind; om met grimmigheid Zijn toorn hiertoe te wenden, en Zijn schelding met vuurvlammen.

16 Want met vuur, en met Zijn zwaard zal de HEERE in het recht treden met alle vlees; en de verslagenen des HEEREN zullen vermenigvuldigd zijn.

God zal volkeren door middel van Israël straffen.

 

Zacharia 9:13 Als Ik Mij Juda zal gespannen, en Ik Efraïm den boog zal gevuld hebben; en Ik uw kinderen, o Sion! zal verwekt hebben tegen uw kinderen, o Griekenland! en u gesteld zal hebben als het zwaard van een held.

Het Boek:Zach.9: 13 Juda, u bent mijn boog! Israël, u bent mijn pijl! Samen vormt u mijn zwaard; als het zwaard van een held. Ik zwaai met dit zwaard naar de Grieken.

In de originele taal staat er Yavan, West-Turkije.

 

Micha 5:7 Ja, het overblijfsel van Jakob zal zijn onder de heidenen, in het midden van vele volken, als een leeuw onder de beesten des wouds, als een jonge.

leeuw onder de schaapskudden; dewelke, wanneer hij doorgaat, zo vertreedt en verscheurt hij, dat niemand redde.

8 Uw hand zal verhoogd zijn boven uw wederpartijders, en al uw vijanden zullen uitgeroeid worden.

Als Israël zich verdedigd, dan zal hij wreed als een leeuw verscheuren. Zij zullen zeer sterk zijn en al hun vijanden uitroeien.

 

16:6 Dewijl zij het bloed der heiligen, en der profeten vergoten hebben, zo hebt Gij hun ook bloed te drinken gegeven; want zij zijn het waardig.

16:7 En ik hoorde een anderen van het altaar zeggen: Ja, Heere, Gij almachtige God! Uwe oordelen zijn waarachtig en rechtvaardig.

16:8 En de vierde engel goot zijn fiool uit op de zon; en haar is macht gegeven de mensen te verhitten door vuur.

Genesis 37:9 En hij (Jozef) droomde nog een anderen droom, en verhaalde dien aan zijn broederen; en hij zeide: Ziet, ik heb nog een droom gedroomd, en ziet, de zon, en de maan, en elf sterren bogen zich voor mij neder.

10 En als hij het aan zijn vader en aan zijn broederen verhaalde, bestrafte hem zijn vader, en zeide tot hem: Wat is dit voor een droom, dien gij gedroomd hebt; zullen wij dan ganselijk komen, ik, en uw moeder, en uw broeders, om ons voor u ter aarde te buigen?

Jozef droomde een droom, waarbij Jacob de zon was en Rachel de maan en zijn broers 11 sterren. Jacob werd ook Israël genoemd. Is Israël de zon, die macht wordt gegeven de mensen te verhitten door vuur?

Hitte van de dag, gelijkenis van Yeshua (mat.20:12) de Dag des Heeren.

Openbaring 7:16 Zij zullen niet meer hongeren, en zullen niet meer dorsten, en de zon zal op hen niet vallen, noch enige hitte.

Jeremia 17

7 Gezegend daarentegen is de man, die op den HEERE vertrouwt, en wiens vertrouwen de HEERE is!

8 Want hij zal zijn als een boom, die aan het water geplant is, en zijn wortelen uitschiet aan een rivier, en gevoelt het niet, wanneer er een hitte komt, maar zijn loof blijft groen; en in een jaar van droogte zorgt hij niet, en houdt niet op van vrucht te dragen.

Hij die op de Heere vertrouwt blijft zijn loof groen.

Openbaring 16:9 En de mensen werden verhit met grote hitte, en lasterden den Naam Gods, Die macht heeft over deze plagen; en zij bekeerden zich niet, om Hem heerlijkheid te geven.

Als er bij een vulkaanuitbarsting/aardbeving methaangas uit de zee vrij komt, dit is een broeikasgas, zou het erg warm kunnen worden, op aarde.

 

Openbaring 16:10 En de vijfde engel goot zijn fiool uit op den troon van het beest; en zijn rijk is verduisterd geworden; en zij kauwden hun tongen van pijn;

16:11 En zij lasterden den God des hemels vanwege hun pijnen, en vanwege hun gezweren; en zij bekeerden zich niet van hun werken.

De vijfde engel goot een plaag op de troon van het beest, in het Turkse rijk/vernieuwde Ottomaanse rijk zelf?

 

Openbaring 2

12 En schrijf aan den engel der Gemeente, die in Pergamus (Turkije) is: Dit zegt Hij, Die het tweesnijdend scherp zwaard heeft:

13 Ik weet uw werken, en waar gij woont; namelijk daar de troon des satans is, en gij houdt Mijn Naam, en hebt Mijn geloof niet verloochend, ook in die dagen, in welke Antipas, Mijn getrouwe getuige was, welke gedood is bij ulieden, daar de satan woont.

 

 

Kores, Cyrus.

 

Micha 5:4 En (Yeshua) Deze zal Vrede zijn; wanneer Assur in ons land zal komen, en wanneer hij in onze paleizen zal treden, zo zullen wij tegen hem (Assur) stellen zeven herders, en acht vorsten uit de mensen.

5 Die zullen het land van Assur afweiden met het zwaard, en het land van Nimrod in deszelfs ingangen. Alzo zal Hij ons redden van Assur, wanneer dezelve in ons land zal komen, en wanneer hij in onze landpale zal treden.

Kores is een type van Christus, net als ook Jozef. Maar hier in Micha is Kores ook echt Yeshua in de laatste laag profetie en Zijn legers zijn de opgestane gelovigen en zij die zijn opgenomen. Zullen de Herders en de vorsten, misschien David, Mozes enz. zijn als machtige geesten?

 

Jesaja 41:25 Ik verwek een van het noorden, en hij zal opkomen van den opgang der zon; hij zal Mijn Naam aanroepen; en hij zal komen over de overheden als over leem, en gelijk een pottenbakker het slijk treedt.

Gelijk een pottenbakker, wie is de pottenbakker? Dat is de HEERE, Hij is de pottenbakker, Yeshua zal komen over de overheden alsof Hij het slijk treedt.

Jesaja 64:8

Doch nu, HEERE! Gij zijt onze Vader; wij zijn leem, en Gij zijt onze pottenbakker, en wij allen zijn Uwer handen werk.

 

Hij zal opkomen van den opgang der zon, wie komt er uit het oosten, de onderstaande teksten maken dat duidelijk:

Mattheus 24:27

Want gelijk de bliksem uitgaat van het oosten, en schijnt tot het westen, alzo zal ook de toekomst van den Zoon des mensen wezen.

Jesaja 46:11

Die een roofvogel roept van het oosten, een man Mijns raads uit verren lande; ja, Ik heb het gesproken, Ik zal het ook doen komen; Ik heb het geformeerd, Ik zal het ook doen.

Ezechiël 43:2

En ziet, de heerlijkheid des Gods van Israël kwam van den weg naar het oosten; en Zijn stem was als het geruis van vele wateren, en de aarde werd verlicht van Zijn heerlijkheid.

Daniël 11:44

Maar de geruchten van het Oosten en van het Noorden zullen hem (de antichrist) verschrikken; daarom zal hij uittrekken met grote grimmigheid om velen te verdelgen en te verbannen.

 

 

Jesaja 45

1 Alzo zegt de HEERE tot Zijn gezalfde, tot Cores, wiens rechterhand Ik vat, om de volken voor zijn aangezicht neder te werpen; en Ik zal de lendenen der koningen ontbinden, om voor zijn aangezicht de deuren te openen, en de poorten zullen niet gesloten worden.

Welke deuren? Welke poorten? In Nehemia wordt het duidelijk, namelijk die van Jeruzalem.

Nehemia 13:19

Het geschiedde nu, als de poorten van Jeruzalem schaduw gaven, voor den sabbat, dat ik bevel gaf, en de deuren werden gesloten; en ik beval, dat zij ze niet zouden opendoen tot na den sabbat; en ik stelde van mijn jongens aan de poorten, opdat er geen last zou inkomen op den sabbatdag.

In Zijn Koninkrijk zullen de poorten niet gesloten worden:

Openbaring 21:25

En haar poorten zullen niet gesloten worden des daags; want aldaar zal geen nacht zijn.

 

Wat hier gezegd wordt, kun je ook vinden in Lukas 3:5 Yeshua zal kromme wegen recht maken:

Jesaja 45:2 Ik zal voor uw aangezicht gaan, en Ik zal de kromme wegen recht maken; de koperen deuren zal Ik verbreken, en de ijzeren grendelen zal Ik in stukken slaan.

Lukas 3:5

Alle dal zal gevuld worden, en alle berg en heuvel zal vernederd worden, en de kromme wegen zullen tot een rechten weg worden, en de oneffen tot effen wegen.

De HEERE zal net als Kores de koperen deuren breken en ijzeren grendelen in stukken houwen.

Psalm 107

14 Hij voerde hen uit de duisternis en de schaduw des doods, en Hij brak hun banden.

15 Laat hen voor den HEERE Zijn goedertierenheid loven, en Zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen; 16 Want Hij heeft de koperen deuren gebroken, en de ijzeren grendelen in stukken gehouwen.

Kores werd het volgende beloofd:

Jesaja 45:3 En Ik zal u geven de schatten, die in de duisternissen zijn, en de verborgene rijkdommen; opdat gij moogt weten, dat Ik de HEERE ben, Die u bij uw naam roept, de God van Israël;

Kores een heiden, Paulus maakte Yeshua bekend aan de heidenen en zij maakten een heiden van Yeshua, een Jozef. Die een rijkdom der heerlijkheid is, een verborgen rijkdom.

Kolossensen 1:27

Aan wie God heeft willen bekend maken, welke zij de rijkdom der heerlijkheid dezer verborgenheid onder de heidenen, welke is Christus onder u, de Hoop der heerlijkheid;

 

Babylon

 

 

Babylon wordt in Openbaring 17 beschreven als een hoer met wijn, waarvan de koningen der aarde dronken van zijn geworden. Van de wijn worden ze dronken. Wat is de betekenis van dronken:

 

Dronkenschap definitie: als je door te veel alcoholische drank niet meer goed kunt staan en denken. Sterke gedragsveranderingen kunnen variëren van heel vrolijk (goede dronk) tot melancholiek of juist agressief (slechte dronk); ethanol of alcohol is een dempende stof. In het begin van de vergiftiging (die men dronkenschap noemt) worden echter vooral de remmende zenuwcellen gedempt; deze ontremming wordt alleen in heel lichte gevallen als aangenaam ervaren; het decorumverlies en het al te nadrukkelijk aanwezig zijn zal door anderen als storend ervaren kunnen worden.

 

In Jeremia 51:7 staat dat de volken dol zijn geworden die haar wijn hebben gedronken.

Een goede vertaling zou zijn onder haar invloed. Gedragsveranderingen, gedrag wat anderen zouden afkeuren. Er wordt ook gezegd in Openbaring 18 dat ze volken verleid zijn geweest door haar toverij.

 

De vrouw maakt niet alleen de volken dronken, maar zij is zelf ook dronken, dronken van het bloed van de heiligen en de getuigen van Yeshua, dit staat ook in Openbaring 18:

 

Openbaring 18

24 En in dezelve is gevonden het bloed der profeten en der heiligen, en al dergenen, die gedood zijn op de aarde.

En ook in Openbaring 16

6 Dewijl zij het bloed der heiligen, en der profeten vergoten hebben, zo hebt Gij hun ook bloed te drinken gegeven; want zij zijn het waardig.

en

Openbaring 13:7 En hetzelve werd macht gegeven, om den heiligen krijg aan te doen, en om die te overwinnen; en hetzelve werd macht gegeven over alle geslacht, en taal, en volk.

en

Openbaring 12:17 En de draak vergrimde op de vrouw, en ging heen om krijg te voeren tegen de overigen van haar zaad, die de geboden Gods bewaren, en de getuigenis van Jezus Christus hebben.

en

Openbaring 20:4 En ik zag tronen, en zij zaten op dezelve; en het oordeel werd hun gegeven; en ik zag de zielen dergenen, die onthoofd waren om de getuigenis van Jezus, en om het Woord Gods, en die het beest, en deszelfs beeld niet aangebeden hadden, en die het merkteken niet ontvangen hadden aan hun voorhoofd en aan hun hand;

 

De wijn van de hoer laat hen de heiligen doden. Dus het is een soort hersenspoeling, een ideologie, net als het Nazisme.

Zij wordt beschreven als een rijke vrouw: bekleed met purper (vaak in religie gebruikt) en goud en kostbare stenen en parels. Waar zij is, daar zijn ze rijk.

Sommigen spreken van Rome/het Vaticaan, ja zij ook, maar hier op de Dag des Heeren is er ook een andere stad. Ik sluit niet uit dat zij Rome ook zullen vernietigen, als de stad van het christendom (volgens hun zienswijze). Dus dan zou er een dubbele profetie vervuld kunnen worden, sommige christenen zweren erbij dat het Vaticaan, Babylon is. En er zijn ook goede vergelijkingen, maar zij is niet gelokaliseerd in een woestijn.

Ze is rijk, dus als zij in brand staat zullen de kooplieden in de schepen die aan haar goederen verkochten, in rouw zullen zijn.

 

 

Babylon is een mysterie, zij is een valse religie, maar ook een rijke stad, kijk maar naar de vergelijking van de woorden die gebruikt worden in Openbaring 18, met de woorden van de val van Tyrus in o.a Ezechiël 26 en 27. In Ezechiël 26 werd gezegd dat Tyrus blij was met de val van Jeruzalem als poort der volken, Tyrus was jaloers op de mensenmassa's die op Jeruzalem afkwamen met de feestdagen. Toen Jeruzalem viel, gebeurde dat niet meer. Jeruzalem wordt hedendage bv rond Pesach en andere feestdagen druk bezocht.

Welke stad is ook een poort van volken? Dat is Mekka in Saudi Arabië, natuurlijk nu niet met het Coronavirus, maar normaliter zijn er mensen uit de hele wereld die deelnemen aan de Hadj/de pelgrimstocht naar Mekka. Er komen tijdens de Hadj ongeveer 2 miljoen moslims. Een inkomstenpost voor Mekka van ongeveer bijna 19 miljard dollar.

 

Ezechiël 26

2 Mensenkind! daarom dat Tyrus van Jeruzalem gezegd heeft: Heah! zij is verbroken, de poort der volken; zij is tot mij omgewend; ik zal vervuld worden, zij is verwoest!

