Het geheim der wetteloosheid
Verborgenheid der ongerechtigheid
Home
Favoriete links
Relevant nieuws
Artikelen
Korte artikeltjes
In English, content
Inleiding
Hoofdstuk 1 God gevonden
Hoofdstuk 2 Dwaling ontdekt
Hoofdstuk 3 Verzoeking
Hoofdstuk 4 Zondag en Sabbat
Hoofdstuk 5 Christenen en de wet
Hoofdstuk 6 Galaten en besnijdenis
Hoofdstuk 7 Geheim der wetteloosheid
Hoofdstuk 8 Opstanding en goede vrijdag VERNIEUWD!
Bijlage hfst 8 chronologische volgorde evangeli├źn
Hoofdstuk 9 Profetie├źn en onze toekomst
Hoofdstuk 6 Galaten en besnijdenis




De besnijdenis en de Galaten.

 

Bij de gelovigen uit de heidenen was verwarring ontstaan. Moest men, als men was gaan geloven in Yeshua/Jezus, zich bekeren tot het Jodendom? Als je wilde bekeren tot het Jodendom, moest je eerst besneden worden, de vrouwen werden gedoopt (mikve). Dit was/is de overgangsrite. Je kwam onder de wet. Dus als in het nieuwe testament afkeurend wordt gesproken over de besnijdenis dan heeft dat met de bekering tot het Jodendom te maken en niet dat de wet op de besnijdenis afgeschaft wordt.

Dit probleem hadden de Galaten ook, ze wilden zich gaan bekeren tot het Jodendom, omdat ze dachten dat ze dan bij Gods volk zouden horen. Maar nee, dat is geen voorwaarde voor de zaligheid. Je wordt als een wilde loot geënt op de wijnstok en je blijft wild. Maar "toegang" tot God krijg je alleen door rechtvaardigmaking door Yeshua/Jezus Christus. Nu vinden protestanten dat als je laat besnijden dat Yeshua/Jezus  je niet tot nut zal zijn. Maar dat gaat alleen op als je denkt rechtvaardig/gereinigd te worden door deze besnijdenis. Paulus maakt ook duidelijk dat als je als Jood besneden bent, maar je zondigt, dan wordt jouw besnijdenis tot onbesnedenheid gerekend. Abraham kreeg het teken van de besnijdenis omdat hij geloofde en daardoor rechtvaardig verklaard werd en niet omdat hij rechtvaardig was!

 

Romeinen 2:

25 Want de besnijdenis is wel nut, indien gij de wet doet; maar indien gij een overtreder der wet zijt, zo is uw besnijdenis voorhuid geworden.

26 Indien dan de voorhuid de rechten der wet bewaart, zal niet zijn voorhuid tot een besnijdenis gerekend worden?

27 En zal de voorhuid, die uit de natuur is, als zij de wet volbrengt, u niet oordelen, die door de letter en besnijdenis een overtreder der wet zijt?

28 Want die is niet een Jood, die het in het openbaar is; noch die is de besnijdenis, die het in het openbaar in het vlees is;

29 Maar die is een Jood, die het in het verborgen is, en de besnijdenis des harten, in den geest, niet in de letter, is de besnijdenis; wiens lof niet is uit de mensen, maar uit God.

 

Galaten 1:(ik laat verzen weg, niet omdat ze niet belangrijk zijn, maar omdat ik alleen de belangrijkste naar voren wil halen).

 

6 Ik verwonder mij, dat gij zo haast wijkende van dengene, die u in de genade van Christus geroepen heeft, overgebracht wordt tot een ander Evangelie;

Een ander evangelie, een andere manier om zaligheid te verkrijgen?

7 Daar er geen ander is; maar er zijn sommigen, die u ontroeren, en het Evangelie van Christus willen verkeren.

8 Doch al ware het ook, dat wij, of een engel uit den hemel u een Evangelie verkondigde, buiten hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt.

9 Gelijk wij te voren gezegd hebben, zo zeg ik ook nu wederom: Indien u iemand een Evangelie verkondigt, buiten hetgeen gij ontvangen hebt, die zij vervloekt.

 

Galaten 2

1 Daarna ben ik, na veertien jaren, wederom naar Jeruzalem opgegaan met Barnabas, ook Titus medegenomen hebbende.

2 En ik ging op door een openbaring, en stelde hun het Evangelie voor, dat ik predik onder de heidenen; en in het bijzonder aan degenen, die in achting waren, opdat ik niet enigszins tevergeefs zou lopen of gelopen hebben.

