Het geheim der wetteloosheid
Verborgenheid der ongerechtigheid
Home
Favoriete links
Relevant nieuws
Artikelen
Korte artikeltjes
In English, content
2 maart 2020 Profetie in stroomversnelling deel I
23 januari 2019 Een hemelse reis - Perry Stone
20 april 2017 September 2017
1 juli 2015 Opname deel II video's
20 juni 2015 Hoge verwachtingen van september 2015
12 april 2014 Zijn bruid
10-02-2014 De zalige hoop, redenen voor geloof in een opname deel I
22 oktober 2013 Israël en Iran
21 september 2013 Waarom de Joden Yeshua niet herkennen.
13 juli 2013 Drie-eenheid
23 maart 2013 Waarom zou je geloven deel 5 en laatste deel
16 maart 2013 Waarom zou je geloven deel 4
16 februari 2013 Waarom zou je geloven deel 3
17 november 2012 Waarom zou je geloven? Deel 2
22 september 2012 Hardop denken
14 april 2012 Waarom zou je geloven?
13 april 2012 De macht van woorden
25 februari 2012 Daniëls tijdlijn deel 2
1 januari 2012 Daniëls tijdlijn
28 december 2011 Lijden en leven...karma?
27 augustus 2011 Tekenen van de aankomende verdrukking
13 augustus 2011 Heeft Israël, oftewel de Joodse staat, recht van bestaan?
23 juli 2011 Kan geweld tot iets goeds leiden - kunnen we de levens van personen gebruiken om een statement te maken?
11 juni 2011 De Dag en het Uur van de Wederkomst
21 mei 2011 Einde van de wereld
Eerste vier zegels Openbaring
19 maart 2011 Democratie; het beeld van het beest
5 februari 2011 Gedachten over de eindtijd
13 november 2010 Openbaring en wereldoorlogen, de twee getuigen
15 juni 2010 Het geheim der wetteloosheid
27 april 2010 Zesde schaal, het droogvallen van de Eufraat en het droogvallen van een ander "levenssap": fossiele brandstoffen
17 april 2010 Waar gaat de wereld heen?
3 april 2010 Pasen
27 februari 2010 Eindtijd
23 februari 2010 symbolen in Openbaring
12 september 2009 De wet van Christus
11 juni 2009 Familiedrama's
19 mei 2009 - Interview met Benjamin Netanyahu in november 2006
16 april 2009 Abortus...
30 januari 2009 Email aan het Jimmy Carter-center
26 januari 2009 Een reactie aan de Gezinsgids
15 november 2008 Vragen van een lezer beantwoord
12 januari 2008 De ondergang van Amerika?
2 maart 2020 Profetie in stroomversnelling deel I

 



Alles lijkt de laatste tijd wel in een stroomversnelling te komen. Bijna alle geprofeteerde landen zijn op hun plek zodat de profetie van Ezechiël 38 en 39 zo zou kunnen beginnen. Iran, Hezbollah, Rusland in Syrië bij Damascus, hoewel ik mijn twijfels heb of Rusland echt een deel van de profetie is. De belangrijkste verdachte vind ik Turkije en die zit ook in Syrië. Turkije gaat militaire hulp verschaffen aan Lybië, Egypte ook, maar dan voor de andere partij.

 
Hoe zal alles in de eindtijd verlopen? Laten we eens onderzoeken. Een mogelijk scenario op basis van de profetieë


Daniël spreekt over een Koninkrijk dat ontstaat in de tijd van alle wereldrijken (die wereldrijken vormen het beeld van Nebukadnezar) dat beeld wordt aan de voet geraakt door een steen die afgehouwen is uit een grote Berg, zonder handen. De steen raakt het beeld aan de voet en vermaalt al die koninkrijken. Deze grote Berg/Gods Koninkrijk zal heel de aarde vullen tot in alle eeuwigheid.

 

Het is al meer dan 70 jaar geleden; de tweede wereldoorlog. Sommigen geloven niet dat er tegenwoordig zo makkelijk oorlog zou kunnen komen, maar ik geloof dat niet, jammer genoeg.

 

(Het is natuurlijk weer een mogelijk scenario, op basis van profetieën)

 

Inhoud:

Daniël 2: Het beeld van Nebukadnezar

Daniël 4: De grote boom in de droom van Nebukanezar, Israël heeft "den tijd uwer                                                                    bezoeking niet bekend hebt"

Daniel 7: De vier dieren.

Daniel 8: De geit en de ram.

Daniel 9: De 70 jaarweken.

Daniel 10: De vorst van Perzië.

De situatie in het Midden-Oosten.

Wanneer wordt de antichrist geopenbaard?

Antiochus IV epiphanes als beeld van de antichrist.

Ezechiel 38 en 39: Gog en Magog.

Openbaring 12:  De draak, hoofdstuk 13 Het beest met de zeven hoofden, hoofdstuk 17 het 7e en 8e rijk: Welke is het zevende rijk en welke is het achtste? De Seltjoeken? Turkije?

 

Daniel 2

28 Maar er is een God in den hemel, Die verborgenheden openbaart, Die heeft den koning Nebukadnezar bekend gemaakt, wat er geschieden zal in het laatste der dagen; uw droom, en de gezichten uws hoofds op uw leger, zijn deze:

Amos 3:7 Gewisselijk, de Heere HEERE zal geen ding doen, tenzij Hij Zijn verborgenheid aan Zijn knechten, de profeten, geopenbaard hebbe.

29 Gij, o koning! op uw leger zijnde, klommen uw gedachten op, wat hierna geschieden zou; en Hij, Die verborgen dingen openbaart, heeft u te kennen gegeven, wat er geschieden zal.

30 Mij nu, mij is de verborgenheid geopenbaard, niet door wijsheid, die in mij is boven alle levenden; maar daarom opdat men den koning de uitlegging zou bekend maken, en opdat gij de gedachten uws harten zoudt weten.

31 Gij, o koning! zaagt, en ziet, er was een groot beeld (dit beeld was treffelijk, en deszelfs glans was uitnemend), staande tegen u over; en zijn gedaante was schrikkelijk.

32 Het hoofd van dit beeld was van goed goud; zijn borst en zijn armen van zilver; zijn buik en zijn dijen van koper;

33 Zijn schenkelen van ijzer; zijn voeten eensdeels van ijzer, en eensdeels van leem.

34 Dit zaagt gij, totdat er een steen afgehouwen werd zonder handen, die sloeg dat beeld aan zijn voeten van ijzer en leem, en vermaalde ze.

35 Toen werden te zamen vermaald het ijzer, leem, koper, zilver en goud, en zij werden gelijk kaf van de dorsvloeren des zomers, en de wind nam ze weg, en er werd geen plaats voor dezelve gevonden; maar de steen, die het beeld geslagen heeft, werd tot een groten berg, alzo dat hij de gehele aarde vervulde.

36 Dit is de droom; zijn uitlegging nu zullen wij voor den koning zeggen.

37 Gij, o koning! zijt een koning der koningen; want de God des hemels heeft u een koninkrijk, macht, en sterkte, en eer gegeven;

38 En overal, waar mensenkinderen wonen, heeft Hij de beesten des velds en de vogelen des hemels in uw hand gegeven; en Hij heeft u gesteld tot een heerser over al dezelve; gij zijt dat gouden hoofd.

Nebukadnezar, Babylonische rijk

39 En na u zal een ander koninkrijk opstaan, lager dan het uwe; daarna een ander, het derde koninkrijk van koper, hetwelk heersen zal over de gehele aarde.

Borst en armen van zilver: Medo-Perzische rijk. Buik en dijen van koper: Griekse rijk.

40 En het vierde koninkrijk zal hard zijn, gelijk ijzer; aangezien het ijzer alles vermaalt en verzwakt; gelijk nu het ijzer, dat zulks alles verbreekt, alzo zal het vermalen en verbreken.

Romeinse rijk?

41 En dat gij gezien hebt de voeten en de tenen, ten dele van pottenbakkersleem, en ten dele van ijzer, dat zal een gedeeld koninkrijk zijn, doch daar zal van des ijzers vastigheid in zijn, ten welken aanzien gij gezien hebt ijzer vermengd met modderig leem;

42 En de tenen der voeten, ten dele ijzer, en ten dele leem; dat koninkrijk zal ten dele hard zijn, en ten dele broos.

Het laatste rijk, vierde rijk, daar komen we op terug. Dit rijk zal verdeeld zijn, hard en broos, ijzer en leem vermengt niet, wordt niet tot één volk.

In vers 43 komt drie keer het woord “vermenging” voor. Dit woord is een vertaling van het Aramese woord “Arab”. Daar komt de naam Arabieren vandaan. Het beeld wordt bij de voeten geraakt.

43 En dat gij gezien hebt ijzer vermengd met modderig leem, zij zullen zich wel door menselijk zaad vermengen, maar zij zullen de een aan den ander niet hechten, gelijk als zich ijzer met leem niet vermengt.

Het volk van de voeten en tenen, planten zich wel voort, maar wordt nooit echt één volk, één stem.