 

Eerst vond ik het vreemd, dat Openbaring 18 zoveel vergelijkingen had met het verhaal over Tyrus in Ezechiël 26-27. Wat voorbeelden:

 

Openbaring 18 Babylon

9 En de koningen der aarde, die met haar gehoereerd en weelde gehad hebben, zullen haar bewenen, en rouw over haar bedrijven, wanneer zij den rook haar brands zullen zien;

10 Van verre staande uit vreze van haar pijniging, zeggende: Wee, wee, de grote stad Babylon, de sterke stad, want uw oordeel is in een ure gekomen.

11 En de kooplieden der aarde zullen wenen en rouw maken over haar, omdat niemand hun waren meer koopt;

12 Waren van goud, en van zilver, en van kostelijk gesteente, en van paarlen, en van fijn lijnwaad, en van purper, en van zijde, en van scharlaken; en allerlei welriekend hout, en allerlei ivoren vaten, en allerlei vaten van het kostelijkste hout, en van koper, en van ijzer, en van marmersteen;

13 En kaneel, en reukwerk, en welriekende zalf, en wierook, en wijn, en olie, en meelbloem, en tarwe, en lastbeesten, en schapen; en van paarden, en van koetswagens, en van lichamen, en de zielen der mensen.

14 En de vrucht der begeerlijkheid uwer ziel is van u weggegaan; en al wat lekker en wat heerlijk was, is van u weggegaan; en gij zult hetzelve niet meer vinden.

15 De kooplieden dezer dingen, die rijk geworden waren van haar, zullen van verre staan uit vreze van haar pijniging, wenende en rouw makende;

16 En zeggende: Wee, wee, de grote stad, die bekleed was met fijn lijnwaad, en purper, en scharlaken, en versierd met goud, en met kostelijk gesteente, en met paarlen; want in een ure is zo grote rijkdom verwoest.

17 En alle stuurlieden, en al het volk op de schepen, en bootsgezellen, en allen, die ter zee handelen, stonden van verre;

18 En riepen, ziende den rook van haar brand, en zeggende: Wat stad was deze grote stad gelijk?

19 En zij wierpen stof op hun hoofden, en riepen, wenende en rouw bedrijvende, zeggende: Wee, wee, de grote stad, in dewelke allen, die schepen in de zee hadden, van haar kostelijkheid rijk geworden zijn; want zij is in een ure verwoest geworden.

 

Ezechiël 27 Tyrus

3 En zeg tot Tyrus, die daar woont aan de ingangen der zee, handelende met de volken in vele eilanden: Zo zegt de Heere HEERE: O Tyrus! gij zegt: Ik ben volmaakt in schoonheid.

4 Uw landpalen zijn in het hart der zeeën; uw bouwers hebben uw schoonheid volkomen gemaakt.

5 Zij hebben al uw denningen uit dennebomen van Senir gebouwd; zij hebben cederen van den Libanon gehaald, om masten voor u te maken.

6 Zij hebben uw riemen uit eiken van Basan gemaakt; uw berderen hebben zij gemaakt uw welbetreden elpenbeen, uit de eilanden der Chittieten.

7 Fijn linnen met stiksel uit Egypte was uw uitbreidsel, dat het u tot een zeil ware; hemelsblauw en purper, uit de eilanden van Elisa, was uw deksel.

8 De inwoners van Sidon en Arvad waren uw roeiers; uw wijzen, o Tyrus! die in u waren, die waren uw schippers.

9 De oudsten van Gebal en haar wijzen waren in u, verbeterende uw breuken; alle schepen der zee en haar zeelieden waren in u, om onderlingen handel met u te drijven.

10 Perzen, en Lydiërs, en Puteërs waren in uw heir, uw krijgslieden; schild en helm hingen zij in u op, die maakten uw sieraad.

11 De kinderen van Arvad en uw heir waren rondom op uw muren, en de Gammadieten waren op uw torens; hun schilden hingen zij rondom aan uw muren; die maakten uw schoonheid volkomen.

12 Tarsis dreef koophandel met u vanwege de veelheid van allerlei goed; met zilver, ijzer, tin, en lood handelden zij op uw markten.

13 Javan, Tubal en Mesech waren uw kooplieden; met mensenzielen en koperen vaten dreven zij onderlingen handel met u.

14 Uit het huis van Togarma leverden zij paarden, en ruiteren, en muilezels op uw markten.

15 De kinderen van Dedan waren uw kooplieden; vele eilanden waren de koophandel uwer hand; hoornen van elpenbeen en ebbenhout gaven zij u weder tot een verering.

16 Syrië dreef koophandel met u, vanwege de veelheid uwer werken; met smaragden, purper, en gestikt werk, en zijde, en Ramoth, en Cadkod, handelden zij op uw markten.

17 Juda en het land Israëls waren uw kooplieden; met tarwe van Minnit en Pannag, en honig, en olie, en balsem, dreven zij onderlingen handel met u.

18 Damaskus dreef koophandel met u, om de veelheid uwer werken, vanwege de veelheid van allerlei goed; met wijn van Chelbon en witte wol.

19 Ook leverden Dan en Javan, de omreizer, op uw markten; glad ijzer, kassie en kalmus was in uw onderlingen koophandel.

20 Dedan handelde met u met kostelijk gewand tot wagens.

21 Arabië en alle vorsten van Kedar waren de kooplieden uwer hand; met lammeren, en rammen, en bokken, daarmede handelden zij met u.

22 De kooplieden van Scheba en Raema waren uw kooplieden; met alle hoofdspecerij, en met alle kostelijk gesteente en goud, handelden zij op uw markten.

23 Haran, en Kanne, en Eden, de kooplieden van Scheba, Assur en Kilmad, handelden met u.

24 Die waren uw kooplieden met volkomen sieradien, met pakken van hemelsblauw en gestikt werk, en met schatkisten van schone klederen; gebonden met koorden, en in ceder gepakt, onder uw koopmanschap.

25 De schepen van Tarsis zongen van u, vanwege den onderlingen koophandel met u; en gij waart vervuld, en zeer verheerlijkt in het hart der zeeën.

26 Die u roeien, hebben u in grote wateren gevoerd; de oostenwind heeft u verbroken in het hart der zeeën.

27 Uw goed, en uw marktwaren, uw onderlinge koophandel, uw zeelieden, en uw schippers; die uw breuken verbeteren, en die onderlingen handel met u drijven, en al uw krijgslieden, die in u zijn, zelfs met uw ganse gemeente, die in het midden van u is, zullen vallen in het hart der zeeën, ten dage van uw val.

28 Van het geluid des geschreeuws uwer schippers zullen de voorsteden beven.

29 En allen, die den riem handelen, zeelieden, en alle schippers van de zee, zullen uit hun schepen nederklimmen; op het land zullen zij staan blijven.

30 En zij zullen hun stem over u laten horen, en bitterlijk schreeuwen; en zij zullen stof op hun hoofden werpen, zij zullen zich wentelen in de as.

 

De overeenkomsten zijn treffend, opvallend. Het zal een stad zijn als Tyrus, maar ook als Jeruzalem, een poortstad. In Jeremia 25 moeten alle volkeren drinken uit de beker der grimmigheid, een beker vol met toorn van God.

Maar Babel zal als laatste drinken:

 

Jeremia 25

26 En allen koningen van het noorden, die nabij en die verre zijn, den een met den anderen; ja, allen koninkrijken der aarde, die op den aardbodem zijn. En de koning van Sesach zal na hen drinken.

 

Babel zal als laatste drinken. Babylon is een religie, de valse religie die een god aanbidden die niet de God van de Bijbel is, niet de God die een Zoon heeft aanbidden. Ik geloof dat deze Babylon als laatste drinkt. Maar de stad Mekka, ook een poortstad, die valt eerder, want:

Openbaring 17

16 En de tien hoornen, die gij gezien hebt op het beest, die zullen de hoer haten, en zullen haar woest maken, en naakt; en zij zullen haar vlees eten, en zullen haar met vuur verbranden.

17 Want God heeft hun in hun harten gegeven, dat zij Zijn mening doen, en dat zij enerlei mening doen, en dat zij hun koninkrijk het beest geven, totdat de woorden Gods voleindigd zullen zijn.

18 En de vrouw, die gij gezien hebt, is de grote stad, die het koninkrijk heeft over de koningen der aarde.

Babylon was altijd aanwezig (als een valse religie) bij de zeven rijken/bergen die het land van Israël hadden bezet door de eeuwen heen. Over haar wordt gezegd in Openbaring 17 dat zij het koninkrijk heeft over alle koningen op de aarde. Bedoeld wordt dat deze valse religie een soort van macht heeft bij alle koningen op de aarde. Je moet het vergelijken denk ik met het Vaticaan, het is het "centrum" van het christendom, ook al zien wij dit niet zo, maar de moslimwereld ziet dit wel zo en zij denken dat het Vaticaan alle christelijk kerken bestuurt. Zo is ook Mekka het centrum van het moslimgeloof.

Maar bij Armageddon komen alle moslimlanden tegen Israël aan, zij drinken als laatste de beker van Zijn grimmigheid en toorn.

 

Openbaring 17

1 En een uit de zeven engelen, die de zeven fiolen hadden, kwam en sprak met mij, en zeide tot mij: Kom herwaarts, ik zal u tonen het oordeel der grote hoer, die daar zit op vele wateren;

Vele wateren, net als de zee een mensenmassa is. Zij is "alom vertegenwoordigd".

Openbaring 17

15 En hij zeide tot mij: De wateren, die gij gezien hebt, waar de hoer zit, zijn volken, en scharen, en natiën, en tongen.

Ze zit in meerdere landen, bij meerdere volkeren.

16 En de tien hoornen, die gij gezien hebt op het beest, die zullen de hoer haten, en zullen haar woest maken, en naakt; en zij zullen haar vlees eten, en zullen haar met vuur verbranden.

17 Want God heeft hun in hun harten gegeven, dat zij Zijn mening doen, en dat zij enerlei mening doen, en dat zij hun koninkrijk het beest geven, totdat de woorden Gods voleindigd zullen zijn.

18 En de vrouw, die gij gezien hebt, is de grote stad, die het koninkrijk heeft over de koningen der aarde.

Babylon is niet alleen de poortstad, de religieuze stad, maar ook:

Openbaring 17:9 Hier is het verstand, dat wijsheid heeft. De zeven hoofden zijn zeven bergen, op welke de vrouw zit.

De vrouw zit op zeven bergen, zeven rijken door de eeuwen heen (Assyrië, Babylonië, Rome enz.).

Jesaja 47:9 Doch deze beide dingen zullen u in een ogenblik overkomen, op een dag, de beroving van kinderen en weduwschap; volkomenlijk zullen zij u overkomen, vanwege de veelheid uwer toverijen, vanwege de menigte uwer bezweringen.

Er is een gezegde in die tijd. Een stad kan weduwschap en beroving van kinderen overkomen. Dit betekent dat de stad hun koning en inwoners zullen kwijtraken.

Zij zullen in de steek worden gelaten door hun god/koning (weduwschap) en beroving van kinderen, oftewel volgelingen. Dit laatste gebeurt pas in de derde wee.

 

Psalm 137:8 O dochter van Babel! die verwoest zult worden, welgelukzalig zal hij zijn, die u uw misdaad vergelden zal, die gij aan ons misdaan hebt.

9 Welgelukzalig zal hij zijn, die uw kinderkens (inwoners) grijpen, en aan de steenrots (Christus?)verpletteren zal.

 

 

Babel wordt aangevallen, o.a. door Elam en de antichrist-natie, het vernieuwde Turkse rijk.

Jesaja 21

1 De last der woestijn aan de zee. Gelijk de wervelwinden in het zuiden henen doorgaan, zal hij uit de woestijn komen, uit een vreselijk land.

Babel ligt dus in de woestijn en deze woestijn ligt aan zee.

2 Een hard gezicht is mij te kennen gegeven: die trouweloze handelt trouwelooslijk, en die verstoorder verstoort; trek op, o Elam! beleger ze, o Media! Ik heb al haar zuchting doen ophouden.

Iran en andere landen die zich bij het Turkse rijk hebben aangesloten vallen Mekka aan. Hier in Jesaja staat vooral Iran op de voorgrond, maar niet alleen Iran valt Babel aan.

 

Jesaja 47

1 Daal af, en zit in het stof, gij jonkvrouw, dochter van Babel! zit op de aarde, er is geen troon meer, gij dochter der Chaldeeën! want gij zult niet meer genaamd worden de tedere, noch de wellustige.

Zij is een dochter van Babel, is van haar troon gestoten. Een dochter van de Chaldeeën (Irak). Zij is dus een dochter, niet het originele Babel.

4 Onzes Verlossers Naam is HEERE der heirscharen, de Heilige Israëls.

5 Zit stilzwijgende, en ga in de duisternis, gij dochter der Chaldeeën! want gij zult niet meer genoemd worden koningin der koninkrijken.

Zij wordt niet meer genoemd koningin der koninkrijken.

7 En gij zeidet: Ik zal koningin zijn in eeuwigheid; tot nog toe hebt gij deze dingen niet in uw hart genomen, gij hebt aan het einde daarvan niet gedacht.

 

Openbaring 17

15 En hij zeide tot mij: De wateren, die gij gezien hebt, waar de hoer zit, zijn volken, en scharen, en natiën, en tongen.

Deze religie is bij vele volken, natiën en talen.

16 En de tien hoornen, die gij gezien hebt op het beest, die zullen de hoer haten, en zullen haar woest maken, en naakt; en zij zullen haar vlees eten, en zullen haar met vuur verbranden.

17 Want God heeft hun in hun harten gegeven, dat zij Zijn mening doen, en dat zij enerlei mening doen, en dat zij hun koninkrijk het beest geven, totdat de woorden Gods voleindigd zullen zijn.

18 En de vrouw, die gij gezien hebt, is de grote stad, die het koninkrijk heeft over de koningen der aarde.

Zij die zich bij het beest hebben aangesloten, die zullen haar haten en haar met vuur verbranden. Dit klinkt vreemd, waarom zullen zij hun centrum van religie aanvallen?

Net als in het christendom, zijn er verschillende stromingen en is er soms haat en nijd. Saudi Arabië wordt gehaat om hun rijkdom en dat zij samenheulen met Amerika, zij pleegt overspel.