3 Maar ook Titus, die met mij was, een Griek zijnde, werd niet genoodzaakt zich te laten besnijden.

4 En dat om der ingekropen valse broederen wil, die van bezijden ingekomen waren, om te verspieden onze vrijheid, die wij in Christus Jezus hebben, opdat zij ons zouden tot dienstbaarheid brengen.

Dus Titus, werd niet verplicht zich te besnijden omdat er waren die kwamen kijken of zij wel volgens de wet leefden en of ze hen niet ergens op konden betrappen.

Als ze Titus wel besneden dan hadden degenen die kwamen kijken vast commentaar gehad op zijn levenswijze, die misschien nog niet helemaal naar de wet was.

5 Denwelken wij ook niet een uur hebben geweken met onderwerping, opdat de waarheid van het Evangelie bij u zou verblijven.

Zij hebben zich niets van hen aangetrokken, want van belang was de waarheid van het Evangelie.

De besnijdenis is een teken van rechtvaardigmaking. Abraham kreeg dit teken omdat hij geloofde, niet omdat hij de wet hield. De besnijdenis heeft in die zin niets met de wet te maken. Besnijdenis is juist een teken van geloof in Christus, omdat je door geloof in Christus gerechtvaardigd bent. Maar als je jezelf laat besnijden omdat je jezelf bekeerd tot het Jodendom en je door de wet gerechtvaardigd wil worden, dan moet je de wet volmaakt houden, dit zegt Paulus ook:

Gal.5:3 En ik betuig wederom een iegelijk mens, die zich laat besnijden, dat hij een schuldenaar is de gehele wet te doen.

 

Galaten 2:

11 En toen Petrus te Antiochië gekomen was, wederstond ik hem in het aangezicht, omdat hij te bestraffen was.

Paulus was boos op Petrus, omdat hij iets goed fout deed.

12 Want eer sommigen van Jakobus gekomen waren, at hij mede met de heidenen; maar toen zij gekomen waren, onttrok hij zich en scheidde zichzelven af, vrezende degenen, die uit de besnijdenis waren.

Eerst zat hij samen met heidenen te eten en plotseling was hij bang wat de Joden ervan vonden.

13 En ook de andere Joden veinsden met hem; alzo dat ook Barnabas mede afgetrokken werd door hun veinzing.

14 Maar als ik zag, dat zij niet recht wandelden naar de waarheid van het Evangelie, zeide ik tot Petrus in aller tegenwoordigheid: Indien gij, die een Jood zijt, naar heidense wijze leeft, en niet naar Joodse wijze, waarom noodzaakt gij de heidenen naar de Joodse wijze te leven?

Petrus deed alsof het verkeerd was bij de heidenen te zitten en alsof het niet verkeerd was om bij Joden te zitten. Het punt was volgens mij dat Paulus boos was omdat de heidenen in Christus misschien nog wel meer rein waren dan de Joden waar hij aan tafel zat (maar ook juist in de zin dat zij door Yeshua/Jezus gereinigd waren). Petrus was ook niet volmaakt, waarom verwacht hij dat dan wel van heidenen?

(Naar Joodse wijze leven is niet alleen leven naar de Thora (wet in de Bijbel), maar ook naar de Talmoed)

15 Wij zijn van nature Joden, en niet zondaars uit de heidenen;

16 Doch wetende, dat de mens niet gerechtvaardigd wordt uit de werken der wet, maar door het geloof van Jezus Christus, zo hebben wij ook in Christus Jezus geloofd, opdat wij zouden gerechtvaardigd worden uit het geloof van Christus, en niet uit de werken der wet; daarom dat uit de werken der wet geen vlees zal gerechtvaardigd worden.

Zelfs zij, Joden, waren niet gerechtvaardigd uit de werken der wet, maar hebben nu ook geloof in Yeshua/Jezus de Messias, opdat zij gerechtvaardigd zouden worden. Want niemand wordt uit de werken der wet gerechtvaardigd!

17 Maar indien wij, die in Christus zoeken gerechtvaardigd te worden, ook zelven zondaars bevonden worden, is dan Christus een dienaar der zonde? Dat zij verre.

Is dan omdat zij, Joden, ook zondaars zijn, is Christus dan ook een dienaar der zonde? Nee natuurlijk niet.

18 Want indien ik, hetgeen ik afgebroken heb, datzelve wederom opbouw, zo stel ik mijzelven tot een overtreder.

Paulus zegt: als ik nu ineens weer op die wet ga vertrouwen, dan kom ik weer onder de vloek der wet.

19 Want ik ben door de wet der wet gestorven, opdat ik Gode leven zou.

Hij zegt: toen Christus stierf in mijn plaats, betaalde hij mijn schuld aan de wet, waardoor ik vrij was geworden, ik was geen slaaf meer, dat ik de wet nog iets schuldig was. Maar eigenlijk was ik meegestorven, want hoe kan ik nu nog leven op de manier die Hem noodlottig werd. Dus leef ik nu alleen voor God, mijn leven behoort aan Hem.