44 Doch in de dagen van die koningen zal de God des hemels een Koninkrijk verwekken, dat in der eeuwigheid niet zal verstoord worden; en dat Koninkrijk zal aan geen ander volk overgelaten worden; het zal al die koninkrijken vermalen, en te niet doen, maar zelf zal het in alle eeuwigheid bestaan.

Gods Koninkrijk

45 Daarom hebt gij gezien, dat uit den berg een steen zonder handen afgehouwen is geworden, die het ijzer, koper, leem, zilver en goud vermaalde; de grote God heeft den koning bekend gemaakt, wat hierna geschieden zal; de droom nu is gewis, en zijn uitlegging is zeker.

Yeshua, "de steen/rots".

 

 

Nebukadnezar kreeg nog een droom:

 

Daniel 4

 

4 Ik, Nebukadnezar, gerust zijnde in mijn huis, en in mijn paleis groenende,

 

5 Zag een droom, die mij vervaarde, en de gedachten, die ik op mijn bed had, en de gezichten mijns hoofds beroerden mij.

 

6 Daarom is er een bevel van mij gesteld, dat men voor mij zou inbrengen al de wijzen van Babel, opdat zij mij de uitlegging van dien droom zouden bekend maken.

 

7 Toen kwamen in de tovenaars, de sterrekijkers, de Chaldeeën en de waarzeggers; en ik zeide den droom voor hen; maar zij maakten mij zijn uitlegging niet bekend;

 

8 Totdat ten laatste Daniël voor mij inkwam, wiens naam Beltsazar is, naar den naam mijns gods, in wien ook de geest der heilige goden is; en ik vertelde den droom voor hem, zeggende:

 

9 Beltsazar, gij overste der tovenaars! dewijl ik weet, dat de geest der heilige goden in u is, en geen verborgenheid u zwaar is, zo zeg de gezichten mijns drooms, dien ik gezien heb, te weten zijn uitlegging.

 

10 De gezichten nu mijns hoofds op mijn leger waren deze: Ik zag, en ziet, er was een boom in het midden der aarde, en zijn hoogte was groot.

 

11 De boom werd groot en sterk; en zijn hoogte reikte aan den hemel, en hij werd gezien tot aan het einde der ganse aarde;

 

Dit voorzag God ook voor Israël.

 

12 Zijn loof was schoon, en zijn vruchten vele, en er was spijze aan dezelve voor allen; onder hem vond het gedierte des velds schaduw, en de vogelen des hemels woonden in zijn takken, en alle vlees werd daarvan gevoed.

 

Israël voorziet de wereld nu ook van fruit, techniek, enz. (ook al is het niet zo grootschalig als wat God voor hen in gedachten had). Alhoewel ze in vergelijking met andere landen verdacht veel Nobelprijzen hebben, terwijl andere landen veel groter zijn.

 

13 Ik zag verder in de gezichten mijns hoofds, op mijn leger; en ziet, een wachter, namelijk een heilige, kwam af van den hemel,

 

14 Roepende met kracht, en aldus zeggende: Houwt dien boom af, en kapt zijn takken af; stroopt zijn loof af, en verstrooit zijn vruchten, dat de dieren van onder hem wegzwerven, en de vogelen van zijn takken;

 

Israël werd ook, eerst door het Babylonische rijk veroverd, daarna door het Medo-Perzische rijk, net als Nebukadnezar.

 

15 Doch laat den stam met zijn wortelen in de aarde, en met een ijzeren en koperen band in het tedere gras des velds; en laat hem in den dauw des hemels nat gemaakt worden, en zijn deel zij met het gedierte in het kruid der aarde.

 

Nebukadnezar's rijk door de Medo-Perzen, daarna door de Romeinen, zo ook Israël.

 

16 Zijn hart worde veranderd, dat het geens mensen hart meer zij, en hem worde eens beesten hart gegeven, en laat zeven tijden over hem voorbijgaan.

 

Israël ook, (alleen geen zeven jaar maar) zeventig jaarweken.

Daniel 9:24 Zeventig weken zijn bestemd over uw volk, en over uw heilige stad, om de overtreding te sluiten, en om de zonden te verzegelen, en om de ongerechtigheid te verzoenen, en om een eeuwige gerechtigheid aan te brengen, en om het gezicht, en den profeet te verzegelen, en om de heiligheid der heiligheden te zalven.

 

25 Weet dan, en versta: van den uitgang des woords, om te doen wederkeren, en om Jeruzalem te bouwen, tot op Messias, den Vorst, zijn zeven weken, en twee en zestig weken; de straten, en de grachten zullen wederom gebouwd worden, doch in benauwdheid der tijden.

Yeshua kwam in openbaarheid na 69 jaarweken, na 3,5 werd Hij "afgesneden". De laatste 3,5 jaar komt nog, waarna de 70 jaarweken voltooid zullen zijn, over Zijn volk.

 

17 Deze zaak is in het besluit der wachters, en deze begeerte is in het woord der heiligen; opdat de levenden bekennen, dat de Allerhoogste heerschappij heeft over de koninkrijken der mensen, en geeft ze aan wien Hij wil, ja, zet daarover den laagste onder de mensen.

 

18 Dezen droom heb ik, koning Nebukadnezar gezien; gij nu, Beltsazar! zeg de uitlegging van dien, dewijl als de wijzen mijns koninkrijks mij de uitlegging niet hebben kunnen bekend maken; maar gij kunt wel, dewijl de geest der heilige goden in u is. 19 Toen ontzette zich Daniël, wiens naam Beltsazar is, bij een uur lang, en zijn gedachten beroerden hem. De koning antwoordde en zeide: Beltsazar! laat u de droom en zijn uitlegging niet beroeren. Beltsazar antwoordde en zeide: Mijn heer! de droom wedervare uw hateren, en zijn uitlegging uw wederpartijders!

20 De boom, dien gij gezien hebt, die groot en sterk geworden was, en wiens hoogte tot aan den hemel reikte, en die over het ganse aardrijk gezien werd;

21 En wiens loof schoon, en wiens vruchten vele waren, en waar spijze aan was voor allen, onder wien het gedierte des velds woonde, en in wiens takken de vogelen des hemels nestelden;

22 Dat zijt gij, o koning! die groot en sterk zijt geworden; want uw grootheid is zo gewassen, dat zij reikt aan den hemel, en uw heerschappij aan het einde des aardrijks.

23 Dat nu de koning, een wachter, namelijk een heilige gezien heeft, van den hemel afkomende, die zeide: Houwt dezen boom af, en verderft hem; doch laat den stam met zijn wortelen in de aarde, en met een ijzeren en koperen band in het tedere gras des velds, en in de dauw des hemels nat gemaakt worden, en dat zijn deel zij met het gedierte des velds, totdat er zeven tijden over hem voorbijgaan;

 

Jes 6:13b ....Toch zal het zijn als een omgehakte boom waarvan de stronk blijft staan en voor nieuw leven zorgt.’'

 

24 Dit is de beduiding, o koning! en dit is een besluit des Allerhoogsten, hetwelk over mijn heer, den koning, komen zal:

 

25 Te weten, men zal u van de mensen verstoten, en met het gedierte des velds zal uw woning zijn, en men zal u het kruid, als den ossen, te smaken geven; en gij zult van den dauw des hemels nat gemaakt worden, en er zullen zeven tijden over u voorbijgaan, totdat gij bekent, dat de Allerhoogste heerschappij heeft over de koninkrijken der mensen, en geeft ze, wien Hij wil.

 

Israël hebben de tijd hunner bezoeking niet gekend en gemist, ze hebben Yeshua niet herkend, pas als zij zullen zeggen: Gezegend is Hij die komt in de Naam van de Heere, zullen zij Yeshua zien.

 

Luk. 19:41-44 – “En als Hij nabij kwam, en de stad zag, weende Hij over haar, Zeggende:

Och, of gij ook bekendet, ook nog in dezen uw dag, hetgeen tot uw vrede dient! Maar nu is het verborgen voor uw ogen. Want er zullen dagen over u komen, dat uw vijanden een begraving rondom u zullen opwerpen, en zullen u omsingelen, en u van alle zijden benauwen;En zullen u tot den grond nederwerpen, en uw kinderen in u; en zij zullen in u den enen steen op den anderen steen niet laten; daarom dat gij den tijd uwer bezoeking niet bekend hebt.”

 

Mat 23:37. Jeruzalem, Jeruzalem, u die de profeten doodt en stenigt wie naar u toe gezonden zijn! Hoe vaak heb Ik uw kinderen bijeen willen brengen, op de wijze waarop een hen haar kuikens bijeenbrengt onder haar vleugels; maar u hebt niet gewild!

38. Zie, uw huis wordt als een woestenij voor u achtergelaten.

39. Want Ik zeg u: u zult Mij van nu af aan niet zien, totdat u zegt: Gezegend is Hij Die komt in de Naam van de Heere!

 

Pas in de grote verdrukking "benauwdheid van Jacob" zullen zij Yeshua erkennen als hun Messias en zal Hij hen redden van hun vijanden.

 

Jer. 30:7 O wee! want die dag is zo groot, dat zijns gelijke niet geweest is; en het is een tijd van benauwdheid voor Jakob; nog zal hij daaruit verlost worden.

