Het geheim der wetteloosheid
Verborgenheid der ongerechtigheid
Home
Favoriete links
Relevant nieuws
Artikelen
Korte artikeltjes
In English, content
Inleiding
Hoofdstuk 1 God gevonden
Hoofdstuk 2 Dwaling ontdekt
Hoofdstuk 3 Verzoeking
Hoofdstuk 4 Zondag en Sabbat
Hoofdstuk 5 Christenen en de wet
Hoofdstuk 6 Galaten en besnijdenis
Hoofdstuk 7 Geheim der wetteloosheid
Hoofdstuk 8 Opstanding en goede vrijdag VERNIEUWD!
Bijlage hfst 8 chronologische volgorde evangeli├źn
Hoofdstuk 9 Profetie├źn en onze toekomst
Hoofdstuk 7 Geheim der wetteloosheid

 




Het geheim der wetteloosheid.

 

Er wordt in de Bijbel gesproken over verschillende mysteries/geheimen, maar de belangrijkste is het geheim van het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid,

Markus 4:11 En Hij zeide tot hen: Het is u gegeven te verstaan de verborgenheid van het Koninkrijk Gods; maar dengenen, die buiten zijn, geschieden al deze dingen door gelijkenissen;

Maar er is ook een geheim/mysterie der wetteloosheid/ongerechtigheid en daar wil ik het over hebben:

 

2 Thessalonicensen 2

1 En wij bidden u, broeders, door de toekomst van onzen Heere Jezus Christus, en onze toevergadering tot Hem,

2 Dat gij niet haastelijk bewogen wordt van verstand, of verschrikt, noch door geest, noch door woord, noch door zendbrief, als van ons geschreven, alsof de dag van Christus aanstaande ware.

3 Dat u niemand verleide op enigerlei wijze; want die komt niet, tenzij dat eerst de afval gekomen zij, en dat geopenbaard zij de mens der zonde, de zoon des verderfs;

Die komt niet(de dag van Christus) voordat de mens der zonde gekomen is. Wat is nou de mens der zonde?

4 Die zich tegenstelt, en verheft boven al wat God genaamd, of als God geëerd wordt, alzo dat hij in den tempel Gods als een God zal zitten, zichzelven vertonende, dat hij God is.

Wie verheft zich? Dat hij God is?

5 Gedenkt gij niet, dat ik, nog bij u zijnde, u deze dingen gezegd heb?

6 En nu, wat hem wederhoudt, weet gij, opdat hij geopenbaard worde te zijner eigen tijd.

De Thessalonicensen weten wat hem wederhoudt.

7 Want de verborgenheid der ongerechtigheid wordt alrede gewrocht; alleenlijk, Die hem nu wederhoudt, Die zal hem wederhouden, totdat hij uit het midden zal weggedaan worden.

Het Romeinse rijk was hetgeen wat wederhield, nadat dit rijk ophield te bestaan, hij werd uit het midden weggedaan.

Het Boek noemde het: het geheim van de wetteloosheid (in Grieks: mysterion, mysterie). Paulus kon niet vrijuit spreken, hij wist/ze wisten wel wat wederhoudt of wie: dat was het Romeinse rijk, caesar, na deze wordt de mens der zonde, de zoon des verderfs geopenbaard.

In Openbaringen wordt deze verborgenheid ook gemeld: zie openb.17:5-7, deze verborgenheid heet Babylon, de moeder der hoererijen en der gruwelen op de aarde. Degene die na Rome de meeste macht had in West-Europa was de Rooms katholieke kerk, op zeven heuvelen/bergen gebouwd.

8 En alsdan zal de ongerechtige geopenbaard worden, denwelken de Heere verdoen zal door den Geest Zijns monds, en te niet maken door de verschijning Zijner toekomst;

Welke zal dus blijven tot de dag van de Heere die deze zal verdoen.

9 Hem, zeg ik, wiens toekomst is naar de werking des satans, in alle kracht, en tekenen, en wonderen der leugen;

10 En in alle verleiding der onrechtvaardigheid in degenen, die verloren gaan; daarvoor dat zij de liefde der waarheid niet aangenomen hebben, om zalig te worden.

De liefde der waarheid: het evangelie, de Rooms katholieke kerk gelooft dat zaligheid verkregen wordt door genade, werken en sacramenten, Yeshua/Jezus's offer is niet genoeg.

11 En daarom zal God hun zenden een kracht der dwaling, dat zij de leugen zouden geloven;

Een kracht der dwaling:  bijvoorbeeld door de afgoderij van de mens, met al zijn menselijke inzettingen en tradities. De Rooms katholieke kerk  bijvoorbeeld is ondergedompeld in afgoderij, het Vaticaanmuseum en plein staat vol met oude afgodsbeelden, ze aanbidden beelden en heiligen en Maria en hun eigen instellingen en docterines, zoals de zondagsinstelling, de "katholieke" instelling heeft zelf toegeven de sabbat te hebben veranderd in de zondag, zie de katholieke encyclopedie.

