Het geheim der wetteloosheid
Verborgenheid der ongerechtigheid
Home
Favoriete links
Relevant nieuws
Artikelen
Korte artikeltjes
In English, content
Inleiding
Hoofdstuk 1 God gevonden
Hoofdstuk 2 Dwaling ontdekt
Hoofdstuk 3 Verzoeking
Hoofdstuk 4 Zondag en Sabbat
Hoofdstuk 5 Christenen en de wet
Hoofdstuk 6 Galaten en besnijdenis
Hoofdstuk 7 Geheim der wetteloosheid
Hoofdstuk 8 Opstanding en goede vrijdag VERNIEUWD!
Bijlage hfst 8 chronologische volgorde evangeli├źn
Hoofdstuk 9 Profetie├źn en onze toekomst
Hoofdstuk 1 God gevonden

 



God gevonden. 

 

 

Wat ik van mijn ouders heb geleerd is dat je altijd je toevlucht tot God moet zoeken, in welke omstandigheden dan ook. Ze hebben mij geleerd dat God luistert en dat Hij altijd helpt. Dat we goed moeten zijn en als we zonden doen, God wil vergeven, als wij erom vragen. Dit is het belangrijkste wat iemand mij ooit in mijn leven geleerd heeft, want ik geloofde wat zij mij zeiden, handelde ernaar en ontdekte dat God leeft   -   in elke zin van het woord.

 

Al van jongs af aan sprak ik tegen God, hoorde nooit wat terug, maar ik wist dat Hij luisterde. Hoe ik dat wist? Omdat Zijn antwoorden wel kwamen, maar op een andere manier dan wij gewend zijn. Elk gesprek dat ik met Hem had, bleef nooit onbeantwoord. Ik zal een voorbeeld geven: ik zocht vanaf mijn achtste, ongeveer, naar een zielsverwant, een mens natuurlijk en vroeg daar geregeld om. Nog steeds komen de antwoorden en het is al 29 jaar later, ze komen in de vorm van ervaringen, mensen, opmerkingen, gedachten. Zo gaat dat met alles, wat ik met Hem bespreek. Het is meer dan woorden, het is meer antwoord dan een mens ooit zou kunnen geven.

 

Bovendien merkte ik dat God op een bijzondere manier kan troosten, zoals geen mens dat kan en dat hij er altijd voor jou en mij is, altijd, mensen niet altijd, God altijd, dat is heel bijzonder. God heeft mij ook nooit teleurgesteld en daar bedoel ik niet mee dat alles altijd gaat hoe ik het wil en dat ik nooit meer verdrietig ben. Bij elk dieptepunt van mijzelf en in de wereld, merk ik juist dat God dit niet gewild heeft en laat hij mij in diep emotionele zin zien hoe Hij dat ziet.

 

Bidden helpt, als ik bid dan gaat alles beter, dan is de weg niet glad, er is dan gestrooid. Hoe diep van binnen ik dit weet, nog bid ik te weinig en geloof ik te weinig, ik denk vaak; God doet toch waarvan Hij denkt dat goed is. Maar vaak ontdek ik dat God waarde hecht aan wat ik zeg en doe, omdat juist soms dingen gebeuren die mijn zielewens zijn, die ik nooit mensen heb verteld. Soms bewaart Hij mij voor dingen die ik heel vervelend vind. God houdt rekening met onze gevoelens.

 

Van mijn jonge kinderleeftijd af gingen we nooit naar de kerk, wel spraken we veel over Hem. Toen ik een jaar of 13, 14 jaar was ging ik wel eens met een vriendin mee naar de kerk. Op een dag kwam in de Nederlands Hervormde kerk in onze woonplaats de predikant die mijn ouders had getrouwd en mijn moeder en ik gingen naar deze dienst. Die week daarop gingen we weer naar deze kerk en zo ging dat elke week. Zo werd ik langzaam maar zeker bekend met veel leerstellingen in deze kerk. Ik merkte dat ik daar meer over na dacht dan menig kerkganger, misschien omdat het niet met de paplepel was ingegoten?  Ik moet ook toegeven dat een hoop dingen voor zoete koek naar binnen gingen, omdat, ik weet het niet, je gewoon aannam dat ze gelijk hadden?