 

Daniël 7

1 In het eerste jaar van Belsazar, den koning van Babel, zag Daniël een droom, en gezichten zijns hoofds, op zijn leger; toen schreef hij dien droom, en hij zeide de hoofdsom der zaken.

2 Daniël antwoordde en zeide: Ik zag in mijn gezicht bij nacht, en ziet, de vier winden des hemels braken voort op de grote zee.

De vier winden, oftewel de vier paarden uit Openbaring, (op de grote zee: mensenmassa's) zie uitleg bij het artikel van de opname, later kom ik hier ook nog op terug.

3 En er klommen vier grote dieren op uit de zee, het ene van het andere verscheiden.

Vier dieren, vier wereldrijken.

4 Het eerste was als een leeuw, en het had arendsvleugelen; ik zag toe, totdat zijn vleugelen uitgeplukt waren, en het werd van de aarde opgeheven, en op de voeten gesteld, als een mens, en aan hetzelve werd eens mensen hart gegeven.

Babylonische rijk, met Nebukadnezar die na de zeven jaren weer een mens werd, hij zag zichzelf als God, en hij bekende aan het einde van de zeven jaar, dat de Allerhoogste heerschappij heeft over de koninkrijken der mensen, en geeft ze, wien Hij wil.

5 Daarna, ziet, het andere dier, het tweede, was gelijk een beer, en stelde zich aan de ene zijde, en het had drie ribben in zijn muil tussen zijn tanden; en men zeide aldus tot hetzelve: Sta op, eet veel vlees.

Medo-Perzische rijk, de beer met drie ribben in zijn muil, drie veroveringen, Lydië, Babylonische rijk en Egypte.

6 Daarna zag ik, en ziet, er was een ander dier, gelijk een luipaard, en het had vier vleugels eens vogels op zijn rug; ook had hetzelve dier vier hoofden, en aan hetzelve werd de heerschappij gegeven.

Griekse rijk, na de dood van Alexander werd zijn rijk naar de vier windstreken gedeeld.

7 Daarna zag ik in de nachtgezichten, en ziet, het vierde dier was schrikkelijk en gruwelijk, en zeer sterk; en het had grote ijzeren tanden, het at, en verbrijzelde, en vertrad het overige met zijn voeten; en het was verscheiden van al de dieren, die voor hetzelve geweest waren; en het had tien hoornen. Zie ook Openbaring.

Bij het laatste, achtste rijk (uit het zevende zegt Openbaring) zullen zich 10 koningen (landen) aansluiten voor een tijdje.

8 Ik nam acht op de hoornen, en ziet, een andere kleine hoorn kwam op tussen dezelve, en drie uit de vorige hoornen werden uitgerukt voor denzelven; en ziet, in dienzelven hoorn waren ogen als mensenogen, en een mond, grote dingen sprekende.

Een kleine hoorn kwam op en rukte drie horens eruit om plaats te maken voor hem zelf. Drie landen verovert hij.

9 Dit zag ik, totdat er tronen gezet werden, en de Oude van dagen Zich zette, Wiens kleed wit was als de sneeuw, en het haar Zijns hoofds als zuivere wol; Zijn troon was vuurvonken, deszelfs raderen een brandend vuur. 10 Een vurige rivier vloeide, en ging van voor Hem uit, duizendmaal duizenden dienden Hem, en tien duizendmaal tien duizenden stonden voor Hem; het gericht zette zich, en de boeken werden geopend. 11 Toen zag ik toe vanwege de stem der grote woorden, welke die hoorn sprak; ik zag toe, totdat het dier gedood, en zijn lichaam verdaan werd, en overgegeven om van het vuur verbrand te worden. 12 Aangaande ook de overige dieren, men nam hun heerschappij weg, want verlenging van het leven was hun gegeven tot tijd en stonde toe. 13 Verder zag ik in de nachtgezichten, en ziet, er kwam Een met de wolken des hemels, als eens mensen zoon, en Hij kwam tot den Oude van dagen, en zij deden Hem voor Denzelven naderen. 14 En Hem werd gegeven heerschappij, en eer, en het Koninkrijk, dat Hem alle volken, natiën en tongen eren zouden; Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die niet vergaan zal, en Zijn Koninkrijk zal niet verdorven worden. 15 Mij Daniël werd mijn geest doorstoken in het midden van het lichaam, en de gezichten mijns hoofds verschrikten mij. 16 Ik naderde tot een dergenen, die daar stonden, en verzocht van hem de zekerheid over dit alles; en hij zeide ze mij, en gaf mij de uitlegging dezer zaken te kennen. 17 Deze grote dieren, die vier zijn, zijn vier koningen, die uit de aarde opstaan zullen. 18 Maar de heiligen der hoge plaatsen zullen dat Koninkrijk ontvangen, en zij zullen het Rijk bezitten tot in der eeuwigheid, ja, tot in eeuwigheid der eeuwigheden.

19 Toen wenste ik naar de waarheid van het vierde dier, hetwelk verscheiden was van al de andere, zeer gruwelijk, welks tanden van ijzer waren, en zijn klauwen van koper; het at, het verbrijzelde, en vertrad het overige met zijn voeten. 

20 En aangaande de tien hoornen die op zijn hoofd waren, en den anderen, die opkwam, en voor denwelken drie afgevallen waren, namelijk dien hoorn, die ogen had, en een mond, die grote dingen sprak, en wiens aanzien groter was, dan van zijn metgezellen. 21 Ik had gezien, dat diezelve hoorn krijg voerde tegen de heiligen, en dat hij die overmocht, 22 Totdat de Oude van dagen kwam, en het gericht gegeven werd aan de heiligen der hoge plaatsen, en dat de bestemde tijd kwam, dat de heiligen het Rijk bezaten. 23 Hij zeide aldus: Het vierde dier zal het vierde rijk op aarde zijn, dat verscheiden zal zijn van al die rijken, en het zal de ganse aarde opeten, en het zal dezelve vertreden, en het zal ze verbrijzelen. 24 Belangende nu de tien hoornen: uit dat koninkrijk zullen tien koningen opstaan, en een ander zal na hen opstaan; en dat zal verscheiden zijn van de vorigen, en het zal drie koningen vernederen. 25 En het zal woorden spreken tegen den Allerhoogsten, en het zal de heiligen der hoge plaatsen verstoren, en het zal menen de tijden en de wet te veranderen, en zij zullen in deszelfs hand overgegeven worden tot een tijd, en tijden, en een gedeelte eens tijds.

Namelijk 1260 dagen.

26 Daarna zal het gericht zitten, en men zal zijn heerschappij wegnemen, hem verdelgende en verdoende, tot het einde toe. 27 Maar het rijk, en de heerschappij, en de grootheid der koninkrijken onder den gansen hemel, zal gegeven worden den volke der heiligen der hoge plaatsen, welks Rijk een eeuwig Rijk zijn zal; en alle heerschappijen zullen Hem eren en gehoorzamen. 28 Tot hiertoe is het einde dezer rede. Wat mij Daniël aangaat, mijn gedachten verschrikten mij zeer, en mijn glans veranderde aan mij; doch ik bewaarde dat woord in mijn hart.

Daniël 8

 

1 In het derde jaar des koninkrijks van den koning Belsazar, verscheen mij een gezicht, mij Daniël, na hetgeen mij in het eerste verschenen was.

 

2 En ik zag een gezicht, (het geschiedde nu, toen ik het zag, dat ik in den burg Susan was, welke in het landschap Elam is) ik zag dan in een gezicht, dat ik aan den vloed Ulai was.

 

Hij zag zichzelf in Iran. Elam is het gedeelte van Iran waar de kerncentrale Bushehr staat.

 

3 En ik hief mijn ogen op, en ik zag, en ziet, een ram stond voor dien vloed, die had twee hoornen, en die twee hoornen waren hoog, en de een was hoger dan de andere, en de hoogste kwam in het laatste op.

 

De ram met de twee hoornen is volgens Gabriël in vers 20 de twee koningen van de Meden en de Perzen. Voornamelijk Iran dus.

 

4 Ik zag, dat de ram met de hoornen tegen het westen stiet, en tegen het noorden, en tegen het zuiden, en geen dieren konden voor zijn aangezicht bestaan, en er was niemand, die uit zijn hand verloste; maar hij deed naar zijn welgevallen, en hij maakte zich groot.

 

5 Toen ik dit overlegde, ziet, er kwam een geitenbok van het westen over den gansen aardbodem, en roerde de aarde niet aan; en die bok had een aanzienlijken hoorn tussen zijn ogen.

 

Aardbodem kan ook vertaald worden als land, dus hij ging zo snel, dat hij de grond niet raakte.

 

6 En hij kwam tot den ram, die de twee hoornen had, dien ik had zien staan voor den vloed; en hij liep op hem aan in de grimmigheid zijner kracht.

 

Grimmigheid, of ook wel vertaald: hij was erg giftig, boos, kwaad.

 

7 En ik zag hem, nakende aan den ram, en hij verbitterde zich tegen hem, en hij stiet den ram, en hij brak zijn beide hoornen; en in den ram was geen kracht, om voor zijn aangezicht te bestaan; en hij wierp hem ter aarde, en hij vertrad hem, en er was niemand, die den ram uit zijn hand verloste.

 

Als een razend vloog hij op hem af.