Ook hebben ze alle bijbelse feestdagen afgeschaft en er heidense voor in de plaats gezet, bijvoorbeeld de kerst, welke een heidense oorsprong heeft en niets te maken heeft met de geboorte van Yeshua/Jezus. De protestantse kerk heeft veel doctrines van hun moederkerk laten vallen. En de belangrijkste de liefde der waarheid hebben ze weer omhelst, maar bijvoorbeeld de zondag staat nog in ere, een menselijke instelling, waarbij dus de traditie God van de eerste plaats duwt en dat is afgoderij!  Kosjer eten heeft de Roomse kerk ook afgeschaft en er wel een heidens gebruik in de plaats gezet,  het vis eten op vrijdag, gewijd aan een visgod, hoewel veel Rooms katholieken geen vis meer op vrijdag eten. De protestantse kerk eet geen vis op vrijdag, maar ze eten ook niet kosjer, dit is wetteloosheid of beter gezegd in de originele vertaling, thoraloos. 

12 Opdat zij allen veroordeeld worden, die de waarheid niet geloofd hebben, maar een welbehagen hebben gehad in de ongerechtigheid.

13 Maar wij zijn schuldig altijd God te danken over u, broeders, die van den Heere bemind zijt, dat u God van den beginne verkoren heeft tot zaligheid, in heiligmaking des Geestes, en geloof der waarheid;

14 Waartoe Hij u geroepen heeft door ons Evangelie, tot verkrijging der heerlijkheid van onzen Heere Jezus Christus.

15 Zo dan, broeders, staat vast en houdt de inzettingen, die u geleerd zijn, hetzij door ons woord, hetzij door onzen zendbrief.

16 En onze Heere Jezus Christus Zelf, en onze God en Vader, Die ons heeft liefgehad, en gegeven heeft een eeuwige vertroosting en goede hoop in genade,

17 Vertrooste uw harten, en versterke u in alle goed woord en werk.

 

Gods gerechtheid word vermengt met afgodische/heidense/menselijk tradities waarbij de thora/wet genegeerd wordt. Dit is het geheim der wetteloosheid, deze wetteloosheid wordt door God zwaar gestraft, lees maar:

Romeinen 1 vers 18 tot en met 32

18 Want de toorn Gods wordt geopenbaard van den hemel over alle goddeloosheid, en ongerechtigheid der mensen, als die de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden.

19 Overmits hetgeen van God kennelijk is, in hen openbaar is; want God heeft het hun geopenbaard.

20 Want Zijn onzienlijke dingen worden, van de schepping der wereld aan, uit de schepselen verstaan en doorzien, beide Zijn eeuwige kracht en Goddelijkheid, opdat zij niet te verontschuldigen zouden zijn.

21 Omdat zij, God kennende, Hem als God niet hebben verheerlijkt of gedankt; maar zijn verijdeld geworden in hun overleggingen en hun onverstandig hart is verduisterd geworden;

22 Zich uitgevende voor wijzen, zijn zij dwaas geworden;

23 En hebben de heerlijkheid des onverderfelijken Gods veranderd in de gelijkenis eens beelds van een verderfelijk mens, en van gevogelte, en van viervoetige en kruipende gedierten.

24 Daarom heeft God hen ook overgegeven in de begeerlijkheden hunner harten tot onreinigheid, om hun lichamen onder elkander te onteren;

De Rooms katholieke kerk is lang in de ban geweest van alle gevallen van kindermisbruik door priesters in de kerk. Hoewel God zegt dat homofilie een gruwel is en een grote zonde, worden in de protestantse kerk, homofiele paren getrouwd.

25 Als die de waarheid Gods veranderd hebben in de leugen, en het schepsel geëerd en gediend hebben boven den Schepper, Die te prijzen is in der eeuwigheid, amen.

De Rooms katholieke kerk en de protestantse kerken hebben de waarheid Gods veranderd in een leugen omdat ze zeggen dat o.a. het 4e gebod niet meer geldt, de sabbatdag op de zevende dag. God maken ze tot een leugenaar, iedere keer als ze dit gebod in hun kerk op zondag oplezen.

26 Daarom heeft God hen overgegeven tot oneerlijke bewegingen; want ook hun vrouwen hebben het natuurlijk gebruik veranderd in het gebruik tegen nature;

27 En insgelijks ook de mannen, nalatende het natuurlijk gebruik der vrouw, zijn verhit geworden in hun lust tegen elkander, mannen met mannen schandelijkheid bedrijvende, en de vergelding van hun dwaling, die daartoe behoorde, in zichzelven ontvangende.

28 En gelijk het hun niet goed gedacht heeft God in erkentenis te houden, zo heeft God hen overgegeven in een verkeerden zin, om te doen dingen, die niet betamen;

29 Vervuld zijnde met alle ongerechtigheid, hoererij, boosheid, gierigheid, kwaadheid, vol van nijdigheid, moord, twist, bedrog, kwaadaardigheid;

30 Oorblazers, achterklappers, haters Gods, smaders, hovaardigen, laatdunkenden, vinders van kwade dingen, den ouderen ongehoorzaam;

31 Onverstandigen, verbondbrekers, zonder natuurlijke liefde, onverzoenlijken, onbarmhartigen;

32 Dewelken, daar zij het recht Gods weten, (namelijk, dat degenen, die zulke dingen doen, des doods waardig zijn) niet alleen dezelve doen, maar ook mede een welgevallen hebben in degenen, die ze doen.