20 Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij; en hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof des Zoons van God, Die mij liefgehad heeft, en Zichzelven voor mij overgegeven heeft.

Hij zegt: ik leef nu omdat Hij mij genadig is en ik ben voor Hem rechtvaardig,  omdat Hij mij gerechtvaardigd heeft.

21 Ik doe de genade Gods niet te niet; want indien de rechtvaardigheid door de wet is, zo is dan Christus tevergeefs gestorven.

Hij zegt: ik ga dus ook niet zeggen dat ik Gods genade niet nodig heb, want als je met de wet zelf rechtvaardig kunt zijn, dan is Christus voor niets gestorven.

 

Galaten 3:

1 O gij uitzinnige Galaten, wie heeft u betoverd, dat gij der waarheid niet zoudt gehoorzaam zijn; denwelken Jezus Christus voor de ogen te voren geschilderd is geweest, onder u gekruist zijnde?

De waarheid is dat wij alleen rechtvaardigheid in Hem kunnen vinden en niet in ons zelf of in de wet.

2 Dit alleen wil ik van u leren: hebt gij den Geest ontvangen uit de werken der wet, of uit de prediking des geloofs?

De Heilige Geest hebben we gekregen omdat we toegeven niet zonder Hem te kunnen.

3 Zijt gij zo uitzinnig? Daar gij met den Geest begonnen zijt, voleindigt gij nu met het vlees?

4 Hebt gij zoveel tevergeefs geleden? Indien maar ook tevergeefs!

5 Die u dan den Geest verleent, en krachten onder u werkt, doet Hij dat uit de werken der wet, of uit de prediking des geloofs?

De Geest geeft God ons uit geloof in genade niet uit verdienste.

6 Gelijkerwijs Abraham Gode geloofd heeft, en het is hem tot rechtvaardigheid gerekend;

7 Zo verstaat gij dan, dat degenen, die uit het geloof zijn, Abrahams kinderen zijn.

8 En de Schrift, te voren ziende, dat God de heidenen uit het geloof zou rechtvaardigen, heeft te voren aan Abraham het Evangelie verkondigd, zeggende: In u zullen al de volken gezegend worden.

9 Zo dan, die uit het geloof zijn, worden gezegend met den gelovigen Abraham.

Degenen die net zo vertrouwen op God als Abraham worden net zo gezegend als Abraham. Zijn onvolmaaktheid werd vergeven omdat hij vertrouwde, maar de straf voor zijn onvolmaaktheid moest wel worden gegeven. Yeshua/Jezus zei: geeft het mij maar!

10 Want zovelen als er uit de werken der wet zijn, die zijn onder den vloek; want er is geschreven: Vervloekt is een iegelijk, die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet, om dat te doen.

Iedereen die denkt volmaakt te kunnen zijn, zijn onder de vloek van de wet.

11 En dat niemand door de wet gerechtvaardigd wordt voor God, is openbaar; want de rechtvaardige zal uit het geloof leven.

Je moet uit het geloof leven: leven met de wetenschap dat je niet volmaakt bent, maar weten dat als je zondigt en daarna berouw hebt, God zo genadig is je te vergeven.

12 Doch de wet is niet uit het geloof; maar de mens, die deze dingen doet, zal door dezelve leven.

De wet is zonder pardon, de wet eist volmaaktheid.

13 Christus heeft ons verlost van den vloek der wet, een vloek geworden zijnde voor ons; want er is geschreven: Vervloekt is een iegelijk, die aan het hout hangt.

Onze onvolmaaktheid eist straf, Christus heeft ons van deze straf verlost door onze straf te ondergaan.

14 Opdat de zegening van Abraham tot de heidenen komen zou in Christus Jezus, en opdat wij de belofte des Geestes verkrijgen zouden door het geloof.

Door de zegening van Abraham door God, namelijk rechtvaardiging door het geloof, konden wij heidenen nu Gods Geest ontvangen door het geloof.

15 Broeders, ik spreek naar den mens: zelfs eens mensen verbond, dat bevestigd is, doet niemand te niet, of niemand doet daartoe.

Als mensen een afspraak maken, valt daar ook niets meer aan te veranderen.

16 Nu zo zijn de beloftenissen tot Abraham en zijn zaad gesproken. Hij zegt niet: En den zaden, als van velen; maar als van een: En uw zade; hetwelk is Christus.