 

8 En de geitenbok maakte zich uitermate groot; maar toen hij sterk geworden was, brak die grote hoorn, en er kwamen op aan deszelfs plaats vier aanzienlijke, naar de vier winden des hemels.

 

Alexander de grote voldoet aan het beeld van de geit die de ram, Medo-Perzië veroverd. Toen zijn macht groot werd brak de grote hoorn en er kwamen vier hoornen/koningen uit alle windrichtingen. Maar aangezien profetie meerdere vervullingen kunnen hebben kijken we ook wat de vervulling in de toekomst zou kunnen zijn.

Zie Daniel 11:4

4 En als hij zal staan, zal zijn rijk gebroken, en in de vier winden des hemels verdeeld worden, maar niet aan zijn nakomelingen, ook niet naar zijn heerschappij, waarmede hij heerste; want zijn rijk zal uitgerukt worden, en dat voor anderen, dan deze.

 

9 En uit een van die kwam voort een kleine hoorn, welke uitnemend groot werd, tegen het zuiden, en tegen het oosten, en tegen het sierlijke land.

 

Uit één van de vier windstreken begon een kleine hoorn en die richtte zich niet alleen op het zuiden en oosten, maar ook tegen Israël.

 

10 En hij werd groot tot aan het heir des hemels; en hij wierp er sommigen van dat heir, namelijk van de sterren, ter aarde neder, en hij vertrad ze.

 

Hij vocht zelfs in de hemel, klinkt nu als Jesaja 14:

12 Hoe zijt gij uit den hemel gevallen, o morgenster, gij zoon des dageraads! hoe zijt gij ter aarde nedergehouwen, gij, die de heidenen krenktet! 13 En zeidet in uw hart: Ik zal ten hemel opklimmen, ik zal mijn troon boven de sterren Gods verhogen; en ik zal mij zetten op den berg der samenkomst aan de zijden van het noorden. 14 Ik zal boven de hoogten der wolken klimmen, ik zal den Allerhoogste gelijk worden.

 

11 Ja, hij maakte zich groot tot aan den Vorst diens heirs, en van Denzelven werd weggenomen het gedurig offer, en de woning Zijns heiligdoms werd nedergeworpen.

 

Gabriël legt het uit aan Daniël:

 

19 En hij zeide: Zie, ik zal u te kennen geven, wat er geschieden zal ten einde dezer gramschap; want ter bestemder tijd zal het einde zijn.

 

20 De ram met de twee hoornen, dien gij gezien hebt, zijn de koningen der Meden en der Perzen.

 

21 Die harige bok nu, is de koning van Griekenland; en de grote hoorn, welke tussen zijn ogen is, is de eerste koning.

 

In de grondtekst is de geit volgens Gabriël Yavan: יָוָ֑ן (yā·wān) (Biblehub)
Strong's Hebrew 3120: Javan -- a son of Japheth, also his descendants and their land.

Yavan or Yāwān has long been considered cognate with the name of the eastern Greeks, the Ionians (Greek Ἴωνες Iōnes) Yavan is een deel van het oude Griekenland, de Ionians, ligt in West-Turkije. Deze wordt ook door Ezechiël genoemd, in één adem met Mesech en Tubal, deze zijn alledrie gelokaliseerd in Turkije.

 

https://www.wikiwand.com/en/Ionia.

 

22 Dat er nu vier aan zijn plaats stonden, toen hij verbroken was; vier koninkrijken zullen uit dat volk ontstaan, doch niet met zijn kracht.

 

Dus niet letterlijk vier, verdeeld naar vier windstreken, aan alle kanten verdeeld. Daniel 11:4 En als hij zal staan, zal zijn rijk gebroken, en in de vier winden des hemels verdeeld worden, maar niet aan zijn nakomelingen, ook niet naar zijn heerschappij, waarmede hij heerste; want zijn rijk zal uitgerukt worden, en dat voor anderen, dan deze.

 

23 Doch op het laatste huns koninkrijks, als het de afvalligen op het hoogste gebracht zullen hebben, zo zal er een koning staan, stijf van aangezicht, en raadselen verstaande;

 

Antiochus IV Epiphanes kwam aan het einde van die vier (die uit het rijk van Alexander ontstonden) als antichrist. Omdat profetiëen meerdere lagen bevat komen sommige profetieën meerdere malen uit. 

 

24 En zijn kracht zal sterk worden, doch niet door zijn kracht; en hij zal het wonderlijk verderven, en zal geluk hebben, en zal het doen; en hij zal de sterken, mitsgaders het heilige volk verderven;

 

25 En door zijn kloekheid zo zal hij de bedriegerij doen gedijen in zijn hand; en hij zal zich in zijn hart verheffen; en in stille rust zal hij er velen verderven, en zal staan tegen den Vorst der vorsten, doch hij zal zonder hand verbroken worden.

 

Deze laatste drie versen slaan dan waarschijnlijk weer op de antichrist, net als het laatste deel van Daniel 11 vanaf vers 20. We gaan nog even verder:

 

In Daniel 9 bidt Daniël in naam van zijn volk en doet hij namens hen schuldbelijdenis. Terwijl hij nog in gebed is komt de engel Gabriël.

 

21 Als ik nog sprak in het gebed, zo kwam de man Gabriël, dien ik in het begin in een gezicht gezien had, snellijk gevlogen, mij aanrakende, omtrent den tijd des avondoffers.

 

22 En hij onderrichtte mij en sprak met mij, en zeide: Daniël! nu ben ik uitgegaan, om u den zin te doen verstaan.

 

23 In het begin uwer smekingen is het woord uitgegaan, en ik ben gekomen, om u dat te kennen te geven; want gij zijt een zeer gewenst man; versta dan dit woord, en merk op dit gezicht.

 

24 Zeventig weken zijn bestemd over uw volk, en over uw heilige stad, om de overtreding te sluiten, en om de zonden te verzegelen, en om de ongerechtigheid te verzoenen, en om een eeuwige gerechtigheid aan te brengen, en om het gezicht, en den profeet te verzegelen, en om de heiligheid der heiligheden te zalven.

 

69 jaarweken nadat een begin werd gemaakt Jeruzalem te bouwen is Yeshua, de heiligheid der heiligheden gezalfd.

 

25 Weet dan, en versta: van den uitgang des woords, om te doen wederkeren, en om Jeruzalem te bouwen, tot op Messias, den Vorst, zijn zeven weken, en twee en zestig weken; de straten, en de grachten zullen wederom gebouwd worden, doch in benauwdheid der tijden.

 

26 En na die twee en zestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hem zelven zijn; en een volk des vorsten, hetwelk komen zal, zal de stad en het heiligdom verderven, en zijn einde zal zijn met een overstromenden vloed, en tot het einde toe zal er krijg zijn, en vastelijk besloten verwoestingen.

 

27 En hij zal velen het verbond versterken een week; en in de helft der week zal hij het slachtoffer en het spijsoffer doen ophouden, en over den gruwelijken vleugel zal een verwoester zijn, ook tot de voleinding toe, die vastelijk besloten zijnde, zal uitgestort worden over den verwoeste.

 

Eerst bevestigd hij, de antichrist, met velen, een verbond/verdrag voor zeven jaar en in het midden, na 3,5 jaar zal hij een offer/dankoffer staken en op de,het/kleed/bedekking/hoek/rand/kleed een walgelijk iets van een afgod, waar iedereen geschokt over is of een walging van heeft. Dit zal uitgestort worden, de vernietiging/uitroeiing over degenen die er van walgen.

Er wordt een overeenkomst/verdrag bevestigd door de antichrist, maar na 3,5 jaar zal hij zich pas ontmaskeren als een verwoester van Gods volk, net als Hitler.

 

Na 7 Jaarweken en 62 jaarweken, zou Yeshua in het midden van de laatste jaarweek, dus na 3,5 jaar uitgeroeid worden, Hij werd ons Lam.

In dit gedeelte in Daniel, wordt niet alleen gesproken over de messias, maar ook over de anti-messias de antichrist.

 

 

 

Daniël 10

 

1 In het derde jaar van Kores, den koning van Perzië, werd aan Daniël, wiens naam genoemd werd Beltsazar, een zaak geopenbaard, en die zaak is de waarheid, doch in een gezetten groten tijd; en hij verstond die zaak, en hij had verstand van het gezicht.



 

but the appointed time was long, doch in een gezette grote tijd:

tsaba: army, war, warfare, Original Word: צָבָא, Part of Speech: Noun Masculine

Transliteration: tsaba, Phonetic Spelling: (tsaw-baw')

Definition: army, war, warfare.

 

was long, grote, gadol: great, Original Word: גָּדוֹל, Part of Speech: Adjective, Transliteration: gadol, Phonetic Spelling: (gaw-dole')

Definition: great

 

Young literal translation:

In the third year of Cyrus king of Persia, a thing is revealed to Daniel, whose name is called Belteshazzar, and the thing is true, and the warfare is great: and he hath understood the thing, and hath understanding about the appearance.

 

In het derde jaar van koning Cyrus van Perzië, was er iets onthuld aan Daniël, die zijn naam ook wel Betheshazzar werd genoemd, en het onthulde is de waarheid, en de oorlog/het leger was groot en hij begreep en doorzag het visioen. Daniël was geschokt. Waarschijnlijk was Israël bij deze oorlog betrokken.