 

1Joh.4:

1 Geliefden, gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld.

2 Hieraan kent gij den Geest van God: alle geest, die belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, die is uit God;

3 En alle geest, die niet belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, die is uit God niet; maar dit is de geest van den antichrist, welken geest gij gehoord hebt, dat komen zal, en is nu alrede in de wereld.

4 Kinderkens, gij zijt uit God, en hebt hen overwonnen; want Hij is meerder, Die in u is, dan die in de wereld is.

5 Zij zijn uit de wereld, daarom spreken zij uit de wereld, en de wereld hoort hen.

6 Wij zijn uit God. Die God kent, hoort ons; die uit God niet is, hoort ons niet. Hieruit kennen wij den geest der waarheid, en den geest der dwaling.

7 Geliefden! Laat ons elkander liefhebben, want de liefde is uit God; en een iegelijk, die liefheeft, is uit God geboren, en kent God;

8 Die niet liefheeft, die heeft God niet gekend; want God is liefde.

De antichrist is echter ook degene die niet gelooft dat God in het vlees is gekomen, namelijk in de vorm van Zijn Zoon Yeshua/Jezus.

 

2Joh.1:

5 En nu bid ik u, uitverkoren vrouwe, niet als u schrijvende een nieuw gebod, maar hetgeen wij gehad hebben van den beginne, namelijk dat wij elkander liefhebben.

6 En dit is de liefde, dat wij wandelen naar Zijn geboden. Dit is het gebod, gelijk gijlieden van den beginne gehoord hebt, dat gij in hetzelve zoudt wandelen.

7 Want er zijn vele verleiders in de wereld gekomen, die niet belijden, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is. Deze is de verleider en de antichrist.

8 Ziet toe voor uzelven, dat wij niet verliezen, hetgeen wij gearbeid hebben, maar een vol loon mogen ontvangen.

9 Een iegelijk, die overtreedt, en niet blijft in de leer van Christus, die heeft God niet; die in de leer van Christus blijft, deze heeft beiden den Vader en den Zoon.

 

Er zijn niet alleen Joden die niet geloven dat Yeshua/Jezus in het vlees gekomen is, dus God, maar de J-getuigen geloven dit ook niet, zij geloven dat Yeshua/Jezus een soort engel is.

Antichrist is alles wat in de plaats van God komt, de één gelooft niet dat God naar deze aarde is gekomen in ons vlees, vele Joden. De R.K.-kerk gelooft niet dat de rechtvaardiging alleen door Christus is.

De protestanten en andere denominaties geloven niet dat de hele wet nog steeds geldt! Waarmee ze de mens met zijn inzettingen en de tradities van de kerk dient en niet God!

 

(Voor de betekenis antichrist: een antichrist is een ieder die iets anders op de plaats van God stelt. Bij voorbeeld in de katholieke encyclopedie vinden we dat als bepaalde Rooms katholieke groepen de nieuwe paus niet erkenden,  er dan een antipaus of tegenpaus gekozen en ingesteld werd. De eerste antipaus werd in 217 gekozen en sinds 1449 is er geen antipaus meer geweest).

 

Deut.4:2 Gij zult tot dit woord, dat ik u gebiede, niet toedoen, ook daarvan niet afdoen; opdat gij bewaart de geboden van den HEERE, uw God, die ik u gebiede

 

Deut.12:32 Al dit woord, hetwelk ik ulieden gebiede, zult gij waarnemen om te doen; gij zult daar niet toedoen, en daarvan niet afdoen.

 

Openbaringen 22:

18 Want ik betuig aan een iegelijk, die de woorden der profetie dezes boeks hoort: Indien iemand tot deze dingen toedoet, God zal hem toedoen de plagen, die in dit boek geschreven zijn.

19 En indien iemand afdoet van de woorden des boeks dezer profetie, God zal zijn deel afdoen uit het boek des levens, en uit de heilige stad, en uit hetgeen in dit boek geschreven is.

 

Er zijn veel Christenen (die Yeshua/Jezus aannemen) in de wereld en die sommige  wetten in de thora verwerpen, door af te doen. En zij voegen er menselijke inzettingen aan toe waardoor zij toedoen.

Er zijn Joden in de wereld die de thora aannemen, maar door toe te doen met menselijke inzettingen (bijvoorbeeld het voorbeeld met het zorgen voor je ouders, zie Mat.15 3 t/m 6)

En doordat zij Yeshua/Jezus niet aannemen wordt het nieuwe testament niet gelezen en geloofd, ze doen dus af.

Doen zij niet precies wat hier gezegd wordt in de bijbel, afdoen en toedoen.

 

Maar omdat ik van oorsprong een protestant ben heb ik het in dit boek alleen over christenen die wetten verwerpen en menselijke inzettingen in de plaats stellen.

 

Je kunt stellen dat in de tijd van plus minus 500 tot en met nu de thora/wet flink verworpen wordt, (waarschijnlijk al veel eerder want Paulus zegt in zijn tijd al dat het al aan de gang is: 2 thes.2:7 Want de verborgenheid der ongerechtigheid wordt alrede gewrocht). Maar er zijn nu een hoop christenen die moeten bekennen dat God toch echt de sabbat bedoeld heeft als rustdag en dat kosjer eten nog steeds door Hem gevraagd wordt (Kosjer eten:anders had Yeshua/Jezus die boze geesten echt niet in die varkens gestuurd).