 

En toch wordt het hier gezegd:

Jesaja 50:9 Want ziet, Ik zal een verzameling van grote volken uit het land van het noorden verwekken, en tegen Babel opbrengen; die zullen zich tegen haar rusten; van daar zal zij ingenomen worden; hun pijlen zullen zijn als eens kloeken helds, geen zal ledig wederkeren.

Lijken "intelligente" wapens, moderne.

 

Jeremia 50

41 Ziet, daar komt een volk uit het noorden; en een grote natie, en geweldige koningen zullen van de zijden der aarde opgewekt worden.

42 Boog en spies zullen zij voeren; wreed zijn zij, en zullen niet barmhartig zijn; hun stem zal bruisen als de zee, en op paarden zullen zij rijden; het is toegerust als een man ten oorlog, tegen u, o dochter van Babel! 43 De koning van Babel heeft hunlieder gerucht gehoord, en zijn handen zijn slap geworden; benauwdheid heeft hem aangegrepen, weedom als van een barende vrouw.

Op paarden zullen ze rijden, dat zegt wat over hun oorsprong.

Openbaring 18

9 En de koningen der aarde, die met haar gehoereerd en weelde gehad hebben, zullen haar bewenen, en rouw over haar bedrijven, wanneer zij den rook haar brands zullen zien;

10 Van verre staande uit vreze van haar pijniging, zeggende: Wee, wee, de grote stad Babylon, de sterke stad, want uw oordeel is in een ure gekomen.

17 En alle stuurlieden, en al het volk op de schepen, en bootsgezellen, en allen, die ter zee handelen, stonden van verre;

18 En riepen, ziende den rook van haar brand, en zeggende: Wat stad was deze grote stad gelijk?

19 En zij wierpen stof op hun hoofden, en riepen, wenende en rouw bedrijvende, zeggende: Wee, wee, de grote stad, in dewelke allen, die schepen in de zee hadden, van haar kostelijkheid rijk geworden zijn; want zij is in een ure verwoest geworden.

Er komt vooral naar voren, dat er vooral op economisch gebied gerouwd wordt.

 

Jesaja 21:16 Want alzo heeft de HEERE tot mij gezegd: Nog binnen een jaar, gelijk de jaren eens dagloners zijn, zo zal de heerlijkheid van Kedar ten ondergaan.

Jesaja profeteert dat de heerlijkheid van Kedar (die gelokaliseerd wordt in Saudi Arabië) binnen een jaar ten onder gaat.

(In een jubeljaar kwam een dagloner vrij, hoeveel jaren hij diende kon afhangen van wanneer hij zichzelf verkocht om zijn schulden af te lossen en hoeveel jaar het nog duurde tot het Jubeljaar, wanneer hij dus vrijkomt. Deze varieert van een jaar tot 49 jaar. Omdat de verwachting is dat de Dag des Heeren een jaar duurt met zeven Feesten (of Moed) verwacht ik dat er een jaar bedoeld wordt, omdat ik denk dat de Dag des Heeren een Jubeljaar zal zijn, waarin slaven vrijgelaten worden en alle bezit naar de oorspronkelijke eigenaar gaat).

 

Zij plunderen Saudi Arabië en zij brengen de zwarte steen terug naar Sinear, oftewel naar Irak, dit mysterie wordt in Zacharia 5 beschreven:

 

Zacharia 5

8 En Hij zeide: Deze is de goddeloosheid; en Hij wierp ze in het midden van de efa; en Hij wierp het loden gewicht op den mond derzelve.

Goddeloosheid, in het engels staat er wickedness, er wordt zonde bedoeld. De zwarte steen bevat alle zonde van de moslims.

9 En ik hief mijn ogen op, en ik zag; en ziet, twee vrouwen kwamen voort, en wind was in haar vleugelen, en zij hadden vleugelen, als de vleugelen eens ooievaars; en zij voerden de efa tussen de aarde en tussen den hemel.

10 Toen zeide ik tot den Engel, Die met mij sprak: Waarhenen brengen zij deze efa?

11 En Hij zeide tot mij: Om haar een huis te bouwen in het land Sinear; dat zij daar gevestigd en gesteld worde op haar grondvesting.

 

Turkije eert ooievaars, noemen de ooievaar de kameel-vogel, vader pelgrim, omdat zij ook deelnemen aan de hadj en nestelen op moskeeën en minaretten, daarom worden waarschijnlijk ooievaarsvleugels genoemd.

 

In Israël komen mensen aan, die uit Saudi Arabië zijn gevlucht en terug naar hun thuisland komen:

Jesaja 21:6 Want aldus heeft de Heere tot mij gezegd: Ga heen, zet een wachter, laat hem aanzeggen, wat hij ziet.

7 En hij zag een wagen, een paar ruiters, een wagen met ezels, een wagen met kemels; en hij merkte zeer nauw op, met grote opmerking.

8 En hij riep: Een leeuw, Heere! ik sta op den wachttoren geduriglijk bij dag, en op mijn hoede zet ik mij ganse nachten.

9 En zie nu, daar komt een wagen mannen, en een paar ruiters! Toen antwoordde hij, en zeide: Babel is gevallen, zij is gevallen! en al de gesneden beelden harer goden heeft Hij verbroken tegen de aarde.

 

Ooit zal Jeruzalem de belangrijkste en de grootste poortstad zijn:

Micha 4:2

En vele heidenen zullen henengaan, en zeggen: Komt en laat ons opgaan tot den berg des HEEREN, en ten huize van den God Jakobs, opdat Hij ons lere van Zijn wegen, en wij in Zijn paden wandelen; want uit Sion zal de wet uitgaan, en des HEEREN woord uit Jeruzalem.

 

 

 

Juda en Jeruzalem zal worden gered...tijdens Armageddon

 

 

Zacharia 12:2

Ziet, Ik zal Jeruzalem stellen tot een drinkschaal der zwijmeling allen volken rondom; ja, ook zal zij zijn over Juda, in de belegering tegen Jeruzalem.

Jeruzalem en Juda zal worden bezet, maar zullen worden gered.

 

Zacharia 9:16 Die dag zal de HERE, hun God, Zijn volk redden zoals een herder zorgt voor zijn schapen. Zij zullen in Zijn land schitteren als kroonjuwelen.

Ezechiël 28 beschrijft een cherub (satan) die eruit ziet als kroonjuwelen. Een cherub heeft vier gezichten: een mens, een os, een leeuw en een arend. God belooft dat wij zullen opstijgen als arenden, we worden een machtig geest, maar we zijn ook mens, God belooft in Openbaring dat we koningen en priesters zullen worden, dus vier gezichten krijgen we. We worden Cherubs. Mens, geest, koning en priester. De originele takken van de edele olijf, oftewel Israël en de heidenen die geënt worden op de edele olijf. Zij die de geboden Gods bewaren en het geloof in Yeshua bewaren.

De hogepriester droeg een plaat over zijn borst met daarop deze edelstenen. In het volgend stukje in Ezechiël 28 wordt gesproken over satan die bekleed was met deze edelstenen:

Ezechiël 28

13 Gij waart in Eden, Gods hof; alle kostelijk gesteente was uw deksel, sardisstenen, topazen en diamanten, turkooizen, sardonixstenen en jaspisstenen, saffieren, robijnen, en smaragden, en goud; het werk uwer trommelen en uwer pijpen was bij u; ten dage als gij geschapen werdt, waren zij bereid.14 Gij waart een gezalfde, overdekkende cherub; en Ik had u alzo gezet; gij waart op Gods heiligen berg; gij wandeldet in het midden der vurige stenen.

 

Zacharia 10:6 En Ik zal het huis van Juda versterken, en het huis van Jozef zal Ik behouden, en Ik zal hen weder inzetten; want Ik heb Mij hunner ontfermd, en zij zullen wezen, alsof Ik hen niet verstoten had; want Ik ben de HEERE, hun God, en Ik zal ze verhoren.

God zal ze maar kort kastijden.

 

Zefanja 3:16 Te dien dage zal tot Jeruzalem gezegd worden: Vrees niet, o Sion! laat uw handen niet slap worden. 17 De HEERE, uw God, is in het midden van u, een Held, Die verlossen zal; Hij zal over u vrolijk zijn met blijdschap, Hij zal zwijgen in Zijn liefde, Hij zal Zich over u verheugen met gejuich. 19 Ziet, Ik zal te dien tijde al uw verdrukkers verdoen; en Ik zal de hinkenden behoeden, en de uitgestotenen verzamelen; en Ik zal ze stellen tot een lof, en tot een naam, in het ganse land, waar zij beschaamd zijn geweest.

Hij zal zwijgen in Zijn liefde (over hun zonden) en hij zal Zich verheugen met gejuich.

 

Joël 3:1

Want ziet, in die dagen en te dier tijd, als Ik de gevangenis van Juda en Jeruzalem zal wenden;

Jeremia 33:16

In die dagen zal Juda verlost worden, en Jeruzalem zeker wonen; en deze is, die haar roepen zal: De HEERE, onze GERECHTIGHEID.

Zij zullen gered worden en zij zullen roepen: De HEERE, onze GERECHTIGHEID.

 

Zacharia 12:6

Te dien dage zal Ik de leidslieden van Juda stellen als een vurige haard onder het hout, en als een vurige fakkel onder de schoven; en zij zullen ter rechter zijde en ter linkerzijde alle volken rondom verteren; en Jeruzalem zal nog blijven in haar plaats te Jeruzalem.

7 En de HEERE zal de tenten van Juda ten voorste behouden, opdat de heerlijkheid van het huis Davids, en de heerlijkheid der inwoners van Jeruzalem, zich niet verheffe tegen Juda.

8 Te dien dage zal de HEERE de inwoners van Jeruzalem beschutten; en die, die onder hen struikelen zou, zal te dien dage zijn als David; en het huis Davids zal zijn als goden; als de Engel des HEEREN voor hun aangezicht.

9 En het zal te dien dage geschieden, dat Ik zal zoeken te verdelgen alle heidenen, die tegen Jeruzalem aankomen.

 

Eerst zal Juda gered worden, dan pas Jeruzalem, opdat zij zich niet zullen verheffen tegen Juda. Oftewel zich belangrijker/meer waardevol voelen.

 

 

 

Derde wee...tarweoogst...druiven-oogst..........Armageddon.

 

 

14:6 En ik zag een anderen (1e) engel, vliegende in het midden des hemels, en hij had het eeuwige Evangelie, om te verkondigen dengenen, die op de aarde wonen, en aan alle natie, en geslacht, en taal, en volk;

14:7 Zeggende met een grote stem: Vreest God, en geeft Hem heerlijkheid, want de ure Zijns oordeels is gekomen; en aanbidt Hem, Die den hemel, en de aarde, en de zee, en de fonteinen der wateren gemaakt heeft.

14:8 En er is een andere (2e) engel gevolgd, zeggende: Zij is gevallen, zij is gevallen, Babylon, die grote stad, omdat zij uit den wijn des toorns harer hoererij alle volken heeft gedrenkt.

14:9 En een derde engel is hen gevolgd, zeggende met een grote stem: Indien iemand het beest aanbidt en zijn beeld, en ontvangt het merkteken aan zijn voorhoofd, of aan zijn hand,

14:10 Die zal ook drinken uit den wijn des toorn Gods, die ongemengd ingeschonken is, in den drinkbeker Zijns toorns; en hij zal gepijnigd worden met vuur en sulfer voor de heilige engelen en voor het Lam.

14:14 En ik zag, en ziet, een witte wolk, en op de wolk was Een gezeten, des mensen Zoon gelijk, hebbende op Zijn hoofd een gouden kroon; en in Zijn hand een scherpe sikkel.

Yeshua is klaar om de aarde te oogsten, namelijk de tarwe- en druiven-oogst. De druiven zijn Gods vijanden, alle naties die tegen Jeruzalem aankomen. De tarweoogst zijn de gelovigen, die voor Armageddon worden opgenomen.

14:15 En een andere engel kwam uit den tempel, roepende met een grote stem tot Dengene, Die op de wolk zat: Zend Uw sikkel en maai; want de ure om te maaien is nu gekomen, dewijl de oogst der aarde rijp is geworden.

14:16 En Die op de wolk zat, zond Zijn sikkel op de aarde, en de aarde werd gemaaid.

Hier wordt dus het tarwe gemaaid/geoogst.

14:17 En een andere ₅ engel kwam uit den tempel, die in den hemel is, hebbende ook zelf een scherpe sikkel.

14:18 En een andere ₆ engel kwam uit van het altaar, die macht had over het vuur; en hij riep met een groot geroep, tot dengene, die de scherpe sikkel had, zeggende: Zend uw scherpe sikkel, en snijd af de druiftakken van den wijngaard der aarde, want zijn druiven zijn rijp.

14:19 En de ₇ engel zond zijn sikkel op de aarde en sneed de druiven af van den wijngaard der aarde, en wierp ze in den groten wijnpersbak des toorns Gods.

14:20 En de wijnpersbak werd buiten de stad getreden, en er is bloed uit den wijnpersbak gekomen, tot aan de tomen der paarden, duizend zeshonderd stadiën ver.

 

19:15 En uit Zijn mond ging een scherp zwaard, opdat Hij daarmede de heidenen slaan zou. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren roede; en Hij treedt den wijnpersbak van den wijn des toorns en der gramschap des almachtigen Gods.

19:16 En Hij heeft op Zijn kleed en op Zijn dij dezen Naam geschreven: Koning der koningen, en Heere der heren.

De volken die tegen Israël aankomen zullen worden afgesneden en in de grote wijnpersbak van de toorn van God worden geworpen. Het is ook een oogst, maar zij worden geplet.

 

Eufraat komt droog te liggen, zodat de koningen uit het oosten kunnen komen. Yeshua en Zijn gemeente.

16:12 En de zesde engel goot zijn fiool uit op de grote rivier, den Eufraat; en zijn water is uitgedroogd, opdat bereid zou worden de weg der koningen, die van den opgang der zon komen zullen.

Het water van de Eufraat is drooggelegd door God, waardoor de koningen uit het oosten kunnen komen. De Eufraat, haar stroom is ooit een andere richting in gestuurd, waardoor er een deel droog kwam te liggen, waardoor Babel veroverd kon worden. Maar wat zou het hier betekenen. In Jesaja 50 staat dit:

Jesaja 50

1 Alzo zegt de HEERE: Waar is de scheidbrief van ulieder moeder, waarmede Ik haar weggezonden heb? Of wie is er van Mijn schuldeisers, aan wien Ik u verkocht heb? Ziet, om uw ongerechtigheden zijt gij verkocht, en om uw overtredingen is uw moeder weggezonden.