 

2 In die dagen was ik, Daniël, treurende drie weken der dagen.

 

3 Begeerlijke spijze at ik niet, en vlees of wijn kwam in mijn mond niet; ook zalfde ik mij gans niet, totdat die drie weken der dagen vervuld waren.

 

4 En op den vier en twintigsten dag der eerste maand, zo was ik aan den oever der grote rivier, welke is Hiddekel.

 

5 En ik hief mijn ogen op, en zag, en ziet, er was een Man met linnen bekleed, en Zijn lenden waren omgord met fijn goud van Ufaz.

 

6 En Zijn lichaam was gelijk een turkoois, en Zijn aangezicht gelijk de gedaante des bliksems, en Zijn ogen gelijk vurige fakkelen, en Zijn armen en Zijn voeten gelijk de verf van gepolijst koper; en de stem Zijner woorden was gelijk de stem ener menigte.

 

7 En ik, Daniël, alleen zag dat gezicht, maar de mannen, die bij mij waren, zagen dat gezicht niet; doch een grote verschrikking viel op hen, en zij vloden, om zich te versteken.

 

8 Ik dan werd alleen overgelaten, en zag dit grote gezicht, en er bleef in mij geen kracht overig; en mijn sierlijkheid werd aan mij veranderd in een verderving, zodat ik geen kracht behield.

 

Het Boek:

8 Ik bleef alleen achter. Door dit indrukwekkende visioen verloor ik al mijn kracht. Ik werd doodsbleek en voelde me als verlamd.

 

9 En ik hoorde de stem Zijner woorden; en toen ik de stem Zijner woorden hoorde, zo viel ik in een diepen slaap op mijn aangezicht, met mijn aangezicht ter aarde.

 

10 En ziet, een hand roerde mij aan, en maakte, dat ik mij bewoog op mijn knieën, en de palmen mijner handen.

 

11 En Hij zeide tot mij: Daniël, gij zeer gewenste man! merk op de woorden, die Ik tot u spreken zal, en sta op uw standplaats, want Ik ben alnu tot u gezonden; en toen Hij dat woord tot mij sprak, stond ik bevende.

 

12 Toen zeide Hij tot mij: Vrees niet, Daniël! want van den eersten dag aan, dat gij uw hart begaaft, om te verstaan en om uzelven te verootmoedigen, voor het aangezicht uws Gods, zijn uw woorden gehoord, en om uwer woorden wil ben Ik gekomen.

 

13 Doch de vorst des koninkrijks van Perzië stond tegenover Mij een en twintig dagen; en ziet, Michaël, een van de eerste vorsten, kwam om Mij te helpen, en Ik werd aldaar gelaten bij de koningen van Perzië.

 

Het Boek:

13 Maar onderweg werd ik eenentwintig dagen lang opgehouden door de machtige boze geest die heerst over het rijk van de Perzen. Toen kwam Michaël, een van de hoogste bevelhebbers van het hemelse leger, mij te hulp. Daardoor was ik in staat door deze blokkade heen te breken.

 

Ook nu ik dit schrijf is er een oorlog gaande tussen de engelen van God en de gevallen engelen.

Alles wat wij hier op aarde zien, is een uitwerking van de geestelijke oorlogvoering. Als God een volk straft doet Hij dit middels een ander volk op aarde. Kijk maar naar Babylonië en naar Medo-Perzië.

 

Efeze 6:12

12 Want wij vechten niet tegen mensen, maar tegen onzichtbare wezens: de duivelse heersers en machten die deze donkere wereld tiranniseren, boosaardige geesten in de onzichtbare wereld om ons heen.

 

Jozua 5:

13 Terwijl Jozua erover nadacht hoe hij de stad Jericho zou innemen, zag hij een Man met een getrokken zwaard. Jozua liep naar Hem toe en vroeg: ‘Bent u een vriend of een vijand?’ 14 ‘Geen van beide,’ antwoordde de Man, ‘Ik kom als de Aanvoerder van het hemelse leger van de Here.’ Jozua viel in aanbidding voor Hem op de grond en zei: ‘Welke opdracht heeft de Here voor mij?’

 

Jozua neemt Jericho in, maar tegelijkertijd vecht het hemelse leger met hem mee.

 

Als God straft doet Hij dat via de vier winden, die oorlogen laten ontstaan om een volk te straffen.

Zie Jeremia 24

10 En Ik zal onder hen zenden het zwaard, den honger en de pestilentie, totdat zij verteerd zullen zijn uit het land, dat Ik hun en hun vaderen gegeven had.

 

Waar begint de verdrukking mee in Openbaring? Met de vier winden, de vier paarden die losgelaten worden, het zijn engelen des oordeels.

 

Weer verder met Daniel 10:

 

14 Nu ben Ik gekomen, om u te doen verstaan, hetgeen uw volk bejegenen zal in het vervolg der dagen, want het gezicht is nog voor vele dagen.

 

Het Boek:

14 Ik ben hier gekomen om u te vertellen wat met uw volk in de eindtijd zal gebeuren. Want de vervulling van deze profetie zal nog vele jaren op zich laten wachten.’

 

15 En toen Hij deze woorden met mij sprak, sloeg ik mijn aangezicht ter aarde, en ik werd stom.

 

16 En ziet, Een, den mensenkinderen gelijk, raakte mijn lippen aan, toen deed ik mijn mond open, en ik sprak, en zeide tot Dien, Die tegenover mij stond: Mijn Heere! om des gezichts wil keren zich mijn weeën over mij, zodat ik geen kracht behoude.

 

17 En hoe kan de knecht van dezen mijn Heere spreken met dien mijn Heere? Want wat mij aangaat, van nu af bestaat geen kracht in mij, en geen adem is in mij overgebleven.

 

18 Toen raakte mij wederom aan Een, als in de gedaante van een mens; en Hij versterkte mij.

 

19 En Hij zeide: Vrees niet, gij zeer gewenste man! vrede zij u, wees sterk, ja, wees sterk! En terwijl Hij met mij sprak, werd ik versterkt, en zeide: Mijn Heere spreke, want Gij hebt mij versterkt.

 

20 Toen zeide Hij: Weet gij, waarom dat Ik tot u gekomen ben? Doch nu zal Ik wederkeren om te strijden tegen den vorst der Perzen; en als Ik zal uitgegaan zijn, ziet, zo zal de vorst van Griekenland komen.

 

Ik denk dat Hij Yeshua is en Hij strijdt nu al voor Israël, met Michaël.

 

21 Doch Ik zal u te kennen geven, hetgeen getekend is in het geschrift der waarheid; en er is niet een, die zich met Mij versterkt tegen dezen, dan uw vorst Michaël.

 

 

Het conflict in Syrië is al een tijdje aan de gang, Turkije is Syrië binnengegaan nadat de V.S. zijn leger heeft teruggetrokken, om een zogenaamde safezone in te stellen om controle over de grens te houden.

 

Iran is ook aanwezig in Syrië, Irak en in Libanon (Iran en Hezbollah werken samen). In Jemen werkt Iran samen met de Shiitische Houthistrijders, die een burgeroorlog voeren tegen de soennitische regering. De Houthi voerden ook aanvallen op het Soenitische Saudi Arabië uit want die steunen de regering van Jemen. Een aanval op een olieveld, een aanslag die de Houthi's opeisten, terwijl er ook waren die het beschuldigende vingertje opstaken naar Iran. Ook provoceerde Iran de V.S. en Europa in de Perzische Golf, door schepen in beslag te nemen.  Israël voert met regelmaat o.a aanvallen uit op Iraanse doelen in Irak en Syrië, vooral rondom Damaskus, om de opbouw van wapens bij Israëls grens te minimaliseren.

 

De laatste tijd zijn bij Idlib botsingen tussen Assad leger en het leger van Turkije, waarbij aan beide zijden doden te betreuren zijn. Er is een staakt het vuren afgesproken. Maar de situatie kan zomaar escaleren.

 

Pas geleden heeft Turkije hulp aan Libië beloofd, althans de regering die door de EU gesteunt wordt. Egypte heeft steun beloofd aan de andere partij. Zullen Egypte Turkije ook tegen elkaar komen te staan in Libië?

 

Er is een geestelijk oorlog bezig, de uitwerking ervan zien we in het Midden-oosten.

 

De bekende hoofdstukken uit Ezechiël, 38 en 39 gaat over de Gog en Magog-oorlog, deze oorlog heeft veel overeenkomsten met de oorlog van Armageddon. De meeste kenners van profetie geven toe dat het één en dezelfde oorlog is.

Wat geven de profeten voor aanwijzingen hoe de grote verdrukking zal verlopen?

Ik heb wat onderzoek gedaan. Duidelijk is dat minstens 7 tot 10 landen Israël zullen aanvallen (zie Openbaring). En zij zullen allemaal in deze oorlog van Gog en Magog/Armageddon verwoest worden.

 

Mat. 24

14 En dit Evangelie des Koninkrijks zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis allen volken; en dan zal het einde komen.