En nogmaals dan had Hij niet gezegd:

 

Mat.5:

17 Meent niet, dat Ik gekomen ben, om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen, om die te ontbinden, maar te vervullen.

18 Want voorwaar zeg Ik u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet een jota noch een tittel van de wet voorbijgaan, totdat het alles zal zijn geschied.

19 Zo wie dan een van deze minste geboden zal ontbonden, en de mensen alzo zal geleerd hebben, die zal de minste genaamd worden in het Koninkrijk der hemelen; maar zo wie dezelve zal gedaan en geleerd hebben, die zal groot genaamd worden in het Koninkrijk der hemelen.

20 Want Ik zeg u: Tenzij uw gerechtigheid overvloediger zij, dan der Schriftgeleerden en der Farizeeën, dat gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins zult ingaan.

 

Luk.16:

16 De wet en de profeten zijn tot op Johannes; van dien tijd af wordt het Koninkrijk Gods verkondigd, en een iegelijk doet geweld op hetzelve.

17 En het is lichter, dat de hemel en de aarde voorbijgaan, dan dat een tittel der wet valle.

 

Nu gaan we het hebben over de kern van de zaak weer de genade en de wet, omdat dat het punt schijnt te zijn waarom je sommige wetten niet meer hoeft te houden en als je dat wel doet dan ben je wettisch en wil je volgens hen je zaligheid verdienen door de werken der wet Daarom wil ik dan eerst deze vragen lezen van de Catechismus van de protestante kerk waar ik commentaar op heb, die over deze dingen gaan:

 

Heidelbergse Catechismus.

Zondag 7:

Vr.20. Worden dan alle mensen wederom door Christus zalig, gelijk zij door Adam zijn verdoemd geworden?

Antw. Neen zij, maar alleen degenen, die Hem door een waar geloof worden ingelijfd en al Zijn weldaden aannemen.

 

Mijn commentaar:

Daar ben ik het helemaal mee eens, zie mijn hoofdstuk 5 over punt 3 de wet en de genade. Nog een toevoeging: het feit dat je uit het geloof in Christus en voor Christus de wet houdt kan niet bijdragen aan je zaligheid. Alleen Yeshua/Jezus zorgt ervoor dat je gerechtvaardigd wordt, als je dit gelooft en Hem liefhebt daarvoor, dat Hij al je straf gedragen heeft, dan wil je Hem gehoorzamen, en naar je gevoel, moet je dat dan ook. Terwijl je gedrag het bewijs is van je geloof draagt dit niet bij aan je zaligheid! Je moet mensen wel leren wat God van ze wil en je moet ook vertellen dat ze zich aan deze dingen moeten houden, maar  dit is niet wat ze in de hemel brengen zal!. Alleen als je wet in zijn geheel houdt in volmaaktheid, kunnen wij onze zaligheid verdienen, maar dat kunnen wij niet! 

 

Zondag 23

Vr.61. Waarom zegt gij dat gij alleen door het geloof rechtvaardig zijt?

Antw. Niet dat ik vanwege de waardigheid mijns geloofs Gode aangenaam ben; maar daarom, dat alleen de genoegdoening, gerechtigheid en heiligheid van Christus mijn gerechtigheid voor God is a, en dat ik die niet anders dan alleen door het geloof aannemen en mij toeëigenen kan b. a 1Co 1:30 1Co 2:2 b 1Jo 5:10

 

Mijn commentaar:

Je bent Gode wel aangenaam als je gelooft, maar dat in Christus, omdat we niet volmaakt zijn!!!

 

Zondag 24:

Vr.62. Maar waarom kunnen onze goede werken niet de gerechtigheid voor God of een stuk daarvan zijn?

Antw. Daarom, dat de gerechtigheid die voor Gods gericht bestaan kan, gans volkomen en der wet Gods in alle stukken gelijkvormig zijn moet a, en dat ook onze beste werken in dit leven alle onvolkomen en met zonden bevlekt zijn b.

a Gal 3:10 De 27:26 b Jes 64:6

 

Mijn commentaar

Precies, ze zeggen het zelf al, als we het zelf willen verdienen, onze zaligheid, dan moeten we volmaakt in de wet zijn!

 

Vr.63. Hoe? Verdienen onze goede werken niet, die God nochtans in dit en in het toekomende leven wil belonen?

Antw. Deze beloning geschiedt niet uit verdienste, maar uit genade a.

a Lu 17:10

10 Alzo ook gij, wanneer gij zult gedaan hebben al hetgeen u bevolen is, zo zegt: Wij zijn onnutte dienstknechten; want wij hebben maar gedaan, hetgeen wij schuldig waren te doen.

Mijn commentaar:

God is blij met onze goede werken en Hij beloont ze ook (uit genade)! Maar al was Christus niet voor ons gestorven dan hadden die paar goede werken niet voldoende geweest omdat God van ons volmaaktheid eist.

 

Vr.64. Maar maakt deze leer niet zorgeloze en goddeloze mensen?