God was gescheiden van Zijn volk en had Zijn volk verkocht.

2 Waarom kwam Ik, en er was niemand, waarom riep Ik, en niemand antwoordde? Is Mijn hand dus gans kort geworden, dat zij niet verlossen kan, of is er in Mij geen kracht om uit te redden? Ziet, door Mijn schelding maak Ik de zee droog, Ik stel de rivieren tot een woestijn, dat haar vis stinkt, omdat er geen water is, en sterft van dorst.

3 Ik bekleed den hemel met zwartheid, en stel een zak tot zijn deksel.

Niemand van Israël wilde verlost worden, niemand, klaagt de HEERE. Toen zij wel om verlossing riepen kwam Hij, Yeshua. Op Zijn Dag kwam Hij en maakte de Eufraat droog, opdat Zijn weg bereid zou worden. Yeshua de Koning en Zijn mensen, machtige geesten, koningen en priesters, Zijn gemeente, Zijn bruid, Zijn volk, Zijn ongekende leger, Zijn gemonsterden.

 

Jeremia 50

38 Droogte zal zijn over haar wateren, dat zij uitdrogen; want het is een land van gesneden beelden, en zij razen naar de schrikkelijke afgoden.

39 Daarom zo zullen de wilde dieren der woestijnen met de wilde dieren der eilanden daarin wonen; ook zullen de jonge struisen daarin wonen; en men zal er geen verblijf meer hebben in eeuwigheid, en zij zal niet bewoond worden van geslacht tot geslacht.

40 Gelijk God Sodom en Gomorra en haar naburen heeft omgekeerd, spreekt de HEERE, alzo zal niemand aldaar wonen, en geen mensenkind in haar verkeren.

 

 

Hij komt uit het oosten......Armageddon komt eraan

 

Zefanja 3

8 Daarom verwacht Mij, spreekt de HEERE, ten dage als Ik Mij opmake tot den roof; want Mijn oordeel is, de heidenen te verzamelen, de koninkrijken te vergaderen, om over hen Mijn gramschap, de ganse hittigheid Mijns toorns uit te storten, want dit ganse land zal door het vuur van Mijn ijver verteerd worden.

16 Te dien dage zal tot Jeruzalem gezegd worden: Vrees niet, o Sion! laat uw handen niet slap worden.

17 De HEERE, uw God, is in het midden van u, een Held, Die verlossen zal; Hij zal over u vrolijk zijn met blijdschap, Hij zal zwijgen in Zijn liefde, Hij zal Zich over u verheugen met gejuich.

Hij verzamelt de volken om over hen Zijn gramschap uit te storten en Israël te redden.

 

Jesaja 54

15 Statenvertaling Ziet, zij zullen zich zekerlijk vergaderen, doch niet uit Mij; wie zich tegen u vergaderen zal, die zal om uwentwil vallen.

15 Het Boek Als een volk tegen u ten strijde trekt, ben Ik het niet, Die hen stuurt om u te straffen. Daarom zal dat volk worden verslagen, want Ik sta aan uw kant.

16 Zie, Ik heb den smid geschapen, die de kolen in het vuur opblaast, en die het instrument voortbrengt tot zijn werk; ook heb Ik den verderver geschapen, om te vernielen.

17 Alle instrument, dat tegen u bereid wordt, zal niet gelukken, en alle tong, die in het gericht tegen u opstaat, zult gij verdoemen; dit is de erve der knechten des HEEREN, en hun gerechtigheid is uit Mij, spreekt de HEERE.

God zegt als Israël voor de laatste keer wordt aangevallen: Ik ben het niet, die hen stuurt om u te straffen. Hij staat aan hun kant en ze worden allemaal verslagen.

 

Openbaring

16:13 En ik zag uit den mond des draaks, en uit den mond van het beest, en uit den mond des valsen profeets, drie onreine geesten gaan, den vorsen gelijk;

16:14 Want het zijn geesten der duivelen, en zij doen tekenen, welke uitgaan tot de koningen der aarde en der gehele wereld, om die te vergaderen tot den krijg van dien groten dag des almachtigen Gods.

16:15 Ziet, Ik kom als een dief. Zalig is hij, die waakt en zijn klederen bewaart, opdat hij niet naakt wandele, en men zijn schaamte niet zie.

Waarschuwing dat je waakt, Yeshua komt als een dief voor de grote tarweoogst.

15:2 En ik zag als een glazen zee, met vuur gemengd; en die de overwinning hadden van het beest, en van zijn beeld, en van zijn merkteken, en van het getal zijns naams, welke stonden aan de glazen zee, hebbende de citers Gods;

De glazen zee is met vuur gemengd, met vuur gedoopt.

15:3 En zij zongen het gezang van Mozes, den dienstknecht Gods, en het gezang des Lams, zeggende: Groot en wonderlijk zijn Uw werken, Heere, Gij almachtige God, rechtvaardig en waarachtig zijn Uw wegen, Gij Koning der heiligen!

Gezang van Mozes door Joden, gezang des Lam door Christenen, staan voor de glazen zee welke met vuur is gemengd, net als het volk wat aan de Egyptenaren ontsnapte, stonden aan de Rode zee. Gered, door God. De glazen zee, in de tempel was dat het koperen wasvat, waar de priesters zich reinigden en daar als nieuw mens gedoopt opstonden. Eerst met vuur gedoopt en daarna is Zijn tarwe in Zijn schuur samengebracht en daarna het kaf met onuitblusselijk vuur verbrand.

Mat. 3: 11 Ik doop u wel met water tot bekering; maar Die na mij komt, is sterker dan ik, Wiens schoenen ik niet waardig ben Hem na te dragen; Die zal u met den Heiligen Geest en met vuur dopen (dit zei Johannes de Doper tegen de Saduceeën en Farizeeën).

12 Wiens wan in Zijn hand is, en Hij zal Zijn dorsvloer doorzuiveren, en Zijn tarwe in Zijn schuur samenbrengen, en zal het kaf met onuitblusselijk vuur verbranden.

 

 

Jesaja 63:9 In al hun benauwdheid was Hij benauwd, en de Engel Zijns aangezichts heeft hen behouden; door Zijn liefde en door Zijn genade heeft Hij hen verlost; en Hij nam hen op, en Hij droeg hen al de dagen van ouds.

 

16:16 En zij hebben hen vergaderd in de plaats, welke in het Hebreeuws genaamd wordt Armageddon.

Voor Armageddon zal de grote tarweoogst zijn, een opname, tijdens weer een grote aardbeving:

 

Openbaring 16:

17 En de zevende engel goot zijn fiool uit in de lucht; en er kwam een grote stem uit den tempel des hemels, van den troon, zeggende: Het is geschied.

18 En er geschiedden stemmen, en donderslagen, en bliksemen; en er geschiedde een grote aardbeving, hoedanige niet is geschied van dat de mensen op de aarde geweest zijn, namelijk een zodanige aardbeving en zo groot.

Een aardbeving, stemmen, een donderslag(de stem van de Here klinkt als een donderslag) en bliksem (geesten die bewegen), een grote tarwe-oogst op aarde.

Zij die gewaakt hebben zijn opgenomen.

19 En de grote stad is in drie delen gescheurd, en de steden der heidenen zijn gevallen; en het grote Babylon is gedacht geworden voor God, om haar te geven den drinkbeker van den wijn des toorns Zijner gramschap.

 

https://www.climategate.nl/2011/01/rode-zee-staat-op-het-punt-afrika-te-splijten/

Geologische processen nemen heel veel tijd in verhouding tot een mensenleven. Een paar centimeter per jaar beweging tussen twee platen is al snel. Maar niet in in de Afar Driehoek in N.O Africa. Hier heeft moeder natuur fast forward button ingedrukt en zijn we getuige van onvoorstelbare tectonische, seismische en vulcanische krachten. De vorming van een nieuwe oceaan in slow motion.

 

Er zal daarna alleen de nalezing van de vier hoeken van het (oogst)tarwe-veld over zijn en de druivenoogst. Dit zijn de Joden die Armageddon overleven en door God teruggebracht zullen worden naar Israël. God brengt ze terug uit alle landen. Om te leven als mens in het duizendjarig vrederijk, waar Yeshua Koning zal zijn.

 

Zacharia 12

2 Ziet, Ik zal Jeruzalem stellen tot een drinkschaal der zwijmeling allen volken rondom; ja, ook zal zij zijn over Juda, in de belegering tegen Jeruzalem.

3 En het zal te dien dage geschieden, dat Ik Jeruzalem stellen zal tot een lastigen steen allen volken; allen, die zich daarmede beladen, zullen gewisselijk doorsneden worden; en al de volken der aarde zullen zich tegen haar verzamelen.

 

Zacharia 14

1 Ziet, de dag komt den HEERE, dat uw roof zal uitgedeeld worden in het midden van u, o Jeruzalem!

2 Want Ik zal alle heidenen tegen Jeruzalem ten strijde verzamelen; en de stad zal ingenomen, en de huizen zullen geplunderd, en de vrouwen zullen geschonden worden; en de helft der stad zal uitgaan in de gevangenis; maar het overige des volks zal uit de stad niet uitgeroeid worden.

3 En de HEERE zal uittrekken, en Hij zal strijden tegen die heidenen, gelijk ten dage als Hij gestreden heeft, ten dage des strijds.

Yeshua zal strijden met Zijn leger.

 

Joël 3

1 Want ziet, in die dagen en te dier tijd, als Ik de gevangenis van Juda en Jeruzalem zal wenden;

2 Dan zal Ik alle heidenen vergaderen, en zal hen afvoeren in het dal van Josafat; en Ik zal met hen aldaar richten, vanwege Mijn volk en Mijn erfdeel Israël, dat zij onder de heidenen hebben verstrooid, en Mijn land gedeeld;

12 De heidenen zullen zich opmaken, en optrekken naar het dal van Josafat; maar aldaar zal Ik zitten, om te richten alle heidenen van rondom.

13 Slaat de sikkel aan, want de oogst is rijp geworden; komt aan, daalt henen af, want de pers is vol, en de perskuipen lopen over; want hunlieder boosheid is groot.

14 Menigten, menigten in het dal des dorswagens; want de dag des HEEREN is nabij, in het dal des dorswagens.

15 De zon en maan zijn zwart geworden, en de sterren hebben haar glans ingetrokken.

16 En de HEERE zal uit Sion brullen, en uit Jeruzalem Zijn stem geven, dat hemel en aarde beven zullen; maar de HEERE zal de Toevlucht Zijns volks, en de Sterkte der kinderen Israëls zijn.

17 En gijlieden zult weten, dat Ik de HEERE, uw God ben, wonende op Sion, den berg Mijner heiligheid; en Jeruzalem zal een heiligheid zijn, en vreemden zullen niet meer door haar doorgaan.

Daar in dat dal zullen de volkeren gedorst worden.

 

Hab.3:12 Met gramschap tradt Gij door het land, met toorn dorstet Gij de heidenen.

13 Gij toogt uit tot verlossing Uws volks, tot verlossing met Uw Gezalfde; Gij doorwonddet het hoofd van het huis des goddelozen, ontblotende den grond tot den hals toe. Sela.

 

Dus zo zal God ze verzamelen, om al deze volkeren te straffen. Er komt een leger uit het oosten en het zijn niet de Chinezen!

 

Daniel 11

44 Maar de geruchten van het Oosten en van het Noorden zullen hem verschrikken; daarom zal hij uittrekken met grote grimmigheid om velen te verdelgen en te verbannen.

45 En hij zal de tenten van zijn paleis planten tussen de zeeën aan den berg des heiligen sieraads; en hij zal tot zijn einde komen, en zal geen helper hebben.

Hij hoort de geruchten van het oosten, de antichrist/natie zal geen helper hebben.

 

Zacharia 13:5b dan zal de HEERE, mijn God, komen, en al de heiligen met U, o HEERE!

 

Jeremia 48:40 Een arend cirkelt dreigend boven het land Moab, zegt de HERE. 41 Zijn steden zijn gevallen; zijn burchten hebben zich overgegeven. De harten van zijn moedigste strijders beven van angst als die van vrouwen die bevallen.

Een arend (een machtige geest) Yeshua.

Jesaja 40:31 Maar dien den HEERE verwachten, zullen de kracht vernieuwen; zij zullen opvaren met vleugelen, gelijk de arenden; zij zullen lopen, en niet moede worden; zij zullen wandelen, en niet mat worden.

Zij ook, Zijn gemeente als machtige geesten.

Jesaja 31

4 Want alzo heeft de HEERE tot mij gezegd: Gelijk als een leeuw, en een jonge leeuw over zijn roof brult, wanneer ook een volle menigte der herderen samengeroepen wordt tegen hem, verschrikt hij voor hun stem niet, en vernedert zich niet vanwege hun veelheid; alzo zal de HEERE der heirscharen nederdalen, om te strijden voor den berg Sions en voor haar heuvel.

5 Gelijk vliegende vogelen, alzo zal de HEERE der heirscharen Jeruzalem beschutten, beschuttende zal Hij haar ook verlossen, doorgaande zal Hij haar ook uithelpen.

Zij vliegen, zo zullen zij Jeruzalem beschutten.

 

Zacharia 14:5b dan zal de HEERE, mijn God, komen, en al de heiligen met U, o HEERE!

Maleachi 4:2 Ulieden daarentegen, die Mijn Naam vreest, zal de Zon (oosten) der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder Zijn vleugelen; en gij zult uitgaan, en toenemen, als mestkalveren.

Yeshua als de zon der gerechtigheid.

 

Jesaja 46:10 Het Boek Ik verkondig u van het begin af aan de afloop van wat er gebeuren gaat. 11 Ik zal die snelle roofvogel uit het oosten roepen, de man die Ik heb verkoren, die van ver komt. Hij zal komen en doen wat Ik zeg. 12 Luister naar Mij, koppige mannen, die u verre houdt van mijn heil. 13 Want Ik bied u mijn verlossing aan. Niet in de verre toekomst, maar nu! Ik sta klaar om u te redden. Jeruzalem zal Ik verlossen en Israël weer in luister herstellen.