15 Wanneer gij dan zult zien den gruwel der verwoesting, waarvan gesproken is door Daniël, den profeet, staande in de heilige plaats; (die het leest, die merke daarop!)

 

Dus eerst wordt het evangelie in de gehele wereld gepredikt en dan komt het einde. en hoe begint het einde? Dus met de gruwel der verwoesting. Dit is wat genoemd wordt de verdrukking van Jacob.

 

Jer. 30:7 O wee! want die dag is zo groot, dat zijns gelijke niet geweest is; en het is een tijd van benauwdheid voor Jakob; nog zal hij daaruit verlost worden.

 

Wanneer wordt de antichrist geopenbaard?

 

2 thes. 2:

 

3 Dat u niemand verleide op enigerlei wijze; want die komt niet, tenzij dat eerst de afval gekomen zij, en dat geopenbaard zij de mens der zonde, de zoon des verderfs;

Eerst komt het vertrek (de opname, zie studie over de opname) en dan wordt pas geopenbaard de mens der zonde.

4 Die zich tegenstelt, en verheft boven al wat God genaamd, of als God geëerd wordt, alzo dat hij in den tempel Gods als een God zal zitten, zichzelven vertonende, dat hij God is.

5 Gedenkt gij niet, dat ik, nog bij u zijnde, u deze dingen gezegd heb?

6 En nu, wat hem wederhoudt, weet gij, opdat hij geopenbaard worde te zijner eigen tijd.

U weet wat hem wederhoudt (namelijk de gemeente gevuld door de Heilige Geest).

7 Want de verborgenheid der ongerechtigheid wordt alrede gewrocht; alleenlijk, Die hem nu wederhoudt, Die zal hem wederhouden, totdat hij uit het midden zal weggedaan worden.

De verborgenheid der ongerechtigheid, namelijk alles wat tegen Gods wet is. Die hem wederhoudt, namelijk de gemeente gevuld met de Heilige Geest, die zal hem tegen houden, totdat ze uit het midden zal worden weggedaan, de opname.

 

Waarschijnlijk wordt er door de antichrist een verklaring gegeven waarom al die mensen verdwenen zijn, iedereen gelooft deze leugen.

 

Een hele duidelijke profetie over de Eindtijd in Israël is de profetie van Ezechiël 38 en 39:

 

Ezechiel 38

1 Dit is een andere boodschap die de HERE mij stuurde: 2-3  "Mensenzoon, kijk in noordelijke richting (A) naar het land Magog en profeteer tegen Gog, (B) de koning van Mesech en Tubal. Vertel hem dat de Oppermachtige HERE zegt: Ik ben tegen u, Gog.

 

Laten we eerst kijken wat en waar deze landstreken zijn, zie deze kaart:



 

 


Volgens de kaart ligt Magog bij de Kaspische zee, waar ook de Scythians zouden zijn. Mesech, Tubal ligt volgens deze kaart en vele andere oude Atlassen in Turkije. Sommige beweren dat Magog de Russen zijn, maar verderop in deze studie zal ik aanduiden waarom ik geloof dat het ook Turkije is (zie stukje over het zevende rijk, en het achtste wat uit de zeven is.

Gog is volgens mij en vele anderen de naam van de vorst van deze landstreek, net als in Ezech. 29:3 Farao die een draak genoemd word.

4 Ik zal haken in uw kaken slaan en u naar uw veroordeling sleuren. En niet alleen u; ook uw troepen en gewapende cavalerie, een machtig leger met grote en kleine schilden, tot de tanden gewapend. 5 Perzië, Ethiopië en Put zullen daar met al hun wapentuig ook bij zijn, evenals

Perzië: Iran, Put: Libië, Cush (King James)/Moren (statenvertaling) Soedan/Ethiopie.

6 Gomer met zijn horden en de legers van Togarma uit het verre noorden. Nog vele anderen zullen daarna hun voorbeeld volgen.

Gomer is niet helemaal zeker in Turkije en Togarma ligt zeker in Turkije.

En met hen vele anderen!

7 Let op! Houd uw legers op de been. U bent hun leider, Gog! 8 Over een hele tijd zult u voor de strijd worden opgeroepen. In de komende jaren zult u ten strijde trekken tegen Israël, dat vrede heeft gekend sinds de terugkeer van haar inwoners vanuit vele landen. 9 U en al uw bondgenoten (een enorm en angstaanjagend leger) zullen als een storm op hen afkomen en het land als een wolk bedekken. 10 De Oppermachtige HERE zegt: In die tijd zult u op een kwaadaardig idee komen. 11 U zegt: 'Israël is een onbeschermd land met veel dorpen zonder muren! Ik zal ten strijde trekken en deze goedgelovige mensen, die in rust en zekerheid leven, vernietigen! 12 Ik zal optrekken naar die eens verlaten steden die nu weer worden bewoond (door hen die uit alle volken zijn teruggekeerd) en ik zal een grote buit en vele slaven veroveren. Want dit volk is rijk aan vee en andere schatten en de hele wereld draait om hen!' 13 Maar Scheba en Dedan en de kooplieden van Tarsis met wie zij handel drijven (D) zullen vragen: 'Wie bent u dat u hen berooft van zilver en goud, hun vee meeneemt en hun goederen steelt, zodat zij arm achterblijven?'

Saudi Arabie en anderen geven commentaar dat ze oorlogsbuit opeisen.

14 De Oppermachtige HERE zegt tegen Gog: Als mijn volk in vrede leeft in zijn land, zullen uw ogen opengaan. 15-16  Overal uit het noorden zullen uw cavalerie-eenheden optrekken en het land bedekken als een wolk. Dit zal in de verre toekomst gebeuren, in de laatste dagen van de geschiedenis. Ik zal u tegen mijn land laten optrekken en door de vreselijke verwoestingen, die u voor hun ogen aanricht, zal Ik mijn heiligheid laten zien zodat u, Gog, zult beseffen dat Ik de heilige God ben. 17 De Oppermachtige HERE zegt: U bent degene over wie Ik de Israëlitische profeten lang geleden liet vertellen dat Ik u na verloop van vele jaren zou laten optrekken tegen mijn volk. 18 Maar als u dan eindelijk komt om het land Israël te verwoesten, zal Mij dat ziedend maken! 19 Want in mijn jaloezie en grote toorn beloof Ik dat Israël die dag door een grote aardbeving (vindt vaak plaats bij bijzondere gebeurtenissen, bv. de opstanding van Yeshua, maar kan ook duiden op oorlog, zie mijn studie over Openbaring) zal worden getroffen. 20 Alle levende wezens zullen huiveren van angst voor mijn aanwezigheid; bergen zullen worden omvergeworpen, rotsen zullen ineenstorten en muren omvallen. 21 Het zwaard zal Ik tegen u in de strijd roepen, zegt de Oppermachtige HERE, en in een dodelijke strijd zult u elkaar bevechten!

22 Ik zal u bestrijden met het zwaard, ziekten, grote regenbuien, enorme hagelstenen, vuur en zwavel! 23 Op die manier zal Ik mijn grootheid en heiligheid tonen en mijn naam eer aandoen en alle volken ter wereld zullen horen wat Ik heb gedaan en weten dat Ik de HERE ben.

Het zwaard, ziekten enz. in deze eindstrijd, de vier paarden, de vier winden, de zegels die niet een deel van de dag des Heeren zouden zijn? Ik denk het wel!

 

Ezechiël 39

1 Mensenzoon, profeteer ook het volgende tegen Gog: Ik sta tegenover u, koning Gog van Mesech en Tubal. 2 Ik zal u vanuit het verre noorden opdrijven naar de bergen van Israël. 3 Ik zal u daar de wapens uit handen slaan en hulpeloos achterlaten. 4 U en al uw grote legereenheden zullen in de bergen van Israël sterven. Ik zal u aan de gieren en de wilde dieren geven, zodat zij u kunnen verscheuren. 5 U zult de steden nooit bereiken; op de open velden zult u sneuvelen; want Ik heb gesproken, zegt de Oppermachtige HERE. 6 Ik zal vuur laten regenen op Magog en op al uw bondgenoten, die veilig langs de kust leven. Zij zullen ontdekken dat Ik de HERE ben. 7 Zo zal Ik mijn heilige naam bekendmaken onder mijn volk Israël. Ik zal niet langer toelaten dat het wordt beledigd. En ook de volken zullen weten dat Ik de HERE ben, de Heilige van Israël. 8 Die dag van het oordeel komt eraan; alles zal gebeuren zoals Ik heb aangekondigd.

De eerste vier zegels hebben niets te maken met de dag des Heeren? Ik dacht het wel.