Antw. Neen zij; want het is onmogelijk, dat, zo wie Christus door een waarachtig geloof ingeplant is, niet zou voortbrengen vruchten der dankbaarheid a.

a Mt 7:18 Joh 15:5

 

Mt 7:18 Een goede boom kan geen kwade vruchten voortbrengen, noch een kwade boom goede vruchten voortbrengen.

Joh.15:5 Ik ben de Wijnstok, en gij de ranken; die in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht; want zonder Mij kunt gij niets doen.

 

Mijn commentaar:

Ja, wel als er geen liefde voor Yeshua/Jezus/God is. Yeshua/Jezus is naar deze aarde gekomen juist omdat Hij verwacht dat Zijn offer liefde bij ons opwekt met als doel dat wij naar dat doel streven, namelijk Zijn wet onderhouden, oefenen als burger welke zal mogen leven in het Koninkrijk van God waar alleen gerechtigheid is. Sommige protestantse kerken geven de indruk dat wij niets kunnen, dat we onbekwaam zijn in het uitvoeren van Zijn wet. We zijn niet volmaakt, maar ook niet achterlijk! Zie verder bladzijde 54. Dan komt de beroemde tekst van Paulus:

Romeinen 7:18 Want ik weet, dat in mij, dat is, in mijn vlees, geen goed woont; want het willen is wel bij mij, maar het goede te doen, dat vind ik niet.

19 Want het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik.

 

Mijn commentaar:

Zo van: ik kan het toch niet, dus waarom zou ik de moeite doen. Zo bedoelde Paulus het niet, het is niet altijd zo met ons gesteld!

En nog erger is het gesteld bij de Oud gereformeerde gemeente en de gereformeerde gemeente, ze zeggen altijd: och mocht het nog gebeuren. We moeten wachten op God dat Hij ons bekeerd en dat kunnen we zelf niet, pardon is het niet zoals Johannes zegt:

Johannes 1:12 Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven;

 

Mijn commentaar:

God nodigt iedereen!! uit om bij Hem te komen, God is goedertieren en genadig, Zijn genadegift is voor iedereen die maar wil. Johannes getuigt, je krijgt de macht om een kind van God te worden, echt waar! Kom nou niet met de uitverkiezing, want God kiest ook degenen die Hij met Zijn vooruitziende blik kan inschatten. Hij schept geen mensen die bijvoorbaat al vervloekt zijn, dat zou wreed zijn. Mensen die eeuwig vervloekt zijn hebben zijn genadegift verworpen en hebben onrechtvaardig geleeft, ze hebben het echt verdiend. Wij kunnen echt uit onszelf door de Heilige Geest goede daden doen, maar die zouden nooit genoeg zijn om de hemel te verdienen. Daar is Yeshua/Jezus voor gekomen.

 

Zondag 25:

Vr.65. Aangezien dan alleen het geloof ons Christus en al Zijn weldaden deelachtig maakt, vanwaar komt zulk geloof?

Antw. Van den Heiligen Geest, Die het geloof in onze harten werkt door de verkondiging des heiligen Evangelies, en het sterkt door het gebruik van de Sacramenten.

 

Mijn commentaar:

Iemand die zijn hand uitstrekt naar God krijgt Zijn Geest en daardoor de macht om een kind van God te worden. De nadruk moet gelegd worden op het feit dat als je God wil als je Vader, Hij je Vader is en niet of je wel of niet uitverkoren bent.

Joh.1:12 zie boven zegt eigenlijk: als je Hem aanneemt, maak je jouw verkiezing vast. O ja Petrus heeft zoiets gezegd:

 

2 Petrus1:10 Daarom, broeders, benaarstigt u te meer, om uw roeping en verkiezing vast te maken; want dat doende zult gij nimmermeer struikelen.

 

Zondag 32:

Vr.86. Aangezien wij uit onze ellendigheid, zonder enige verdienste onzerzijds, alleen uit genade door Christus verlost zijn, waarom moeten wij dan nog goede werken doen?

Antw. Daarom, dat Christus, nadat Hij ons met Zijn bloed gekocht en vrijgemaakt heeft, ons ook door Zijn Heiligen Geest tot Zijn evenbeeld vernieuwt, opdat wij ons met ons ganse leven Gode dankbaar voor Zijn weldaden bewijzen a, en Hij door ons geprezen worde b. Daarna ook, dat elk bij zichzelven van zijn geloof uit de vruchten verzekerd zij c, en dat door onzen godzaligen wandel onze naasten ook voor Christus gewonnen worden d.

a Ro 6:13 Ro 12:1,2 1Pe 2:5,9 1Co 6:20 b Mt 5:16 1Pe 2:12 c 2Pe 1:10 Mt 7:17 Ga 5:6,22 d 1Pe 3:1,2 Ro 14:19

 

Mijn commentaar:

Goede werken? De wet doen dus, als je de wet houdt doe je goede werken!

 

Ik wil deze tekst ook nog maar eraan toevoegen:

Jac.2:26 Want gelijk het lichaam zonder geest dood is, alzo is ook het geloof zonder de werken dood.

Even het geheugen opfrissen: werken getuigen van je geloof, nee je wordt niet zalig gemaakt door geloof met goede werken, maar door het offer van Yeshua/Jezus.  

Geloven is geen zweverig gevoel wat je moet hebben, maar een vast sterke mening die je moet hebben. De kennis der waarheid, je ziet het als waarheid.