17 En dit zeg ik: Het verbond, dat te voren van God bevestigd is op Christus, wordt door de wet, die na vierhonderd en dertig jaren gekomen is, niet krachteloos gemaakt, om de beloftenis te niet te doen.

Zelfs de wet die in de tijd van Mozes is gegeven kan aan dat verbond niets veranderen.

18 Want indien de erfenis uit de wet is, zo is zij niet meer uit de beloftenis; maar God heeft ze Abraham door de beloftenis genadiglijk gegeven.

19 Waartoe is dan de wet? Zij is om der overtredingen wil daarbij gesteld, totdat het zaad zou gekomen zijn, dien het beloofd was; en zij is door de engelen besteld in de hand des Middelaars.

Abraham heeft de erfenis gekregen door de belofte, de wet is alleen gekomen om de zonde aan te tonen.

20 En de Middelaar is niet Middelaar van een, maar God is een.

21 Is dan de wet tegen de beloftenissen Gods? Dat zij verre; want indien er een wet gegeven ware, die machtig was levend te maken, zo zou waarlijk de rechtvaardigheid uit de wet zijn.

Als het mogelijk zou zijn door de wet gerechtvaardigd te worden, dan was de belofte niet nodig.

22 Maar de Schrift heeft het alles onder de zonde besloten, opdat de belofte uit het geloof van Jezus Christus aan de gelovigen zou gegeven worden.

23 Doch eer het geloof kwam, waren wij onder de wet in bewaring gesteld, en zijn besloten geweest tot op het geloof, dat geopenbaard zou worden.

24 Zo dan, de wet is onze tuchtmeester geweest tot Christus, opdat wij uit het geloof zouden gerechtvaardigd worden.

Tot Christus heeft de wet op ons gelet.

25 Maar als het geloof gekomen is, zo zijn wij niet meer onder den tuchtmeester.

26 Want gij zijt allen kinderen Gods door het geloof in Christus Jezus.

27 Want zovelen als gij in Christus gedoopt zijt, hebt gij Christus aangedaan.

De wet is zijn claim op ons kwijt. Christus heeft die claim nu.

28 Daarin is noch Jood noch Griek; daarin is noch dienstbare noch vrije; daarin is geen man en vrouw; want gij allen zijt een in Christus Jezus.

In deze staat maakt het niet meer uit wat we zijn, we zijn allemaal één.

29 En indien gij van Christus zijt, zo zijt gij dan Abrahams zaad, en naar de beloftenis erfgenamen.

 

Galaten 4:

1 Doch ik zeg, zo langen tijd als de erfgenaam een kind is, zo verschilt hij niets van een dienstknecht, hoewel hij een heer is van alles;

2 Maar hij is onder voogden en verzorgers, tot den tijd van den vader te voren gesteld.

3 Alzo wij ook, toen wij kinderen waren, zo waren wij dienstbaar gemaakt onder de eerste beginselen der wereld.

4 Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet;

5 Opdat Hij degenen, die onder de wet waren, verlossen zou, en opdat wij de aanneming tot kinderen verkrijgen zouden.

6 En overmits gij kinderen zijt, zo heeft God den Geest Zijns Zoons uitgezonden in uw harten, Die roept: Abba, Vader!

Dat Yeshua/Jezus onze straf wilde dragen, wekt liefde in ons op, waardoor wij God als Vader gaan zien, wij worden afhankelijk van Hem.

7 Zo dan, gij zijt niet meer een dienstknecht, maar een zoon; en indien gij een zoon zijt, zo zijt gij ook een erfgenaam van God door Christus.

8 Maar toen, als gij God niet kendet, diendet gij degenen, die van nature geen goden zijn;

9 En nu, als gij God kent, ja, veelmeer van God gekend zijt, hoe keert gij u wederom tot de zwakke en arme beginselen, welke gij wederom van voren aan wilt dienen?

Hoe kan het nou, dat je eerst zo liefdevol God gehoorzaamde en nu weer denkt dat God je zal accepteren omdat je de wet houdt. Dus in plaats van nederig te zijn en liefdevol vergevend, niet oordelende, of  het tegenovergestelde: dat je uit de hoogte doet en anderen slecht vindt en afkeurt, zie je het verschil? Je mag daden afkeuren (zie 1Cor.6), maar niet de persoon!

10 Gij onderhoudt dagen, en maanden, en tijden, en jaren.

11 Ik vrees voor u, dat ik niet enigszins tevergeefs aan u gearbeid heb.

12 Weest gij als ik, want ook ik ben als gij; broeders, ik bid u; gij hebt mij geen ongelijk gedaan.

13 En gij weet, dat ik u door zwakheid des vleses het Evangelie de eerste maal verkondigd heb;

14 En mijn verzoeking, die in mijn vlees geschiedde, hebt gij niet veracht noch verfoeid; maar gij naamt mij aan als een engel Gods, ja, als Christus Jezus.