9 De inwoners van de steden van Israël zullen naar buiten komen en uw schilden, pijlen, bogen en speren verzamelen om te verbranden. Het zal genoeg zijn om hun zeven jaar van brandstof te voorzien. 10 Zeven jaar lang zullen zij niets anders nodig hebben voor hun haardvuren. Zij zullen geen hout hoeven te verzamelen op het land of in het bos, want deze wapens leveren alles wat zij nodig hebben. Zij zullen de bezittingen gebruiken van degenen die hen aanvielen. 11 En Ik zal een enorme begraafplaats maken voor Gog en zijn legers in de Vallei van de Reizigers, ten oosten van de Dode Zee. Dat zal alle reizigers de weg versperren. Daar zullen Gog en al zijn strijders worden begraven. En die plaats zal daarna 'Vallei van Gogs leger' worden genoemd. 12 De Israëlieten zullen zeven maanden nodig hebben om alle lichamen te begraven en zo hun land te zuiveren. 13 Iedere Israëliet zal daarbij helpen, want het zal een belangrijke dag zijn voor Israël, wanneer Ik mijn heerlijkheid toon, stelt de HERE. 14 Na die zeven maanden zullen zij mannen aanwijzen, die het hele land moeten nazoeken op achtergebleven beenderen om die ook te begraven, zodat het land helemaal wordt gereinigd. 15-16  Als iemand enkele beenderen ziet, moet hij er een teken bijzetten voor de doodgravers. Die kunnen de beenderen dan meenemen naar de 'Vallei van Gogs leger' en ze daar begraven (daar ligt ook een stad met de naam Massa); op die manier zal het land tenslotte weer helemaal zijn gereinigd. 17 En roep nu, mensenzoon, de vogels en de andere dieren en zeg hun: Kom bij elkaar voor een groot offerfeest. Kom van heinde en verre naar de bergen van Israël. Kom, eet het vlees en drink het bloed! 18 Eet het vlees van machtige mannen en drink het bloed van heersers; zij zijn als het ware de rammen, de lammeren, de geiten en de vette jonge stieren van Basan voor mijn feest! 19 Verzadig u met vlees tot u vol zit; drink bloed tot u dronken bent; dit is het offerfeest dat Ik voor u heb klaargemaakt. 20 Vier feest aan mijn tafel; klink op de paarden, de ruiters en de moedige strijders, zegt de Oppermachtige HERE. 21 Zo zal Ik mijn heerlijkheid aan de volken tonen: allen zullen zien hoe Ik Gog straf en zij zullen weten dat Ik het heb gedaan. 22 Vanaf die tijd zal het volk Israël weten dat Ik, de HERE, zijn God ben. 23 En de volken zullen weten waarom de Israëlieten in ballingschap werden gestuurd! Het was een straf voor hun zonde, want zij waren ontrouw aan Mij, hun God. Daarom keerde Ik Mij van hen af en liet toe dat hun vijanden hen in het nauw dreven en hen doodden met het zwaard. 24 Ik keerde mijn gezicht af en gaf hun een straf die paste bij de schaamteloosheid van hun zonden. 25 Maar, zegt de Oppermachtige HERE, nu zal Ik een einde maken aan de gevangenschap van mijn volk en het genadig zijn. Ik zal het weer welvaart geven, want dat komt mijn naam ten goede! 26 Het verraad en de schande van de Israëlieten zullen verleden tijd zijn; zij zullen weer thuis zijn en in vrede en veiligheid in hun vaderland wonen, zonder dat iemand hen lastigvalt of angst aanjaagt. 27 Ik zal hen thuisbrengen vanuit de landen van hun vijanden en mijn heerlijkheid zal daardoor voor alle volken duidelijk te zien zijn. Door hen zal Ik mijn heiligheid in de ogen van de volken tot zijn recht laten komen. 28 Dan zal mijn volk weten dat Ik de HERE, hun God, verantwoordelijk ben voor hun ballingschap en ook verantwoordelijk voor hun terugkeer uit die ballingschap. Geen van hen zal Ik in vreemde landen achterlaten. 29 En Ik zal mijn gezicht nooit meer voor hen verbergen, want Ik zal mijn Geest over hen uitstorten, zegt de Oppermachtige HERE."

 

Daniël en Johannes (Openbaring) beschrijven het laatste rijk waaraan Israël zal worden onderworpen in de vorm van een beest.

Zee: zijn de volkeren op de aarde.

Berg: is een rijk.

Hoofd: is ook een wereldrijk, maar ook een koning.

Hoornen: koningschap, macht.

Kroon op hoorn: koningen hebben een eigen koninkrijk.

Kroon op hoofd: wereldrijken hebben een koning.

Draak of beest: draak: satan, beest: wereldrijk onder beïnvloeding van satan.

 

Openbaring 12

3 En er werd een ander teken gezien in den hemel; en ziet, er was een grote rode draak, hebbende zeven hoofden, en tien hoornen, en op zijn hoofden zeven koninklijke hoeden.

 

De draak; satan, die de vrouw; Israël, vervolgt.

 

4 En zijn staart trok het derde deel der sterren des hemels, en wierp die op de aarde. En de draak stond voor de vrouw, die baren zou, opdat hij haar kind zou verslinden, wanneer zij het zou gebaard hebben.

 

Gods kinderen, Israël, in de wedergeboorte.

 

Openbaring 13

1 En ik zag uit de zee een beest opkomen, hebbende zeven hoofden en tien hoornen; en op zijn hoornen waren tien koninklijke hoeden, en op zijn hoofden was een naam van gods lastering.

 

Wereldrijken die een andere god aanbidden en Gods kinderen, Israël vervolgen.

 

2 En het beest dat ik zag, was een pardel gelijk, en zijn voeten als eens beers voeten, en zijn mond als de mond eens leeuws; en de draak gaf hem zijn kracht, en zijn troon, en grote macht.

 

Het beest, leek op een luipaard (Griekenland), met voeten als een beer (Medo-Perzië), de mond van een leeuw (Babylonische rijk). En de satan gaf hem macht en kracht. Uit het gebied van deze rijken komt dit rijk.

 

3 En ik zag een van zijn hoofden als tot den dood gewond, en zijn dodelijke wonde werd genezen; en de gehele aarde verwonderde zich achter het beest.

 

Eén van de wereldrijken hield op te bestaan, maar kwam weer terug als rijk.

 

4 En zij aanbaden den draak, die het beest macht gegeven had; en zij aanbaden het beest, zeggende: Wie is dit beest gelijk? wie kan krijg voeren tegen hetzelve?

 

Degenen die het beest aanbidden zijn enthousiast over de oorlogen die het beest voert en geloven dat hij niet verslagen kan worden.

 

5 En hetzelve werd een mond gegeven, om grote dingen en gods lasteringen te spreken; en hetzelve werd macht gegeven, om zulks te doen, twee en veertig maanden.

 

Het beest spreekt grote dingen (schept op) en godslasteringen, 3.5 jaar lang

 

Openbaring 17

3 En hij bracht mij weg in een woestijn, in den geest, en ik zag een vrouw, zittende op een scharlaken rood beest, dat vol was van namen der gods lastering, en had zeven hoofden en tien hoornen.

Het beest wordt bereden, door een vrouw, deze staat symbool voor een valse afgoden-religie, dus het beest staat onder beïnvloeding van een valse religie.

4 En de vrouw was bekleed met purper en scharlaken, en versierd met goud, en kostelijk gesteente, en paarlen, en had in hare hand een gouden drinkbeker, vol van gruwelen, en van onreinigheid harer hoererij.

Zij wordt beschreven als een vrouw die bewonderd wordt, maar zich vol zwelgt met het kwaad. Van hoererij, omdat zij niet de echte God aanbidden.

5 En op haar voorhoofd was een naam geschreven, namelijk Verborgenheid; het grote Babylon, de moeder der hoererijen en der gruwelen der aarde.

Zij is een mysterie, van afgoderij en bron van het kwaad, omdat ze mensen afhoudt van de ware God.

6 En ik zag, dat de vrouw dronken was van het bloed der heiligen, en van het bloed der getuigen van Jezus. En ik verwonderde mij, als ik haar zag, met grote verwondering.

De wereldrijken, zijn bedwelmd onder haar afgoderij en vervolgen daarom de heiligen en de getuigen van Jezus,

7 En de engel zeide tot mij: Waarom verwondert gij u? Ik zal u zeggen de verborgenheid der vrouw en van het beest, dat haar draagt, hetwelk de zeven hoofden heeft en de tien hoornen.

8 Het beest, dat gij gezien hebt, was en is niet; en het zal opkomen uit den afgrond, en ten verderve gaan; en die op de aarde wonen, zullen verwonderd zijn (welker namen niet zijn geschreven in het boek des levens van de grondlegging der wereld), ziende het beest, dat was en niet is, hoewel het is.

Johannes zegt dat het beest dat was en er nu niet is, maar dat het uit de afgrond opkomt en aan zijn einde zal komen en dat het er weer zal zijn/komen.

9 Hier is het verstand, dat wijsheid heeft. De zeven hoofden zijn zeven bergen, op welke de vrouw zit.

De wereldrijken hebben ongeveer hetzelfde locatie.

10 En het zijn ook zeven koningen; de vijf zijn gevallen, en de een is, en de ander is nog niet gekomen, en wanneer hij zal gekomen zijn, moet hij een weinig tijds blijven.

Vijf rijken zijn voorbij, één is, het Romeinse rijk in de tijd van Johannes, de volgende is nog niet gekomen en wanneer hij komt zal dat maar een korte tijd zijn.

11 En het beest, dat was en niet is, die is ook de achtste koning, en is uit de zeven en gaat ten verderve.

Het rijk wat voorbij was, maar terugkomt is ook het achtste rijk met koning en komt uit het zevende rijk.