Geloven is net als een kant kiezen in een oorlog, maar nu is het de oorlog tussen goed en kwaad. Bij wie wil je horen?

Rom.10:17 Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods,

Dus door de Bijbel te lezen, kun je gaan geloven en verliefd worden op God.

 

Zondag 33

Vr.88. In hoeveel stukken bestaat de waarachtige bekering des mensen?

Antw. In twee stukken: in de afsterving des ouden, en in de opstanding des nieuwen mensen.

Vr.89. Wat is de afsterving des ouden mensen?

Antw. Het is een hartelijk leedwezen dat wij God door onze zonden vertoornd hebben.

Vr.90. Wat is de opstanding des nieuwen mensen?

Antw. Het is een hartelijke vreugde in God door Christus, en een ernstige lust en liefde om naar den wille Gods in alle goede werken te leven.

Vr.91. Maar wat zijn goede werken?

Antw. Alleen die uit waar geloof a, naar de wet Gods b, alleen Hem ter eer geschieden c, en niet die op ons goeddunken of op mensen-inzettingen gegrond zijn d.

a Ro 14:23 b Le 18:4 1Sa 15:22 Eph 2:10 c 1Co 10:31 d Eze 20:18,19 Jes 29:13 Mt 15:7-9

 

Mijn commentaar:

Ah daar komt de wet toch nog, inderdaad alleen naar de wet Gods en niet op ons goeddunken of op mensen-inzettingen gegrond zijn.

 

Zondag 44:

Vr.115. Waarom laat ons dan God alzo scherpelijk de tien geboden prediken, zo ze toch niemand in dit leven houden kan?

Antw. Eerstelijk opdat wij ons leven lang onzen zondigen aard hoe langer hoe meer leren kennen a, en des te begeriger zijn, om de vergeving der zonden en de gerechtigheid in Christus te zoeken b. Daarna, opdat wij zonder ophouden ons benaarstigen, en God bidden om de genade des Heiligen Geestes, opdat wij hoe langer hoe meer naar het evenbeeld Gods vernieuwd worden, totdat wij tot deze voorgestelde volkomenheid na dit leven geraken c.

a Ro 3:20 1Jo 1:9 Ps 32:5 b Mt 5:6 Ro 7:24,25 c 1Co 9:24 Php 3:12-14

 

Mijn commentaar:

Natuurlijk is het onmogelijk voor ons om de wet volmaakt te houden maar God vraagt van ons geen onmogelijkheden: zie

Deut. 30:

11 Want ditzelve gebod, hetwelk ik u heden gebiede, dat is van u niet verborgen, en dat is niet verre.

12 Het is niet in den hemel, om te zeggen: Wie zal voor ons ten hemel varen, dat hij het voor ons hale, en ons hetzelve horen late, dat wij het doen?

13 Het is ook niet op gene zijde der zee, om te zeggen: Wie zal voor ons overvaren aan gene zijde der zee, dat hij het voor ons hale, en ons hetzelve horen late, dat wij het doen?

14 Want dit woord is zeer nabij u, in uw mond, en in uw hart, om dat te doen.

15 Ziet, ik heb u heden voorgesteld het leven, en het goede, en den dood, en het kwade.

16 Want ik gebiede u heden, den HEERE, uw God, lief te hebben, in Zijn wegen te wandelen, en te houden Zijn geboden, en Zijn inzettingen, en Zijn rechten, opdat gij levet en vermenigvuldiget, en de HEERE, uw God, u zegene in het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven.

17 Maar indien uw hart zich zal afwenden, en gij niet horen zult, en gij gedreven zult worden, dat gij u voor andere goden buigt, en dezelve dient;

 

En in het Boek staat het nog duidelijker:

11 Want deze geboden zijn niet te zwaar om te worden nageleefd. 12 Deze wetten zijn niet hoog in de hemel zodat u ze niet kunt zien of horen en er niemand is die ze bij u kan brengen. 13 Ze zijn ook niet aan de overkant van de zee, zo ver weg dat niemand u hun boodschap kan overbrengen. 14 Nee, zij zijn vlakbij (in uw hart en op uw lippen) zodat u ze kunt gehoorzamen. 15 Luister, vandaag heb ik u de keus gegeven tussen leven en dood, geluk en ellende. 16 Ik heb u vandaag opgedragen de HERE, uw God, lief te hebben, Zijn paden te volgen en Zijn wetten na te leven. Dan zult u leven en een groot volk worden. De HERE, uw God, zal u en het land dat u in bezit gaat nemen, dan zegenen. 17 Maar als uw hart zich afwendt en u niet wilt luisteren (als u afdwaalt tot aanbidding van andere goden)

 

Mat.11:

28 Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.

29 Neemt Mijn juk op u, en leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen.

30 Want Mijn juk is zacht, en Mijn last is licht.

 

Mijn commentaar:

Het moet vóór de tijd van het bewijs (de komst van Yeshua/Jezus en Zijn dood en opstanding enz. is het bewijs van Gods liefde voor ons) zwaar zijn geweest. Kijk maar naar Judas die niet meer geloofde dat Yeshua/Jezus hem zou vergeven, het bewijs daarvan is zijn zelfmoord. Petrus geloofde wel dat Yeshua/Jezus hem weer zou vergeven, maar hij weende wel bitterlijk omdat hij wel wist dat God Zijn Zoon zou straffen voor de zonde die hij, Petrus, had gedaan.