Paulus deed waarschijnlijk dus iets wat niet in de haak was, maar de Galaten hadden hem niet veracht omdat hij zondigde, ze hebben hem niet gelijk aan de kant geschoven, maar behandelden hem juist nog beter, wetende dat hij ook niet volmaakt was. Waarschijnlijk ook omdat ze zagen dat Paulus het er moeilijk mee had. Bovendien wilden zij gehoorzamen aan de eisen van het Nieuwe Verbond, namelijk als Yeshua/Jezus ons vergeeft, moeten wij elkaar ook vergeven!

15 Welke was dan uw gelukachting? Want ik geef u getuigenis, dat gij, zo het mogelijk ware, uw ogen zoudt uitgegraven, en mij gegeven hebben.

16 Ben ik dan uw vijand geworden, u de waarheid zeggende?

17 Zij ijveren niet recht over u; maar zij willen ons uitsluiten, opdat gij over hen zoudt ijveren.

18 Doch in het goede te allen tijd te ijveren is goed, en niet alleenlijk, als ik bij u tegenwoordig ben;

19 Mijn kinderkens, die ik wederom arbeide te baren, totdat Christus een gestalte in u krijge.

20 Doch ik wilde, dat ik nu tegenwoordig bij u ware, en mijn stem mocht veranderen; want ik ben in twijfel over u.

21 Zegt mij, gij, die onder de wet wilt zijn, hoort gij de wet niet?

22 Want er is geschreven, dat Abraham twee zonen had, een uit de dienstmaagd, en een uit de vrije.

23 Maar gene, die uit de dienstmaagd was, is naar het vlees geboren geweest; doch deze, die uit de vrije was, door de beloftenis;

24 Hetwelk dingen zijn, die andere beduiding hebben; want deze zijn de twee verbonden; het ene van den berg Sina, tot dienstbaarheid barende, hetwelk is Agar;

25 Want dit, namelijk Agar, is Sina, een berg in Arabië, en komt overeen met Jeruzalem, dat nu is, en dienstbaar is met haar kinderen.

26 Maar Jeruzalem, dat boven is, dat is vrij, hetwelk is ons aller moeder.

27 Want er is geschreven: Wees vrolijk, gij onvruchtbare, die niet baart, breek uit en roep, gij, die geen barensnood hebt, want de kinderen der eenzame zijn veel meer, dan dergene, die den man heeft.

28 Maar wij, broeders, zijn kinderen der belofte, als Izak was.

29 Doch gelijkerwijs toen, die naar het vlees geboren was, vervolgde dengene, die naar den Geest geboren was, alzo ook nu.

30 Maar wat zegt de Schrift? Werp de dienstmaagd uit en haar zoon; want de zoon der dienstmaagd zal geenszins erven met den zoon der vrije.

31 Zo dan, broeders, wij zijn niet kinderen der dienstmaagd, maar der vrije.

Op basis van vertrouwen zijn we kinderen en niet op basis van geboorte, bijvoorbeeld het Joods zijn.

  

 

Galaten 5:

1 Staat dan in de vrijheid, met welke ons Christus vrijgemaakt heeft, en wordt niet wederom met het juk der dienstbaarheid bevangen.

De vrijheid is het volgende:

Als wij zondigen dan worden wij schuldenaren aan de wet, schuldenaren die niet kunnen betalen worden slaaf. Yeshua/Jezus heeft voor ons betaald, nu zijn we vrij, geen schuld meer aan de wet.

2 Ziet, ik Paulus zeg u, zo gij u laat besnijden, dat Christus u niet nut zal zijn.

Er waren Joden die zeiden dat de Galaten eerst Jood moesten worden om "toegang" tot God te krijgen. Eigenlijk wilden ze hiermee zeggen dat ze zich eerst moesten reinigen, door de wetten te houden. Eigenlijk zeggen ze hiermee dat het geloof in Christus niet genoeg was om gerechtvaardig te worden.

De reden voor de besnijdenis was uit zijn verband gehaald. Abraham werd besneden als teken dat hij gerechtvaardigd was, hij was niet gerechtvaardigd omdat hij zich liet besnijden of omdat hij de wet hield.

Als je jezelf wilt bekeren tot het Jodendom zal een rabbi je zeker ook drie keer proberen te ontmoedigen voordat ze je bekering tot het Jodendom serieus nemen. Waarschijnlijk was de besnijdenis de ultieme test. Als je jezelf laat besnijden, of je kind, omdat je gelooft dat je door Yeshua/Jezus gerechtvaardigd bent en je geloof wilt bewijzen door je te laten besnijden als teken van je vertrouwen in je rechtvaardigmaking in Yeshua/Jezus is dit een hele andere zaak, de besnijdenis is immers een teken van rechtvaardigmaking,  maar daar heeft Paulus het niet over.