Yeshua als een snelle roofvogel uit het oosten, de Man die Hij heeft verkoren, die van ver komt en Hij biedt Zijn verlossing aan:

 

Openbaring 14:6

En ik zag een anderen engel, vliegende in het midden des hemels, en hij had het eeuwige Evangelie, om te verkondigen dengenen, die op de aarde wonen, en aan alle natie, en geslacht, en taal, en volk;

 

Deuteronomium 33:2 Hij zeide dan: De HEERE is van Sinai gekomen, en is hunlieden opgegaan van Seir; Hij is blinkende verschenen van het gebergte Paran, en is aangekomen met tien duizenden der heiligen; tot Zijn rechterhand was een vurige wet aan hen.

 

Habakuk 3

3 God kwam van Theman, en de Heilige van den berg Paran. Sela. Zijn heerlijkheid bedekte de hemelen, en het aardrijk was vol van Zijn lof.

4 En er was een glans als des lichts, Hij had hoornen aan Zijn hand, en aldaar was Zijn sterkte verborgen.

5 Voor Zijn aangezicht ging de pestilentie, en de vurige kool ging voor Zijn voeten henen.

7 Ik zag de tenten van Kusan onder de ijdelheid; de gordijnen des lands van Midian schudden.

11 De zon en de maan stonden stil in haar woning; met het licht gingen Uw pijlen daarhenen, met glans Uw bliksemende spies.

12 Met gramschap tradt Gij door het land, met toorn dorstet Gij de heidenen.

13 Gij toogt uit tot verlossing Uws volks, tot verlossing met Uw Gezalfde; Gij doorwonddet het hoofd van het huis des goddelozen, ontblotende den grond tot den hals toe. Sela.

Yeshua komt vanuit Theman, de berg van Paran, hij vecht een geestelijke oorlog in Arabië en hij ging de vluchtelingen redden die zich bij Bosra ophielden.

 

Jesaja 21:13 De last tegen Arabië. In het woud van Arabië zult gijlieden vernachten, o gij reizende gezelschappen van Dedanieten!

14 Komt den dorstige tegemoet met water; de inwoners des lands van Thema zijn den vluchtende met zijn brood bejegend.

15 Want zij vluchten voor de zwaarden, voor het uitgetrokken zwaard, en voor den gespannen boog, en voor de zwarigheid des krijgs.

Dedanieten moeten Theman tegemoet komen met water en brood.

 

Ezechiël 25:12 Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat Edom met enkel wraakgierigheid gehandeld heeft tegen het huis van Juda; en zij zich zeer schuldig gemaakt hebben, dat zij zich aan hen gewroken hebben:

13 Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Ik zal ook Mijn hand uitstrekken tegen Edom, en Ik zal mens en beest uit haar uitroeien; en zal haar tot een woestheid stellen van Theman af; en zij zullen tot Dedan toe door het zwaard vallen.

14 En Ik zal Mijn wraak doen aan Edom, door de hand van Mijn volk Israël; en zij zullen tegen Edom naar Mijn toorn en naar Mijn grimmigheid handelen; alzo zullen zij Mijn wraak gewaar worden, spreekt de Heere HEERE.

Yeshua gaat van Theman naar Dedan.

 

Amos 1

11a Alzo zegt de HEERE: Om drie overtredingen van Edom, en om vier zal Ik dat niet afwenden;

12 Daarom zal Ik een vuur zenden in Theman, dat zal de paleizen van Bozra verteren.

13a Alzo zegt de HEERE: Om drie overtredingen der kinderen Ammons, en om vier zal Ik dat niet afwenden;

 

Ezechiël 35:3 En zeg tot hetzelve: Alzo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o gebergte Seir! en Ik zal Mijn hand tegen u uitstrekken, en zal u stellen tot een verwoesting en een strik.

7 En Ik zal het gebergte Seir tot de uiterste verwoesting stellen; en Ik zal uit hetzelve uitroeien dien, die er doorgaat, en dien, die wederkeert.

8 En Ik zal zijn bergen met zijn verslagenen vervullen; uw heuvelen, en uw dalen, en al uw stromen, in dezelve zullen de verslagenen van het zwaard liggen.

9 Tot eeuwige verwoestingen zal Ik u stellen, en uw steden zullen niet bewoond worden; alzo zult gij weten, dat Ik de HEERE ben.

15 Gelijk gij u verblijd hebt over de erfenis van het huis Israëls, omdat zij verwoest is, alzo zal Ik aan u doen; het gebergte van Seir, en gans Edom, zal geheel een verwoesting worden; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.

Yeshua komt vanuit Saudi Arabië vanuit Midian.

https://www.bible.ca/archeology/bible-archeology-edomite-territory-mt-seir.htm

https://www.slideshare.net/charlesmartel1974/mecca-is-mystery-babylon

 

Jeremia 49

21 De aarde heeft gebeefd van het geluid huns vals, van het gekrijt, welks geluid gehoord is bij de Schelfzee.

22 Ziet, hij zal opkomen en snel vliegen, als een arend, en zijn vleugelen over Bozra uitbreiden; en het hart van Edoms helden zal te dien dage wezen, als het hart ener vrouw, die in nood is.

Bij de Rode zee zullen ze het geluid van hun val horen, het geschreeuw van een vrouw in nood.

 

Jeremia 49 Het Boek:22 Degene die zal komen, heeft de snelle vlucht van een arend en zal zijn vleugels over Bozra uitspreiden. Dan zal de moed van de beste strijders verdwijnen als die van vrouwen die moeten bevallen.

Yeshua redt zij die naar Jordanië waren gevlucht.

 

Jeremia 49:13 Want Ik heb bij Mijzelven gezworen, spreekt de HEERE, dat Bozra worden zal tot een ontzetting, tot een smaadheid, tot een woestheid, en tot een vloek; en al haar steden zullen worden tot eeuwige woestheden.

 

Jesaja 34

5 Want Mijn zwaard is dronken geworden in den hemel; ziet, het zal ten oordeel nederdalen op Edom, en op het volk, hetwelk Ik verbannen heb.

6 Het zwaard des HEEREN is vol van bloed, het is vet geworden van smeer, van het bloed der lammeren en der bokken, van het smeer der nieren van de rammen; want de HEERE heeft een slachtoffer te Bozra, en een grote slachting in het land der Edomieten.

7 En de eenhoornen zullen met hen afgaan, en de varren met de stieren; en hun land zal doordronken zijn van het bloed, en hun stof zal van het smeer vet gemaakt worden.

8 Want het zal zijn de dag der wraak des HEEREN, een jaar der vergeldingen, om Sions twistzaak.

 

Openbaring 19:11 En ik zag den hemel geopend; en ziet, een wit paard, en Die op hetzelve zat, was genaamd Getrouw en Waarachtig, en Hij oordeelt en voert krijg in gerechtigheid.

 

Jesaja 34:5 Want Mijn zwaard is dronken geworden in den hemel; ziet, het zal ten oordeel nederdalen op Edom, en op het volk, hetwelk Ik verbannen heb.

9 En hun beken zullen in pek verkeerd worden, en hun stof in zwavel; ja, hun aarde zal tot brandend pek worden.

10 Het zal des nachts of des daags niet uitgeblust worden, tot in der eeuwigheid zal zijn rook opgaan; van geslacht tot geslacht zal het woest zijn, tot in eeuwigheid der eeuwigheden zal niemand daar doorgaan.

 

Jeremia 29:15 Want zie, Ik heb u klein gemaakt onder de heidenen, veracht onder de mensen.

16 Uw schrikkelijkheid heeft u bedrogen, en de trotsheid uws harten, gij, die woont in de kloven der steenrotsen, die u houdt op de hoogte der heuvelen! Al zoudt gij uw nest zo hoog maken als de arend, zo zal Ik u van daar nederstoten, spreekt de HEERE.

17 Alzo zal Edom worden tot een ontzetting; al wie voorbij haar gaat, zal zich ontzetten, en fluiten over al haar plagen.

 

Jeremia 49:8 Vliedt, wendt u, woont in diepe plaatsen, gij inwoners van Dedan! want Ik heb Ezau's verderf over hem gebracht, den tijd, dat Ik hem bezocht heb.

 

 

Jeremia 49:17 Alzo zal Edom worden tot een ontzetting; al wie voorbij haar gaat, zal zich ontzetten, en fluiten over al haar plagen.

18 Gelijk de omkering van Sodom en Gomorra en haar naburen, zal het zijn, zegt de HEERE; niemand zal daar wonen, en geen mensenkind daarin verkeren.

 

Obadja 18 En Jakobs huis zal een vuur zijn, en Jozefs huis een vlam, en Ezau's huis tot een stoppel; en zij zullen tegen hen ontbranden, en zullen ze verteren, zodat Ezau's huis geen overgeblevene zal hebben; want de HEERE heeft het gesproken.

 

Psalm 83

1 Een lied, een psalm van Asaf.

2 O God! zwijg niet, houd U niet als doof, en zijt niet stil, o God!

3 Want zie, Uw vijanden maken getier, en Uw haters steken het hoofd op.

4 Zij maken listiglijk een heimelijken aanslag tegen Uw volk, en beraadslagen zich tegen Uw verborgenen.

5 Zij hebben gezegd: Komt, en laat ons hen uitroeien, dat zij geen volk meer zijn; dat aan den naam Israëls niet meer gedacht worde.

6 Want zij hebben in het hart te zamen geraadslaagd; tegen U hebben zij een verbond gemaakt;

7 De tenten van Edom en der Ismaïlieten, Moab en de Hagarenen;

8 Gebal, en Ammon, en Amalek, Palestina met de inwoners van Tyrus.

9 Ook heeft zich Assur bij hen gevoegd; zij zijn den kinderen van Lot tot een arm geweest. Sela.

10 Doe hun als Midian, als Sisera, als Jabin aan de beek Kison;

11 Die verdelgd zijn te Endor; zij zijn geworden tot drek der aarde.

12 Maak hen en hun prinsen als Oreb en als Zeëb, en al hun vorsten als Zebah en als Zalmuna;

13 Die zeiden: Laat ons de schone woningen Gods voor ons in erfelijke bezitting nemen.

14 Mijn God! maak hen als een wervel, als stoppelen voor den wind.

15 Gelijk het vuur een woud verbrandt, en gelijk de vlam de bergen aansteekt;

16 Vervolg hen alzo met Uw onweder, en verschrik hen met Uw draaiwind.

17 Maak hun aangezicht vol schande, opdat zij, o HEERE! Uw Naam zoeken.

18 Laat hen beschaamd en verschrikt wezen tot in eeuwigheid, en laat hen schaamrood worden, en omkomen;

19 Opdat zij weten, dat Gij alleen met Uw Naam zijt de HEERE, de Allerhoogste over de ganse aarde.

 

Micha 4

11 Nu zijn wel vele heidenen tegen u verzameld, die daar zeggen: Laat ze ontheiligd worden, en laat ons oog schouwen aan Sion.

12 Maar zij weten de gedachten des HEEREN niet, en verstaan Zijn raadslag niet; dat Hij hen vergaderd heeft als garven tot den dorsvloer.

13 Maak u op en dors, o dochter Sions! Want Ik zal uw hoorn ijzer maken, en uw klauwen koper maken, en gij zult vele volken verpletteren; en Ik zal hunlieder gewin den HEERE verbannen, en hun vermogen den Heere der ganse aarde.

14 Nu, rot u met benden, gij dochter der bende, hij zal een belegering tegen ons stellen; zij zullen den rechter Israëls met de roede op het kinnebakken slaan.

God zal Zijn volk tot een dorswagen maken, zij zullen vele volken verpletteren. Een heel machtig geestenleger vecht mee, met de Koning der koningen Yeshua als aanvoerder.

 

Jesaja 41:15 Ziet, Ik heb u tot een scherpe nieuwe dorsslede gesteld, die scherpe pinnen heeft; gij zult bergen dorsen en vermalen, en heuvelen zult gij stellen gelijk kaf.

16 Gij zult ze wannen, en de wind zal ze wegnemen, en de stormwind zal ze verstrooien; maar gij zult u verheugen in den HEERE; in den Heilige Israëls zult gij u roemen.

Micha 5:7 Ja, het overblijfsel van Jakob zal zijn onder de heidenen, in het midden van vele volken, als een leeuw onder de beesten des wouds, als een jonge leeuw onder de schaapskudden; dewelke, wanneer hij doorgaat, zo vertreedt en verscheurt hij, dat niemand redde.

10 En Ik zal de steden uws (Assyrië) lands uitroeien, en Ik zal al uw vestingen afbreken.

De volken die tegen Israël aankomen zullen gedorst worden met een scherpe dorsslede en zullen wegwaaien als kaf.

Israël zal zijn als een leeuw onder de beesten des wouds en als een jonge leeuw onder de schaapskudden. De steden van Assyrië (van de antichrist-natie) zullen uitgeroeid worden.

 

Jes.66:16 Want met vuur, en met Zijn zwaard zal de HEERE in het recht treden met alle vlees; en de verslagenen des HEEREN zullen vermenigvuldigd zijn.

 

Zacharia 12

5 Dan zullen de leidslieden van Juda in hun hart zeggen: De inwoners van Jeruzalem zullen mij een sterkte zijn in den HEERE der heirscharen, hun God.

6 Te dien dage zal Ik de leidslieden van Juda stellen als een vurige haard onder het hout, en als een vurige fakkel onder de schoven; en zij zullen ter rechter zijde en ter linkerzijde alle volken rondom verteren; en Jeruzalem zal nog blijven in haar plaats te Jeruzalem.

9 En het zal te dien dage geschieden, dat Ik zal zoeken te verdelgen alle heidenen, die tegen Jeruzalem aankomen.

De naties rondom Israël zullen verteerd worden, compleet verwoest.

 

Zacharia 14

6 En het zal te dien dage geschieden, dat er niet zal zijn het kostelijk licht, en de dikke duisternis.7 Maar het zal een enige dag zijn, die den HEERE bekend zal zijn; het zal noch dag, noch nacht zijn; en het zal geschieden, ten tijde des avonds, dat het licht zal wezen.

10 Dit ganse land zal rondom als een vlak veld gemaakt worden, van Geba tot Rimmon toe, zuidwaarts van Jeruzalem; en zij zal verhoogd en bewoond worden in haar plaats; van de poort van Benjamin af, tot aan de plaats van de eerste poort, tot aan de Hoekpoort toe; en van den toren van Hananeel, tot aan des konings wijnbakken toe.

12 En dit zal de plage zijn, waarmede de HEERE al de volken plagen zal, die tegen Jeruzalem krijg gevoerd zullen hebben: Hij zal een iegelijks vlees, daar hij op zijn voeten staat, doen uitteren; en een iegelijks ogen zullen uitteren in hun holen; een eens iegelijks tong zal in hun mond uitteren.