 

Zijn liefde maakt het gehoorzamen van de wet niet zwaar, en je hoeft ook niet belast te zijn want Hij vergeeft! De wet wordt vaak een juk genoemd, zonder alle menselijke wetjes erbij is het niet erg, geen last, maar een zacht juk. Yeshua/Jezus noemt het een juk net zoals we nu een dienstknecht zijn van God, zoals Paulus dit noemt. Als je jezelf nog niet aan de wet houdt na je bekering, wat voor nut heeft je bekering dan?

 

Rom.6:

12 Dat dan de zonde niet heerse in uw sterfelijk lichaam, om haar te gehoorzamen in de begeerlijkheden deszelven lichaams.

13 En stelt uwe leden niet der zonde tot wapenen der ongerechtigheid; maar stelt uzelven Gode, als uit de doden levende geworden zijnde, en stelt uw leden Gode tot wapenen der gerechtigheid.

14 Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.

15 Wat dan? Zullen wij zondigen, omdat wij niet zijn onder de wet, maar onder de genade? Dat zij verre.

16 Weet gij niet, dat wien gij uzelven stelt tot dienstknechten ter gehoorzaamheid, gij dienstknechten zijt desgenen, dien gij gehoorzaamt, of der zonde tot den dood, of der gehoorzaamheid tot gerechtigheid?

17 Maar Gode zij dank, dat gij wel dienstknechten der zonde waart, maar dat gij nu van harte gehoorzaam geworden zijt aan het voorbeeld der leer, tot hetwelk gij overgegeven zijt;

18 En vrijgemaakt zijnde van de zonde, zijt gemaakt dienstknechten der gerechtigheid.

19 Ik spreek op menselijke wijze, om der zwakheid uws vleses wil; want gelijk gij uw leden gesteld hebt, om dienstbaar te zijn der onreinigheid en der ongerechtigheid, tot ongerechtigheid, alzo stelt nu uw leden, om dienstbaar te zijn der gerechtigheid, tot heiligmaking.

20 Want toen gij dienstknechten waart der zonde, zo waart gij vrij van de gerechtigheid.

21 Wat vrucht dan hadt gij toen van die dingen, waarover gij u nu schaamt? Want het einde derzelve is de dood.

22 Maar nu, van de zonde vrijgemaakt zijnde, en Gode dienstbaar gemaakt zijnde, hebt gij uw vrucht tot heiligmaking, en het einde het eeuwige leven.

23 Want de bezoldiging der zonde is de dood, maar de genadegift Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onzen Heere.

 

Nog wat teksten:

1Joh.5:

2 Hieraan kennen wij, dat wij de kinderen Gods liefhebben, wanneer wij God liefhebben, en Zijn geboden bewaren.

3 Want dit is de liefde Gods, dat wij Zijn geboden bewaren; en Zijn geboden zijn niet zwaar.

4 Want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning, die de wereld overwint, namelijk ons geloof.

5 Wie is het, die de wereld overwint, dan die gelooft, dat Jezus is de Zoon van God?

 

1Joh.3:10 Hierin zijn de kinderen Gods en de kinderen des duivels openbaar. Een iegelijk, die de rechtvaardigheid niet doet, die is niet uit God, en die zijn broeder niet liefheeft,

1Joh.2:

3 En hieraan kennen wij, dat wij Hem gekend hebben, zo wij Zijn geboden bewaren.

4 Die daar zegt: Ik ken Hem, en Zijn geboden niet bewaart, die is een leugenaar, en in dien is de waarheid niet;

5 Maar zo wie Zijn Woord bewaart, in dien is waarlijk de liefde Gods volmaakt geworden; hieraan kennen wij, dat wij in Hem zijn.

6 Die zegt, dat hij in Hem blijft, die moet ook zelf alzo wandelen, gelijk Hij gewandeld heeft.

 

 1Joh.3:

22 En zo wat wij bidden, ontvangen wij van Hem, dewijl wij Zijn geboden bewaren, en doen, hetgeen behagelijk is voor Hem.

23 En dit is Zijn gebod, dat wij geloven in den Naam van Zijn Zoon Jezus Christus, en elkander liefhebben, gelijk Hij ons een gebod gegeven heeft.

24 En die Zijn geboden bewaart, blijft in Hem, en Hij in denzelven. En hieraan kennen wij, dat Hij in ons blijft, namelijk uit den Geest, Dien Hij ons gegeven heeft.

 

 

Luk.1:6 En zij waren beiden rechtvaardig voor God, wandelende in al de geboden en rechten des Heeren, onberispelijk.

 

Handelingen 24:14 Maar dit beken ik u, dat ik naar dien weg, welken zij sekte noemen, den God der vaderen alzo diene, gelovende alles, wat in de wet en in de profeten geschreven is;

 

Romeinen 2:13 Want de hoorders der wet zijn niet rechtvaardig voor God, maar de daders der wet zullen gerechtvaardigd worden;

 

Romeinen 3:31 Doen wij dan de wet te niet door het geloof? Dat zij verre; maar wij bevestigen de wet.