Ik had maar één jaar catechisatie gehad en de predikant ging akkoord dat ik belijdeniscatechisatie mocht doen (dat is een jaar), waarna ik ook openbare belijdenis heb gedaan, gedoopt was ik als baby al in de Hervormde kerk.

 

Als je kerkganger bent, als je twee keer per zondag gaat, je bidt voor en na het eten en bij het opstaan en bij het naar bed gaan, voel je jezelf al een hele pief en merkte ik dat ik een beetje wettisch werd, daar bedoel ik mee, dan ik mezelf goed vond, omdat ik goede dingen deed. Ik had het idee dat ik alles deed wat ik kon doen en als ik zonde deed dan vroeg ik toch vergeving en dan was alles goed. De predikanten stampten het er goed in dat wij niets uit onszelf konden (vruchten voortbrengen) en dat we alleen uit genade zalig kunnen worden en niet uit de werken der wet, …………als je maar geloofde.  Op één of andere manier was dat elke keer weer een geruststelling, dat als je toch zondigde, je vergeving kon vragen en je kon de wet toch niet houden en als je wel gehoorzaamde, dan was dat de Heilige Geest die het je ingaf.

 

Ik hoorde meestal de preken uit de Hervormde kerk, maar mijn aandacht werd ook getrokken door een dominee uit een Oud Gereformeerde gemeente, later ging hij geloof ik terug naar de Ned. Hervormde gemeente en later naar de Herstelde Hervormde Gemeente, Ds. K. Veldman is zijn naam.

Iets in de prediking van de predikanten van de Herv. kerk voelde niet goed. Ds. Veldman vulde bijna de lege plekken die ik voelde, maar toch ook weer niet. Wanneer is het nu wettisch, en wanneer is het nu uit het geloof?

Ds. Veldman bracht het zo: wat moet ik doen om zalig te worden? Alles! Maar je verdient er niet je zaligheid mee!

Dat voelde goed aan! Maar wat moest ik nu allemaal doen?

 

En nog bleef het hangen, nog had ik niet de antwoorden die ik zocht.

Wat zou God van mij willen?

In Handelingen kun je lezen dat de discipelen de heidenen die zich tot God bekeren het volgende aanschrijven (hand.15: 19-21):

* Zich van dingen moeten onthouden die door de afgoden besmet zijn.

* Onthouden van hoererij.

* Onthouden van het verstikte(eten van vlees van levende dieren of die een natuurlijke

   dood stierven.

* Onthouden van bloed.

Sommigen wilden hen (de heidenen) verplichten zich te laten besnijden.

 

Daar begon mijn zoektocht. Eigenlijk wilden de discipelen de heidenen geen juk opleggen, maar legde hun toch een paar grondregels op, het minimum dus.

 

Het verbond wat God met Zijn volk sloot was eigenlijk een soort huwelijk.

Als er een huwelijk gesloten wordt, wordt dit gedaan om een doel te bereiken: een eenheid vormen, samen zijn en dit alles tot de dood ze scheidt. Maar dit doel kan niet worden bereikt als de gehuwden zich niet aan bepaalde "regels" houden. Als één van hen bijvoorbeeld overspel pleegt is deze eenheid opgehouden te bestaan. De enige manier waarop deze eenheid hersteld kan worden is: berouw, vergeving. Maar de "regels" moeten voortaan wel gehouden worden, want zonder "regels" geen eenheid, zonder toewijding wordt geen doel bereikt.

Het offer dat Gods Zoon heeft gebracht zorgt voor hele sterke gevoelens van toewijding aan God, wat de mens de mogelijkheid geeft om vrij te zijn van de slavernij der zonde, God te gehoorzamen, door dit wonder van God is dit mogelijk.