3 En ik betuig wederom een iegelijk mens, die zich laat besnijden, dat hij een schuldenaar is de gehele wet te doen.

Als je dan ook verwacht, dat als je jezelf laat besnijden als overgangsrite tot het Jodendom, dat je dan aangenaam in Gods ogen zal zijn, vergis je jezelf. Als je gelooft dat je eerst dit en dat moet doen om gerechtvaardigd te worden dan heb je niets aan Yeshua/Jezus!

4 Christus is u ijdel geworden, die door de wet gerechtvaardigd wilt worden; gij zijt van de genade vervallen.

5 Want wij verwachten door den Geest, uit het geloof, de hoop der rechtvaardigheid.

6 Want in Christus Jezus heeft noch besnijdenis enige kracht noch voorhuid, maar het geloof, door de liefde werkende.

Dit is een bevestiging van wat ik al over de besnijdenis zei, als je jezelf besnijden laat, als teken van je vertrouwen  op God in Yeshua/Jezus en Paulus zou dit afkeuren, dan slaat wat hij zegt nergens op. Want er zit geen kracht in de besnijdenis? Of voorhuid? De kracht moet zitten in ons geloof en vertrouwen op God. Het is alleen een bezegeling van je rechtvaardigmaking. De besnijdenis geeft u geen kracht de wet te volbrengen, in het geloof zit wel kracht (niet volmaakt, want we blijven mens), zie hoofdstuk 5. En bovendien de besnijdenis maakt niet rechtvaardig en ook een voorhuid maakt ons niet onrechtvaardig.

7 Gij liept wel; wie heeft u verhinderd der waarheid niet gehoorzaam te zijn?

8 Dit gevoelen is niet uit Hem, Die u roept.

9 Een weinig zuurdesem verzuurt het gehele deeg.

10 Ik vertrouw van u in den Heere, dat gij niet anders zult gevoelen; maar die u ontroert, zal het oordeel dragen, wie hij ook zij.

11 Maar ik, broeders! Indien ik nog de besnijdenis predik, waarom word ik nog vervolgd? Zo is dan de ergernis des kruises vernietigd.

12 Och, of zij ook afgesneden werden, die u onrustig maken!

13 Want gij zijt tot vrijheid geroepen, broeders, alleenlijk gebruikt de vrijheid niet tot een oorzaak voor het vlees; maar dient elkander door de liefde.

Vrijheid betekent niet vrij zijn van de wet, maar vrij zijn van de vloek der wet. Vrijheid is nogmaals: geen schuldenaar meer aan de wet, om gerechtvaardigd te worden! Dat wil niet zeggen dat je de wet niet meer hoeft te houden. De protestanten zeggen dit wel: je mag op de sabbat werken, je mag varkensvlees eten, maar zeggen ze, je moet wel trouw zijn aan je vrouw en je mag niet stelen, ze zeggen: dat zijn morele wetten, sabbat is een ceremoniële wet. Maar het zijn nog steeds Gods wetten! We zijn zeker alleen maar vrij van de ceremoniële wet en niet van de morele wetten. Joodse wetten? Pardon, Gods wetten! Ondertussen zeggen ze wel dat ze van de wet bevrijd zijn, maar ze willen je wel onder andere wetten brengen, want als je zondag niet in de kerk bent dan…? Zoals mijn oma (van de gereformeerde gemeente) zei tegen mij toen ik een jaar of 12 was: je gaat naar de hel, want je gaat niet naar de kerk!

Op een reformatorische school, verplichten zij de kinderen op maandag zendingsgeld mee te nemen, want dat is een regel van school. Wie wil nou wie onder de wet brengen?

Nogmaals we zijn vrij van de vloek der wet! En niet van de wet.

14 Want de gehele wet wordt in een woord vervuld, namelijk in dit: Gij zult uw naaste liefhebben, gelijk uzelven.

Waarom? Ik herhaal wat ik al zei in hoofdstuk 5:

Als Yeshua/Jezus, door Zijn verschrikkelijke dood, waarbij Hij de toorn van Zijn Vader over Zich heen kreeg, vergeving voor ons teweegbracht. Juist daarna moeten wij elkaar vergeven, want als Hij ons vergeeft, wie zijn wij dan, zondaars, om een andere zondaar niet te vergeven, of  juist  hen te veroordelen. Dit is het nieuwe verbond!

Dat verwacht God wel van ons.