 

Romeinen 7:12 Alzo is dan de wet heilig, en het gebod is heilig, en rechtvaardig, en goed.

 

Romeinen 7:14 Want wij weten, dat de wet geestelijk is, maar ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde.

 

Romeinen 7:22 Want ik heb een vermaak in de wet Gods, naar den inwendigen mens;

 

Openbaringen 12:17 En de draak vergrimde op de vrouw, en ging heen om krijg te voeren tegen de overigen van haar zaad, die de geboden Gods bewaren, en de getuigenis van Jezus Christus hebben.

 

Openbaringen 14:12 Hier is de lijdzaamheid der heiligen; hier zijn zij, die de geboden Gods bewaren en het geloof van Jezus.

 

Gelijkenis van de bruidsmeisjes

Mat.25:

1 Alsdan zal het Koninkrijk der hemelen gelijk zijn aan tien maagden, welke haar lampen namen, en gingen uit, den bruidegom tegemoet.

2 En vijf van haar waren wijzen, en vijf waren dwazen.

3 Die dwaas waren, haar lampen nemende, namen geen olie met zich.

4 Maar de wijzen namen olie in haar vaten, met haar lampen.

5 Als nu de bruidegom vertoefde, werden zij allen sluimerig, en vielen in slaap.

6 En ter middernacht geschiedde een geroep: Ziet, de bruidegom komt, gaat uit hem tegemoet!

7 Toen stonden al die maagden op, en bereidden haar lampen.

8 En de dwazen zeiden tot de wijzen: Geeft ons van uw olie; want onze lampen gaan uit.

9 Doch de wijzen antwoordden, zeggende: Geenszins, opdat er misschien voor ons en voor u niet genoeg zij; maar gaat liever tot de verkopers, en koopt voor uzelven.

10 Als zij nu heengingen om te kopen, kwam de bruidegom; en die gereed waren, gingen met hem in tot de bruiloft, en de deur werd gesloten.

11 Daarna kwamen ook de andere maagden, zeggende: Heer, heer, doe ons open!

12 En hij, antwoordende, zeide: Voorwaar zeg ik u: Ik ken u niet.

13 Zo waakt dan; want gij weet den dag niet, noch de ure, in dewelke de Zoon des mensen komen zal.

 

Spreuken 6:23 Want het gebod is een lamp, en de wet is een licht, en de bestraffingen der tucht zijn de weg des levens;

 

Stel dat de maagden de gelovigen uit de volken zijn, de bruid die niet in dit verhaal voorkomt: Israël, en de bruidegom Yeshua/Jezus. Als de lampen (zie tekst boven van spreuken) de wet zijn en in detail de tien woorden, de tien geboden. Wie zouden dan de maagden zijn die niet genoeg olie hadden (Openbaringen 14:4 Dezen zijn het, die met vrouwen niet bevlekt zijn, want zij zijn maagden; dezen zijn het, die het Lam volgen, waar Het ook heengaat; dezen zijn gekocht uit de mensen, tot eerstelingen Gode en het Lam. Mensen die het Lam volgen worden maagden genoemd, niet uit zichzelf zijn zij dat, ze zijn gekocht.)

 

Ik weet niet of dit zo bedoeld wordt dat deze gelijkenis gericht is aan mensen die aan de wet afdoen (niet alle tien geboden in ere houden). Maar nu zal u wel zeggen, als die andere maagden dan wel gekend worden hebben ze dit dan daardoor verdiend? Nee,  dat kan toch niet, maar als je bewust menselijk inzettingen in de plaats van Gods woord gaat zetten en je bekeerd je niet, dan wordt dit je dit wel aangerekend. Ontwetendheid is geen zonde, wel als je er gewoon niet van wilt weten. Bij elke kerkgemeenschap waarin er dingen van je verwacht worden, hoor je de Bijbel erop na te slaan, of het inderdaad zo is.

 

Om Markus 7 nog maar eens te herhalen:

7 Doch tevergeefs eren zij Mij, lerende leringen, die geboden zijn der mensen;

8 Want, nalatende het gebod Gods, houdt gij de inzettingen der mensen, als namelijk wassingen der kannen en drinkbekers; en andere dergelijke dingen doet gij vele.

9 En Hij zeide tot hen: Gij doet zeker Gods gebod wel te niet, opdat gij uw inzettingen zoudt onderhouden.

 

En Ezech.22:26 Haar priesters doen Mijn wet geweld aan, en zij ontheiligen Mijn heilige dingen; tussen het heilige en het onheilige maken zij geen onderscheid, en het verschil tussen het onreine en reine geven zij niet te kennen; daartoe verbergen zij hun ogen van Mijn sabbatten; ja, Ik word in het midden van hen ontheiligd".

 

Ik zal, o God, bepeinzen Uwe wet,

In 't onderzoek van uw bevelen waken;

Terwijl mijn ziel op  Uwe paden let.

In Uw geboôn zal zich mijn geest vermaken,

En, daar ik hulp verwacht op mijn gebed,

Uw heilig woord vergeten, noch verzaken.

Psalm 119 vers 8.


Home
Favoriete links
Relevant nieuws
Artikelen
Korte artikeltjes
In English, content