 

Kolossensen 2 vers 14: Uitgewist hebbende het handschrift, dat tegen ons was, in inzettingen bestaande, hetwelk, zeg ik enigerwijze ons tegen was, en heeft datzelve uit het midden weggenomen, hetzelve aan het kruis genageld hebbende;

Hetgeen dat tegen ons was is de vloek der wet, niet de wet, maar de vloek der wet (de wet des doods). Als wij éénmaal zondigen komen we onder de vloek der wet, die ons naar de hel vervloekt. Yeshua/Jezus heeft deze vloek der wet op Zich genomen en aan het kruis genageld. Nu hoeven wij nooit meer wanhopig te worden als wij proberen Gods wet te houden, er is immers vergeving bij Yeshua/Jezus. Elke dag opnieuw weer streven wij er naar God te behagen. Dit gaat ons niet zo goed af, maar de liefde die Yeshua/Jezus opwekt, deze eerste liefde, laat ons verlangen naar een zo heilig mogelijk leven.

 

Zie Romeinen 8 vers 2: Want de wet des Geestes des levens in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet der zonde en des doods.

We gaan eerder Geestelijk leven in plaats van naar het vlees te leven (zie vers 1). De Heilige Geest die wij ontvangen bij onze bekering en doop zorgt er voor dat wij uit dat geloof leven en niet meer naar het vlees leven (op onszelf gericht) maar dat wij op God gericht zijn en net zo op onze naaste gericht zijn als op onszelf. Als wij geloven, eigenlijk is dat vertrouwen. Vertrouwen dat Hij ons liefheeft en dat Hij onze zonden wil vergeven en vertrouwen dat bepaalde dingen een reden hebben, ook al begrijpen we dat niet. Uit dit vertrouwen/geloof dat God ons liefheeft hebben wij God lief en verlangen wij ernaar Hem te behagen en Hem geen verdriet te doen. God wilde door Zijn Zoon te sturen bewijzen en ons ervan overtuigen dat Hij ons liefheeft. Abraham vertrouwde op God, hij geloofde Hem en wilde zijn zoon gaan offeren. Dat geloof, vertrouwen had deze uitwerking (zijn zoon offeren). Dus geloof moet uitwerking hebben, anders is het geen geloof. Abraham werd om zijn geloof gerechtvaardigd. Jacobus 2 vers 26: Want gelijk het lichaam zonder geest dood is, alzo is ook het geloof zonder de werken dood.

 

De discipelen wilden dat de heidenen uit dit geloof zouden leven, dat ze zouden luisteren naar de Geest, in plaats van het wettisch opvolgen van regels. Dus ze wilden hen zo weinig mogelijk regels opleggen, want zeiden ze (zie Hand. 15 vers 21) : Want Mozes heeft er van oude tijden in elke stad, die hem prediken, en hij wordt op elken sabbat in de synagogen gelezen. Met andere woorden: ze kunnen Gods wet overal horen, als zij dan de Geest hebben, gaat alles "vanzelf".

 

Werken zonder geloof is wettisch, maar werken op basis van geloof is liefde en dat is wat de discipelen wilden.

 

Ook het niet erkennen dat we zondaar zijn is verkeerd. Kijk maar naar de Farizeeër, die dacht dat hij alles wel goed deed, want hij zei: dank U dat ik niet zo ben als die tollenaar. Blijkbaar dacht hij dat hij heilig leefde.

Je moet geloven dat je onvolmaakt bent, moet met kritiek naar jezelf kijken en bang zijn te zondigen. Jezelf voortdurend spiegelen aan de wet. In liefde naar God jezelf afvragen of je goed bezig bent. Als je jezelf spiegelt aan de wet zie je jouw zonden, dat is belangrijk.

Het is dus belangrijk de kennis aan te nemen dat wij uit ons zelf geneigd zijn te zondigen. Het is ook heel belangrijk om de kennis uit de Bijbel voor waarheid aan te nemen en alles daar buiten als twijfelachtig.

Als we deze kennis hebben kunnen we dus onmogelijk op een ander neerkijken.

 


Home
Favoriete links
Relevant nieuws
Artikelen
Korte artikeltjes
In English, content