15 Maar indien gij elkander bijt en vereet, ziet toe, dat gij van elkander niet verteerd wordt.

16 En ik zeg: Wandelt door den Geest en volbrengt de begeerlijkheden des vleses niet.

17 Want het vlees begeert tegen den Geest, en de Geest tegen het vlees; en deze staan tegen elkander, alzo dat gij niet doet, hetgeen gij wildet.

18 Maar indien gij door den Geest geleid wordt, zo zijt gij niet onder de wet.

19 De werken des vleses nu zijn openbaar; welke zijn overspel, hoererij, onreinigheid, ontuchtigheid,

20 Afgoderij, venijngeving, vijandschappen, twisten, afgunstigheden, toorn, gekijf, tweedracht, ketterijen,

21 Nijd, moord, dronkenschappen, brasserijen, en dergelijke; van dewelke ik u te voren zeg, gelijk ik ook te voren gezegd heb, dat die zulke dingen doen, het Koninkrijk Gods niet zullen beërven.

Dit verwacht Paulus ook minstens van een beginnende gelovige, dat hij zich niet met dat soort praktijken inlaat, net als de apostelen afgesproken hadden in Handelingen 15.

22 Maar de vrucht des Geestes is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid.

23 Tegen de zodanigen is de wet niet.

24 Maar die van Christus zijn, hebben het vlees gekruist met de bewegingen en begeerlijkheden.

25 Indien wij door den Geest leven, zo laat ons ook door den Geest wandelen.

26 Laat ons niet zijn zoekers van ijdele eer, elkander tergende, elkander benijdende.

Als gelovige mogen we ook alleen deze dingen van elkaar verwachten, alles moet in liefde groeien in het geloof, anders is het een werk (der wet). Je mag elkaar bekritiseren, alleen als dit nederig en in liefde gedaan wordt en niet uit hoogmoed. Ik geef de apostelen gelijk, iemand die oprecht gelooft, zal gaan zoeken naar wat God van hem wil, want Gods wet wordt gepreekt iedere sabbat, zie ook hand. 15 en zeker tegenwoordig, bijna iedereen kan lezen wat er in de Bijbel staat.

 

Ik geloof dus dat de wet van de besnijdenis nog steeds geldt, zolang je maar niet denkt dat het zaligmakend is. Een besnijdenis is een teken van geloof in rechtvaardigmaking in Yeshua/Jezus.

 

De protestanten zeggen dat de doop in de plaats van de besnijdenis is gekomen. Dat geloof ik niet. In de Bijbel staat duidelijk dat de bekering voorafgaat aan de doop.

In de Heidelbergse cathechismus staat het zo:

 

 Vr.74. Zal men ook de jonge kinderen dopen?

Antw. Ja het; want mitsdien zij alzowel als de volwassenen in het verbond Gods en in Zijn gemeente begrepen zijn a, en dat hun door Christus' bloed de verlossing van de zonden b en de Heilige Geest, Die het geloof werkt, niet minder dan den volwassenen toegezegd wordt c, zo moeten zij ook door den Doop, als door het teken des verbonds, der Christelijke Kerk ingelijfd en van de kinderen der ongelovigen onderscheiden worden d, gelijk in het Oude Verbond of Testament door de Besnijdenis geschied is e, voor dewelke in het Nieuwe Verbond de Doop ingezet is f.

a Ge 17:7 b Mt 19:14 c Lu 1:15 Ps 22:10 Jes 44:1-3 Han 2:39 (* Ps 22:10 AV = Ps 22:11 SV) d Han 10:47 e Ge 17:14 f Col 2:11-13.

 

Ze zeggen ook dat de doop in de plaats van de besnijdenis is gekomen, is dat wel zo?

Wat is de doop eigenlijk? De doop is een Joods gebruik. De hogepriester moest voordat hij het heilige der heilige inging in de mikve (ook de vrouw na geboorte en reiniging, en na de menstruatie). Het heeft eigenlijk dezelfde functie als de doop bij de christen: een wedergeboorte, een nieuw leven beginnen en zoals Paulus het Titus zegt:

Titus 3:5 Heeft Hij ons zalig gemaakt, niet uit de werken der rechtvaardigheid, die wij gedaan hadden, maar naar Zijn barmhartigheid, door het bad der wedergeboorte en vernieuwing des Heiligen Geestes;

Het onderdompelen is dan een teken van de dood van de oude mens. Bij het boven komen uit het water is men dan opnieuw geboren, waarbij men zich dan voorneemt in een nieuw leven te zullen wandelen.

De doop is geen teken van rechtvaardigmaking, de besnijdenis wel!