13 Ook zal het te dien dage geschieden, dat er een groot gedruis van den HEERE onder hen zal wezen, zodat zij een ieder zijns naasten hand zullen aangrijpen, een eens ieders hand zal tegen de hand zijns naasten opgaan.

14 En ook zal Juda te Jeruzalem strijden; en het vermogen aller heidenen rondom zal verzameld worden, goud en zilver, en klederen in grote menigte.

15 Alzo zal ook de plage der paarden, der muildieren, der kemelen, en der ezelen, en aller beesten zijn, die in diezelve heirlegers geweest zullen zijn, gelijk gener plage geweest is.

Het gebied bij Jeruzalem zal tot een vlak veld gemaakt worden en verhoogd.

 

Openbaring 19:12 En Zijn ogen waren als een vlam vuurs, en op Zijn hoofd waren vele koninklijke hoeden; en Hij had een naam geschreven, die niemand wist, dan Hij Zelf.

19:13 En Hij was bekleed met een kleed, dat met bloed geverfd was; en Zijn naam wordt genoemd het Woord Gods.

19:14 En de heirlegers in den hemel volgden Hem op witte paarden, gekleed met wit en rein fijn lijnwaad.

 

Jesaja 63

1 Wie is Deze, Die van Edom komt met besprenkelde klederen, van Bozra? Deze, Die versierd is in Zijn gewaad? Die voorttrekt in Zijn grote kracht? Ik ben het, Die in gerechtigheid spreek, Die machtig ben te verlossen.

2 Waarom zijt Gij rood aan Uw gewaad, en Uw klederen als van een, die in de wijnpers treedt?

3 Ik heb de pers alleen getreden, en er was niemand van de volken met Mij; en Ik heb hen getreden in Mijn toorn, en heb hen vertrapt in Mijn grimmigheid; en hun kracht is gesprengd op Mijn klederen, en al Mijn gewaad heb Ik bezoedeld.

4 Want de dag der wraak was in Mijn hart, en het jaar Mijner verlosten was gekomen.

5 En Ik zag toe, en er was niemand die hielp; en Ik ontzette Mij, en er was niemand, die ondersteunde; daarom heeft Mijn arm Mij heil beschikt, en Mijn grimmigheid heeft Mij ondersteund,

6 En Ik heb de volken vertreden in Mijn toorn, en Ik heb hen dronken gemaakt in Mijn grimmigheid; en Ik heb hun kracht ter aarde doen nederdalen.

 

Het kan wat verwarrend zijn, hier vertelt Yeshua dat Hij de pers alleen getreden heeft en dat er niemand van de volken met Hem was. Hij zegt: er was niemand die hielp. Hij vertrad ze in Zijn toorn.

Maar Obadja zegt dat Israël een vuur zal zijn in de stoppelvelden van Edom. Jesaja zegt dat de Here zegt dat Zijn zwaard (Israël dus) dronken geworden is in den hemel, Israël wordt door Gods geest geleid, door Zijn geesten-leger:

Jesaja 34:5

Want Mijn zwaard is dronken geworden in den hemel; ziet, het zal ten oordeel nederdalen op Edom, en op het volk, hetwelk Ik verbannen heb.

Jesaja zegt dat het de dag der wraak des HEEREN, een jaar der vergeldingen is.

 

Jesaja 34:8

Want het zal zijn de dag der wraak des HEEREN, een jaar der vergeldingen, om Sions twistzaak.

Zoals ik al eerder vertelde. De echte kracht van een oorlog, speelt zich af in de geestenwereld, God strijdt voor Zijn volk, de echte kracht is Hij, dat wordt er bedoeld. Hij is de echte Yeshua, de verlosser.

 

Van David werd ook gezegd hoeveel hij er verslagen had, terwijl hij dat samen met zijn leger deed, maar het was zijn initiatief.

 

Obadja

1 Het gezicht van Obadja. Alzo zegt de Heere HEERE van Edom: Wij hebben een gerucht gehoord van den HEERE, en er is een gezant geschikt onder de heidenen: Staat op, en laat ons opstaan tegen hen ten strijde.

Een oproep tot de strijd tegen Edom.

 

2 Ziet, Ik heb u klein gemaakt onder de heidenen, gij zijt zeer veracht.

Edom veracht onder de naties.

 

3 De trotsheid uws harten heeft u bedrogen; hij, die daar woont in de kloven der steenrotsen, in zijn hoge woning; die in zijn hart zegt: Wie zou mij ter aarde nederstoten?

Satan is naar de aarde neergestoten met zijn handlangers.

 

4 Al verhieft gij u gelijk de arend, en al steldet gij uw nest tussen de sterren, zo zal Ik u van daar nederstoten, spreekt de HEERE.

Dit klinkt als de gevallen engel, wie kan anders een nest tussen de sterren stellen?

 

5 Zo er dieven, zo er nachtrovers tot u gekomen waren (hoe zijt gij uitgeroeid!), zouden zij niet gestolen hebben zoveel hun genoeg ware? Zo er wijnlezers tot u gekomen waren, zouden zij niet een nalezing hebben overgelaten?

Er ontsnappen toch altijd mensen bij een aanval?

 

6 Hoe zijn Ezau's goederen nagespeurd, zijn verborgen schatten opgezocht!

7 Al uw bondgenoten hebben u tot aan de landpale uitgeleid; uw vredegenoten hebben u bedrogen, zij hebben u overmocht; die uw brood eten, zullen een gezwel onder u zetten, er is geen verstand in hem.

Zijn bondgenoten (bondgenoten van Edom) zullen hem verraden.

 

8 Zal het niet te dien dage zijn, spreekt de HEERE, dat Ik de wijzen uit Edom, en het verstand uit Ezau's gebergte zal doen vergaan?

9 Ook zullen uw helden, o Theman! versaagd zijn; opdat een ieder uit Ezau's gebergte door den moord worde uitgeroeid.

Iedereen zal worden uitgeroeid.

 

10 Om het geweld, begaan aan uw broeder Jakob, zal schaamte u bedekken; en gij zult uitgeroeid worden in eeuwigheid.

11 Ten dage als gij tegenover stondt, ten dage als de uitlanders zijn heir gevangen voerden, en de vreemden tot zijn poorten introkken, en over Jeruzalem het lot wierpen, waart gij ook als een van hen.

12 Toen zoudt gij niet gezien hebben op den dag uws broeders, den dag zijner vervreemding; noch u verblijd hebben over de kinderen van Juda, ten dage huns ondergangs; noch uw mond groot gemaakt hebben, ten dage der benauwdheid;

13 Noch ter poorte Mijns volks ingegaan zijn, ten dage huns verderfs; noch gezien hebben, ook gij, op zijn kwaad, ten dage zijns verderfs; noch uw handen uitgestrekt hebben aan zijn heir, ten dage zijns verderfs;

14 Noch gestaan hebben op de wegscheiding, om zijn ontkomenen uit te roeien; noch zijn overgeblevenen overgeleverd hebben, ten dage der benauwdheid.

15 Want de dag des HEEREN is nabij, over al de heidenen; gelijk als gij gedaan hebt, zal u gedaan worden; uw vergelding zal op uw hoofd wederkeren.

Degenen van Juda die ontsnapt waren hebben ze zelf omgebracht. Nu wordt dat bij hen ook gedaan.

 

16 Want gelijk gijlieden gedronken hebt op den berg Mijner heiligheid, zo zullen al de heidenen geduriglijk drinken; ja, zij zullen drinken en inzwelgen, en zullen zijn als of zij er niet geweest waren.

Zij zullen de beker drinken en het zal zijn of zij nooit bestaan hadden.

 

17 Maar op den berg Sions zal ontkoming zijn, en hij zal een heiligheid zijn; en die van het huis Jakobs zullen hun erfgoederen erfelijk bezitten.

18 En Jakobs huis zal een vuur zijn, en Jozefs huis een vlam, en Ezau's huis tot een stoppel; en zij zullen tegen hen ontbranden, en zullen ze verteren, zodat Ezau's huis geen overgeblevene zal hebben; want de HEERE heeft het gesproken.

Jacobs huis een vuur en Jozefs huis een vlam. Ezau's huis zal verbranden en er zal niemand overblijven.

 

19 En die van het zuiden zullen Ezau's gebergte, en die van de laagte zullen de Filistijnen erfelijk bezitten; ja, zij zullen het veld van Efraïm en het veld van Samaria erfelijk bezitten; en Benjamin Gilead.

Alle kinderen van Israël zullen het hun beloofde land erfelijk bezitten.

20 En de gevankelijk weggevoerden van dit heir der kinderen Israëls, hetgeen der Kanaänieten was, tot Zarfath toe; en de gevankelijk weggevoerden van Jeruzalem, hetgeen in Sefarad is, zij zullen de steden van het zuiden erfelijk bezitten.

21 En er zullen heilanden op den berg Sions opkomen, om Ezau's gebergte te richten; en het koninkrijk zal des HEEREN zijn.

Zo zullen hun redders naar de berg Sion komen en het Koninkrijk zal van Hem zijn.

 

Openbaring 19:19 En ik zag het beest, en de koningen der aarde, en hun heirlegers vergaderd, om krijg te voeren tegen Hem, Die op het paard zat, en tegen Zijn heirlegers.

19:20 En het beest werd gegrepen, en met hetzelve de valse profeet, die de tekenen in de tegenwoordigheid van hetzelve gedaan had, door welke hij verleid had, die het merkteken van het beest ontvangen hadden, en die deszelfs beeld aanbaden. Deze twee zijn levend geworpen in den poel des vuurs, die met sulfer brandt.

19:21 En de overigen werden gedood met het zwaard Desgenen, Die op het paard zat, hetwelk uit Zijn mond ging; en al de vogelen werden verzadigd van hun vlees.

Het beest en de valse profeet worden in de poel des vuurs gegooid waar satan pas na de duizend jaar wordt geworpen.

 

De nalezing op de vier hoeken van het oogstveld

 

Nu zal er nog een nalezing plaatsvingen, uit de vier hoeken van het oogstveld van Tarwe.

Mattheus 24:31 En Hij zal Zijn engelen uitzenden met een bazuin van groot geluid, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenvergaderen uit de vier winden, van het ene uiterste der hemelen tot het andere uiterste derzelve.

Van de vier winden, de vier hoeken van het oogstveld, een nalezing, maar zij blijven mens, met de andere overlevenden van de andere landen. Zij zullen als mens leven in het duizendjarig vrederijk.

 

Deuteronomium 30:3 En de HEERE, uw God, zal uw gevangenis wenden, en Zich uwer ontfermen; en Hij zal u weder vergaderen uit al de volken, waarheen u de HEERE, uw God, verstrooid had.

4 Al waren uw verdrevenen aan het einde des hemels, van daar zal u de HEERE, uw God, vergaderen, en van daar zal Hij u nemen.

God haalt ze overal vandaan (zij die overleefden) werden als mens vergaderd, God zegt al waren ze aan het einde van de hemel.

 

Jesaja 27:12 En het zal te dien dage geschieden, dat de HEERE dorsen zal, van den stroom der rivier af tot aan de rivier van Egypte; doch gijlieden zult opgelezen worden, een bij een, o gij kinderen Israëls!

13 En het zal te dien dage geschieden, dat er met een grote bazuin geblazen zal worden; dan zullen die komen, die in het land van Assur verloren zijn, en de heengedrevenen in het land van Egypte; en zij zullen den HEERE aanbidden op den heiligen berg te Jeruzalem.

Hij zal niemand vergeten.

 

Obadja 17 Maar op den berg Sions zal ontkoming zijn, en hij zal een heiligheid zijn; en die van het huis Jakobs zullen hun erfgoederen erfelijk bezitten.

 

 

 

Jesaja 25

9 Die dag zullen de mensen verklaren: "Dit is onze God, op Wie wij vertrouwden en op Wie wij wachtten. Eindelijk is Hij gekomen om ons te redden. Laat ons daarom blij zijn!"

Jesaja 25

9 En men zal te dien dage zeggen: Ziet, Deze is onze God; wij hebben Hem verwacht, en Hij zal ons zalig maken. Deze is de HEERE, wij hebben Hem verwacht, wij zullen ons verheugen en verblijden in Zijn zaligheid.

 

 

Dit spreekt voor zich, eindelijk kunnen ze dit zeggen, op Wie zij zo lang gewacht hadden.

Het grootste bruilofsfeest ooit

 

 

Openbaring

19:4 En de vier en twintig ouderlingen, en de vier dieren vielen neder, en aanbaden God, Die op den troon zat, zeggende: Amen, Halleluja!

19:5 En een stem kwam uit den troon, zeggende: Looft onzen God, gij al Zijn dienstknechten, en gij, die Hem vreest, beiden klein en groot!

19:6 En ik hoorde als een stem ener grote schare, en als een stem veler wateren, en als een stem van sterke donderslagen, zeggende: Halleluja, want de Heere, de almachtige God, heeft als Koning geheerst.

19:7 Laat ons blijde zijn, en vreugde bedrijven, en Hem de heerlijkheid geven; want de bruiloft des Lams is gekomen, en Zijn vrouw heeft zichzelve bereid.

19:8 En haar is gegeven, dat zij bekleed worde met rein en blinkend fijn lijnwaad; want dit fijn lijnwaad zijn de rechtvaardigmakingen der heiligen.

19:9 En hij zeide tot mij: Schrijf, zalig zijn zij, die geroepen zijn tot het avondmaal van de bruiloft des Lams. En hij zeide tot mij: Deze zijn de waarachtige woorden Gods.

 

Jesaja 25

6 Hier op de berg Sion in Jeruzalem zal de HERE van de hemelse legers een indrukwekkend feest houden voor iedereen op aarde; een prachtig feest met heerlijk voedsel, met wijn van een goed jaar en het beste vlees.

Jesaja 25

6 En de HEERE der heirscharen zal op dezen berg allen volken een vetten maaltijd maken, een maaltijd van reinen wijn, van vet vol mergs, van reine wijnen, die gezuiverd zijn.

 

 

 

Grootste feest ooit.

 

19:9 En hij zeide tot mij: Schrijf, zalig zijn zij, die geroepen zijn tot het avondmaal van de bruiloft des Lams. En hij zeide tot mij: Deze zijn de waarachtige woorden Gods.

Waarom wordt Gods gemeente beschreven als Zijn bruid?