12 En de tien hoornen, die gij gezien hebt, zijn tien koningen, die het koninkrijk nog niet hebben ontvangen, maar als koningen macht ontvangen op een ure met het beest.

De tien landen zullen op een bepaald moment hun macht aan het beest geven.

13 Dezen hebben enerlei mening, en zullen hun kracht en macht het beest overgeven.

Zij willen hetzelfde, daarom zullen zij met hem gaan samenwerken.

Het beest en de antichrist wordt meestal in één adem genoemd in de Bijbel, bv in Daniel 11 vanaf vers 20 tot einde hoofdstuk.

In Jesaja 10:5 en Micha 5:4,5 wordt geoppert dat de antichrist een Assyriër is:

Jesaja 10:3 Maar wat zult gijlieden doen ten dage der bezoeking, en der verwoesting, die van verre komen zal? Tot wien zult gij vlieden om hulp, en waar zult gij uw heerlijkheid laten?4 Dat elkeen zich niet zou buigen onder de gevangenen, en vallen onder de gedoden? Om dit alles keert Zijn toorn zich niet af, maar Zijn hand is nog uitgestrekt.5 Wee den Assyriër, die de roede Mijns toorns is, en Mijn grimmigheid is een stok in hun hand!6 Ik zal hem zenden tegen een huichelachtig volk, en Ik zal hem bevel geven tegen het volk Mijner verbolgenheid; opdat hij den roof rove, en plundere de plundering, en stelle het ter vertreding, gelijk het slijk der straten.

Micha 5:

Onderstaande vers is niet aanwezig in de Statenvertaling?! Maar wel in de King James versie is het vers 1:

Now gather thyself in troops, O daughter of troops: he hath laid siege against us: they shall smite the judge of Israel with a rod upon the cheek.

Verzamel u nu in troepen, o dochter van troepen: hij heeft ons belegerd: zij zullen de rechter van Israël slaan met een staf op de wang.

1 En gij, Bethlehem Efratha! zijt gij klein om te wezen onder de duizenden van Juda? Uit u zal Mij voortkomen, Die een Heerser zal zijn in Israël, en Wiens uitgangen zijn van ouds, van de dagen der eeuwigheid.

Yeshua werd geboren in Bethlehem en Hem hoort het Koningschap toe van het Koninkrijk dat in eeuwigheid zal bestaan.

2 Daarom zal Hij henlieden overgeven, tot den tijd toe, dat zij, die baren zal, gebaard hebbe; dan zullen de overigen Zijner broederen zich bekeren met de kinderen Israëls.

Satan heeft heerschappij over deze wereld en we zijn aan hem overgeleverd, tot den tijd toe, totdat alle kinderen Gods wedergeboren zullen zijn met de kinderen van Israël (die nog in de verdrukking wedergeboren zullen worden).

3 En Hij zal staan, en zal weiden in de kracht des HEEREN, in de hoogheid van den Naam des HEEREN, Zijns Gods, en zij zullen wonen, want nu zal Hij groot zijn tot aan de einden der aarde.

Zij zullen geweid worden als schapen van Zijn kudde.

4 En Deze zal Vrede zijn; wanneer Assur in ons land zal komen, en wanneer hij in onze paleizen zal treden, zo zullen wij tegen hem stellen zeven herders, en acht vorsten uit de mensen.

Zeven herders (zij die weiden) en acht leiders om Israël te verdedigen. Maar wie zijn zij?

5 Die zullen het land van Assur afweiden met het zwaard, en het land van Nimrod in deszelfs ingangen. Alzo zal Hij ons redden van Assur, wanneer dezelve in ons land zal komen, en wanneer hij in onze landpale zal treden.

Hij redt Israël van Assur. God dus, maar Hij gebruikt de zeven herders en acht vorsten. Wie zijn zij? Micha spreekt van Yeshua, Yeshua is niet erkent door Israël, zij zien hem als de "god" van de christenen, zij die Gods geboden niet houden. Zij zien Hem als de onderkoning van Egypte in Egypte. Zou Yeshua de christelijke naties gebruiken om Israël te redden, net als Jozef Israël redde van de hongersnood, via de Egyptenaren?

De Bijbel spreekt dus over de Assyriër, waarom wordt misschien nog wel duidelijk.

Wat weten we van het zevende rijk?

  • Het zal maar een kleine tijd blijven.
  •  Kwam na het Romeinse rijk (Byzantijnse rijk was Oost Romeinse rijk).
  • Dezelfde regio in handen als Babylonisch, Medo-Perzische, Griekse rijk
  • Op 13:3 En ik zag een van zijn hoofden als tot den dood gewond, en zijn dodelijke wonde werd genezen; en de gehele aarde verwonderde zich achter het beest, het achtste beest is hetzelfde beest als het zevende.
  • Het is een verdeeld rijk.

Mogelijke kandidaten:

  • Perzië? 615-629
  • Arabieren/Abassiden/Fatimiden? 637-1071 
  • Seltsjoeken? 1071-1091
  • Ajjoebiden? 1244-1260
  • Mammelukken? 1260-1517
  • Ottomaanse rijk? 1517-1917

Jeruzalem wordt dus bezet door de Romeinen van 63 v. Chr. tot en met 135 na Chr tijdelijk in Joodse handen (Bar Kochba) bij de tweede Joodse opstand. Maar de Romeinen veroverden de stad weer. In 438 werd voor de Joden het toegangsverbod tot de stad opgeheven door het Byzantijnse rijk.

In 615 werd de stad veroverd door de Perzen en in 629 weer terugveroverd door de Byzantijnen. In 637 werd de stad veroverd door de arabieren, Kalief Omar opgaand in het kalifaat van de Abassiden. In 1071 werd de stad veroverd door de Turkse Seltsjoeken. In 1091 werd de stad weer terugveroverd door de Fatimiden. 1099 werd Jeruzalem veroverde in de eerste kruistocht. 1187 werd de stad veroverd door Saladin. In 1229 kon keizer Frederik II de stad op een diplomatieke wijze in handen krijgen. In 1244 kwam het in handen van de de Ajjoebiden. In 1260 de Mammelukken. In 1517 komt Jeruzalem in handen van het Ottomaanse rijk tot 1917.

Dus:

  • Perzië? 615-629, hadden niet het hele gebied in handen.
  • Arabieren/Abassiden/Fatimiden? 637-1071 wel hele gebied, maar te lange regering.
  • Seltsjoeken? 1071-1091 juiste gebied in hadden en maar een korte tijd.
  • Ajjoebiden? 1244-1260 hadden niet het hele gebied in handen.
  • Mammelukken? 1260-1517 juiste gebied, maar te lang
  • Ottomaanse rijk? 1517-1917 juiste gebied, maar te lang

 

Eigenlijk past alleen het Seltsjoeken rijk. Ze hebben het juiste gebied in handen gehad en ze waren er maar een kleine tijd. Ook komen de Seltsjoeken uit hetzelfde gebied waar Magog is, Flavius Josephus noemt hen de Scytians.

Seltsjoeken rijk:


Wikipedia:

De Seltsjoeken (Turks: Selçuklular) waren een tak van de Oghuz-Turken, die oorspronkelijk uit Centraal-Azië kwamen die in de 9e eeuw woonachtig waren ten noorden van de Kaspische Zee en Mongolië. Vandaar migreerden de Seltsjoeken richting Anatolië waar ze hun rijk stichtten.

De Slag bij Manzikert (1071)

Sultan Alp Arslan veroverde gemakkelijk Aleppo op de lokale heersers, nam Jeruzalem in 1071 en Damascus in 1076.

Op 26 augustus 1071, in de Slag bij Manzikert (Malazgirt) bracht Alp Arslan een vernietigende nederlaag toe aan het keizerlijke Oost-Romeinse leger en nam keizer Romanus gevangen. De overwinning was het resultaat van de tactische manoeuvres van de Turkse nomadische steppecavalerie die via geveinsde terugtocht de vijand trapsgewijs in de val lokte, vijandelijke strijdformaties werden gedesorganiseerd, omsingeld via een tangbeweging en uiteindelijk vernietigd.

De Seltsjoekse overwinning (Battle of Manzikert 1071 - Byzantine - Seljuq Wars Documentary: https://youtu.be/rn85RHrShrI, bij Manzikert was een cruciaal keerpunt die het einde van de Romeinse (Byzantijnse) hegemonie in het oosten inluidde. Voor het eerst in de geschiedenis van de Islam werd een Romeinse keizer gevangengenomen.

Het Grote Seltsjoekenrijk viel in 1092 uiteen.

Een afgesplitst deel van het Seltsjoekenrijk was het sultanaat Rûm, dat in de loop van de 12de eeuw bijna geheel Klein-Azië veroverde en tot circa 1302 vanuit de hoofdstad Konya over dit gebied heerste, was de voorloper van het Ottomaanse Rijk.

Dus ik geloof dat Turkije (en niet met Rusland) het voortouw neemt om Israël binnen de vallen, samen met andere Islamitische landen.

Laten we kijken of er nog andere aanwijzingen staan in de grote en kleine profeten. Dat wordt deel II


Home
Favoriete links
Relevant nieuws
Artikelen
Korte artikeltjes
In English, content