Daarom werd Mozes bijna gedood voordat Zippora zijn zoon besneed. De zoon van de man die Israël uit Egypte ging leiden moest wel besneden zijn, het teken der rechtvaardigheid hebben.

 

Kolossenzen 2 vers 11 tot en met 14:

11 In Welken gij ook besneden zijt met een besnijdenis, die zonder handen geschiedt, in de uittrekking van het lichaam der zonden des vleses, door de besnijdenis van Christus;

12 Zijnde met Hem begraven in den doop, in welken gij ook met Hem opgewekt zijt door het geloof der werking Gods, Die Hem uit de doden opgewekt heeft.

13 En Hij heeft u, als gij dood waart in de misdaden, en in de voorhuid uws vleses, mede levend gemaakt met Hem, al uw misdaden u vergevende;

Het Boek:

11 In Hem hebt u ook een besnijdenis ondergaan. Natuurlijk niet lichamelijk, maar geestelijk. Want Hij heeft u door Zijn Geest bevrijd van de macht van de zonde, die in uw lichaam heerst. 12 U bent in de doop met Christus begraven. Maar door het geloof in de macht van God, Die ook Hem heeft opgewekt uit de dood, bent u nu met Hem opgestaan en hebt u nieuw leven ontvangen. 13 U was dood door uw ongehoorzaamheid aan God en de macht van de zonde leefde nog in u. Maar nu heeft Hij u samen met Christus levend gemaakt en al uw overtredingen vergeven.

In Christus, door Zijn offer (in Zijn besnijdenis, dus Zijn rechtvaardigheid echt door de wet natuurlijk) hebben wij een geestelijke besnijdenis ondergaan, we zijn rechtvaardig in Hem. Paulus zegt het al: geestelijk, in de geest, niet letterlijk, maar geestelijk al wel. 

 

14 Uitgewist hebbende het handschrift, dat tegen ons was, in inzettingen bestaande, hetwelk, zeg ik, enigerwijze ons tegen was, en heeft datzelve uit het midden weggenomen, hetzelve aan het kruis genageld hebbende;

Uitgewist het handschrift dat tegen ons was, de wet, maar op de manier zoals hier in Galaten genoemd wordt:

Galaten 3:

10 Want zovelen als er uit de werken der wet zijn, die zijn onder den vloek; want er is geschreven: Vervloekt is een iegelijk, die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet, om dat te doen.

11 En dat niemand door de wet gerechtvaardigd wordt voor God, is openbaar; want de rechtvaardige zal uit het geloof leven.

12 Doch de wet is niet uit het geloof; maar de mens, die deze dingen doet, zal door dezelve leven.

13 Christus heeft ons verlost van den vloek der wet, een vloek geworden zijnde voor ons; want er is geschreven: Vervloekt is een iegelijk, die aan het hout hangt.

 

Romeinen 2:

26 Indien dan de voorhuid de rechten der wet bewaart, zal niet zijn voorhuid tot een besnijdenis gerekend worden?

27 En zal de voorhuid, die uit de natuur is, als zij de wet volbrengt, u niet oordelen, die door de letter en besnijdenis een overtreder der wet zijt?

Het staat ook in Romeinen dat als een heiden de rechten der wet bewaart zal zijn voorhuid hem tot besnijdenis gerekend worden. Hier staat dus als een heiden de wet houdt!

Ik duid dan niet op rechtvaardigmaking door de wet, daarop doelt Paulus ook niet, maar op de rechten der wet, die door Yeshua/Jezus wel volbracht zijn, zijn wij als wij in Hem geloven dan niet het teken der rechtvaardigmaking "waardig".

 

Romeinen 3:31 Doen wij dan de wet te niet door het geloof? Dat zij verre; maar wij bevestigen de wet.

Protestanten laten het overkomen omdat Yeshua/Jezus de wet al heeft volbracht, wij hem niet meer hoeven houden, althans zeker gedeeltelijk.

 

In Handelingen wordt gesproken over Stefanus die beschuldigd werd van het volgende, door valse getuigen:

13 En stelden valse getuigen, die zeiden: Deze mens houdt niet op lasterlijke woorden te spreken tegen deze heilige plaats en de wet.

14 Want wij hebben hem horen zeggen, dat deze Jezus, de Nazarener, deze plaats zal verbreken, en dat Hij de zeden veranderen zal, die ons Mozes overgeleverd heeft.

15 En allen, die in den raad zaten, de ogen op hem houdende, zagen zijn aangezicht als het aangezicht eens engels.

 

Wie is nu een valse getuige? Stefanus was daar niet schuldig aan, maar de dominees van de protestantse kerk wel!

 


Home
Favoriete links
Relevant nieuws
Artikelen
Korte artikeltjes
In English, content