Eerst zullen zij Yeshua ontmoeten voor Zijn rechter-troon:

 

2 Korinthe 5:10 Statenvertaling; Want wij allen moeten geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus, opdat een iegelijk wegdrage, hetgeen door het lichaam geschiedt, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad.

 

1Petrus 4:17 Want het is de tijd, dat het oordeel beginne van het huis Gods; en indien het eerst van ons begint, welk zal het einde zijn dergenen, die het Evangelie van God ongehoorzaam zijn?

 

2 Korinthe 5:10 Het Boek; Want wij zullen allemaal eens voor Christus rekenschap moeten afleggen. Dan wordt alles blootgelegd. Ieder van ons zal krijgen wat hem toekomt, voor wat hij in zijn aardse lichaam heeft gedaan, goed of kwaad.

Hier in het Boek wordt het eigenlijk goed omschreven: blootgelegd. Alles wordt ons voorgehouden. Onze zonden, onze deugden. Vooral alles waar we ons voor schamen en dan is genant. God kent al onze tekortkomingen.

Mattheus 6:4

Opdat uw aalmoes in het verborgen zij; en uw Vader, Die in het verborgen ziet, Die zal het u in het openbaar vergelden.

Mattheus 6:6

Maar gij, wanneer gij bidt, gaat in uw binnenkamer, en uw deur gesloten hebbende, bidt uw Vader, Die in het verborgen is; en uw Vader, Die in het verborgen ziet, zal het u in het openbaar vergelden.

Al onze deugden zullen openbaar worden. Maar onze schaamte; onze tekortkomingen, onze zonden dan?

Openbaring 3:18 Ik raad u dat gij van Mij koopt goud, beproefd komende uit het vuur, opdat gij rijk moogt worden; en witte klederen, opdat gij moogt bekleed worden, en de schande uwer naaktheid niet geopenbaard worde; en zalf uw ogen met ogenzalf, opdat gij zien moogt.

Hier wordt gezegd, dat als je witte klederen krijgt dat de schande van je naaktheid niet geopenbaard worde. De gemeente wordt witte klederen beloofd. God weet wat we allemaal gedaan hebben, waar we ons voor schamen, Hij dekt dat toe. Hij verzwijgt het. Hij ziet net als een echtgenoot onze naaktheid en houdt het voor zichzelf. Hij toont onze schaamte/naaktheid niet aan een ander, als een echtgenoot. Bij de Joodse bruiloft, wordt het huwelijk geconsumeerd voor het feest. Na de opname/opstanding worden wij geopenbaard voor Zijn rechterstoel. Daarna komt pas het bruiloftsmaal. We zullen witte klederen dragen, niemand zal onze zonden zien, alleen Yeshua kent ze. Alle goede daden zullen in het openbaar vergeld worden, maar niet je zonde/schaamte. Hij zal zwijgen! Het is iets tussen jou en je redder, je MAN.

Wat is Hij goed!

Zefanja 3:17 De HEERE, uw God, is in het midden van u, een Held, Die verlossen zal; Hij zal over u vrolijk zijn met blijdschap, Hij zal zwijgen in Zijn liefde, Hij zal Zich over u verheugen met gejuich.

Mattheus 6:18

Opdat het van de mensen niet gezien worde, als gij vast, maar van uw Vader, Die in het verborgen is; en uw Vader, Die in het verborgen ziet, zal het u in het openbaar vergelden.

Maar zij die verloren gaan, hun zonden zullen openbaar worden. Alles in het verborgene zal worden geweten.

Marcus 4:22 Want er is niets verborgen, dat niet geopenbaard zal worden; en er is niets geschied, om verborgen te zijn, maar opdat het in het openbaar zou komen.

 

Lukas 12:1 Daarentussen als vele duizenden der schare bijeenvergaderd waren, zodat zij elkander vertraden, begon Hij te zeggen tot Zijn discipelen: Vooreerst wacht uzelven voor den zuurdesem der Farizeeën, welke is geveinsdheid.

2 En er is niets bedekt, dat niet zal ontdekt worden, en verborgen, dat niet zal geweten worden.

 

Johannes 3:18 Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in den Naam des eniggeboren Zoons van God.

 

Hebreeën 10

16 Want nadat Hij te voren gezegd had: Dit is het verbond, dat Ik met hen maken zal na die dagen, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten geven in hun harten, en Ik zal die inschrijven in hun verstanden;

17 En hun zonden en hun ongerechtigheden zal Ik geenszins meer gedenken.

 

Wat moeten we doen om zalig te worden? Alles! Maar we kunnen niet onze zaligheid er mee verdienen, alleen Yeshua kan ons zalig maken. We kunnen niets doen, we hoeven alleen maar te geloven. Hoeven we dan Zijn geboden niet te bewaren? Jazeker wel, kijk hoe Paulus dit zegt in een brief aan de Korinthiërs:

 

1 Korinthiërs 9 Statenvertaling

24 Weet gijlieden niet, dat die in de loopbaan lopen, allen wel lopen, maar dat een den prijs ontvangt? Loopt alzo, dat gij dien moogt verkrijgen.

25 En een iegelijk, die om prijs strijdt, onthoudt zich in alles. Dezen dan doen wel dit, opdat zij een verderfelijke kroon zouden ontvangen, maar wij een onverderfelijke.

26 Ik loop dan alzo, niet als op het onzekere; ik kamp alzo, niet als de lucht slaande;

27 Maar ik bedwing mijn lichaam, en breng het tot dienstbaarheid, opdat ik niet enigszins, daar ik anderen gepredikt heb, zelf verwerpelijk worde.

1 Korinthiërs 9 Het Boek

24 Op de wedstrijdbaan doen alle hardlopers hun best om te winnen en toch is er maar één die de prijs krijgt. Doe uw best dan ook de prijs te krijgen.

25 Wie voor een wedstrijd traint, ontzegt zich van alles; een sportman voor een erekrans die verwelkt, maar een gelovige voor een erekrans die nooit verwelkt.

26 Daarom loop ik niet zomaar wat in het wilde weg en ik sta ook niet in de lucht te boksen.

27 Nee, ik hard mijn lichaam en dwing het te doen wat ik wil; anders zou het wel eens kunnen gebeuren dat ik, na anderen voor de wedstrijd te hebben opgeroepen, zelf word gediskwalificeerd.

Dus nogmaals, hoeveel we ook ons best doen, zelf verdienen kunnen we niet, want we falen, we kunnen het niet volmaakt doen. Maar we moeten er wel naar streven. We mogen in de wetenschap leven, dat Yeshua ons heeft vrijgekocht, het enige wat Hij van ons vraagt is Zijn geboden te bewaren en het geloof in Hem.

 

1 Johannes 5:3

Want dit is de liefde Gods, dat wij Zijn geboden bewaren; en Zijn geboden zijn niet zwaar.

 

Als Israëls vijanden verslagen zijn zullen de vogels ook een avondmaal hebben.

19:17 En ik zag een engel, staande in de zon; en hij riep met een grote stem, zeggende tot al de vogelen, die in het midden des hemels vlogen: Komt herwaarts, en vergadert u tot het avondmaal des groten Gods;

19:18 Opdat gij eet het vlees der koningen, en het vlees der oversten over duizend, en het vlees der sterken, en het vlees der paarden en dergenen, die daarop zitten; en het vlees van alle vrijen en dienstknechten, en kleinen en groten.

 

Openbaring 20

20:1 En ik zag een engel afkomen uit den hemel, hebbende den sleutel des afgronds, en een grote keten in zijn hand;

20:2 En hij greep den draak, de oude slang, welke is de duivel en satanas, en bond hem duizend jaren;

Satan wordt gebonden voor duizend jaar en kan de mensen op aarde niet verzoeken.

20:3 En wierp hem in den afgrond, en sloot hem daarin, en verzegelde dien boven hem, opdat hij de volken niet meer verleiden zou, totdat de duizend jaren zouden geëindigd zijn. En daarna moet hij een kleinen tijd ontbonden worden.

Satan wordt nog éénmaal losgelaten, de mensen op aarde worden nog éénmaal verzocht en beproeft, net voor de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.

20:4 En ik zag tronen, en zij zaten op dezelve; en het oordeel werd hun gegeven; en ik zag de zielen dergenen, die onthoofd waren om de getuigenis van Jezus, en om het Woord Gods, en die het beest, en deszelfs beeld niet aangebeden hadden, en die het merkteken niet ontvangen hadden aan hun voorhoofd en aan hun hand; en zij leefden en heersten als koningen met Christus, de duizend jaren.

20:5 Maar de overigen der doden werden niet weder levend, totdat de duizend jaren geëindigd waren.

20:5b Deze is de eerste opstanding. De eerste betekent de beste.

Eerste opname, is de beste, de tweede is de tweede dood.

20:6 Zalig en heilig is hij, die deel heeft in de eerste opstanding; over deze heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en Christus zijn, en zij zullen met Hem als koningen heersen duizend jaren.

 

Jesaja 25

7 Dan zal Hij de schemer van hopeloosheid en de sluier van de dood, die over de volken van de aarde ligt, wegnemen;

 

 

8 Hij zal de dood voor altijd vernietigen. De HERE God zal alle tranen afvegen en voor altijd de beledigingen en de spot tegen Zijn land en volk wegnemen. De HERE heeft gesproken; Hij zal dit zeker doen!

 

Jesaja 25

7 En Hij zal op dezen berg verslinden het bewindsel des aangezichts, waarmede alle volken bewonden zijn, en het deksel, waarmede alle natiën bedekt zijn.

 

8 Hij zal den dood verslinden tot overwinning, en de Heere HEERE zal de tranen van alle aangezichten afwissen; en Hij zal de smaadheid Zijns volks van de ganse aarde wegnemen; want de HEERE heeft het gesproken.

 

 

 

Openbaring 20

20:7 En wanneer de duizend jaren zullen geëindigd zijn, zal de satanas uit zijn gevangenis ontbonden worden.

20:8 En hij zal uitgaan om de volken te verleiden, die in de vier hoeken der aarde zijn, den Gog en den Magog, om hen te vergaderen tot den krijg; welker getal is als het zand aan de zee.

Nog éénmaal, worden de mensen die duizend jaar niet verleid zijn door satan, verleid, als laatste beproeving.

20:9 En zij zijn opgekomen op de breedte der aarde, en omringden de legerplaats der heiligen, en de geliefde stad; en er kwam vuur neder van God uit den hemel, en heeft hen verslonden.

20:10 En de duivel, die hen verleidde, werd geworpen in den poel des vuurs en sulfers, alwaar het beest en de valse profeet zijn; en zij zullen gepijnigd worden dag en nacht in alle eeuwigheid.

Satan voor altijd uit ons leven.

20:11 En ik zag een groten witten troon, en Dengene, Die daarop zat, van Wiens aangezicht de aarde en de hemel wegvloden, en geen plaats is voor die gevonden.

Het oordeel van de ongelovigen, zij worden geoordeeld op hun werken. Anders dan wij.

20:12 En ik zag de doden, klein en groot, staande voor God; en de boeken werden geopend; en een ander boek werd geopend, dat des levens is; en de doden werden geoordeeld uit hetgeen in de boeken geschreven was, naar hun werken.

20:13 En de zee gaf de doden, die in haar waren; en de dood en de hel gaven de doden, die in hen waren; en zij werden geoordeeld, een iegelijk naar hun werken.

20:14 En de dood en de hel werden geworpen in den poel des vuurs; dit is de tweede dood.

 

De tweede dood, is niet alleen een lichamelijke dood, maar in de hel worden lichaam en ziel verdorven.

 

Mattheus 10:28

En vreest u niet voor degenen, die het lichaam doden, en de ziel niet kunnen doden; maar vreest veel meer Hem, Die beide ziel en lichaam kan verderven (apollumi) in de hel.

 

apollumi

Phonetic Spelling: (ap-ol'-loo-mee)

Definition: to destroy, destroy utterly

Usage: (a) I kill, destroy, (b) I lose, mid: I am perishing (the resultant death being viewed as certain).

 

20:15 En zo iemand niet gevonden werd geschreven in het boek des levens, die werd geworpen in den poel des vuurs.

 

21:1 En ik zag een nieuwen hemel en een nieuwe aarde; want de eerste hemel, en de eerste aarde was voorbijgegaan, en de zee was niet meer.

Zelfs de hemel wordt nieuw.

21:2 En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, nederdalende van God uit den hemel, toebereid als een bruid, die voor haar man versierd is.

Hemel en aarde worden samengevoegd, wat zal dat mooi zijn

21:3 En ik hoorde een grote stem uit den hemel, zeggende: Ziet, de tabernakel Gods is bij de mensen, en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen en hun God zijn.

21:4 En God zal alle tranen van hun ogen afwissen; en de dood zal niet meer zijn; noch rouw, noch gekrijt, noch moeite zal meer zijn; want de eerste dingen zijn weggegaan.

Nooit geen dood, rouw, geen tranen, geen moeite.

21:5 En Die op den troon zat, zeide: Ziet, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zeide tot mij: Schrijf, want deze woorden zijn waarachtig en getrouw.

21:6 En Hij sprak tot mij: Het is geschied. Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde. Ik zal den dorstige geven uit de fontein van het water des levens voor niet.

21:7 Die overwint, zal alles beërven; en Ik zal hem een God zijn, en hij zal Mij een zoon zijn.

21:8 Maar den vreesachtigen, en ongelovigen, en gruwelijken, en doodslagers, en hoereerders, en tovenaars, en afgodendienaars, en al den leugenaars, is hun deel in den poel, die daar brandt van vuur en sulfer; hetwelk is de tweede dood.

21:9 En tot mij kwam een van de zeven engelen, die de zeven fiolen hadden, welke vol geweest waren van de zeven laatste plagen, en sprak met mij, zeggende: Kom herwaarts, ik zal u tonen de bruid, de vrouw des Lams.

21:10 En hij voerde mij weg in den geest op een groten en hogen berg, en hij toonde mij de grote stad, het heilige Jeruzalem, nederdalende uit den hemel van God.

21:11 En zij had de heerlijkheid Gods, en haar licht was den allerkostelijksten steen gelijk, namelijk als den steen Jaspis, blinkende gelijk kristal.

21:12 En zij had een groten en hogen muur, en had twaalf poorten, en in de poorten twaalf engelen, en namen daarop geschreven, welken zijn de namen der twaalf geslachten der kinderen Israëls.

21:13 Van het oosten waren drie poorten, van het noorden drie poorten, van het zuiden drie poorten, van het westen drie poorten.

21:14 En de muur der stad had twaalf fondamenten, en in dezelve de namen der twaalf apostelen des Lams.

21:15 En hij die met mij sprak, had een gouden rietstok, opdat hij de stad zou meten, en haar poorten, en haar muur.

21:16 En de stad lag vierkant, en haar lengte was zo groot als haar breedte. En hij mat de stad met den rietstok op twaalf duizend stadiën; de lengte, en de breedte, en de hoogte derzelve waren even gelijk.

21:17 En hij mat haar muur op honderd vier en veertig ellen, naar de maat eens mensen, welke des engels was.

21:18 En het gebouw van haar muur Jaspis; en de stad was zuiver goud, zijnde zuiver glas gelijk.

21:19 En de fondamenten van den muur der stad waren met allerlei kostelijk gesteente versierd. Het eerste fondament was Jaspis, het tweede Saffier, het derde Chalcedon, het vierde Smaragd.

21:20 Het vijfde Sardonix, het zesde Sardius, het zevende Chrysoliet, het achtste Beryl, het negende Topaas, het tiende Chrysopraas, het elfde Hyacinth, het twaalfde Amethyst.

21:21 En de twaalf poorten waren twaalf paarlen, een iedere poort was elk uit een paarl; en de straat der stad was zuiver goud; gelijk doorluchtig glas.

Alle stenen die ook op de borstplaat van de hogepriester geplaatst zijn. Een cherub is bedekt met de schoonheid van al deze edelstenen en goud.

21:22 En ik zag geen tempel in dezelve; want de Heere, de almachtige God, is haar tempel, en het Lam.

21:23 En de stad behoeft de zon en de maan niet, dat zij in dezelve zouden schijnen; want de heerlijkheid Gods heeft haar verlicht, en het Lam is haar Kaars.

21:24 En de volken, die zalig worden, zullen in haar licht wandelen; en de koningen der aarde brengen hun heerlijkheid en eer in dezelve.

21:25 En haar poorten zullen niet gesloten worden des daags; want aldaar zal geen nacht zijn.

21:26 En zij zullen de heerlijkheid en de eer der volken daarin brengen.

21:27 En in haar zal niet inkomen iets, dat ontreinigt, en gruwelijkheid doet, en leugen spreekt; maar die geschreven zijn in het boek des levens des Lams.

 

22:1 En hij toonde mij een zuivere rivier van het water des levens, klaar als kristal, voortkomende uit den troon Gods, en des Lams.

Zuivere leer, eerlijkheid, waarheid, gerechtigheid.

22:2 In het midden van haar straat en op de ene en de andere zijde der rivier was de boom des levens, voortbrengende twaalf vruchten, van maand tot maand gevende zijne vrucht; en de bladeren des booms waren tot genezing der heidenen.

Yeshua.

Wij zullen ook als bomen zijn: Jeremia 17:8

Want hij zal zijn als een boom, die aan het water geplant is, en zijn wortelen uitschiet aan een rivier, en gevoelt het niet, wanneer er een hitte komt, maar zijn loof blijft groen; en in een jaar van droogte zorgt hij niet, en houdt niet op van vrucht te dragen.

 

22:3 En geen vervloeking zal er meer tegen iemand zijn; en de troon Gods en des Lams zal daarin zijn, en Zijn dienstknechten zullen Hem dienen;

22:4 En zullen Zijn aangezicht zien, en Zijn Naam zal op hun voorhoofden zijn.

22:5 En aldaar zal geen nacht zijn, en zij zullen geen kaars noch licht der zon van node hebben; want de Heere God verlicht hen; en zij zullen als koningen heersen in alle eeuwigheid.

22:6 En hij zeide tot mij: Deze woorden zijn getrouw en waarachtig; en de Heere, de God der heilige profeten, heeft Zijn engel gezonden, om Zijn dienstknechten te tonen, hetgeen haast moet geschieden.

22:7 Zie, Ik kom haastiglijk zalig is hij, die de woorden der profetie dezes boeks bewaart.

De woorden van dit boek moeten we bewaren, net als we Zijn geboden bewaren en het geloof in Yeshua.

 

22:8 En ik, Johannes, ben degene, die deze dingen gezien en gehoord heb. En toen ik ze gehoord en gezien had, viel ik neder om aan te bidden voor de voeten des engels, die mij deze dingen toonde.

22:9 En hij zeide tot mij: Zie, dat gij het niet doet; want ik ben uw mededienstknecht, en uwer broederen, der profeten, en dergenen, die de woorden dezes boeks bewaren; aanbid God.

22:10 En hij zeide tot mij: Verzegel de woorden der profetie dezes boeks niet; want de tijd is nabij.

22:11 Die onrecht doet, dat hij nog onrecht doe; en die vuil is, dat hij nog vuil worde; en die rechtvaardig is, dat hij nog gerechtvaardigd worde; en die heilig is, dat hij nog geheiligd worde.

22:12 En zie, Ik kom haastiglijk en Mijn loon is met Mij, om een iegelijk te vergelden, gelijk zijn werk zal zijn.

 

Yeshua's loon zijn wij, Wij zijn het loon wat Hij krijgt, Hij komt met ons. wij zullen met Hem zijn om een iegelijk te vergelden, koning, priester, geest en mens.

 

22:13 Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde; de Eerste en de Laatste.

22:14 Zalig zijn zij, die Zijn geboden doen, opdat hun macht zij aan den boom des levens, en zij door de poorten mogen ingaan in de stad.

22:15 Maar buiten zullen zijn de honden, en de tovenaars, en de hoereerders, en de doodslagers, en de afgodendienaars, en een iegelijk, die de leugen liefheeft, en doet.

22:16 Ik, Jezus, heb Mijn engel gezonden om ulieden deze dingen te getuigen in de Gemeenten. Ik ben de Wortel en het geslacht Davids, de blinkende Morgenster.

22:17 En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En die het hoort, zegge: Kom! En die dorst heeft, kome; en die wil, neme het water des levens om niet.

 

Jesaja 55:1

O alle gij dorstigen! komt tot de wateren, en gij, die geen geld hebt, komt, koopt en eet, ja komt, koopt zonder geld, en zonder prijs, wijn en melk!

Zijn liefde en genade is gratis, Hij heeft u lief!

 

22:18 Want ik betuig aan een iegelijk, die de woorden der profetie dezes boeks hoort: Indien iemand tot deze dingen toedoet, God zal hem toedoen de plagen, die in dit boek geschreven zijn.

22:19 En indien iemand afdoet van de woorden des boeks dezer profetie, God zal zijn deel afdoen uit het boek des levens, en uit de heilige stad, en uit hetgeen in dit boek geschreven is.

22:20 Die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom haastiglijk. Amen. Ja, kom, Heere Jezus!

22:21 De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.

 

 

Amen Halleluja

 

Samenvatting

 

Zesde zegel en bazuin 1-4, de eerste wee.

Voordat de Dag des Heeren aanbreekt, schreeuwen de zielen onder het altaar om gerechtigheid, wanneer gaat God oordelen brengen over deze wereld? (Op.6:10,11,Jes. 57:1) De wereld is nog stil, stilte voor de storm (Zach.1:11) en is ineens de maat vol voor God (Op.8:5). God ontwaakt uit Zijn Heilige woning (Zach 2:13). De Heere zal uit Zijn plaats uitgaan, om de ongerechtigheid van de inwoners der aarde over hen te zoeken (Jes 26:1). De 144.000 van de 12 stammen van Israël worden eerst verzegeld (op.7:4-8). Ook de tempel wordt opgemeten, zij die de tempel van God vormen, zij die in het heilige of heilige der heiligen zijn, die meegaan in de opname en opstanding (op.3:10,11,12, en Op.11:1-2), niet de voorhof, want zij zullen worden vertreden in de Dag des Heeren. Voordat de eerste bazuin geblazen wordt staat er een engel aan het altaar, reukwerk met de gebeden van alle heiligen zou leggen op het gouden altaar dat voor de troon is. De engel vulde het wierookvat met vuur van het altaar en wierp het op de aarde (Op.8:5). Stemmen, donderslagen, bliksem en aardbeving(Openb 6:12) (mat 28:2) (Jesaja 24:19,20) (Ezech 38:20) (Mat 27:51,52) .

Cataclysmische rampen in de vorm van aardbevingen, vulkaanerupties (Jes.24:19, Ezech.38:19, Op.6:12, Op.8:5 en Joël 1:19,20). God giet Zijn Geest uit, waardoor de doden opstaan (Ezech. 37:10, Joël 2:16 en Jes 26:19,20,21) er vindt ook de opname plaats tijdens deze chaos (1Thes.4:13-17), God monstert een leger (Jes.13:2-4, Joël 2:2,11,12). Twee getuigen gaan getuigen in Jeruzalem (Op.11:3). Israël, na het uitstorten van de Heilige Geest (Joël 2:28-31), zij zullen getuigen (Op.11:4-6) tijdens de eerste 3,5 moed/bestemde tijden/Zijn Feesten.

Als we verenigd zijn met Yeshua in de lucht zullen we oorlog voeren in de hemel (Op.12:10,11, Mat.22:30, Op.17:14, Luk.10:17-20, Joël 2:11-16, Jes.13:2,3), satan wordt op de aarde geworpen (met zijn gevallen engelen, de sterren vallen uit de hemel (Op.6:13, Op.12:9,11). Regeringen, belangrijke functionarissen en rijke mensen in bunkers in de bergen vanwege de catastrofale natuurrampen (Op.6:15 en Jes. 2:10,11).

Wij voeren met Yeshua samen oorlog tegen Israëls vijanden, (Op.2:26,27, Joël 2:11+16 en Nahum 2:3,4, Ezech.37:10, Mt 22:30, Jes. 13:2-5).

De eerst wee:

De vier paarden worden losgelaten (Op.7:1,3,14). Satan heeft een sleutel van de afgrond, die opent hij (Op.9:1-12), daar komt o.a. het beest uit (Op.17:8) Het achtste beest (Op.17:11), Het opkomende Turkse rijk valt Egypte en andere landen binnen en richt verwoestingen aan in Israël (Dan.11:25), (Op.6:9), (Dan.7:23), (Dan.8:9), (Ezech.38:3-8,9), en Israël verdedigt zich (Zach.9:13) met hulp van ons (Jes.13:5), de antichrist-natie neemt Cyprus en Armenië in (Dan.8:9) en valt Egypte aan (Dan.11:25), leger Egypte deserteert (Dan.11:25,26), veel doden, (Dan.11:29), ook zullen de Egyptenaren elkaar bevechten (Jes.19:2) en grote smart in Ethiopië (Ezech.30:4), (Hab.3:7), de dam wordt daar gesloten en de Nijl valt droog (Jes.11:15, Jes.19:5-7)

Somaliërs, Soedanezen en Libiërs zullen in de gangen van dit Turkse rijk zijn (Dan.11:43). Vluchtelingen uit Egypte en Ethiopië halfnaakt weggevoerd (Jes.20:4).

Werkloosheid in Egypte en burgeroorlog en harde heren en een strenge koning (Jes 19:8,9), (Jes.19:2). Egyptenaren komen tot geloof (Jes 19:18,19) en God zal ze een Heiland en Meester zenden, die hen zal verlossen (Jes.19:20-22).

Egypte en Assyrië zullen Zijn volk worden, een zegen in het midden van het land en er zal een gebaande weg wezen van Egypte naar Assyrië (Jes.19:23-25)

Waarschijnlijk vallen ze ook Europa aan en Rome, ze zullen een vierde van de aarde in handen krijgen (Op.6:8). Zij rijden op paarden (Jer.6:22,23, Jer.50:41,42, Ezech.38:15,16). Maar Israël zal zijn gelijk het paard Zijner majesteit en zullen hen beschamen die op paarden rijden (Zach.10:3-5). Israël zal een herder kiezen die niet zorgt voor zijn kudde (Zach.11:15-17). Het Turkse rijk richt op de terugweg in korte tijd verwoestingen aan in Israël (Dan.11:28). God is boos op Israëls leiders Zach.11:15-17). Overwinning/oorlog, honger, ziekte/dood, dood door wilde dieren (de vier straffen). Vredesbesprekingen, complotten en misleiding (Dan.11:27).

De tweede wee, zesde bazuin

Het Turkse rijk valt voor een tweede keer Egypte aan, maar wordt afgeschrikt door oorlogsschepen vanuit Cyprus en zal hij zich terugtrekken,V.S. E.U.? (Dan.11:30-31 en Num.24:24). Het Turkse rijk vertrekt uit Egypte en valt Israël binnen, ook Iran, Hezbollah en de Palestijnen vallen aan en Damascus wordt een ruïne (Jesaja 17:1-3). Israëls vijanden vallen Jeruzalem aan, doden de twee getuigen en 7000 mensen worden gedood (Op.11:7,8). Bij een grote aardbeving worden de twee getuigen uit de dood opgewekt (Op.11:13). De tweede wee is bijna voorbij (Op.11:14). Bij de zevende engel die gebazuind heeft wordt er een grote aardbeving beschreven, stemmen, bliksemen, donderslagen en een aardbeving en grote hagel (Op.11:15-19)

Bij de grote aardbeving worden de 144.000 opgenomen. Daarna staan zij voor de troon (Op.14:1). Deze aardbeving splijt de aarde dwars door de Olijfberg en ontstaat er een dal, waardoor mensen vluchten (Zach.14:4-6) naar Edom/Jordanië, o.a. Bozra, waar ze later door Yeshua worden gered (Jes.34:5,6, Jes.63:1-6, Amos 1:12, Jer.48:24, Jer.49:13,22).

Bij Damascus komt de antichrist-natie met zijn aanhangers het land binnen en Damascus wordt vernietigd (Jes.17). Jeruzalem zal geen ijzeren schild (Iron dome?) zijn, die wordt uitgeschakeld waarschijnlijk door Iran (Jes 22:6). Israël vecht als een leeuw, God maakt een prachtig oorlogspaard van hen, Israël zal hen beschamen die op paarden rijden. De kerncentrale in Bushehr Iran wordt door Israël vernietigd (Jer.49:35, Ezech.39:3), een deel van Libanon (Nahum 1:4, Zach.11:1:2), vijanden bij de Golan (Basan) en Gaza worden vernietigd (Nahum 1:4, Ezech.38:8, Zach.11:2, Zef.2:4,5 ). Verovering, bezetting, de gruwel der verwoesting